Ik ben een recessionista

Ik ben een recessionista. Een krap budget maakte mij altijd conservatief als ik wat nieuws ging kopen: gewoon maar weer een degelijk zwart shirt bij de Bijenkorf, en al jaren hetzelfde jeansmerk van de outletshop. Palladiums in zwart of grijs. Rokken en jurken droeg ik nooit, want daar had je ingewikkelde schoenen bij nodig. Nu ik “vintage” ontdekt heb, durf ik geregeld gek te doen met fladderende zomerjurken compleet met hoge hakken, een rok met flamencostroken en bloezen in véél meer dan zwart alleen.

Dankzij Paul McFedries, een 49-jarige Amerikaan die zijn geld verdient met boeken schrijven over populaire computerprogramma’s als Windows Vista en Office Access, weet ik nu dat ik een recessionista ben, a person who dresses stylishly on a tight budget. McFedries verzamelt al twaalf jaar nieuwe woorden. Zoals dat gaat met neologismen: sommige verdwijnen net zo snel als ze gekomen zijn, andere schieten wortel in de taal. Soms om later alsnog het veld te ruimen. “Metrosexual” kwam ik - in 2002 -  voor het eerst tegen bij McFedries, maar de metroseksueel is inmiddels weer passé. Toch: zeker één van de ongeveer twintig nieuwe woorden die hij maandelijks verzamelt, houdt het minstens een paar jaar vol. Uit de lijst van januari 1996: biometrics. Februari 1996: egosurfing. Maart 1996: oxygen bar (hoewel, bestaan die nog?). Enzovoorts.

De leukste nieuwe woorden van de afgelopen weken, te vinden op McFedries website Wordspy: kindergarchy (te vertalen met “kindercratie”); ruralpolitan (stedeling die naar het platteland verkast); hyperwhite (te gebruiken als bij- en bijvoeglijk naamwoord van “nerd”: iemand waar helemaal niets swingends - lees: zwart - aan is) en junior moment (eufemisme voor domme, onvolwassen daad).