Afgelopen week verscheen mijn eerste interview in NRC Next. Iris Blatter, een intelligente, ambitieuze jonge vrouw van 22 loopt vast in het hoger onderwijs omdat men daar geen rekening kanof wil houden met haar handicap, het syndroom van Asperger. Een van de ’symptomen’ is een zekere starheid die haar belemmert in het samenwerken met medestudenten.
Samenwerken is in het onderwijs steeds belangrijker geworden, tot frustratie van Iris en andere autisten. Maar, zo vermoed ik, niet alleen autisten. De voorbeelden die Iris noemt zijn eigenlijk heel herkenbaar. Zelf heb ik geen goede herinneringen aan de weinige keren dat er tijdens mijn schooltijd moest worden samengewerkt in een groepje. Ooit kregen we de opdracht, ik vermoed in 4 of 5 vwo, om collectief een kort verhaal schrijven. Dat ging eigenlijk wel aardig, totdat Loeke bedacht dat het einde misschien niet duidelijk was, en de lezer enige toelichting behoefde in een toegevoegde zin. Ze wilde de clou gaan uitleggen! Ik verzette me met hand en tand tegen deze barbaarse ingreep in ons verder prima geslaagde verhaal, maar haalde bakzeil. Ik wist de anderen niet te overtuigen, want Loeke was veruit de beste van de klas, haalde voor alle vakken alleen maar negens en tienen, dus zij zou het wel weten, dachten ze.
We kregen ons verhaal terug, met een goed cijfer. Opmerking van de lerares: “Mooi gedaan, alleen jammer van die laatste zin.” Ik ben blij dat ik van vóór het Nieuwe Leren ben.

Nog geen reacties
Abonneren (RSS) op reacties bij dit bericht