Geschreven door Brigit

Je bekijkt nu de bijdragen van Brigit.

interview-matthijs-schouten

Foto: August Swietkowiak

Op vrijdag 13 oktober geef ik weer mijn workshop Interviews Schrijven. Voor iedereen die zich (verder) wil bekwamen als schrijvend interviewer. Ik geef je tips hoe je van je gespreksmateriaal een boeiende tekst kunt maken, met rode draad, goede spanningsopbouw en een prettig leesbare stijl. En hoe je daarbij gewaagdere, scherpere keuzes kunt maken. Leuk als je komt! Er zijn nog twee plaatsen beschikbaar. Hier vind je meer info.

zaaltje-merlijn-buitenkant-300x276Ter afwisseling van de eenzame schrijfarbeid wordt het weer tijd voor een interview-workshop in Zaaltje Merlijn! Iedereen die serieus geïnteresseerd is in interviewen, is welkom. Dus ook als je geen journalist of tekstschrijver bent, maar bijvoorbeeld een fotograaf met schrijfambities, of als je vanuit een andere discipline in de keuken van de journalistieke interviewer wilt kijken. Ik zorg dat de deelnemers niet alleen van mij maar ook van elkaar leren, en dat ze stuk voor stuk, ongeacht hun niveau, aan hun trekken komen.

Het Interviewgesprek is een intensieve trainingsdag met als doel: meer de diepte in, sneller tot de kern komen om uiteindelijk een pakkender, scherper, ontroerender verhaal te kunnen schrijven. Goed interviewen is minder moeilijk dan je denkt. Met de juiste voorbereiding en een duidelijk beeld van je eigen rol als interviewer, zodat je de regie houdt en alles durft te vragen wat je wil weten, ben je al een heel eind. Lees verder »

Pauze

ondertekening-contract-foto-willem

Het afgelopen jaar heb ik met actrice Elisabeth Andersen (95) zo’n veertig gesprekken gevoerd over haar leven, met het doel om daar een boek van te maken. Nog steeds ga ik zoveel mogelijk elke week naar haar toe - het interviewen gaat maar door. Bij elkaar hebben we denk ik al wel honderd uur met elkaar gesproken. Een interview voor de krant duurt twee, hoogstens drie uur, dus je kunt wel zeggen dat dit project voor mij een heel nieuwe dimensie aan het interviewen heeft gegeven.

Als ik geen bevredigend antwoord kreeg op een vraag, kwam ik daar een paar weken later weer op terug, en desnoods een paar maanden later nog eens, totdat er soms opeens wél een antwoord kwam. Ook kon ik dingen die ze verteld had in mijn hoofd laten rijpen, zodat ik kon doorvragen op een manier die nooit gelukt was tijdens een eenmalige sessie. Daarbij komt het vertrouwen dat er groeit na zoveel ontmoetingen, ook iets wat nieuw was voor mij.

Gisteren heb ik bij uitgeverij Balans een contract getekend voor het boek. De bedoeling is dat het over een jaar klaar is; dat betekent dat ik vol aan de bak moet. Omdat een mens niet alles kan doen, zal ik het komende jaar waarschijnlijk weinig tijd vinden om ook nog te bloggen over interviewen. Wie geïnteresseerd is in de vorderingen van mijn boek, volge op de Facebookpagina Hoegaathetmetjeboek? de briefwisseling tussen mij en Elise van der Velde, die bezig is aan haar eerste roman.

Foto: Sarah Wong

Foto: Sarah Wong

Drs P. interviewen en géén opnameapparaat meenemen. Hoe stom kun je zijn? Rob van Vuure biechtte het eerlijk op afgelopen week in zijn column in de hdc-kranten. Hij had een leuk gesprek gehad met Polzer, ergens bij het Concertgebouw, koffie en een sigaar erbij. Maar toen hij er ’s avonds voor ging zitten om er een mooi verhaal van te maken, kwam er niks uit zijn vingers. Aan de aantekeningen in zijn kladblokje had hij niet genoeg; die ‘kenmerkende, archaïsche volzinnen’ vroegen erom heel precies genoteerd te worden. Van Vuure deed het enige juiste: hij vroeg om een herkansing, met recorder.  Lees verder »

hans-metz-moet-vrij

Het resultaat is het enige wat telt, dus ik schaam me nergens voor als interviewer. Ter voorbereiding van een gesprek bel ik soms familie en vrienden als ik denk dat dat nuttig is, maar laatst heb ik me ook tijdens een interview laten bijstaan.

Deze zomer is het vijftig jaar geleden dat Provo ontstond. Naar aanleiding van dat jubileum verschenen dit jaar al een boek (Rebelse jeugd) en een documentaire (Rebelse stad). Hans Metz is een van de kernfiguren van de Provobeweging, maar anders dan mannen als Roel van Duijn en Rob Stolk, was hij geen flamboyante spreker en stond hij minder op de voorgrond. Nu, op zijn 70ste, is hij nog even idealistisch als een halve eeuw geleden, maar ook nog even bescheiden.

Lees verder »

tuschinski-bk-en-ea-groot

Afgelopen maandag mocht ik met de Oude Actrice - aan wier levensverhaal ik werk - mee naar de première van de film De surprise in Tuschinski. Ze heeft er een klein rolletje in als stervende moeder van hoofdpersoon Jacob (Jeroen van Koningsbrugge). Ze had iemand nodig om haar te ondersteunen, want ze is slecht ter been. Haar kinderen waren verhinderd, één oude vriendin die in aanmerking kwam ook, ‘en verder is iedereen dood’. Ik was niet bepaald eerste keus. Lees verder »

foto-1-5

Het is een van de grootste ergernissen van journalisten: geïnterviewden die je inzage in de tekst geeft, en je verhaal vervolgens vol rode strepen retourneren. Of, erger nog: je stuk herschrijven zonder aan te geven wat ze veranderen zodat het een zoekplaatje wordt. Of hele alinea’s erbij schrijven. Lees verder »

albert-verlinde

Mijn interviewobject was Albert Verlinde. Hij had zich bij KWF Kankerbestrijding aangeboden voor een interview, zo begreep ik: zijn vader had kanker. Bovendien had hij een toneelstuk over kanker op de planken gebracht (Als de dood), ook daaruit sprak zijn betrokkenheid bij het onderwerp. Via zijn secretaresse maakte ik een afspraak met hem voor een interview in KWF-magazine Kracht. Lees verder »

bright

Gisteren had ik voor het eerst sinds jaren weer eens last van zenuwen voor een interview. Bright O. Richards is een van oorsprong Liberiaanse acteur en theatermaker, en tegenwoordig vooral bezig met zijn trainingswerk aan jonge asielzoekers. Voor dat laatste kreeg hij onlangs een prijs van het Oranjefonds. Lees verder »

telefoon-150x132

Wanneer kun je een interview telefonisch doen en wanneer niet? De richtlijn die ik zelf hanteer is – heel praktisch en prozaïsch – het aantal woorden dat ik tot mijn beschikking heb. Voor een portretterend interview van duizend woorden of meer loont het de moeite om iemand live te spreken, omdat je dan echt de diepte in moet, en dat is aan de telefoon vaak wat lastiger. Bij een interview van drie- tot vijfhonderd woorden moet je óók doorvragen om een goed verhaal te krijgen, maar uiteindelijk heb je daarbij meestal voldoende aan een of twee treffende anecdotes/sterke quotes/boeiende feiten etc., en dan voldoet de telefoon prima. Efficiency mag best een rol spelen, voor beide partijen. Lees verder »

Twee keer mocht ik hem interviewen, Denker des Vaderlands René Gude, die vrijdag overleed. (Ik ben normaal niet zo van dat nederige, maar hier is ‘mocht’ wel op zijn plaats.) De eerste keer was in 2012 voor KWF-magazine Kracht, en ik had me voorgenomen dat ik niet bij hem weg zou gaan zonder een paar praktisch-filosofische adviezen waar kankerpatiënten en hun naasten echt wat aan zouden hebben. Dat was een makkie: Gude deed niets liever dan over dit soort dingen filosoferen, en hij was er een kei in. Een half jaar later zou hij Denker des Vaderlands worden en snel naam maken met juist dit soort praktische levenslessen. Je oordeel uitstellen bijvoorbeeld, als je nog niet weet wat er precies aan de hand is. Niet in paniek raken, en ook niet denken ‘het zal wel meevallen’. Nee, afwachten tot er meer duidelijkheid is. Voor mensen die te horen krijgen dat ze kanker hebben, en eigenlijk voor iedereen, een uiterst nuttig advies. Lees verder »

Vroeger maakte ik weleens een wandeling als de juiste zinnen niet wilden komen. Of ik ging onder de douche. Mediteren heb ik ook weleens geprobeerd. Maar sinds ik begonnen ben met het schrijven van een boek, zijn er allerlei vreemde methodes bij gekomen om in de juiste werkstemming te komen. Ik ben gaan kleuren.

foto

Ik heb een schetsboek waar ik soms wat gekke dingen in krabbel en teken aan het begin van een boekschrijfdag.

foto-1

Lees verder »

images-2

Waarom stort een oer-Hollandse jongen zich op de flamenco? En wat is flamenco, wat was het dat hem zo greep, alweer bijna veertig jaar geleden? Dat waren mijn voor de hand liggende maar niet minder brandende vragen voor Eric Vaarzon Morel, flamencogitarist en -componist, ondanks zijn exotische naam hartstikke Nederlands. Ik ging hem interviewen voor NRC Handelsblad naar aanleiding van zijn nieuwe voorstelling De Waterdrager. Lees verder »

Een dik jaar hebben we het volgehouden, collega Renate van der Zee en ik, om wekelijks twee ex-partners in NRC Handelsblad te laten vertellen over hun voorbije liefde. De interviewserie ‘Ex-genoten’ in de bijlage Lux begon eind augustus 2013 en vorige week verscheen de laatste aflevering. Niet omdat wij er genoeg van hadden, en de lezers al helemaal niet, maar omdat het steeds moeilijker werd om interviewkandidaten te vinden die hun verhaal open en bloot in de krant wilden, met naam en foto. Lees verder »

Screenshot Omroep Zeeland

Screenshot Omroep Zeeland

Ik had me nog zo voorgenomen om alleen maar ‘rustig werk’ te doen de komende tijd, naast Het Boek. Maar als journalist kun je jezelf die garantie niet altijd geven. Voor ik het wist zat ik middenin een ‘onthullingsverhaal’. Vandaag staat het op de Mediapagina van NRC Handelsblad. Hier het nieuwsbericht op de website.

Het aanvankelijke idee was een reportage over een praatgroep voor jonge moslimhomo’s, de Haardvuuravonden, onder leiding van imam Hashim Jansen uit het Zeeuwse Krabbendijke. Over hoe hij uit de kast kwam als homoseksueel nadat hij vanwege zijn geaardheid ontslagen was bij de Arrahman-moskee in Goes en een nieuwe missie vond: het geestelijk begeleiden van jonge moslim-homo’s. Over hoe het toegaat op zo’n Haardvuuravond, eens in de maand bij het COC in Amsterdam; hoe Jansen, met zijn rossige baard en grijze mutsje als een goedmoedige pasja omringd door bloedmooie Amsterdamse jongens en meisjes van allochtone komaf over de Koran spreekt, over wat wel en niet mag volgens de islam - en hoe aan het eind van de avond een welluidend ‘Allahoe Akbar’ klinkt uit de mond van een van de deelnemers, waarna een gezamenlijk gebed de bijeenkomst besluit. Maar dat stuk is in de prullenbak beland, want Hashim Jansen bleek nooit te hebben gewerkt als imam in de moskee in Goes. Lees verder »

foto-39Het was een bijna vergeten, maar daarom niet minder interessante kwestie. Ik begon erover omdat ik nieuwsgierig was naar hoe hij erop terugkeek na al die jaren, en omdat er raakvlakken waren met het hoofdonderwerp van mijn interview: zijn nieuwe boek, Lege stad. Ik heb het over Guus Luijters (70), de schrijver en journalist die 35 jaar geleden door Jeroen Brouwers in een schotschrift door de mangel werd gehaald. In een compleet nummer van het literaire tijdschrift Tirade fulmineerde Brouwers tegen wat hij noemde ‘jongetjesliteratuur’. Vooral op Luijters, liefhebber van Nescio en zelf eveneens schrijver van ‘het kleine gebaar’, richtte hij zijn pijlen: Lees verder »

Tijdmachine

bally-pumpsBij toeval stuitte ik laatst op Delpher, een online krantenbank met een miljoen gedigitaliseerde Nederlandse dagbladen, van 1618 tot 1995. Mensen die zich vaker met geschiedenis bezighouden zullen ‘m vast en zeker kennen, voor mij als nieuweling in de journalistieke non-fictie was het een spectaculaire ontdekking.

Om te beginnen is het een geweldige bron van feitelijke informatie. Als ik wil weten wanneer de naam van de Oude Actrice, de hoofdpersoon van mijn boek-in-wording, voor het eerst in een krant wordt genoemd, kan ik dat vinden: op 29 mei 1943. (Zo ontdekte ik ook dat een bepaald toneelstuk niet op 8 januari 1946 in premiere ging, zoals haar theaterbiografie uit 1998 vermeldt, maar  op 21 december 1945.) Lees verder »

vis-borgerhout

Zijn oudere broer Moussa leerde ik vijf jaar geleden kennen: een slimme, dwarse politicoloog annex taxichauffeur en bakfietsvader van Marokkaanse afkomst, en nu al jaren een prominent PvdA-raadslid in mijn woonplaats Haarlem. Ik wist dat hij een sliert interessante broers had, onder wie een beeldend kunstenaar/filmer en een schrijver. Die laatste, Asis Aynan, ontmoette ik pas geleden voor een interview, naar aanleiding van zijn nieuwe - autobiografische - verhalenbundel  Gebed zonder eind. Lees verder »

Hij stond al een paar jaar op mijn lijstje van mensen die ik graag eens wilde interviewen: filosoof Joep Dohmen. Ik ontmoette hem ergens rond 2007 op een middelbare school in Nijmegen, waar hij in een forum zat en ik de discussie moest leiden. Na afloop reisden we samen per trein terug naar de Randstad. Ik was onder de indruk van hem en vooral van zijn vakgebied, de levenskunst. Hij had iets zwierigs en iets strengs tegelijk. Het woord sprezzatura schoot me te binnen, de bestudeerde flair van de hovelingen tijdens de Italiaanse Renaissance, waar ik als scholier ooit een opstel over schreef voor geschiedenis. Ik herinner me nog dat hij met grote zorg zijn jasje drapeerde over de rugleuning van de stoel voor hem. Slordig als ik ben, vond ik die aandachtigheid een teken van levenskunst, iets waar ik jaloers op was. Bij mij thuis heerst in materieel opzicht een permanente chaos. Toen ik hem dat vertelde, reageerde hij niet - zoals de meeste mensen zouden doen - schouderophalend, maar hij vond dat ik daar beslist iets aan moest veranderen. Ik kocht zijn boek Tegen de onverschilligheid, pleidooi voor een moderne levenskunst en las het gretig. Lees verder »

weer-26-mei-1942

Leuk interview vandaag in Volkskrant Magazine met de Brits-Amerikaanse schrijver Bill Bryson, naar aanleiding van zijn nieuwe boek De zomer van 1927. Hij is gek op ‘feitjes, wetenswaardigheden, memorabele details’. Bijvoorbeeld dat Charles Lindbergh zijn moeder nooit een nachtzoen gaf, maar een hand. Researchen is zijn lust en zijn leven. Het liefst zit hij in de London Library in oude krantenleggers te bladeren, vertelt hij. Maar de schatten van internet versmaadt hij niet. ‘Zoek ik de score van de wedstrijd van de New York Yankees tegen de Boston Red Sox op 18 juli 1927, dan vind ik die thuis achter mijn laptop meteen. Maar het neemt wel iets van de magie weg.’ Lees verder »

trein

Nog even terugkomend op het belang van details in een verhaal (wat voor verhaal dan ook): een prachtig voorbeeld staat in het onvolprezen Interviewen in de praktijk van Dick van der Lugt. Hij vertelt over Joeri Boom die voor een serie in De Groene over ‘vieze beroepen’ prostituée Metje Blaak interviewde. Ze zegt: ‘Ik heb altijd vies werk gedaan. Je kunt wel roepen dat het zo erg niet is om hoer te zijn, maar over het algemeen is het niet bepaald prettig. Daarin moet je eerlijk zijn.’ En dan volgt het onmisbare detail: ‘Je hebt erbij die een bruine streep achterlaten op het laken.’ Lees verder »

Iedereen die schrijft weet het: details maken je verhaal. Dat geldt voor een interview, voor een roman, voor literaire non-fictie en voor poëzie. Voor mijn boek-in-wording, de waargebeurde liefdesgeschiedenis tussen een jonge toneelschoolleerlinge en een voor de oorlog uit Duitsland gevluchte Joodse intellectueel, spreek ik wekelijks met het hoofdpersonage, de toneelschoolleerlinge. Ze werd later een beroemde actrice en is intussen 94. Ik schreef al eerder over haar. Ons vorige gesprek hadden we het onder meer over het eerste afspraakje met haar grote liefde, op 26 mei 1942. Lees verder »

foto-19

Nog even over de Conferentie Verhalende Journalistiek. Wat mij net als voorgaande jaren opviel, is dat gerenommeerde Amerikaanse collega’s zo vaak benadrukken hoe belangrijk het is om als journalist onderwerpen te kiezen die dicht bij jezelf staan. Evelio Contreras van CNN spoorde zijn publiek aan om na te denken waarom bepaalde verhalen je interesseren en waarom. Hij gaat met zijn camera bij voorkeur zijn nieuwsgierige neus achterna, vaak in het gebied waar hij vandaan komt, de grens tussen Texas en Mexico. Voor Sonia Nazario van de LA Times was het al vroeg vanzelfsprekend dat zij, die als kind het junta-bewind in Argentinië ontvluchtte, haar leven lang zou schrijven over mensen in de marge van de samenleving. Eerder schreef ik al over Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Opgegroeid met een schizofrene moeder raakte hij geïntrigeerd door het begrip ‘gekte’, en de grens tussen gekte en anti-sociaal gedrag. Die fascinatie bracht hem ertoe om als verslaggever vele weken in gevangenissen door te brengen. Lees verder »

foto-162

Als je er eenmaal op gaat letten, is er geen ontkomen meer aan. De laatste zin. Het is wonderlijk hoe mensen, ook goede schrijvers, en ook ikzelf, de neiging hebben om nadrukkelijk een punt te willen draaien aan een verhaal dat al goed is op zichzelf.

Een paar jaar geleden schreef ik een ikje (voor wie nooit een NRC of een next ziet: korte, door lezers ingestuurde anecdotes) en liet het voor ik het instuurde nog even lezen aan een bevriende tekstschrijfster en columniste. Ze mailde terug: “Briljant ikje! Maar: laat in godsnaam de laatste zin weg. De wet van Aaf. Echt waar. hij is VEEL leuker zonder die laatste zin.” (Aaf is Aaf Brandt Corstius, bij wie die vriendin ooit een workshop column schrijven volgde.)

Sindsdien let ik erop, en zie overal laatste zinnen die voor het beste resultaat weggelaten hadden moeten worden. Bij mijn eigen stukken (ook interviews) en die van collega’s, en - vooral -  bij de ikjes in de krant. Lees verder »

Gisteren was in Amsterdam de 4e Conferentie Verhalende Journalistiek: een dag vol ontroerende, spannende, grappige en leerzame verhalen over het maken van verhalen. Voor mijn prille boek-in-wording heb ik er een boel van opgestoken, maar tot mijn verrassing gaf Volkskrant-journalist John Schoorl tussen neus en lippen door ook een erg leuk lesje interviewen. Lees verder »

foto-15

Altijd was ik iemand van de korte baan. Ik had het er een paar blogjes geleden al over. Toen ik nog vertaler was, vertaalde ik opiniestukken voor de krant en later films en t.v.-programma’s. Eén keer waagde ik mij aan de vertaling van een boek, en toen die af was, kon je me opvegen. Dat nooit meer! Later werd ik journalist, en in die hoedanigheid schuwde ik weliswaar de degelijke, langere stukken niet, maar vond het toch altijd weer fijn als een verhaal na een, twee of drie weken af was en ik aan het volgende kon beginnen. Nu weet ik wat ik al die jaren gemist heb. Lees verder »

foto-boekAls kind las ik drie boeken per week. Er waren boeken bij, zoals Kruistocht in spijkerbroek, die ik herlas en herlas. Mijn leeshonger stopte abrupt in de tweede klas van de middelbare school. Ik heb dat altijd geweten aan mijn lerares Nederlands. Veel klasgenoten wist ze te enthousiasmeren voor literatuur, vooral poëzie. Haar ‘poezieclub’, waarin ze als een Sappho bij haar thuis gedichten besprak met (vrouwelijke) leerlingen, was beroemd op school, maar bleef voor mij gesloten. Ik heb nooit geweten waarom, vermoedelijk dweepte ik niet genoeg met Ida Gerhardt en Ellen Warmond. Lees verder »

brillenDat was wel even schrikken gisterenmorgen, toen ik in de Volkskrant Bert Wagendorps ontluisterende relaas over Martin Bril las. Bril is toch altijd wel een begrip geweest hier thuis. Zo spoort mijn echtgenoot mij, als ik aan het schrijven van een reportage begin, weleens aan om te ‘Martin Brillen’, waarmee hij bedoelt dat ik zo droog mogelijk moet opschrijven wat ik heb waargenomen. Precies zoals Bril zo knap deed in zijn columns. Nu blijkt - onder meer - dat hij grof geld verdiende door in die columns automerken en dergelijke te noemen. Tsjongejonge. Lees verder »

Ieder zijn rol

Onlangs had ik voor NRC Handelsblad een interview met schrijver Thomas van Aalten, naar aanleiding van zijn nieuwe roman Leeuwenstrijd. Bij het afscheid vroeg ik hem of hij het stuk vooraf nog wilde lezen. ‘Ja, mail het maar even,’ zei hij. En toen: ‘Of nee, laat ook maar.’ Hij herinnerde zich dat hij zelf ooit Arno Kantelberg interviewde, hoofdredacteur van Esquire, die weigerde om de tekst voor publicatie te lezen. Hij - Van Aalten - moest zijn werk maar gewoon goed doen. En daar was hij het eigenlijk zeer mee eens. Het leidt maar tot luiheid, vond hij, als je weet dat de geïnterviewde je tekst toch nog leest. Je kunt dingen namelijk anders - scherper - opschrijven dan ze in werkelijkheid gezegd zijn. Als je te ver bent gegaan, word je vanzelf wel teruggefloten. Terwijl jij als interviewer die beslissingen autonoom zou moeten nemen. Lees verder »

foto-12

Het interview met actrice Ariane Schluter door Greta Riemersma in Volkskrant Magazine van dit weekend eindigt intrigerend. Riemersma vraagt Schluter waarom zij en andere acteurs het zo moeilijk vinden om over zichzelf te praten (iets wat uit het voorafgaande inderdaad enigszins blijkt). Het doet er niet zoveel toe wie zij is, antwoordt Schluter. Haar collega Jacob Derwig heeft zichzelf weleens een ‘lege huls’ genoemd. Zo ver wil Schluter niet gaan, maar ze snapt wat hij bedoelt: “Als acteur ben je een kameleon, tenminste ik wel. Als je wilt spelen moet je je zó openstellen voor de meest vreemdsoortige gedragingen en emoties, dat je in jezelf een soort neutraliteit moet hebben om dat te kunnen. Je moet zelf niet al te uitgesproken zijn.” Lees verder »

Humans

hony1Vorige week was ik met mijn echtgenoot voor een weekje vakantie in New York. ‘Hé, een Human,’ zeiden we geregeld tegen elkaar, als we op straat of in een horecagelegenheid een kleurrijk persoon zagen.

Humans of New York (HONY), het ongoing project van fotograaf Brandon Stanton, die elke dag op Facebook een New Yorker portretteert,  is voor mij het ultieme bewijs dat een goed, indringend interview niet lang hoeft te zijn.

“Do you remember the most frightened you’ve ever been?”
“When I was 21 and I found out my girlfriend was pregnant.”
“How’d things turn out?”
“Pretty damn well.”

Lees verder »

Op twitter zag ik dat collega’s zich hadden geërgerd aan het interview van Marcel van Roosmalen met actrice Anna Drijver, in Volkskrant Magazine van dit weekend. Zo zei @annemiekverbeek: ‘Moedig dat Anna Drijver open over haar depressie praat, maar niks in het vk magazine interview ontroert me. Integendeel, ik voel irritatie.’ Wellicht omdat de interviewer Drijver neerzet als ’sneu geval’, dacht ze. Anderen vonden dat het interview vooral een Van Roosmalen-show was. Ook ik heb me geërgerd aan het interview, en wel omdat het doodsaai is. En dat terwijl Drijver de interviewer nog wel zo aanmoedigt: ‘Ik ben vaker geïnterviewd, veel journalisten vragen niet door. Achteraf vind ik dan dat ik goed ben weggekomen. Ik wil graag de diepte in.’ Lees verder »

woordweb

Hierboven een zogeheten 'woordweb', een schematische voorstelling van het gesprek die mij helpt om het verhaal te construeren (klik op afbeelding om te vergroten).

‘Iedereen heeft een verhaal,’hoor ik collega’s weleens zeggen. Het klinkt als ‘ieder mens is de moeite waard’. Met dat laatste ben ik het volkomen eens. En natuurlijk, als je maar lang genoeg graaft in iemands leven, zul je meestal wel iets vinden wat op zichzelf het vertellen waard is. Maar om daar vervolgens een lezenswaardig interview van te maken heb je - inderdaad - een verhaal nodig. En met een overleden kind of een moeder die van een flat springt, hoe erg ook, heb je nog geen verhaal. Dat wordt het pas als je, zoals Elena Lindemans doet in haar documentaire Moeders springen niet van flats (over de zelfmoord van haar moeder), heel precies uitlegt hoe het heeft kunnen gebeuren en wat voor invloed het heeft gehad op het leven van de verteller. Lindemans’ uitgesproken mening over euthanasie bij psychisch lijden maakt het verhaal compleet. Lees verder »

foto-61

Vaste lezers van mijn blog weten het onderhand wel: vragen staat vrij, mits je oprecht geïnteresseerd bent in het antwoord. Je krijgt zelden spijt als je een vraag stelt, wel als je dat niet doet. Domme vragen bestaan niet. Vraag dóór, want dan pas krijg je de interessante antwoorden. Laat je niet intimideren. Het zijn de mantra’s van het interviewen, die ik als docent probeer over te brengen. Het leuke van die mantra’s (tijdens mijn workshops heten ze de Tien Geboden van het Interviewen), is dat ze bijna één op één in het gewone leven toepasbaar zijn.

Dat realiseerde ik me toen een deelnemer van mijn allereerste workshop, Elise van der Velde, vertelde dat ze sinds die workshop meer lef heeft om arrogante medisch specialisten van haar spastische zoon het hoofd te bieden.  Ze durft meer vragen te stellen, en laat zich niet meer zo snel met een kluitje in het riet sturen. Zo bracht Elise mij op het idee van een Spoedcursus Vragen stellen, toen nrc.next mij verzocht om een bijdrage te leveren aan die rubriek. Dat is alweer even geleden, maar nu zijn deze Spoedcursussen gebundeld in Ik zou úren met je willen praten maar… (oké, dat is ook alweer even geleden, maar ik had het hier nog niet gemeld). Ik zal toch mijn tandarts eens vertellen dat ze zo grappig vereeuwigd is door Paul Steenhuis.

nit-istanbul

Het NIT in Istanbul

Op 3 en 4 april geef ik twee interview-workshops (het Interviewgesprek en Interviews Schrijven) aan het Nederlands Instituut in Turkije in Istanbul. De workshops (voertaal Nederlands) zijn in de eerste plaats bedoeld voor in Istanbul wonende wetenschappers, vertalers, redacteuren, enz., maar ook niet-Istanbullers zijn welkom. Dus wie toevallig voor vakantie in de stad verblijft en het nuttige met het aangename wil verenigen, meld je aan! De kosten liggen een stuk lager dan in Nederland: € 95,- (ipv € 195,-) voor één workshop en € 145,- voor twee (normaal € 340,-).

Het Nederlands Instituut in Turkije (NIT) ligt aan de Istiklal Caddesi, midden in het centrum van Istanbul.

foto-51Moeten we het nog over het interview van Robert Vuijsje met Peter Klashorst hebben, in de Volkskrant van afgelopen maandag? Want is het eigenlijk wel een interview? Het heeft meer weg van een verslag van een ontmoeting tussen twee vrienden, van wie de een ook nog eens in bewondering opkijkt tegen de ander. Zo zegt Vuijsje over Klashorst: ‘Iedereen onderwerpt zich aan Het Systeem. Hij onderwerpt zich nergens aan, met Het Systeem heeft hij niets te maken. Dat bewonder ik.’ Bewondering kan een probleem zijn voor een interviewer, omdat je het risico loopt je kritische zin te verliezen. Of gewoon bang bent dat de ander je niet meer aardig vindt. Lees verder »

scheepje

In een niet eens zo heel grijs verleden was ik ondertitelvertaler. Twaalf jaar lang heb ik - samen met mijn echtgenoot -  buitenlandse films, series, documentaires en talkshows van Nederlandse ondertitels voorzien. Onbevangen in de bioscoop naar een film kijken (behalve als het een Nederlandse is) lukt sindsdien niet meer. Lees verder »

vespaNatuurlijk doet het er helemaal niet toe, waar ik het in mijn vorige blogje over had, of schrijver Mano Bouzamour in werkelijkheid nu op de havo zat of op het vwo en hoe (weinig) geïntegreerd zijn Marokkaanse ouders nu precies zijn, en in welk deel van De Pijp hij woonde. Zelfs of zijn broer een echte zware jongen was vroeger, of een kruimeldiefje, is niet de essentie. Lees verder »

thumb_bouzamour_-_de_belofte_van_pisaAls ik schrijvers interview, gaat het gesprek behalve over hun boek ook altijd over hun leven. En onvermijdelijk over het verband tussen die twee. Want een roman is fictie, maar soms vertoont de hoofdfiguur verdacht veel overeenkomsten met de auteur, en lijken hun beider lotgevallen op zijn minst deels te overlappen. Dat betekent dat je in dit soort interviews tot vervelens toe moet vragen hoe het ‘in het echt’ zit. Ongemakkelijk, omdat een schrijver al gauw denkt dat je zijn roman reduceert tot een verzameling anecdotes. Maar om een goed portret te kunnen maken van de schrijver, kan het niet anders. Lees verder »

Stijve nek

rutte1

Het is schandalig, maar als ik de naam Nelson Mandela hoor, schiet ik altijd in de lach. Afgelopen week moest ik, vanwege alle berichten naar aanleiding van zijn overlijden, steeds weer denken aan mijn collega Renate van der Zee (ik heb het verhaal hier al eens opgeschreven), die iemand interviewde voor de serie ‘Zelfportret’ in HP/De Tijd, waarvan de vragen gebaseerd zijn op de Questionnaire van Proust. Een van de vragen luidt: ‘Wie zijn uw helden?’ Haar gesprekspartner antwoordde: ‘Nelson Mandela.’ ‘Nee, ‘ zei Renate streng. ‘Dat mag niet.’

Lees verder »

Arjan Ederveen in Hollands Dagboek (NRC Handelsblad van dit weekend):

“Interviewgereutel voor de film Midden in de Winternacht die woensdag in première gaat. Altijd raar. En altijd nieuwsgierig naar wat de journalist ervan bakt. Geen peil op te trekken. Soms kort stom gesprekje, achteraf leuk artikel. Soms lang interessant gesprek, en stom flutstukje.”

Ik heb het al vaak verkondigd (onder meer hier): het interviewgesprek zelf zegt weinig over de kwaliteit van de uiteindelijke tekst (sterker nog: als het al te gezellig wordt, zoals mijn interview met Marjan Berk (zie Garnalenkroketten) is het oppassen geblazen. En een zenuwslopend gesprek kan een prima resultaat opleveren).

Nu horen jullie het eens van een ander!

full-quote

Dit weekend stond in de Volkskrant een interview met Allan Cullison, de Wall Street Journal-journalist over wie ik vorige week schreef. De inhoud van het stuk verraste me niet, die kwam aardig overeen met de lezing die hij gaf op 14 november in Amsterdam. Wel verwonderde ik me over de vorm: het was in full quote geschreven, als een monoloog, zonder vragen of commentaar van de interviewer. Lees verder »

oor-en-pen

Afgelopen dinsdag vond de eerste Gerard van Westerloo-lezing plaats, georganiseerd door de Stichting Verhalende Journalistiek ter ere van de vorig jaar overleden legendarische reportageschrijver Gerard van Westerloo. Hoofdspreker was Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Zijn betoog was moeizaam te volgen, onder meer omdat Cullisons zinnen vaak eindigden in een introvert gemompel, alsof hij zelf niet helemaal geloofde in wat hij zei. Misschien waren het zenuwen, geen idee. Na afloop kon het publiek vragen stellen, die gingen allemaal over zijn werk als terrorisme-verslaggever, waar hij tijdens zijn lezing nauwelijks over gerept had. Toen raakte hij in zijn element en hing de zaal alsnog aan zijn lippen. Lees verder »

voicerecorder

Ooit interviewde ik Joost Prinsen naar aanleiding van een verzamel-cd-box met liedjes die hij had uitgebracht. Ik was erg verrast, vond de cd echt ontzettend mooi. Prinsen had ook toen al van alles en nog wat gedaan in zijn leven: van acteren, zingen, regisseren en lesgeven aan de Toneelschool tot televisieprogramma’s presenteren en schrijven over bridge. Ik vond het doodzonde, zo’n versnipperd bestaan, terwijl hij - naar mijn idee - een groot talent had. Dus mijn belangrijkste vraag aan hem was: ‘Waarom heb jij je nooit helemaal op het zingen gestort?’ Lees verder »

sneek-okt-20131

De afgelopen maanden heb ik verschillende artikelen geschreven over allerlei werkloosheidsprojecten in Nederland. Degelijke, informatieve achtergrondverhalen, maar wel van achter mijn bureau gemaakt. Dat heeft als voordeel - behalve dat het snel en efficiënt werkt - dat je nuchter, van een afstand, de dingen kunt bezien, maar soms is het goed om wél op pad te gaan, te kijken, ruiken, mensen in de ogen te kijken. Dat wist ik natuurlijk wel - ik heb in het verleden veel reportages gemaakt -  maar gisteren ervaarde ik het weer eens. Lees verder »

Zelden heb ik heimwee naar de tijd waarin ik begon als journalist, halverwege de jaren negentig. Vooral omdat ik enorm onzeker was, tegen redacteuren en ervaren freelance-collega’s opkeek alsof het halfgoden waren en me door het minste of geringste uit het veld liet slaan.

Journalisten die nu beginnen als freelancer hebben het nog veel moeilijker. Ik vraag me af of ik het in die begintijd had volgehouden als ik net als nu voortdurend met eigen artikelideeën had moeten komen. Natuurlijk bedacht ik vroeger óók zelf verhalen, maar net zo vaak werd ik gewoon gevraagd. Of - ik schreef het al eerder - ik belde een redactie met een vaag idee, dat ik prompt kon uitvoeren.

Lees verder »

Mislukt

Age

Age zingt 'Het zal je kind maar wezen'

Nooit eerder had ik, op wat tweets na, geschreven over mijn gehandicapte kind. Anders dan collega’s als Annemarie Haverkamp, Sanne Kloosterboer en mijn vriendin Elise van der Velde kon ik kennelijk de woorden niet vinden, of misschien had ik er gewoon geen behoefte aan. Daar komt bij dat onze zoon Age (bijna 16) lang niet zo erg gehandicapt is als Job, Yaël en Ties.  Het schoolse leren gaat hem moeilijk af en ook in andere dingen is hij trager dan de meeste kinderen; het reguliere onderwijs was niet voor hem weggelegd. Kortom: een zorgenkind van jongsaf aan, maar niet zo een dat bij de geboorte de wereld van zijn ouders op zijn kop zette. Lees verder »

Ex-genoten

Een van de zegeningen van afgelopen werkjaar was de samenwerking met collega Renate van der Zee. In het voorjaar vroeg NRC Handelsblad ons om samen een wekelijkse interviewrubriek op ons te nemen, ‘Thuis&’, waarin publieke personen vertellen over hoe hun jeugd hen gevormd heeft tot wie ze nu zijn. We hadden er veel plezier in, en voor zo ver wij begrepen hebben de lezers ook. Toen het katern Mens& ophield, en daarmee de rubriek, volgde in de bijlage Lux de zomerserie ‘Tienertoer’: schrijvers en kunstenaars vertellen over hun eerste vakantie zonder ouders.

Hoewel de samenwerking vooral logistiek van aard is, maakt die het werk oneindig licht. We grijpen het technisch overleg geregeld aan om over het vak te filosoferen, plezier te maken en een glas rosé te drinken. Collega’s als zij (gelukkig heb ik er flink wat) zijn onmisbaar in het leven van een freelance journalist. Lees verder »

smiley-manisch-positief

Freelance journalisten klagen graag en veel. Over opdrachtgevers die niet reageren op artikelvoorstellen, over te lage tarieven, over de slechte markt, over de kwaliteit van de journalistiek in het algemeen. Heel nuttig dat klagen, soms, even, in kleine kring. En terecht ook, soms. Maar blijven hangen in negativiteit is, in mijn ogen, dodelijk. Bijna letterlijk, arbeidstechnisch gezien. Lees verder »

Hij had eigenlijk griep, zei hij. En een interview in de vorm van ‘levenslessen’ vond hij, de veelbelovende jonge vormgever, een beetje raar. Voor mij was het ook onwennig, want het was de eerste keer dat ik deze interviewrubriek deed. De voorbereidingstijd was kort geweest en ik wist tot twee dagen ervoor weinig van vormgeving, dus ik stelde vragen als ‘wat is het verschil tussen kunst en vormgeving?’ Dat was, ik voelde ‘m al aankomen, ‘niet interessant’. Lees verder »

Volgende week ga ik oud-premier Dries van Agt interviewen. Kort nadat ik het verzoek om een vraaggesprek via zijn uitgever had gedaan, belde Van Agt op om een afspraak te maken. Hij had echter wel een voorwaarde: hij wilde in de tekst kunnen wijzigen, ‘en niet alleen feitelijke onjuistheden’. De moed zonk me in de schoenen, want ik moest meteen denken aan Pieter van Vollenhoven, die journalisten een contract laat tekenen waarin hij laat vastleggen dat hij totale zeggenschap heeft over de uiteindelijke tekst, zoals onlangs weer bleek uit een interview met hem in de Volkskrant. Lees verder »

‘Nu begrijp ik waarom ik nooit geslaagd ben als freelancer,’ zei een vriend naar aanleiding van mijn vorige blogje. (Hij heeft alweer jaren naar tevredenheid een vaste baan.) Het is waar, de een is er voor in de wieg gelegd, voor freelancen, de ander doet het noodgedwongen. Die laatste groep groeit, en de freelance journalistiek is een vechtmarkt geworden. Veel collega’s hebben moeite om een plek te veroveren of te behouden. Ook ervaren freelancers worden soms moe om zichzelf altijd maar weer te moeten bewijzen. Ik ook, maar dat duurt nooit lang. In de loop van de jaren heb ik allerlei mechanismen ontwikkeld om niet bij de pakken neer te zitten bij tegenslag en het overgrote deel van de tijd lol te hebben in mijn werk, en er ook nog een gezin van te kunnen onderhouden (vegetarisch, en zonder auto, maar toch). Ik deel mijn ervaringen graag op Twitter en Facebook en irl, in de kroeg en als bestuurslid van de FreeLancers Associatie. Maar nu is er ook een workshop! De Gelukkige Freelancer!

Sinds een paar maanden ben ik bestuurslid van de Freelancers Associatie. Daar houd ik me vooral bezig met het inspireren en begeleiden van jonge en aankomende freelance journalisten. Morgen geef ik voor masterstudenten Journalistiek & Media van de Universiteit van Amsterdam een presentatie over het bestaan van freelance journalist. Hieronder de belangrijkste adviezen die ik hen wil meegeven.

De Tien Geboden van de Freelance Journalist

1. KEN JEZELF

Zorg dat je weet waar je goed in bent, en waarin minder goed. Je ziet dat niet altijd automatisch van jezelf. Als je accuraat en snel in goed Nederlands een nieuwsberichtje kunt maken, vind je dat zelf waarschijnlijk heel gewoon, en toch is het een kwaliteit die lang niet iedereen heeft. Als je origineel bent, scherp kunt formuleren, niet bang om voor je mening uit te komen is dat niet iets waarmee je onmiddellijk een journalistieke praktijk mee uit de grond stampt, maar met zo’n profiel kun je het ver schoppen, als je je maar bewust bent van je kwaliteiten.

Vind uit wat die kwaliteiten zijn waar jij de boer mee op kunt. Hoe je dat doet? Door veel met mensen te praten, met collega’s, maar ook met redacteuren. Door feedback te vragen op je werk, van opdrachtgevers maar ook van collega’s. Lees verder »

blablabla

Bij het schrijven van interviews geldt de regel dat je de woordkeus en de spreektrant van de geïnterviewde enigszins moet zien over te brengen, zodat de lezer het gevoel heeft de persoon in kwestie ook werkelijk te horen praten. Als Mart Smeets het over de ‘Ronde van Frankrijk’ heeft, maak je daar geen Tour de France van. Wanneer een 15-jarige jongen met het syndroom van Asperger een ouwelijk taalgebruik heeft, laat je dat min of meer intact.

Lees verder »

cover-verloren-grond

Dag Brigit,

Ik heb een verzoek. Zou jij misschien op mijn boekpresentatie op 19 april iets willen zeggen over mijn roman?

Jij bent de eerste buiten mijn kring van uitgever en agent die het gelezen heeft en je bent de eerste die me heeft geïnterviewd. Het hoeft niet lang. Een paar minuten zou al prima zijn.

Ik zou me vereerd voelen.

Hartelijke groet,

Murat

Toen ik dit mailtje kreeg van Murat Isik, was ik op mijn beurt vereerd. Een journalist hoort een zekere afstand te bewaren tot zijn onderwerpen, en daar horen eigenlijk geen feestredes op boekpresentaties bij van schrijvers die je hebt geïnterviewd. Maar ik ben, al kan ik zeker kritisch zijn als het moet, toch vooral een empathisch interviewer. Wat betekent dat ik mensen interview juist omdat ze op een of andere manier indruk op me gemaakt hebben. Bij Murat Isik was dat omdat hij een prachtig en meeslepend boek had geschreven. Dus zei ik ja en hield ik donderdag tijdens de feestelijke presentatie een lofrede op Verloren grond. Hij is hier te lezen. Voor het interview met Murat in NRC klik hier.

‘Als je maar weet dat ik geen slappeling ben,’ zei ik tegen de sportredacteur. ‘Dat weet ik,’ antwoordde hij. ‘Het is oké.’ Opgelucht legde ik de telefoon neer, maar ik voelde me ook wel een beetje vreemd. Nooit eerder had ik er bij een redactie voor gepleit om iets niet op te schrijven, ook al had de geïnterviewde het wel gezegd. Andersom is wel een aantal keer gebeurd, dat een eindredacteur iets schrapte uit mijn verhaal, bijvoorbeeld een kennelijk iets te gruwelijk detail in mijn interview met de machinist die negen keer iemand voor zijn trein had gehad. Lees verder »

Het is een anecdote die ik al vaak heb verteld, maar nu moet ie maar eens vastgelegd worden. Ik had, het was een jaar of twee geleden, mijn borst natgemaakt voor een interview met Mart Smeets. Hij had nogal een reputatie, het scheen dat hij er niet voor terugschrok om interviewers te schofferen als dat nodig was. Dat gebeurde niet, maar hij maakte me wel zenuwachtig omdat hij vooraf niet wilde zeggen hoeveel tijd hij voor me had. ‘Dat zien we wel.’ In gedachten zag ik hem plotsklaps wegbenen uit het cafeetje aan het Spaarne waar we zaten naar zijn huis aan de overkant, mij achterlatend met een waslijst aan niet-gestelde vragen. Lees verder »

Pijnlijk

Om met een mooi verhaal thuis te komen, moet een interviewer zich vooraf goed bewapenen. Frénk van der Linden noemt bijvoorbeeld het mes van de kennis: hoe meer je weet over je gesprekspartner, hoe groter de kans dat je nieuwswaardige en/of wezenlijke dingen te horen krijgt. Een voor mij even belangrijk wapen is oprechte interesse. Door écht te willen weten hoe iemand in elkaar zit, waarom iemand doet wat hij doet, kun je je de brutaalste vragen permitteren. Lees verder »

Nieuwe nederigheid

Interviewers moeten terug naar de nederigheid, het respect en de bewondering. Dat zei journaliste Corine Koole onlangs in een lezing ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van haar uitgeverij. De aanleiding voor haar pleidooi was het interview van Greta Riemersma met Connie Palmen, in Volkskrant Magazine van 12 november. Riemersma staat volgens Koole voor een ‘groeiende groep interviewers’ die slechts keffen en bijten en authentieke nieuwsgierigheid ontberen. “Ze (…) stelt geen enkele vraag waaruit blijkt dat ze werkelijk wil weten, weten, weten wat voor vrouw Connie Palmen is. Kijk mij eens lekker brutaal zijn, schreeuwt ze haar als vragen vermomd commentaar. Kijk mij dit vogelverschrikkersvrouwtje eens pittig aanpakken.” Lees verder »

Superalfa

Heel even dacht ik dat het een grap was, die mail van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat een artikel van mij was voorgedragen voor de CBS Persprijs 2011. Die prijs gaat jaarlijks naar een journalist ‘die in de media op een aansprekende wijze onderwerpen heeft gepubliceerd en hierbij gebruik heeft gemaakt van CBS-informatie’. Lees verder »

Zo’n beetje alle journalistieke genres heb ik wel beoefend, op één na, de column. Nooit enige ambitie daarin gehad ook. Ik zag mezelf nog eerder een verslag van een voetbalwedstrijd maken dan iets schrijven wat ook maar leek op een column. Misschien omdat ik niet geassocieerd wilde worden met het grote leger would-be columnisten van bedenkelijk niveau. En aan de echt goede zou ik toch nooit kunnen tippen. Maar onlangs overleed mijn schoonmoeder, en op Twitter vertelde ik over de bizarre dingen die je meemaakt als je een poosje dagelijks met de dood te maken hebt. Van alle kanten werd er geroepen: “Ik-je! ik-je!” Nou ja, jullie raden het al. Hier is het te lezen.

Nederig

Ik ben niet zo’n #lovemyjob-type, een interviewer die voortdurend dankbaar is dat ze met zoveel bijzondere mensen mag praten die haar openhartig hun leven toevertrouwen en er nog geld voor krijgt ook. In mijn ogen is het toevallig wel de interviewer die dat bijzondere naar boven moet halen en vervolgens ook nog eens geloofwaardig opschrijven. En dat valt lang niet altijd mee.

Maar soms, op zijn tijd, word ik nederig. Dan zie ik het opeens wel degelijk als een voorrecht om zomaar iemands leven binnen te mogen stappen en alles te vragen wat je wil weten. Dat was het geval toen ik een paar weken geleden de Utrechtse antiquaar-schrijver Hans Engberts mocht interviewen. Normaal zeg ik dat nooit, dat ik iemand ‘mag’ interviewen (ik ‘ga’ of ik ‘moet’ altijd iemand interviewen), maar Engberts had een dag ervoor te horen gekregen van de artsen dat hij nog zo’n twee maanden te leven had. Als je tijd zo schaars is geworden en dan toch tweeënhalf uur uittrekt om te praten met iemand die je nooit eerder ontmoet hebt, dan kan ik alleen maar mijn hoed afnemen.

Van zijn verhaal zelf was ik ook erg ondersteboven. Met een verbijsterende levenslust bereidt hij zich voor op het einde. Nou, als het zó kan, ziek worden en doodgaan, dan valt er weinig meer te vrezen eigenlijk. Dat was wat ik dacht toen ik wegging. En iets als ‘lovemyjob’, ja, dat dacht ik ook. Ik ga er geen gewoonte van maken.

vasil-gazaryan-concierge

Vasil Gazaryan

Twee maanden geleden schreef ik al over Vasil, de conciërge van Mytylschool de Regenboog in Haarlem, waar mijn zoon tot deze zomer op zat. Ik ontdekte bij toeval dat hij jarenlang het Straatjournaal verkocht had. Met collega en mede-mytylschoolmoeder Elise van der Velde ben ik hem op een ochtend gaan interviewen over zijn leven. Het resultaat stond 22 juli in Haarlems Dagblad en is hier te lezen.

Na dat gesprek met Vasil ben ik een beetje in verwarring. Lees verder »

Religie is een van de onderwerpen waar ik graag over schrijf. Het is iets wat mensen bindt en splijt, iets wat het beste in mensen bovenhaalt, en het slechtste. Tot nog toe interesseerde ik me in het bijzonder voor de extremen: salafisten, Opus Dei-aanhangers, losgeslagen ex-gereformeerden, het miljoenenkapitaal van de Doopsgezinde Gemeente Haarlem. Mooie journalistieke onderwerpen, zeker (over de laatste twee heb ik daadwerkelijk geschreven), waar ik ook nu mijn neus niet voor zou ophalen. Lees verder »

straatjournaal

De raadszaal in het gemeentehuis van Haarlem. Een hoorzitting over de afschaffing van de ID-banen (Melkertbanen, zeg maar). Het protestcomité had mij gevraagd als gespreksleider. Hoewel ik ook vond dat het wegbezuinigingen van de laatste honderd ID’ers in Haarlem niet bepaald sociaal was, had ik vooraf besloten dat ik met een onafhankelijke, journalistieke houding de bijeenkomst zou leiden. Ja, het was erg dat een speeltuin in de binnenstad van Haarlem misschien moest sluiten omdat de beheerder ontslagen werd. En nee, het gaf geen pas dat een vrouw die belangrijk werk deed bij het Straatjournaal weg moest zodat het voortbestaan van de daklozenkrant in gevaar kwam. Maar hé, meehuilen met de wolven, daar was ik niet voor ingehuurd, toch?
Lees verder »

p4250051a

Het was ongetwijfeld goed bedoeld van de mensen die me ‘prettige vakantie’ wensten voor ik eind april naar Turkije vertrok. Iemand had het zelfs over een ’snoepreisje’. Als niet-ervaren reisjournalist lachte ik dan maar wat, en mompelde voorzichtig dat het toch eigenlijk gewoon werken was.

Zo stelde ik me dat tenminste wel voor. Lees verder »

Au suivant

Siddharta Mukherjee

Het was, als ik me goed herinner, voor het eerst dat ik een internationaal vermaard persoon ging interviewen. Het moest in het Engels, wat voor geen van ons beide de moedertaal was, maar hij, Siddharta Mukherjee, arts en schrijver van Keizer aller Ziektes, woont al zijn halve leven in Amerika en sprak die taal toch heel wat vlotter dan ik. Al die jaren Engels aan de universiteit leken even helemaal voor niets, ik voelde me een hakkelaar en een stuntelaar. Lees verder »

Jacqui Banaszynski

Jacqui Banaszynski

Zo’n 150 journalisten waren afgelopen vrijdag bijeen voor de Eerste Conferentie Verhalende Journalistiek. Het was een emotioneel gebeuren. Voor mij, maar ik denk dat dat gold voor heel veel deelnemers. Verreweg de meeste waren freelancers, voor hen is het al opwindend om met zoveel collega’s bij elkaar te zijn en de hele dag over journalistiek te praten, en dan nog wel over dat ene bijzondere, in Nederland niet al te ontwikkelde genre. Lees verder »

264px-leonardo_self

Nadat ik net een groot verhaal bij hem had ingeleverd met als onderwerp “wat te doen bij geweld op straat” vroeg Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, wat ik eigenlijk wilde in de journalistiek. Ik vond het een vreemde vraag. Alles, natuurlijk! Me specialiseren betekende mezelf beperken, en ik wilde niets liever dan allround-journalist zijn. Dus ik antwoordde naar waarheid: “Mijn doel is om voor alle katernen van de Volkskrant te schrijven.”

In kringen van freelance journalisten is het een idée reçue dat je je moet specialiseren wil je een levensvatbare praktijk opbouwen als huurling in de journalistiek. Toen ik begon (halverwege de jaren negentig) was dat niet zo, of het was niet tot me doorgedrongen. Of ik wilde het gewoon niet weten. Want het aantrekkelijke van de (freelance-)journalistiek vond ik nu juist dat je over álles kon schrijven wat je interessant vond. En behalve sport en auto’s vond ik alle domeinen van het leven even boeiend. En eigenlijk vond ik dat dat voor iedere journalist zou moeten gelden.

Het verhaal kwam op de cover, maar toch is het nooit meer wat geworden tussen Jan Tromp en mij. Pas jaren later begreep ik waarom: hij kon mij niet plaatsen, en terecht, ik was een Journalist ohne Eigenschaften. Alles willen is in zekere zin niks willen.

De omslag kwam op een internationaal urologencongres in Berlijn. Daar was ik heen gegaan in de hoop een artikel te kunnen schrijven voor een wetenschapsbijlage over een nieuw middel voor prostaatkankerpatiënten. Ik was sceptisch genoeg - ik was daar op uitnodiging van de medicijnenfabrikant, die ook de vliegreis en het verblijf in een 5-sterren-hotel betaald had - maar veel te onervaren op het gebied van gezondheidsjournalistiek om te weten welke kritische vragen ik moest stellen en hoe ik erachter moest komen of dit middel nu écht een doorbraak was, zoals alle urologen op dat congres (betaald door de farmaceutische industrie, vermoedde ik) beweerden. Eenmaal thuis belde ik een willekeurige uroloog van een willekeurig ziekenhuis, en die legde mij in één minuut uit dat ik in een enorme publiciteitsstunt getuind was, en dat ik mijn tijd hopeloos verspild had. Op dat moment besloot ik dat een uomo universale in de journalistiek te willen zijn een mooi, maar onhaalbaar ideaal is.

foto: Ruben Eshuis

foto: Ruben Eshuis

“In Nederlandse interviews begint het privéleven zo te domineren dat het onderscheid tussen kwaliteitskranten en pulpbladen vervaagt.” Aldus Frénk van der Linden, interviewer en organisator van Het Grote Interviewgala op 16 februari j.l. In de publiciteit rond dat gala kwam hij geregeld terug op deze kwestie. “Portretterende interviews leunen steeds meer op privé-elementen. Dus: ik ben misbruikt in mijn jeugd, en daardoor ben ik in mijn politieke partij voor dit en dat opgekomen. Het is vaak amateurpsychologie, ook in mijn eigen stukken.” (Volkskrant, 14-2-11). Lees verder »

Ooit interviewde ik voor de levensverhalenrubriek “Het verhaal van…”  in NRC Handelsblad een jonge vrouw die actief lid was van de SGP.  Het gesprek ging, dat hoeft niet te verbazen, over wat zij zocht en vond in het steile geloof, hoe ze met dat geloof midden in de maatschappij probeerde te staan enzovoorts. Wat ook niet hoeft te verbazen is dat ik mijn uiterste best deed om er een weerbarstig verhaal van te maken, waarin, om in zwaar christelijke sferen te blijven, een zekere worsteling zichtbaar was. Dat was, met enige moeite, gelukt. Zo vertelde de vrouw dat ze het als puber niet zo leuk vond dat haar moeder altijd precies op het juiste (lees: verkeerde) moment met thee kwam aanzetten als ze met haar vriendje op haar kamer zat. Lees verder »

Foto: Thomas Donker

Foto: Thomas Donker

Sinds ik Thiandi Grooff heb geïnterviewd, de jonge universiteitsstudente die tot haar veertiende als ernstig verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, geef ik mensen die er vreemd uitzien en zich afwijkend gedragen altijd het voordeel van de twijfel. Ik bedoel: je kunt je beter de ene kant op vergissen, dan de andere kant. Thiandi heeft mijn blik op gehandicapten voorgoed veranderd.

Niettemin heb ik ademloos gekeken naar de manier waarop Jos van der Veldt, oud-fysiotherapeut en rolstoeltechnicus, met ernstige, meervoudig gehandicapte kinderen omgaat. Samen met fotograaf Thomas Donker maakte ik een reportage over hem voor NRC Next. Van der Veldt traint zwaar spastische, niet-sprekende kinderen (en een enkele volwassene) in het rijden in een speciale rolstoel, die hen meer mogelijkheden en dus zelfstandigheid geeft. Niemand weet wat ze denken en wat er in hen omgaat, maar hij spreekt ze onvermoeibaar, vastberaden en consequent toe als normale mensen. Niet wat je niet kunt telt, maar wat je wél kunt. En heb je eenmaal laten zien dat je iets kunt, dan helpen smoesjes niet meer. Een houding waar ikzelf als moeder van een moeilijk lerende, autistische zoon veel van kan opsteken.

Zie ook het weblog van fotograaf Thomas Donker.

Om nog even op Thiandi terug te komen: naar aanleiding van een televisie-uitzending over haar, kwamen er een aantal reacties op mijn interview met (en blogje over) haar. Daaruit blijkt dat sommige mensen haar nog altijd als ‘freak’ zien, ondanks het feit dat ze aan de universiteit studeert. Zij, en mensen als Jos van der Veldt hebben nog een hoop missiewerk te verrichten.

Famke

foto: Anaïs Lopez
foto: Anaïs Lopez

Een interview is altijd een gestileerde, of misschien zelfs gemanipuleerde weergave van een gesprek. Als ik, zoals in het geval van de voormalig dakloze Famke Mackaay, drieënhalf uur met iemand praat en dat gesprek (voor NRC Next) moet vatten in 1200 woorden, kun je meer niet dan wél vertellen. De lezer moet er maar op vertrouwen dat mijn journalistieke filter goed werkt. Zelf vertrouw ik er ook meestal op dat mijn blik scherp genoeg is om Het Verhaal te destilleren uit het gesprek met de geïnterviewde. Ik moet natuurlijk zeggen: Een Verhaal, want iedere andere collega had een ander gesprek gevoerd en een ander interview geschreven. Als interviewer neem je jezelf altijd mee. Je persoonlijke ervaringen, je kijk op de wereld, je specifieke interesses en hang-ups, die kun je niet wegpoetsen. En dat hoeft ook niet. Het is tenslotte jouw verhaal.

Lees verder »

Zo’n twee jaar geleden hoorde ik voor het eerst over de Gülenbeweging, een Turks-nationalistische islamitische stroming. Ik was meteen geïnteresseerd, omdat ik net begonnen was me te verdiepen in de verzuiling van de Turkse gemeenschap in Nederland. Ik volgde wat erover gezegd en geschreven werd in de media, zonder dat ik concrete plannen had om er zelf over te schrijven. Lees verder »

Jan & Trudy

Een tijdlang beschouwde ik mezelf als onderwijsjournalist. Dat begon ooit met een interview. Jan Obbeek, leraar op een kalme scholengemeenschap in Haarlem-Zuid, vertelde over de jaren dat hij les gaf op het zwarte Montessori College Oost in Amsterdam. Hij begon enthousiast en idealistisch, maar raakte gaandeweg steeds meer gefrustreerd. Vooral het seksisme en de homofobie van de jongens stuitten hem tegen de borst. Het interview (hier te lezen) sloeg in als een bom. Lees verder »

De sloper

Nogal onverwacht kreeg ik een paar weken geleden de vraag waarom ik eigenlijk interview. De situatie was er niet naar om me er met een grap vanaf te maken (’brood op de plank!’), dus voor het eerst werd ik gedwongen om na te denken over die vraag.

Ischa Meijer heeft zich weleens laten ontvallen dat hij zo graag interviewde om zichzelf beter te leren begrijpen. Ook Frénk van der Linden zegt het, dat je als interviewer de vragen stelt waar je voor jezelf, voor je eigen leven, een antwoord op wilt hebben. Interviewen als psychotherapie. Ik zou me dus in goed gezelschap bevonden hebben als ik zo´n soort antwoord had gegeven. Alleen gaat het voor mij niet echt op. Lees verder »

Can

wwwyeniresimcom_-_mzik_aletleri_-_saz_resimleriVandaag stemmen de Turken per referendum over een reeks voorgestelde grondwetswijzigingen. De Ja/Nee-campagne houdt het land al weken in zijn greep. Zonder in te gaan op de ins en outs van die grondwetswijzigingen - dat kunnen anderen veel beter, zoals Turkije-correspondent Fréderike Geerdink (zie haar blog www.journalistinturkije.nl) - wil ik het wel even hebben over de Alevieten.

De Alevieten zijn een progressieve religieuze minderheidsgroep in Turkije, die eeuwenlang is gediscrimineerd, en bij tijden onderdrukt en vervolgd. In 1993 nog werden bij een aanslag op een hotel in Sivaş 33 Alevieten gedood. Sinds enige tijd komt er langzaam verbetering in hun positie, maar nog altijd hebben ze het gevoel als tweederangsburgers te worden behandeld. De voorgestelde grondwetswijzigingen zullen daar geen of veel te weinig verandering in brengen, denken de 20 miljoen Alevieten in Turkije, en daarom zijn ze tegen.

Niet alleen in Turkije is ongeveer een kwart van de bevolking Aleviet, ook in Nederland bestaat de Turkse gemeenschap voor een kleine 25 procent uit Alevieten: zo’n 85 duizend. Toch weten weinig mensen van hun bestaan. En dat terwijl ze zo’n prachtig tegenwicht bieden aan de conservatieve, vrouwonvriendelijke, bekrompen moslims die de laatste jaren de beeldvorming over de islam bepalen. Vandaar dat ik al een tijdje het plan had om iets te schrijven over Alevieten in Nederland. Het is uiteindelijk een interview geworden met Can Aydoğdu, een jonge Aleviet uit Hoofddorp. Een paar weken geleden stond het in nrc.next. Het is hier te lezen.

antillianenresized200x0Zo’n twintig jaar werk ik nu voor kranten en andere nieuwsmedia. De eerste jaren als vertaler van (voornamelijk) opiniestukken, later ging ik zelf schrijven (heerlijk, je eigen woorden kunnen kiezen!): reportages, achtergrondartikelen en interviews. Alle genres zo’n beetje dus, en van begin af aan schreef ik bovendien over veel verschillende onderwerpen. Dus ik voelde me eigenlijk altijd wel een allround-journalist. Ten onrechte, weet ik sinds een tijdje. Lees verder »

Schizofrenie komt onder Marokkaanse mannen van de tweede generatie bovengemiddeld vaak voor. ‘Ik vermoed dat het bij 20 procent van de Marokkaanse verdachten een rol speelt.’ Een Utrechts project richt zich op de hele familie.

Neem de Utrechtse familie Boussoufa, afkomstig uit een dorpje in het Marokkaanse Rifgebergte. Moeder 39 jaar, vader 38. Zes kinderen in de leeftijd van 11 tot 24 jaar. Vader heeft door een ongeluk hersenletsel opgelopen en is lichamelijk en geestelijk zwak. Hij en zijn vrouw zijn beiden analfabeet. Ze hebben dus veel moeite om zich staande te houden in de Nederlandse maatschappij, en dan gaat hun oudste zoon Hamid zich ook nog eens vreemd gedragen.

Hij beweert dat hij stemmen hoort die hem opdrachten geven. Hij maakt schulden, vooral door de boetes die hij krijgt wegens wildplassen, reizen zonder kaartje en roken op plaatsen waar dat niet mag. De ouders voelen zich verantwoordelijk en komen daardoor in ernstige financiële problemen. Lees hier het hele artikel.

Voor de trouwe lezers van dit blog die niet mijn berichten op Twitter volgen: afgelopen week ontspon zich hier naar aanleiding van een drie maanden oude posting ineens een levendige discussie over interviewen en geïnterviewd worden. Ik schreef over een interview in de VPRO-gids met Charlotte Mutsaers, naar aanleiding van de documentaire die Suzanne Raes over haar maakte. Mutsaers had er grote moeite mee dat Raes haar eigen verhaal wilde vertellen, mijn stelling was: een interviewer móet zijn eigen verhaal vertellen. Miss Leon, een kunstenares, vroeg zich af of ik wel voldoende consideratie had met de - per definitie - gevoelige kunstenaarsziel. Even later viel Charlotte Mutsaers haar bij. Hoorde een interviewer cq documentairemaker niet te werken vanuit oprechte interesse in de ander? Bien sûr! Eind goed, al goed. Lees hier de oorspronkelijke posting en de reacties.

Anne

anne

Anne Mreijen

Een interviewer wordt geacht zijn of haar emoties in bedwang te houden. Toch overkomt het me elk jaar wel een keer dat ik volschiet tijdens een gesprek. Meestal als de geïnterviewde met een uitgestreken gezicht een treffende metafoor gebruikt om een ellendige situatie te typeren. Maar soms ook om iets grappigs, of tragi-komisch.Tijdens het interview met de chronisch zieke Anne Mreijen voor NRC Next (vandaag op de ZIN-pagina, hier te lezen) hield ik het niet droog toen ze vertelde over de eerste ontmoeting met haar vriendje, vier jaar geleden tijdens het vorige WK-voetbal. Hilarisch, hoe zij als “soort van witte engel” op een scootmobiel het hoofd op hol bracht van een 15-jarige jongen. Nu - vier jaar later - is ze veel zieker dan toen, maar ze zijn nog altijd samen. Diep-romantisch vind ik dat.

Ibrahim Yerden Foto: uitgeverij Van Gennep

Ibrahim Yerden Foto: uitgeverij Van Gennep

Allochtone ouders en kinderen maken nauwelijks gebruik van preventieve opvoedingsondersteuning, terwijl dezelfde groep oververtegenwoordigd is in de verplichte hulpverlening door Jeugdzorg en in de justitiële jeugdinstellingen. Ze krijgen dus pas hulp als het in feite al te laat is. In zijn recent gepubliceerde boek, Schaamte en strategisch handelen. Opvoeding in Marokkaanse en Turkse gezinnen, schetst Ibrahim Yerden - cultureel antropoloog van Turkse afkomst, werkzaam bij Primo NH en verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) - wat voor problemen allochtone ouders ervaren. Lees verder »

cover-kracht-aus-aram

Foto: Timo Sorber

Ach ja, waarom niet gewoon twéé jonge acteurs interviewen, die allebei zo’n half jaar geleden hun moeder verloren aan longkanker. Samen, in een dubbelportret. Nou, bijvoorbeeld omdat het in alle opzichten tegenpolen zijn. Dan maak je het jezelf behoorlijk lastig als interviewer. Want een dubbelinterview kan alleen slagen als er sprake is van enige chemie tussen de twee gesprekspartners. Lees verder »

p8130012

Al eerder vertelde ik op dit blog over mijn ontmoetingen met de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos, die zich zo blijmoedig bekommert om de verstotenen en de verloederden van de stad. Ik leerde hem kennen toen ik vorig  jaar voor Binnenlands Bestuur een reportage over hem maakte, waarbij het Rotterdamse daklozenbeleid het uitgangspunt was. Voor NRC Next wilde ik graag een persoonlijk portret van hem maken: de mens achter de hulpverlener.  Ik ging een dag met hem mee, en kwam thuis met een hoofd vol indrukken. En met de vraag hoe ik het verhaal zó kon opschrijven dat het niet weeig of sentimenteel zou worden. Want alle ingrediënten voor een sob story waren aanwezig: een gedreven hulpverlener, gelovig christen bovendien en dan al die treurige levensverhalen van daklozen. Die soms - ook dat nog - gered werden. Op Twitter verzuchtte ik: ‘Hoe ga ik dát nu eens aanpakken?’ En kreeg prompt een geweldig advies van iemand die jaren als eindredacteur heeft gewerkt. Ik ben benieuwd of oplettende lezers kunnen ontdekken welk stijlmiddel ik heb toegepast. En natuurlijk of zij vinden dat ik geslaagd ben in mijn poging het een beetje nuchter te houden. Het verhaal uit NRC Next is hier te lezen.

Hoernalistiek

Kun je een goed interview maken met iemand die je vervelend vindt? Ik heb het niet over een telefoongesprekje met een wetenschapper over een technisch onderwerp, maar over een groot, portretterend interview, waarin je probeert iemands diepste drijfveren en verlangens bloot te leggen. Kun je zo’n interview maken met iemand waar je in meer of mindere mate afkeer voor voelt, om wat voor reden dan ook? Lees verder »

Hij heet Orhan, of Wesley, of Aziz. Hij is tien jaar, en verzuimt geregeld op school. ‘s Avonds is hij vaak tot laat op straat en zijn moeder kan duidelijk de opvoeding niet aan. Vader houdt zich afzijdig. Hulp wordt afgewezen, vader reageert agressief op Jeugdzorgmedewerkers die de ouders tot vrijwillige opvoedingsondersteuning proberen te bewegen.

Iedereen voelt dat er iets niet goed gaat en her en der gaan er handen jeuken. Maar zolang de jongen niet mishandeld wordt en ook geen ernstig probleemgedrag vertoont, kan Jeugdzorg alleen maar toekijken. Is dat erg? Of slaan we door met het willen beschermen van kinderen? Lees verder »

Mutsaers & Raes

Charlotte Mutsaers

Charlotte Mutsaers

In de VPRO-gids van deze week (13) staat een interview met schrijfster en beeldend kunstenaar Charlotte Mutsaers. Elke interviewer zou het moeten lezen. Mutsaers verwoordt heel precies de gedachten en gevoelens die over haar kwamen toen er een documentaire over haar werd gemaakt: ”Al mijn inspanning is erop gericht om een beeld van mijn levensgevoel te geven. (…) Dat doe je onder andere omdat je het idee hebt dat je in je leven vaak bent misverstaan. Daar zit een enorme drive achter. (…) Als iemand anders dan een verhaal over jou wil maken, begeeft hij zich op in jouw ogen verboden terrein en dat is onverdraaglijk.”

Lees verder »

Hij heeft maar een bijrol in het verhaal dat ik dit weekend schreef , een reportage voor NRC Next over het werk van de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos. (Over hem heb ik al eerder geschreven op dit weblog.) Ik moest me inhouden omdat Evert de hoofdpersoon was, maar eigenlijk had ik nog veel meer over Jos willen vertellen. Lees verder »

Kluun

image

Foto: Bonnita Postma

Een miljoen exemplaren waren er al verkocht van Komt een vrouw bij de dokter vóór de verfilming te zien was. Een duizelingwekkend aantal, en intussen zullen het er wel nog meer zijn. In november sprak ik Kluun voor een interview in Kracht. Het was een paar dagen voor de première van de film, waarin Carice van Houten  de rol speelt van Carmen, alias Kluuns aan borstkanker overleden vrouw Judith.

Het was een ontspannen gesprek, Kluun is niet alleen in zijn boeken, maar ook in werkelijkheid een Brabantse volksjongen zonder capsones, ondanks zijn gigantische succes als schrijver. Ik vertelde hem dat ik zijn boek gekocht had bij boekhandel Atheneum in Haarlem, tijdens een bijeenkomst van poëzieminnaars (de nieuwe dichtbundel van stadsdichteres Sylvia Hubers werd gepresenteerd). Nieuwsgierig begon ik erin te lezen, wat me, heel komisch, op misprijzende blikken kwam te staan. Lees verder »

vogel

Samen met Anja Vink heb ik een boek gemaakt voor De Haagse Hogeschool, ter gelegenheid van het afscheid van de collegevoorzitter, Pim Breebaart. Een bijzondere man, onderwijsmens tot in zijn vezels. (Hij wordt, tot scepsis van velen, opgevolgd door een brandweercommandant.) Het mooist wordt hij misschien wel geportretteerd in het interview dat ik had met Faisal Mirza, oud-student van De Haagse Hogeschool en protégé van Pim. Lees verder »

“Geachte Mevrouw Kooijman. Folia, het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam (UvA), publiceert sinds enige tijd een serie gesprekken onder de titel Roem: interviews met toonaangevende/bekende mensen uit de wereld van kunst, cultuur, wetenschap, economie, politiek of media, die hebben gestudeerd aan de UvA. Omdat u aan dat profiel voldoet zou ik willen vragen of u mee wil doen aan een interview. Het interview zal hooguit een uur in beslag nemen, op een plek en tijd die u schikt. Mogelijk worden de interviews na afloop gebundeld in een boek. Voorafgaand aan het interview, of na afloop, zal fotograaf Bob Bronshoff een foto van u nemen. Uiteraard kunt u het interview voor publicatie inzien.

Lees verder »

Thiandi II

thiandi

Thiandi Grooff

In december schreef ik over het bijzondere gesprek dat ik had met Thiandi Grooff, het 19-jarige meisje dat tot haar veertiende als zwaar verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, totdat ze leerde communiceren via een letterbord. Nu studeert ze aan de universiteit. Vandaag staat het resultaat van die ontmoeting in NRC Next (het is hier te lezen).

Thiandi heeft zelf, zoals het stramien van de vrijdagse Zin-pagina voorschrijft, een kadertje gevuld met haar weekprogramma. Dat is door de redactie iets ingekort wegens ruimtegebrek, waardoor haar opmerking is weggevallen dat ze nog assistenten nodig heeft. “Met humor graag!” had ze daaraan toegevoegd. Bij deze haar oproep alsnog. Mij lijkt het geen gemakkelijke, maar wel een zeer interessante, dankbare en leuke (bij)baan om Thiandi’s assistent te mogen zijn!

Help, een vmbo-advies!

Voor J/M schreef ik een artikel over het vmbo: wat te doen wanneer je zoon of dochter  in groep 8 - al die niet onverwacht -  een vmbo-advies krijgt? Bij hoogopgeleide ouders kan zoiets aankomen als een klap in het gezicht. Zoals bij Madelon Boeke (niet haar echte naam), die ik sprak over haar 16-jarige zoon met adhd: ”Ik had gerekend op een vmbo-havo-advies. Dan zou het uiteindelijk wel havo worden, dacht ik. Maar ondanks een onverwacht hoge cito-score van 537, kreeg Bram een vmbo-advies. Héél erg vond ik het. ‘Hoe kom ik nu toch aan zo’n kind?’, vroeg ik me af. Iedereen in onze familie, zowel aan mijn kant als die van mijn man, heeft gymnasium gedaan. Met havo had ik me verzoend, maar vmbo? Het leek me echt vreselijk voor hem om tussen die straatvechters te moeten zitten.” Ze vond uiteindelijk een kleine, categorale vmbo-school waar de leerlingen aan toneel deden en het keuzevak filosofie werd aangeboden. Na twee weken was ze ‘om’: “Het bleek een geweldige school te zijn. De allerbeste die ik tot nu toe bij mijn drie kinderen heb meegemaakt.” Lees hier het hele artikel.

Kadir Canatan

Kadir Canatan

Afgelopen najaar ben ik vanuit Istanbul de Zee van Marmara overgestoken naar Balıkesir, een landerige provincieplaats in Anatolië. ‘Het Almelo van Turkije’, noemde iemand het eens. Ik ging erheen om voor NRC Next een vraaggesprek te houden met Kadir Canatan, cultureel antropoloog. Van zijn twintigste tot zijn zesenveertigste woonde hij in Nederland, de laatste jaren in Rotterdam. Hij was een gewaardeerde sociaal wetenschapper, had vrienden, zijn kinderen waren in Nederland geboren. En toch wilde hij na al die jaren terug naar Turkije, hij voelde zich hier ineens niet meer thuis. Veel Nederlandse Turken dromen van een leven in Turkije, maar hij gíng.  Lees verder »

Kapatmak!

125px-flag_of_turkey_svgEen van de leuke dingen van een nieuwe taal leren, is dat je er nieuwe bron van barbarismen bij krijgt. En barbarismen, daar ben ik dol op, al is het maar om me te kunnen ergeren. In de Volkskrant van vandaag schrijft correspondent Arjen van der Ziel over het verbod van de Koerdische partij DTP door het Turkse Constitutionele Hof. Hij heeft het verschillende keren over “de sluiting” van de partij in plaats van “het verbod”. Een keer spreekt hij zelfs over “de gesloten partij”. “Ha!” dacht ik. “Kapatmak!”  (Het Turkse woord voor sluiten wordt ook gebruikt in de betekenis van verbieden.) Om mij vervolgens te verbazen over het gemak waarmee hij de letterlijke vertaling voor gewoon Nederlands laat doorgaan, en over het gebrek aan oplettendheid van de eindredactie. Lees verder »

Thiandi

letters-abc-2

In de tien jaar dat ik interviews maak, heb ik veel inspirerende mensen ontmoet en bijzondere levensverhalen gehoord. Verhalen die je anders naar de wereld doen kijken. Gisteren had ik voor NRC Next een interview met Thiandi Grooff. Ze heeft bij haar geboorte een hersenbeschadiging opgelopen waardoor ze niet kan praten en ook verder weinig controle heeft over haar spieren. Haar ogen kijken je niet aan, en alleen zo nu en dan kun je van haar gezichtsuitdrukking iets aflezen. Haar bovenlichaam beweegt voortdurend van voor naar achter, soms grijpt ze onwillekeurig naar iets dat op tafel ligt. Ze maakt geluiden, die ze niet kan stoppen. Lees verder »

Mart

image

Foto: Bonnita Postma

Met een aantal collega-journalisten had ik laatst een discussie over het vak van interviewen. Ze vonden dat het geen enkel verschil maakte of je geïnterviewde een bekend of een onbekend persoon was. Dat is natuurlijk onzin, en ze bedoelden dan ook eigenlijk dat het geen verschil zou mogen maken. Want onbekende mensen kunnen net zo goed interessant zijn. Ja, hè hè.

Intussen zat ik na te denken wat het dan zo anders maakt om een interview te maken met iemand van wie we allemaal al heel veel weten. Het antwoord is simpel: je sluit aan bij alles wat al eerder is gezegd en geschreven over hem of haar (of wat hij/zij zelf heeft geschreven en gezegd) en probeert daar iets verrassends aan toe te voegen. Anders dan bij ‘zomaar iemand’ met een bijzonder verhaal laat je een BN’er niet zijn hele geschiedenis vertellen, maar pik je er elementen uit en gaat daar een beetje in prikken en roeren, in de hoop dat je uiteindelijk een - soms heel bescheiden - nieuw licht kunt werpen op (een deel van) de persoon. Of dat gelukt is in mijn interview met Mart Smeets voor Kracht, mag de lezer bepalen.

Het Haagse meisje Suat is nog een jonge scholiere als ze door haar ouders gedwongen wordt om te trouwen met een man van 24. Ze weigert seks met hem, waarop haar vader een ‘compromis’ bewerkstelligt: de ene dag wel, de andere dag niet. Ze wordt mishandeld en verkracht, en Suat loopt weg. Soms naar haar ouders, soms naar een opvanghuis. Telkens keert ze, onder druk van haar ouders, weer terug naar haar echtgenoot. Maar op een gegeven moment gaat vader met het gezin op vakantie en komt alleen terug. Sinds maart dit jaar weet niemand meer waar Suat is en of ze nog leeft. Gevreesd wordt dat ze het slachtoffer is geworden van eerwraak of anders een miserabel leven leidt in het land van herkomst, ergens in het Midden-Oosten.

Lees hier het hele verhaal.

Vanand en Isa

pa100208

De redactie van de Kaukasuskrant bijeen, onder supervisie van Peter Scheffer van de Alfred Mozerstichting. Op de voorgrond Isa en Vanand (op het achterhoofd gezien). foto: Marion van der Vegt

Nagorno-Karabach is een enclave in Azerbeidjan, waar in de jaren negentig kort maar heftig om gevochten is door Armenië en Azerbeidjan. Armeniërs en Azerbeidjanen hebben nog altijd een zeer moeizame, om niet te zeggen vijandige verhouding. Afgelopen zaterdag heb ik in een zaaltje van de Leidse universiteit een gespreksmiddag geleid over Nagorno-Karabach, georganiseerd door de stichting Dutch Friends of Azerbeidjan (dufoa). Lees verder »

Toegeven, er was destijds een lezer die zijn of haar abonnement opzegde naar aanleiding van mijn artikel over SM in de Volkskrant, negen jaar geleden. Ik herinner me nog dat ik zeer verbaasd was toen Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, dat vertelde.

Drie uur lang had ik op het terras van café Américain met meesteres Pauline, alias Sady Lady, voor de rubriek ‘Voor beginners’ gesproken over SM. Zij bevestigde mijn beeld van SM als een ontspannende hobby en prettige uitlaatklep. Sleutelwoorden bij SM zijn ‘respect’ en ‘vertrouwen’. Het is een spel voor volwassenen, waarbij je geestelijk gezond blijft omdat je er allerlei spanningen mee van je af kunt gooien. Lees verder »

8f132873-f094-4281-b6de-ad686ab0bb5c_cover-j-m_publicatie125
Werk en privé lopen geregeld door elkaar bij mij. Of zijn op zijn minst nauw met elkaar verbonden. Zo zou ik waarschijnlijk niet zo geïnteresseerd zijn in onderwijs als ik geen kinderen had gehad. Vaak schrijf ik over onderwijszaken waar ik dankzij mijn kinderen mee in aanraking ben gekomen. Andersom komt ook voor: dat ik door mijn journalistieke werk word beïnvloed in mijn gedrag als onderwijsconsument, om het even formeel te zeggen. Lees verder »

Boulah (2)

image

De nieuwe Kracht is in de bus gevallen, met Boulah op de cover. Bonnita Postma heeft dat vriendelijke gezicht mooi geportretteerd. De bijnaam van Boulahrouz is ‘de Kannibaal’, vanwege zijn messcherpe manier van verdedigen. Op de foto’s en filmpjes die ik bekeek ter voorbereiding van het interview (zie eerder logje) had hij altijd een verbeten, vertrokken kop. Maar dat waren actiebeelden, Boulah aan het werk op het voetbalveld. Ik vond één foto waarop hij vrolijk keek, een trouwfoto. Sabia, heet zijn vrouw. Na afloop van het interview vroeg ik of ze Italiaanse was. ‘Dat dacht ik eerst ook,’ zei Boulah. ‘Ik hoopte het. Ik stuurde haar een sm’s je: “where’re you from?”  Toen ze terug sms’te “I’m from Turkey” dacht ik: “O mijn god, nee.”‘ Lees verder »

Onze jongens

p8130015

Vandaag met mijn poten in de modder gestaan. Aan het eind van de ochtend zagen mijn schoenen en broek er zo uit.

p81300061

Om 4.15 ging de wekker. Samen met fotograaf Arie Kievit stapte ik om zeven uur vanmorgen in de bus van Evert Vos, veldwerker van stichting Ontmoeting, die zich ontfermt over de dak- en thuislozen in Rotterdam. Ze slapen onder bruggen en viaducten, tussen de struiken op braakliggende terreinen, in verlaten gebouwtjes aan de haven. We doorkruisten de stad, stapten zo nu en dan uit, waarna Evert speurde naar tekenen van leven. Hij houdt ze in de gaten, de ‘buitenslapers’, de ‘zorgwekkende zorgmijders’, de SG’s (sterk gedragsgestoorden).

p8130008

Het zijn de allertreurigste plekken in de stad, plekken die van niemand zijn. Zoals hier onder de A20. Buurtbewoners storten er hun vuil, daklozen slapen er, bovenin, vlak onder het wegdek. Om Everts ‘doelgroepers’ in levenden lijve te zien, hadden we nog vroeger op moeten staan. De meeste slaapplaatsen waren al verlaten. Buitenslapers zijn geen langslapers. Ze moeten vroeg op pad om eten en andere behoeften te scoren. Alleen André hebben we zien liggen, onder de Brienenoordbrug. Hij was erg aan het verloederen de laatste tijd, vertelde Evert. Waarschijnlijk wordt hij binnenkort via een rechterlijke machtiging gedwongen opgenomen. Evert is blij met het nieuwe daklozenbeleid van de gemeente Rotterdam. De stad wil voor Kerstmis alle daklozen onder dak hebben. Er is nog een harde kern over van een stuk of vijftig man. Die probeert Evert ‘de zorg in te krijgen’. Maar dat kost tijd. Soms jaren. Voor Kerstmis, dat gaat hij niet redden.

p8130010

Evert had het over ‘doelgroepers’, maar vaker nog zei hij ‘onze jongens’. Hij is een gelovig christen die dit werk doet vanuit de overtuiging dat alle mensen schepselen Gods zijn. Dat drijft hem voort, dat maakt dat hij blijmoedig in hun holen kruipt, stank, uitwerpselen en ratten trotserend.

p8130011

Zoals in dit gebouwtje in de haven vlakbij bij de Keileweg.

p8130012

Over de Keileweg gesproken: daar zijn de prostituees verdwenen, dankzij hetzelfde Plan van Aanpak van de gemeente Rotterdam. Hij miste ze wel een beetje, de dames, zei hij. Zijn christelijke stichting organiseerde weleens ontmoetingen met gewone mensen uit de provincie, zodat ze konden zien waar hun goede gaven naar toe gingen. Dan deelden Staphorsters soep en marsen uit aan de prostituees, en ontstonden er goede gesprekken.

p8130013

Cavaillé-Coll-orgel Philharmonie Haarlem

Een jaar geleden schreef ik over mijn allereerste krantenartikel (Uit de oude doos ), een reportage in het reiskatern van de Volkskrant over de Haarlemse draaiorgelhal. Bij het ordenen van mijn archief kwam ik een ander “orgelverhaal” tegen, een interview  met orgelbouwer Cees van Oostenbrugge. Lees verder »

Er zijn twee redenen waarom ik de (freelance-)journalistiek het mooiste beroep van de wereld vind: je kunt ongegeneerd je eigen hobby’s najagen én je komt soms terecht in volslagen nieuwe werelden. Het afgelopen jaar heb ik vele voorheen onbekende domeinen - een klein beetje - leren kennen. Van die van de multi-complex gehandicapte kinderen tot de extremo-tolerante schimmels en de Azerbeidzjaanse immigranten in Nederland.

Lees verder »

Vliegende varkens

“Metrolijn pas af  ’als de varkens vliegen’”. Dat was de openingskop van de Volkskrant van vandaag. Amerika-corrrespondent Diederik van Hoogstraten in de bocht: hij heeft een handje van te letterlijke vertalingen. Amerikanen zeggen ‘when pigs fly’, wij zeggen ‘met Sint Juttemis’ of  voor mijn part (niet geschikt als krantenkop): ‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’. Maar ik betrapte me erop dat ik me nu eens niet ergerde, en die vliegende varkens eigenlijk wel leuk vond. Fout, maar grappig. Ze mochten blijven van mij. Lees verder »

Afgelopen week verscheen mijn eerste interview in NRC Next. Iris Blatter, een intelligente, ambitieuze jonge vrouw van 22 loopt vast in het hoger onderwijs omdat men daar geen rekening kanof wil houden met haar handicap, het syndroom van Asperger. Een van de ’symptomen’ is een zekere starheid die haar belemmert in het samenwerken met medestudenten. Lees verder »

Boulah

boulah-16
Het is vooraf altijd spannend hoe een interview verloopt. Je kunt je nog zo goed voorbereiden, maar als een geïnterviewde alleen maar ‘tja’, of ‘eh’ of ’daar vraag je me wat’ zegt, schiet het niet op. Gelukkig is me dat nog nooit overkomen. Even was ik er bang voor met Khalid Boulahrouz. Lees verder »

Heerlijk is het, om je als niet-bèta een exact onderwerp haarfijn te laten uitleggen door een deskundige. En dat je het dan snapt. Een tijdje geleden ontmoette ik een wetenschapper, een schimmeldeskundige, die zo aanstekelijk kon vertellen over zijn werk dat ik heel even overwogen heb om me, niet gehinderd door kennis van de meer exacte domeinen (mijn vakkenpakket op de middelbare school bestond uit zes talen en geschiedenis), in de wetenschapsjournalistiek te bekwamen.  Lees verder »

stedelijk gymnasium haarlem
stedelijk gymnasium haarlem

Moge het een troost zijn voor alle ouders met een slimme, maar onwillige en ongemotiveerde puberzoon die met geen stok aan zijn huiswerk te krijgen is: ook op het gerenommeerde Stedelijk Gymnasium in Haarlem werken de leerlingen, en met name de jongens, thuis schrikbarend weinig voor school.  Lees verder »

Foto: Bonnita Postma

Foto: Bonnita Postma

Sommigen zullen het een kalenderwijsheid vinden, “slachtoffer zijn is een keuze”. Maar ik vind het een mooie spreuk, die een mens tot voordeel kan strekken. Ik heb ‘m van Teuntje Klinkenberg, die ik interviewde voor Kracht, naar aanleiding van haar boek De methode Coué. Ze vertelt daarin de geschiedenis van haar familie. Kanker is een terugkerend thema in het boek, en in haar leven. Een gemuteerd BCRA1-gen richtte heel wat aan: twee borstamputaties, verwijderde eierstokken en baarmoeder, en een gesmoorde carrière als toneelregisseuse. Lees verder »

Foto: L. Bakker

Selimiye-moskee / Foto: L. Bakker

Een zondagmiddag lang was ik te gast in de Selimiye-moskee in Haarlem, voor een verhaal over de educatieve en culturele activiteiten die daar worden georganiseerd. En dat is niet mis. De moskee heeft niet alleen een buurthuisfunctie voor de Turkse (hang)jeugd - die kan er tafelvoetballen, computeren en sporten - maar biedt ook een vangnet voor kinderen en jongeren die op school dreigen vast te lopen. Een groep vrijwilligers - Turkse scholieren en studenten -  runt een aantal huiswerkklassen, licht ouders voor over hoe ze hun kinderen beter kunnen begeleiden, en houdt indien nodig contact met school. Geweldig, deze opvang en ondersteuning in eigen kring. Want hartstikke nodig. Turkse ouders laten het er, om allerlei redenen, nogal eens bij zitten.  Lees verder »

Dankzij een boekproject over Turkse immigranten breidt mijn kring van Turkse kennissen zich de laatste maanden gestaag uit. Een van hen is Mustafa. Op zijn dertiende kwam hij naar Nederland. In zijn jonge jaren was hij een linkse radicaal, inmiddels is hij links-liberaal. Hij gelooft niet in God, tenminste niet op de traditionele manier, vertelde hij me laatst. Hij voelt zich zeer thuis bij de alevieten. Alevieten hoeven niks, volgens Mustafa. Ze hoeven niet te bidden, niet te vasten, ze hoeven niet naar Mekka. Vrijheid, blijheid. De vrouwen dragen geen hoofddoek, ze zijn gelijk aan de mannen. Anders dan bij de traditionele moslims zitten de mannen en de vrouwen gewoon bij elkaar tijdens feesten e.d. Moederdag vieren ze elk jaar met muziek, gedichten, zang en dans. Ik vroeg of ik mocht komen, ik was nieuwsgierig geraakt naar dat clubje waar Mustafa altijd met zoveel warmte over sprak. Kon ik er meteen voor het Haarlems Dagblad een stukje over schrijven. Hoeveel mensen zouden weten dat een flink deel (ongeveer een kwart) van de Turkse moslims in Nederland eigenlijk gewoon hetzelfde is als wij?  Lees verder »

Het is een werkwoord bij ons thuis, “brillen”. Voor het Haarlems Dagblad moest ik weleens tamelijk bizarre gebeurtenissen verslaan, zoals een castingbureau dat in een verzorgingstehuis screentests afnam bij bejaarden. Die hadden ze nodig voor een reclamespotje. Als ik me van te voren zuchtend afvroeg hoe ik dat nu weer moest aanpakken, journalistiek gesproken, riep echtgenoot uit: “Brillen! Gewoon brillen!” En het hielp, te denken hoe Martin Bril zoiets beschreven zou hebben. Hij was de beste stilist, een waar voorbeeld.

Een paar maanden geleden heb ik Bril nog een mailtje gestuurd, met het verzoek om een interview voor Kracht. Geen antwoord. Niet lang daarna hoorde ik hem in een (erg leuk) interview met Mieke van der Weij zeggen dat hij best over zijn ziekte wilde praten, maar dat hij er geen zin in had ‘om ambassadeur van het kankerinstituut te worden’ (of woorden van die strekking). Toen heb ik het er maar bij laten zitten. Jammer. Nu zal ik nooit weten of hij het misschien toch gedaan had, als ik doorgezet had.

Leylam

azerZe kwamen helemaal uit Groningen, Apeldoorn, Nijmegen, Den Haag, naar het Mondiaal Centrum in Haarlem. Afgelopen week leidde ik er een discussieavond over Azerbeidjan. Vooraf wist ik niets van het land - ik had zelfs moeten opzoeken waar het ook alweer lag - laat staan dat ik ooit een Azeri ontmoet had. Nu zaten er ineens zo’n twee dozijn in de zaal, merendeels jonge studenten. Door de geschiedenis heen was het Azerbeidjaanse volk de speelbal van grotere mogendheden - Rusland, Turkije, Iran - en in constante rivaliteit met buurland Armenië.

Lees verder »

“I’m sure some people must think I haven’t got a care in the world. I try to keep my feelings of hopelessness to myself. I don’t want people to think I can’t cope. I have to stay strong for my three lovely daughters. But inside my heart is breaking and my head is a mess.”

Via Google Blog Search ontdekte ik het weblog van Julie Evett uit het Engelse Devon. Ze heeft een ernstig gehandicapt dochtertje van tweeënhalf, Rose. Een vriendin had haar mijn NRC-interview met de moeder van A. opgestuurd, vertaald en wel. Een vreemde gewaarwording om dat verhaal in het Engels te lezen. Op het log van Julie Evett staat ook een interview in The Daily Mirror met haarzelf,  uit september 2008. Toen werd een 32-jarige vrouw, Joanne Hill, veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor de moord op haar vierjarige gehandicapte dochtertje Naomi. Lees verder »

Geen zoontje

Zoon A. (11) krijgt vaak op zijn kop. Ofwel hij praat te hard, ofwel hij staat te dromen terwijl hij zijn pyjama moet aantrekken, knoeit met zijn eten, maakt wat kapot (per ongeluk-expres), stampt op de trap of slaat met de deuren. Sinds we beseffen - nog niet eens zo lang - dat zijn grijze massa heel anders werkt dan bij de meeste kinderen, proberen we hem alleen nog te beknorren als het echt nodig is, maar toch. Meestal reageert hij gelaten op onze standjes, soms wordt hij driftig. Gisterenmiddag zei hij ineens met een grijns, zonder aanleiding (alles was pais en vree): “Mama, ik weet zeker dat je weleens een klein beetje denkt, hééééél diep in je hart,” hij hield duim en wijsvinger een stukje uit elkaar op borsthoogte, “Ik wou maar dat ik geen zoontje gemaakt had’.”

Slikangst

foto-leny-van-schaik-verkleind

foto: united photos de boer

Het is alweer zeven jaar geleden, maar het blijft een van mijn merkwaardigste vraaggesprekken. Voor de rubriek Lusten & Lasten van de Volkskrant zou ik Leny van Schaik interviewen, een in Haarlem bekende koordirigente. We zouden praten over de turbulente periode in haar leven waarop ze, getrouwd en wel, verliefd werd op een vrouw die ook getrouwd was (met een man). Intussen waren haar vriendin en zij al heel wat jaren bij elkaar, en hadden ze - zo meen ik het mij te herinneren - allebei goed contact gehouden met hun ex-man. Lees verder »

Volgende week verschijnt de laatste aflevering van de interviewrubriek “Het verhaal van…”  in NRC Handelsblad. Vanaf naar ik meen - ik kon het niet terugvinden in het archief - begin 2005 kwam er in het Zaterdags Bijvoegsel (later Zaterdag &cetera) elke week iemand aan het woord met een opmerkelijke levensloop of een bijzondere geschiedenis. Een van de mooiste vond ik het verhaal van Rajendra Devkota (50), die uit Kathmandu illegaal naar België emigreerde en 87 dagen een hongerstaking hield om te mogen blijven. Het verhaal is opgetekend door Petra de Koning en begint zo: “Gisteren heb ik een e-mail gestuurd naar het Guinness Book of World Records. Ik denk niet dat er eerder iemand was van mijn leeftijd die een hongerstaking zo lang heeft volgehouden. Een wereldrecord is goed, een wereldrecord is een wereldrecord.” Lees verder »

rondom-10

Vandaag eindelijk tijd gehad om de uitzending van Rondom Tien te bekijken over “zinvol leven”. Naar aanleiding van mijn interview met de moeder van A. in NRC Handelsblad spraken ouders van ernstig meervoudig gehandicapte kinderen, artsen en een ethica over wat nog een menswaardig bestaan is, en wat niet. Carolyn, de moeder van de negenjarige Livia, maakte indruk op mij door haar eerlijke en nuchtere manier van spreken (ze deed me sterk denken aan de moeder van A.). Op het verzoek van Cees Grimbergen om haar dochter te beschrijven, zei ze: “Ze is lang en dun. Ze kan niks, ze weet niks. Ze is eigenlijk niks.” Lees verder »

cover-kracht-mb-verkleind

Mijn gezelligste vraaggesprek ooit was dat met Marjan Berk voor de laatste Kracht (zie pagina interviews). In haar vaste nis in Bodega Keijzer in de Amsterdamse Van Baerlestraat liet Berk allerlei heerlijkheden aanrukken. “Neem voorál de garnalenkroketjes! Die zijn hier zalig!” Het gesprek waaierde voortdurend alle kanten op, van interviewen (Berk heeft ooit voor het Algemeen Dagblad een serie interviews gemaakt) en journalistieke ethiek naar haar theaterloopbaan en van baptistenkerken en soulfood in New York naar de restyling van het etablissement waar we zaten. “Nog iets eten? Ik betaal, het is voor het goede doel!” Niet eerder was het zo lastig om mijn hoofd te houden bij datgene waarvoor ik was gekomen: een interview. Over nota bene een triest onderwerp: de veel te vroege dood van haar schoondochter. Voor haar tweejarige kleindochter Belle schreef Berk een boek met herinneringen, Boek voor Belle. Het gaat, drie jaar nadat haar moeder overleed aan baarmoederhalskanker, gelukkig goed met de inmiddels vijfjarige Belle en haar broers. En Marjan Berk was blij dat haar boek af was, het had haar veel moeite gekost om het tot een goed einde te brengen zonder sentimenteel te worden, vertelde ze. Dankzij haar prijs in de Lotto vorig jaar (een miljoen) was ze niet alleen gul jegens mij: alles wat Boek voor Belle haar aan inkomsten oplevert, gaat naar KWF Kankerbestrijding.

20608101_68255118

Omdat het over anderhalf jaar zo ver is dat zoon A. (11) van de oude vertrouwde mytylschool naar het vervolgonderwijs gaat, bezoeken we open dagen. Het vmbo hebben we uit ons hoofd gezet. Een neuropsycholoog van de RIAGG wreef het ons onlangs nog maar eens in: “Hij wordt géén professor, hoor!” Alsof we daar inmiddels zelf niet achter waren. Lees verder »

Speelgoedpistool

van-abbe-toy-gun2

Je hele jeugd woon je er op tien minuten treinen vandaan, en dan ga je er op je 43ste voor het eerst naar toe. Het Van Abbemuseum in Eindhoven blijkt een museum zoals een museum hoort te zijn: verrassende kunst in een schitterend gebouw. Interactief (bezoekers mogen stukken uit het archief voordragen ter tentoonstelling). Hartelijk personeel. Het eten in het restaurant is lekker en betaalbaar. Een museum om door een ringetje te halen, vind ik. Lees verder »

Foto: Frans van Hal
Foto: Frans van Hal

“Mijn CWI-consulent vond het niet zo’n goed idee dat ik mijn sollicitaties op rijm zette, ook al stond ik ingeschreven als dichter. Wist je dat dat een officieel beroep is? Er zijn alleen nooit vacatures.” Dichteres Sylvia Hubers was, toen ik haar in mei vorig jaar interviewde voor NRC Handelsblad, net ontslagen als feestwinkelmeisje. Lees verder »

jm-mediteren-op-schook-p01

illustratie: Studio Ping

Voor het januarinummer van J/M schreef ik een artikel over mediteren voor kinderen. Het idee ontstond toen ik hoorde dat Jan Obbeek, leraar Frans op de school van dochter (14), al zijn lessen begint met een korte meditatie, trois minutes de silence. ‘Schoonheid en creativiteit ontstaan altijd in stilte’. Anderen die aan het woord komen zijn Hans Kunneman, docent aan het conservatorium van Alkmaar en specialist in mediteren als hulpmiddel bij het leren, en Jeanette Poelman, orthopedagoge en lerares kindermeditatie. Het leuke is nu dat zij drieën, over elkaar lezend in mijn artikel, contact gezocht hebben en besloten hebben om  een ”denktank” te vormen die het mediteren in het onderwijs wil gaan bevorderen. Dus wordt vervolgd, misschien!

Anders dan ik verwachtte, is op het verhaal van de moeder van A. geen enkele afkeurende reactie gekomen. De briefschrijvers (veertien stuks) betuigden hun medeleven en steun, en sommige vertelden hun eigen - ellendige - verhaal.  Zoals de (jonge) man met ondraaglijke en ongeneeslijke zenuwpijn, die erop wijst dat euthanasie voor wilsbekwamen ook vrijwel onmogelijk is, als ze geen terminale ziekte hebben.  Artsen bepalen of iemand ‘uitzichtloos en ondraaglijk’ lijdt, niet de patiënt, terwijl de arts alleen iets zinnigs over de uitzichtloosheid kan zeggen, niet over de (on)draaglijkheid van het lijden. Met als gevolg dat onze euthanasiewet een papieren wet is. Zoals oud-huisarts Karel Gill het zei: ‘Ons zelfbeschikkingsrecht is prima geregeld. Alles kunnen we zelf kiezen: schoolopleiding, beroep, levenspartner. Alleen op het eind heb je niks meer te zeggen.’

Hier de geplaatste reacties in NRC van afgelopen zaterdag (met prachtige illustratie van Olivia Ettema).

Moeder van A.

In augustus schreef ik over mijn kennismaking met de wereld van de multi complex gehandicapte kinderen, ernstig lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kinderen, met een geestelijke leeftijd tussen de 0 en de 2 jaar. A. is zo’n kind. Een jongen van inmiddels elf. Zijn moeder vertelt: “Hij kan niet lopen, niet praten, meestal niet zelf plassen of ontlasting produceren, eten lukt vaak niet, daarom heeft hij een maagsonde. Zo’n vier maanden per jaar ligt hij in het ziekenhuis. (…) We weten niet wat er in hem omgaat.”

Lees verder »

Een van de leukste soort interviews - zowel om te maken als te lezen - vind ik die waarin mensen over hun beroep vertellen.  Anders dan bij human-interest-interviews over persoonlijke drama’s of particuliere levenswendingen, die je vaak in verwarring achterlaten, heb ik bij zo’n relaas-achter-de-schermen van een beroepsbeoefenaar het gevoel dat ik de wereld weer wat beter begrijp. Lees verder »

Relinkje

foto: Erik Hijweege

foto: Erik Hijweege

“Ik ken een hoogbejaarde ex-danser die hier vlakbij in een tehuis wegkwijnt. Ik zoek hem weleens op, hij viel een keer in slaap terwijl we zaten te praten. Hij is incontinent en zondert zich altijd maar af in zijn eigen kleine kamertje. Voor het bij mij zo ver is, hoop ik dat er een dokter is die me wil helpen, zoals bij Hugo Claus. Al denk ik dat je steeds je grenzen zult verleggen, tot je op een punt komt dat je de kracht en de mogelijkheden niet meer kunt vinden om er een eind aan te maken. Behalve hier over het relinkje van de daktuin te stappen en naar beneden te zeilen.”  Lees verder »

Vandaag, op de dag dat Roel van Duijn zijn afscheid van de politiek viert, het verhaal van Gerben Hellinga (71) in NRC Handelsblad. Met dank aan fotograaf Maurice Boyer, die het prachtige portret maakte. Hellinga maakt zich enorm kwaad om het paddoverbod. Je snapt waarom, als je leest hoe hallucinerende middelen zijn leven hebben verrijkt.

Oude psychonaut

foto: Chris van Houts

foto: Chris van Houts

Paddo’s worden illegaal vanaf maandag 1 december, een deel van de coffeeshops moet dicht, zelfs in cafés mag je geen sigaret meer opsteken. Allemaal omwille van onze gezondheid. ”De hypocrisie regeert,” fulmineerde Gerben Hellinga toen ik hem vorige week interviewde naar aanleiding van het paddoverbod. “Op elke straathoek kun je een fles whisky kopen en als je die opdrinkt, ben je dood.”

Lees verder »

IQtje 142

‘Van het doosje scheerzeep in de badkamer heb ik jaren gedacht dat het uit Scherpenzeel kwam. Ik was een keer in Scherpenzeel, en toen dacht ik: “Hé, dat ken ik, van de scheerzeep!”. Toen ging me nog steeds geen licht op, dat kwam later pas. Op een dag zag ik ineens wat er echt stond. Scheerzeep.’ Zo eindigt mijn interview met Henk Blokzijl, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Deze huisschilder te Dronten is dyslectisch én hoogbegaafd. Dat laatste weet hij pas sinds hij zich op zijn drieëndertigste liet testen bij Mensa, de vereniging voor hoogintelligente mensen. Voor de grap ging hij mee met zijn vriendin, en tot zijn eigen ontsteltenis bleek hij niet dom te zijn, zoals hij altijd had gedacht, maar een IQ te hebben van 142. Volgens Henk zijn er veel Mensa-leden met een soortgelijk verhaal. Mensen die altijd gedacht hadden dat er bij henzelf een steekje los zat, totdat ze ontdekten dat ze gewoon enkele graadjes slimmer waren dan de rest. Gisteren, een dag nadat het in de krant verscheen, mailde Henk me dat Mensa naar aanleiding van het interview al veertig testaanvragen had binnen gekregen.

Taboe

Vandaag komt het Sociaal en Cultureel Planbureau met een rapport waaruit blijkt dat deeltijdwerken voor verreweg de meeste vrouwen een bewuste keuze is, ook als ze niet de zorg voor kinderen hebben. Omgekeerd kun je zeggen dat fulltime werken voor vrouwen met kinderen een taboe is in Nederland. Dat vermoedde ik al vóór mijn gesprek met econome Irene van Staveren, die ik begin dit jaar interviewde voor NRC Handelsblad. Dat het waar is, van dat taboe, bleek uit haar verhaal én uit de vele boze brieven die de redactie van NRC kreeg naar aanleiding van het interview, dat zo begint: 

‘Tegen mijn buitenlandse studenten zeg ik altijd: “Nederland is een modern land als het gaat om abortus en euthanasie, maar achterlijk in de arbeidsparticipatie van vrouwen. In jullie landen is dat veel beter.” Dan zijn ze stomverbaasd, want mijn studenten komen uit Azië, Afrika en Zuid-Amerika, ze zien Nederland als zeer vooruitstrevend. Maar fulltime werkende moeders als ik zijn een uitzondering. Nog geen tien procent van de vrouwen met schoolgaande kinderen heeft een baan van 35 uur of meer, en de helft van hen heeft ook nog eens een partner die in deeltijd werkt.’

Toen ik haar ‘vond’, en ze ook nog bereid was tot een interview, had ik geluk. Want zoals blijkt uit bovenstaand citaat zijn vrouwen als Irene van Staveren schaars in Nederland. Feitelijk ken ik - behalve haar - in mijn wijde omgeving niet één fulltime werkende moeder met fulltime werkende echtgenoot. Zelf zou ik het bijna-fulltime-freelancen ook niet trekken, denk ik, met twee kinderen (waarvan een zorgenzoon), als ik geen echtgenoot had met minder ambities, een die meestal thuis is en veel zorg & huishouden op zich neemt.

Het hele interview kun je hier lezen.

Een keer per maand loop ik op de manege een middag te stappen naast Spetter, Ixia of Bam Bam, met op hun rug Chris, Doris of Riccardo: leerlingen van de mytylschool. Deze keer waren er behalve de vaste vrijwilligers ook een vijftal scholieren van een jaar of veertien die kwamen helpen in het kader van hun maatschappelijke stage. Dat gebeurt de laatste tijd vaker. Paardenmeisjes zijn het meestal. Vanmiddag waren er ook twee jongens, en het leuke was: zij hadden duidelijk meer met kinderen dan met paarden. Eén jongen - zwart, kroeshaar, slotjesbeugel - zei desgevraagd: ‘Ik vind paarden hélemaal niks.’ Maar toen Chris, een verstandelijk gehandicapte jongen van 18 in een rolstoel, huilend en schreeuwend protesteerde toen hij per lift het paard op moest (hij had geen zin, zoals meestal de laatste tijd), ging hij er nieuwsgierig bij staan. En zodra Chris, die bleef huilen en tieren, in het zadel zat, pakte hij kordaat het leidsel en ging lopen. Even later zag ik ze keuvelen, en dat zijn ze een half uur lang blijven doen, Chris werd alsmaar meer ontspannen en opgewekt. Stomverbaasd en ontroerd door zoveel natuurtalent vroeg ik de jongen later of hij soms een gehandicapte broer of zus had. ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik heb alleen een nichtje. Een gewoon nichtje.’

Niet zo lang geleden zat ik met zoon A. (bijna 11) ’s avonds in de trein. Op zijn verzoek oefenden we de Engelse begrippen die hij voor de volgende dag moest kennen: brother, sister, family. Ik vond dat hij voor een moeilijk lerend kind al aardig uit de voeten kon met die taal. Vooral wat hij allemaal verstond, viel me reuze mee. Ik dacht aan wat hoogleraar vreemdetalenonderwijs Jan Hulstijn had gezegd, toen ik hem interviewde voor een artikel over Engels op de basisschool, namelijk dat óók kinderen die op lager niveau functioneren vaak heel goed in staat zijn om een vreemde taal te leren.  Misschien niet de grammaticale regeltjes, maar leren spreken en verstaan lukt prima. ‘Vreemde talen leren zit in ieder mens’.  Hij vond het daarom jammer dat in het praktijkonderwijs en in de lagere niveaus van het vmbo zo weinig aan Engels werd gedaan. 

Intussen kwamen we aan op station Haarlem, het was al avond. A. zag, toen de deuren zich openden, een geheel leeg perron. Verbaasd riep hij uit: “No peoples!” 

Deze maand in J/M Voor ouders mijn artikel Is this a shark?

Op de vorige school van mijn zoon zat Julius, een jongen met het syndroom van Down. Hij kende de namen van  alle 300 leerlingen van de school, en wist precies welke ouder bij welk kind hoorde. Het was een basisschool die trots was op de hoge uitstroom naar het gymnasium,  en of dat nu de achterliggende reden was of niet, op een gegeven moment vond de school dat Julius weg moest, tot grote teleurstelling van de ouders. Hij ging naar een zmlk-school. Toen ik Julius’ moeder een keer tegenkwam, vertelde ze dat hij op die school werd klaargestoomd om schoonmaker te worden, terwijl ze ervan overtuigd was dat hij slim genoeg was om administratief werk te doen. Lees verder »

Soumia

In een eerder logje schreef ik al over haar, Soumia Marchouh, die op haar veertiende naar Nederland kwam uit ‘donker Marokko’, zonder ooit naar school te zijn geweest, ze was analfabeet. Vier jaar later sprak ze Nederlands, had ze leren lezen en schrijven én had ze haar mavodiploma gehaald. Lees verder »

Tuintrapje

foto: Erik Hijweege

foto: Erik Hijweege

Van de week mocht ik Rudi van Dantzig interviewen. Dat ‘mocht’ is wel op zijn plaats, want hij voelt zich al een tijd moe en niet zo gezond. Bovendien had hij net een drukke tijd achter de rug met een balletprogramma in het Muziektheater, dat het Nationale Ballet ter ere van zijn 75ste verjaardag had samengesteld. Hij was blij dat de rust was weergekeerd en hij verder kon met schrijven aan zijn biografie over balletpedagoge Sonia Gaskell, maar fotograaf Erik Hijweege en ik hebben bij elkaar bijna zijn hele dag in beslag genomen. Allercharmantst nam hij niettemin de tijd, ’s ochtends voor mij, ’s middags voor Erik.  Lees verder »

Kracht II

 

De nieuwe Kracht is uit, het mooie, journalistiek gemaakte magazine over kanker. Je kunt het meepakken uit de wachtkamer van de huisarts, of je neemt een gratis abonnement. In het jongste nummer een achtergrondartikel over dure geneesmiddelen, het verhaal van een ex-borstkankerpatiënte die van de zomer zes keer de Alpe d’Huez op fietste, en van mijn hand een interview met de 88-jarige actrice Elisabeth Andersen en een vraaggesprek met Marten Oosting.

Aimée en Rachelle

Wat staan ze er mooi op, Aimée en Rachelle! Twee speciale kinderen die figureren in mijn artikel over inclusief onderwijs, het coververhaal van Zaterdag Etcetera in NRC Handelsblad van vandaag. Dankzij Joyce van Belkom, die ze fotografeerd heeft. Zie pagina publicaties.

Paul

Gisteren bij de schoenmaker zag ik Paul. Ik ontmoette hem zo’n twee jaar geleden, toen ik voor Haarlems Dagblad een reportage maakte over zijn school, praktijkschool Oost-ter-Hout. Paul viel daar op door zijn verfijnde trekken, beschaafde spraak en subtiele motoriek. Zijn klasgenoten wilden gaan leren voor automonteur of lasser, maar Paul niet. Hij wilde model worden, vertelde hij, met dromerige blik. Aan die blik herkende ik hem gisteren, toen ik hem achter de toonbank van de schoenmaker zag staan. Een robuust schort, zwarte handen, de lucht van leer en lijm - verder weg kon de catwalk niet zijn. Ik zei, zachtjes: ‘Vroeger wilde je model worden.’ Hij knikte en zei, zonder enige emotie: ‘Maar dit is het geworden.’

Opeens was ik benieuwd naar mijn allereerste krantenverhaal. Ik schreef het in oktober 1999 voor de Volkskrant. Voor die tijd had ik ook al heel wat weggetikt voor die krant, maar dat waren vertalingen, teksten die anderen bedacht hadden. Zelf schrijven bleek - in volgorde van belangrijkheid - leuker en makkelijker (ja, echt!), lucratiever en prestigieuzer. Lees verder »

Mcg

Ik schrijf graag over kinderen die niet passen in het ideale plaatje (wit, knap, slim, gezond, charmant), misschien omdat ik zelf een ‘moeilijke’ zoon heb. Vanwege zijn verstandelijke en fysieke beperkingen geldt hij als meervoudig gehandicapt. Maar aan dat begrip zitten vele dimensies. Deze week heb ik kennis gemaakt met de wereld van de mcg-kinderen (meervoudig complex gehandicapt). Het is een verzamelnaam voor kinderen met een ernstige lichamelijke en verstandelijke handicap, ze hebben een geestelijke leeftijd van maximaal twee jaar. Ze kunnen niet lopen of praten, zijn vaak ziek en liggen soms maanden achtereen in het ziekenhuis. Terwijl mijn meervoudig gehandicapte kan dansen en zingen, lezen en schrijven en in staat geacht wordt een vak te leren, is bij mcg-kinderen een basale vorm van communicatie het hoogste bereikbare. Lees verder »

Nurks

Zo’n half jaar geleden interviewde ik - voor een verhaal over de klimaatconferentie op Bali - Diederik Samsom. Zijn bijzondere slimheid en charme maken hem charismatisch. Maar dat was niet de reden dat ik geen nadere vragen stelde toen hij Nederland binnen Europa en de wereld een ‘witte raaf’ noemde op milieugebied. Ik wist niet beter dan dat Nederland een van de braafste kindjes uit de klas was.  Lees verder »

In mijn logje over het interview met Maarten Oosting had ik het grappenderwijs over gaan huilen tijdens een interview, als wapen om de geïnterviewde “open te breken”. In werkelijkheid heb ik dat nooit gedaan. Wel is het me een paar keer overkomen dat ik tijdens een vraaggesprek door emoties overmand ging zitten snotteren. Zoals die keer dat Frans van den Mosselaar, communicatieadviseur en oud-journalist (in de jaren tachtig was hij enige jaren NVJ-voorzitter), vertelde over zijn dochter Saskia, die op vijftienjarige leeftijd door een gemotoriseerde psychopaat werd overreden. Zelf hield hij het droog. Heel precies en zorgvuldig, op dicteersnelheid formulerend deed hij verslag van het rouwproces dat hij doormaakte. Hoe hij na maanden langzaam weer interesse kreeg in de wereld om hem heen. Ineens weer een krant in zijn handen nam, al drongen de koppen niet eens tot hem door. En hoe hij er op den duur dankzij zijn liefde voor Mozart enigszins vrede mee kreeg dat Saskia’s leven maar zo kort geduurd had. Lees hier het interview dat ik in 2003 met hem had voor Haarlems Dagblad. Frans is afgelopen woensdag overleden, vandaag wordt hij begraven.

Ik ben een recessionista. Een krap budget maakte mij altijd conservatief als ik wat nieuws ging kopen: gewoon maar weer een degelijk zwart shirt bij de Bijenkorf, en al jaren hetzelfde jeansmerk van de outletshop. Palladiums in zwart of grijs. Rokken en jurken droeg ik nooit, want daar had je ingewikkelde schoenen bij nodig. Nu ik “vintage” ontdekt heb, durf ik geregeld gek te doen met fladderende zomerjurken compleet met hoge hakken, een rok met flamencostroken en bloezen in véél meer dan zwart alleen. Lees verder »

Een dikke reep

Hij staat bekend als een aimabel mens, Marten Oosting, v/h Nationale Ombudsman, v/h voorzitter van de onderzoekscommissie vuurwerkramp Enschede, en scheidend voorzitter van KWF Kankerbestrijding. Maar ook als iemand die zelden of nooit iets over zijn persoonlijke leven vertelt, zodat weinigen buiten de eigen intieme (familie-)kring hem echt kennen. Of ik dus voor het KWF-magazine Kracht maar een interview met hem wilde maken waarin hij “als mens” naar voren kwam, met zwakheden en al. Dat moest, met mijn human interest-ervaring (en mijn charmes) toch niet zo vreselijk moeilijk zijn. Als je op de juiste knoppen drukt, praat uiteindelijk iedereen graag over zichzelf, wist ik. Nou, Oosting mooi niet. Lees verder »

Je doet het er nooit om als journalist, maar soms is het wel leuk als blijkt dat een interview voor het ’slachtoffer’ prettige gevolgen heeft voor zijn of haar dagelijks leven.  Zo kreeg dichteres Sylvia Hubers na publicatie van haar relaas in NRC Handelsblad, waarin ze vertelde over haar moeizame arbeidsleven en haar ervaringen met uitkeringsinstanties, veel bemoedigende reacties alsmede enkele opdrachten voor gedichten. Eén daarvan, zo mailde ze me een tijdje geleden enthousiast, was voor een eenmalig tijdschrift bedoeld voor medewerkers van… het UWV. Het is een prachtig gedicht geworden, een van Hubers mooiste, vind ik. Lees verder »

In NRC Handelsblad schrijft Derk Walters dit weekend over de etnische segregatie in het voortgezet onderwijs. “Verwoestend” noemt Zeki Arslan van Forum die. “Segregatie in het onderwijs is funest voor de integratie van diverse bevolkingsgroepen in de samenleving.” Een open deur, zou je zeggen. Segregatie is een kwaad dat bestreden moet worden. Al was het maar omdat de prestaties van álle leerlingen achteruit gaan als een school een te hoge concentratie achterstandssleerlingen heeft. (De kritische grens ligt daarbij op 40 procent achterstandssleerlingen.) Maar Zeki Arslan, die vindt dat de overheid “zware middelen” moet inzetten tegen de segregatie en dat (witte) ouders en schoolbesturen “krachtig moeten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid” krijgt weinig steun. De onderwijswethouders van de vier grote steden hebben de strijd opgegeven. De Rotterdamse wethouder Leonard Geluk zegt: “De fase van streven naar fifty-fifty zijn we voorbij. Alleen gemengde scholen lukt niet.” Als reden geeft hij dat zeventig procent van de schoolgaande jeugd in Rotterdam van allochtone afkomst is. Oké. Maar moet je je er ook bij neerleggen dat al die allochtone achterstandsleerlingen op zwarte achterstandsscholen zitten?   Lees verder »

Naïef

‘Ambachtsschool is weer terug’, schrijft NRC Handelsblad op de voorpagina dit weekend. Ook het redactioneel commentaar gaat erover. De Volkskrant wijdde op 17 maart en 30 juni al artikelen aan de nieuwe vakcolleges, scholen waar kinderen na de basisschool heen kunnen, waar ze een vak leren en niet ‘lastig gevallen’ worden met boeken, zoals in het huidige vmbo. De strekking van de artikelen is telkens: We zijn eindelijk wakker geworden, leve de praktijk, weg met de theorie. In NRC zegt onderwijshistoricus Nan Dodde dat politici ‘naïef’ zijn geweest: ‘Men dacht dat algemeen vormend, meer theoretisch onderwijs voor iedereen het beste was. Lange tijd werd er ontkend dat er leerlingen zijn die liever met hun handen werken.’ 

Het zit me niet lekker.  Lees verder »

Een tijdje geleden schreef ik dat de redactie van Kracht (het nieuwe magazine van KWF Kankerbestrijding) en ik op zoek waren naar een interviewkandidaat, een bekend persoon die met kanker te maken heeft gehad en daarover zou willen vertellen. Het was kortdag, dus drukbezette types als mr. van Vollenhoven en René Froger vielen af, althans voor het komende nummer. Het is Elisabeth Andersen geworden, nauwelijks meer een bekende Nederlander te noemen, maar ooit was ze de koningin van het Haagse toneel. Ze is al 88 maar de vleesgeworden vitaliteit. Lees verder »

Eerlijk

Een autist die een gehandicaptenmop vertelt (paralympische zwemmer zonder armen en benen maar met een stel supergetrainde oorschelpen zinkt als een baksteen - ‘welke idioot heeft die badmuts op mijn hoofd gezet?!’), het was een van de hoogtepunten tijdens de afscheidsavond op de mytylschool van mijn zoon. Er kan daar hartelijk en ongegeneerd gelachen worden om zo’n mop want iedereen mankeert wel wat. Humor van gehandicapten onder elkaar, van spastici, achondroplasten, dyspraktici of anderszins motorisch beperkten. Vele hebben ook nog een of andere psychische afwijking. Als je net als ik weleens twijfels hebt over de wenselijkheid van zo’n eiland met ’kneusjes’ temidden van een prestatiemaatschappij, dan geeft zo’n we-hebben-allemaal-wel-wat-saamhorigheidsgevoel een prettig tegenwicht. Lees verder »

‘Allochtone leerling overgewaardeerd’ was de kop van een berichtje in NRC Handelsblad van afgelopen dinsdag. Twee wetenschappers uit Groningen, Lyset Rekers en Truus Harms, hebben in opdracht van het ministerie van Justitie onderzocht hoe het komt dat bij allochtone leerlingen het verschil tussen de resultaten van de schoolexamens en centraal eindexamen groter is dan bij hun autochtone klasgenoten. Allochtone leerlingen zijn ijveriger, is de belangrijkste conclusie, en die ijver wordt door leraren beloond met hogere cijfers. De Volkskrant, die het berichtje een dag later ook had, citeert onderzoekster Harms: ‘Het zijn aanzienlijke verschillen. Dat is schokkend, als je ervan uitgaat dat het schooldiploma een vaste waarde vertegenwoordigt.’ Lees verder »

Staatssecretaris Bussemaker wil bezuinigen op de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) van kinderen en jongeren, want ‘de medicalisering van de jeugd moet worden gestuit’ (de Volkskrant 14 juni, p. 3).  ‘We moeten een andere visie ontwikkelen op zorgverlening aan de jonge generatie’. Nu gaat er geld uit die pgb’s onder meer naar huiswerkbegeleiding, begeleiding van school naar huis en naar de sportclub. Bussemaker: ‘Dat duidt op medicalisering van problemen. Als we niet uitkijken sorteren ze zo voor voor het speciaal onderwijs en de Wajong.’ Mevrouw Bussemaker, denk even na. Zou het niet zo kunnen zijn dat een leerling dankzij die huiswerkbegeleiding (die zonder pgb misschien door de ouders niet te bekostigen zou zijn) NIET naar het speciaal onderwijs hoeft? En dat een kind dankzij het geregelde vervoer op een sportclub kan blijven, wat zijn kans om in de Wajong terecht te komen juist verkleint?  Lees verder »

Ik kan onderhand het woord ‘zorg’ niet meer horen. Althans als het eigenlijk over onderwijs zou moeten gaan. ‘Zorgleerling’,'zorgadviesteam’, ‘zorgcoördinator’, ‘zorgstructuur’ - mijn oren tuitten donderdagmiddag, na afloop van een bijeenkomst in het Haagse café Dudok over ’Passend Onderwijs’. Schoolbestuurders, vertegenwoordigers van PO-raad en VO-raad en andere koepelorganisaties, wetenschappers en een enkele politica (CDA’ster Ine Aasted Madsen-van Stiphout, afkomstig uit het ZMOK-onderwijs) waren aanwezig om te discussiëren over die grote stelselwijziging die wordt voorbereid, de ’zorgplicht’, in te voeren in 2011. Lees verder »

Goal!

Vorige week mocht ik in de Haarlemse raadszaal een discussieavond presenteren die was belegd door de Stedelijke Adviesraad Multiculturele Stad. Het thema was ‘dialoog en binding’. Een gast uit Amsterdam stal de show. Niet alleen omdat hij Omar Ramadan heette en een innemend Limburgs accent had, maar ook omdat het project aan de wieg waarvan hij had gestaan, Goal! genaamd, klonk als een simpele en doetreffende remedie voor een groot maatschappelijk probleem: allochtone jongeren die de boot missen. Dit is het idee: koppel een risicojongere aan een succesvolle volwassene (mentor), en laat ze een jaar lang geregeld met elkaar optrekken. De mentor kan door zijn hulp en steun net het verschil maken en de jongere behoeden voor schooluitval. Lees verder »

Afgewerkt

Het moet in 1989 geweest zijn, toen ik mijn eerste betaalde vertaalklussen deed, voor de Harvard Holland Review. H. las mijn teksten en bekritiseerde ze, door streepjes en kruisjes te zetten als iets hem niet beviel. Als het heel erg was, zette hij een uitroepteken. Meestal had ik geen verdere uitleg nodig. Eén keer gebruikte ik een brabantsisme dat zo hardnekkig in mijn taal verankerd was dat zelfs het driedubbele uitroepteken in de derde versie geen lampje bij me deed branden. Ik had het over het personeel van een bedrijf, dat aan het eind van de dag ’afgewerkt’ was. H. had associaties met motorolie en met hoeren, maar ik bedoelde gewoon dat de werkdag erop zat voor hen. Honderden keren heb ik mijn vader dat woord horen gebruiken in die betekenis. Vroeger, in Brabant. Geen idee dat het geen goed Nederlands was. Pardon, geen ‘Standaardnederlands’. Jos Swanenberg, streektaalfunctionaris van de provincie Noord-Brabant, kan ervan meepraten. Lees mijn artikel over dialect in het onderwijs in NRC Handelsblad van vandaag.   

Schade

Zestien jaar lang heb ik er geheel of gedeeltelijk mijn brood mee verdiend, met vertalen. Geen spijt van gehad: van al dat precieze nadenken over het juiste woord en de juiste zin heb ik veel profijt bij het journalistieke schrijven. Dankzij twaalf jaar ondertitelen voor televisie ben ik bedreven geraakt in het omzetten van gesproken taal in geschreven tekst, wat me bijzonder goed van pas komt bij het componeren van interviews. En toch heb ik nooit een moment spijt gehad dat ik er in september 2006 mee ben gestopt. De weinige professionele geluksmomenten wogen niet op tegen de bijna constante frustratie dat wat jij schreef zelden zo goed was als het origineel. Frida Vogels, die onder meer Primo Levi in het Nederlands vertaald heeft, verwoordt het perfect in een interview met de Volkskrant van vandaag: ‘Ik vind vertalen geen prettig werk. Je bent altijd bezig de schade zoveel mogelijk te beperken.’

In de Volkskrant van vandaag een interview met Samantha Power, mensenrechtendeskundige, hoogleraar op Harvard en voormalig adviseur van Barack Obama. Amerika-correspondent Phillippe Remarque was, vermoed ik, erg onder de indruk van deze jonge, mooie, intelligente vrouw. Want in plaats van haar woorden in soepel Nederlands te vertalen, laat hij haar in stijve zinnen spreken waar het Engels doorheen schijnt. De ergste: ‘Een van de fouten die ik zie is het onvermogen om de menselijke consequenties te betrekken in besluitvorming op hoog niveau. Dus was Obama perfect voor mij.’ Remarque denkt Samantha Power recht te doen door haar zo letterlijk mogelijk te citeren. Niet dus. 

Kracht

Kracht Even reclame maken voor een nieuw gratis blad waar ik sinds kort voor werk: Kracht, een driemaandelijks magazine over kanker. KWF Kankerbestrijding geeft het uit, vorige maand is het eerste nummer verschenen. Het is met een journalistiek oog gemaakt. Je kunt je gratis abonneren. Voor het eerste nummer heb ik Annette Roozen geïnterviewd, de paralympische atlete die in haar puberteit botkanker kreeg en sindsdien een onderbeen mist. Momenteel zijn de redactie en ik op zoek naar een volgend ’slachtoffer’. Iemand die met kanker te maken heeft gehad, liefst een bekend persoon, en die daar ook nog eens over wil vertellen. En iemand met een niet al te volle agenda, want de deadline is al over drie weken. Relus ter Beek, commissaris van de koningin in Drenthe, wordt gepolst. En René Froger. Dochter van 13 wist te vertellen dat diens Toppers-concert achter de rug is. ’Dan heeft hij het vast niet meer zo druk’.

Nagels

Een dezer weken zal mijn artikel over bejaardencriminaliteit in NRC Handelsblad verschijnen. Daarvoor heb ik gesproken met een leuke, originele hoogleraar in de oudemensengeneeskunde, met de voorzitter van het college van procureurs generaal, met de ooit roemruchte criminoloog en advocaat Peter Hoefnagels. Toch was het Kees die de meeste indruk maakte. Kees, een verlopen crimineel op leeftijd met een rode coltrui die van middenmoter tot kruimeldief was afgezakt, maar zichzelf nog steeds reuze vond. Ik vond hem onsympathiek, maar intrigerend. Zoals hij mij van mijn stuk bracht met de nichterige opmerking: ‘Kind, je moet wat aan je nagels doen.’ Het viel best mee met die nagels van mij, maar mooi dat ik nu al een tijdje in de weer ben met nagelriemcreme en nagelverharder. En nagelvijl en nagellak natuurlijk. Hij moest eens weten.