“Geachte Mevrouw Kooijman. Folia, het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam (UvA), publiceert sinds enige tijd een serie gesprekken onder de titel Roem: interviews met toonaangevende/bekende mensen uit de wereld van kunst, cultuur, wetenschap, economie, politiek of media, die hebben gestudeerd aan de UvA. Omdat u aan dat profiel voldoet zou ik willen vragen of u mee wil doen aan een interview. Het interview zal hooguit een uur in beslag nemen, op een plek en tijd die u schikt. Mogelijk worden de interviews na afloop gebundeld in een boek. Voorafgaand aan het interview, of na afloop, zal fotograaf Bob Bronshoff een foto van u nemen. Uiteraard kunt u het interview voor publicatie inzien.
In december schreef ik over het bijzondere gesprek dat ik had met Thiandi Grooff, het 19-jarige meisje dat tot haar veertiende als zwaar verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, totdat ze leerde communiceren via een letterbord. Nu studeert ze aan de universiteit. Vandaag staat het resultaat van die ontmoeting in NRC Next (het is hier te lezen).
Thiandi heeft zelf, zoals het stramien van de vrijdagse Zin-pagina voorschrijft, een kadertje gevuld met haar weekprogramma. Dat is door de redactie iets ingekort wegens ruimtegebrek, waardoor haar opmerking is weggevallen dat ze nog assistenten nodig heeft. “Met humor graag!” had ze daaraan toegevoegd. Bij deze haar oproep alsnog. Mij lijkt het geen gemakkelijke, maar wel een zeer interessante, dankbare en leuke (bij)baan om Thiandi’s assistent te mogen zijn!
Voor J/M schreef ik een artikel over het vmbo: wat te doen wanneer je zoon of dochter in groep 8 - al die niet onverwacht - een vmbo-advies krijgt? Bij hoogopgeleide ouders kan zoiets aankomen als een klap in het gezicht. Zoals bij Madelon Boeke (niet haar echte naam), die ik sprak over haar 16-jarige zoon met adhd: ”Ik had gerekend op een vmbo-havo-advies. Dan zou het uiteindelijk wel havo worden, dacht ik. Maar ondanks een onverwacht hoge cito-score van 537, kreeg Bram een vmbo-advies. Héél erg vond ik het. ‘Hoe kom ik nu toch aan zo’n kind?’, vroeg ik me af. Iedereen in onze familie, zowel aan mijn kant als die van mijn man, heeft gymnasium gedaan. Met havo had ik me verzoend, maar vmbo? Het leek me echt vreselijk voor hem om tussen die straatvechters te moeten zitten.” Ze vond uiteindelijk een kleine, categorale vmbo-school waar de leerlingen aan toneel deden en het keuzevak filosofie werd aangeboden. Na twee weken was ze ‘om’: “Het bleek een geweldige school te zijn. De allerbeste die ik tot nu toe bij mijn drie kinderen heb meegemaakt.” Lees hier het hele artikel.
Afgelopen najaar ben ik vanuit Istanbul de Zee van Marmara overgestoken naar Balıkesir, een landerige provincieplaats in Anatolië. ‘Het Almelo van Turkije’, noemde iemand het eens. Ik ging erheen om voor NRC Next een vraaggesprek te houden met Kadir Canatan, cultureel antropoloog. Van zijn twintigste tot zijn zesenveertigste woonde hij in Nederland, de laatste jaren in Rotterdam. Hij was een gewaardeerde sociaal wetenschapper, had vrienden, zijn kinderen waren in Nederland geboren. En toch wilde hij na al die jaren terug naar Turkije, hij voelde zich hier ineens niet meer thuis. Veel Nederlandse Turken dromen van een leven in Turkije, maar hij gíng. Lees verder »
Een van de leuke dingen van een nieuwe taal leren, is dat je er nieuwe bron van barbarismen bij krijgt. En barbarismen, daar ben ik dol op, al is het maar om me te kunnen ergeren. In de Volkskrant van vandaag schrijft correspondent Arjen van der Ziel over het verbod van de Koerdische partij DTP door het Turkse Constitutionele Hof. Hij heeft het verschillende keren over “de sluiting” van de partij in plaats van “het verbod”. Een keer spreekt hij zelfs over “de gesloten partij”. “Ha!” dacht ik. “Kapatmak!” (Het Turkse woord voor sluiten wordt ook gebruikt in de betekenis van verbieden.) Om mij vervolgens te verbazen over het gemak waarmee hij de letterlijke vertaling voor gewoon Nederlands laat doorgaan, en over het gebrek aan oplettendheid van de eindredactie. Lees verder »
In de tien jaar dat ik interviews maak, heb ik veel inspirerende mensen ontmoet en bijzondere levensverhalen gehoord. Verhalen die je anders naar de wereld doen kijken. Gisteren had ik voor NRC Next een interview met Thiandi Grooff. Ze heeft bij haar geboorte een hersenbeschadiging opgelopen waardoor ze niet kan praten en ook verder weinig controle heeft over haar spieren. Haar ogen kijken je niet aan, en alleen zo nu en dan kun je van haar gezichtsuitdrukking iets aflezen. Haar bovenlichaam beweegt voortdurend van voor naar achter, soms grijpt ze onwillekeurig naar iets dat op tafel ligt. Ze maakt geluiden, die ze niet kan stoppen. Lees verder »
Met een aantal collega-journalisten had ik laatst een discussie over het vak van interviewen. Ze vonden dat het geen enkel verschil maakte of je geïnterviewde een bekend of een onbekend persoon was. Dat is natuurlijk onzin, en ze bedoelden dan ook eigenlijk dat het geen verschil zou mogen maken. Want onbekende mensen kunnen net zo goed interessant zijn. Ja, hè hè.
Intussen zat ik na te denken wat het dan zo anders maakt om een interview te maken met iemand van wie we allemaal al heel veel weten. Het antwoord is simpel: je sluit aan bij alles wat al eerder is gezegd en geschreven over hem of haar (of wat hij/zij zelf heeft geschreven en gezegd) en probeert daar iets verrassends aan toe te voegen. Anders dan bij ‘zomaar iemand’ met een bijzonder verhaal laat je een BN’er niet zijn hele geschiedenis vertellen, maar pik je er elementen uit en gaat daar een beetje in prikken en roeren, in de hoop dat je uiteindelijk een - soms heel bescheiden - nieuw licht kunt werpen op (een deel van) de persoon. Of dat gelukt is in mijn interview met Mart Smeets voor Kracht, mag de lezer bepalen.
Het Haagse meisje Suat is nog een jonge scholiere als ze door haar ouders gedwongen wordt om te trouwen met een man van 24. Ze weigert seks met hem, waarop haar vader een ‘compromis’ bewerkstelligt: de ene dag wel, de andere dag niet. Ze wordt mishandeld en verkracht, en Suat loopt weg. Soms naar haar ouders, soms naar een opvanghuis. Telkens keert ze, onder druk van haar ouders, weer terug naar haar echtgenoot. Maar op een gegeven moment gaat vader met het gezin op vakantie en komt alleen terug. Sinds maart dit jaar weet niemand meer waar Suat is en of ze nog leeft. Gevreesd wordt dat ze het slachtoffer is geworden van eerwraak of anders een miserabel leven leidt in het land van herkomst, ergens in het Midden-Oosten.
Lees hier het hele verhaal.

De redactie van de Kaukasuskrant bijeen, onder supervisie van Peter Scheffer van de Alfred Mozerstichting. Op de voorgrond Isa en Vanand (op het achterhoofd gezien). foto: Marion van der Vegt
Nagorno-Karabach is een enclave in Azerbeidjan, waar in de jaren negentig kort maar heftig om gevochten is door Armenië en Azerbeidjan. Armeniërs en Azerbeidjanen hebben nog altijd een zeer moeizame, om niet te zeggen vijandige verhouding. Afgelopen zaterdag heb ik in een zaaltje van de Leidse universiteit een gespreksmiddag geleid over Nagorno-Karabach, georganiseerd door de stichting Dutch Friends of Azerbeidjan (dufoa). Lees verder »
Toegeven, er was destijds een lezer die zijn of haar abonnement opzegde naar aanleiding van mijn artikel over SM in de Volkskrant, negen jaar geleden. Ik herinner me nog dat ik zeer verbaasd was toen Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, dat vertelde.
Drie uur lang had ik op het terras van café Américain met meesteres Pauline, alias Sady Lady, voor de rubriek ‘Voor beginners’ gesproken over SM. Zij bevestigde mijn beeld van SM als een ontspannende hobby en prettige uitlaatklep. Sleutelwoorden bij SM zijn ‘respect’ en ‘vertrouwen’. Het is een spel voor volwassenen, waarbij je geestelijk gezond blijft omdat je er allerlei spanningen mee van je af kunt gooien. Lees verder »




