Geschreven door Brigit

Je bekijkt nu de bijdragen van Brigit.

antillianenresized200x0Zo’n twintig jaar werk ik nu voor kranten en andere nieuwsmedia. De eerste jaren als vertaler van (voornamelijk) opiniestukken, later ging ik zelf schrijven (heerlijk, je eigen woorden kunnen kiezen!): reportages, achtergrondartikelen en interviews. Alle genres zo’n beetje dus, en van begin af aan schreef ik bovendien over veel verschillende onderwerpen. Dus ik voelde me eigenlijk altijd wel een allround-journalist. Ten onrechte, weet ik sinds een tijdje. Lees verder »

Schizofrenie komt onder Marokkaanse mannen van de tweede generatie bovengemiddeld vaak voor. ‘Ik vermoed dat het bij 20 procent van de Marokkaanse verdachten een rol speelt.’ Een Utrechts project richt zich op de hele familie.

Neem de Utrechtse familie Boussoufa, afkomstig uit een dorpje in het Marokkaanse Rifgebergte. Moeder 39 jaar, vader 38. Zes kinderen in de leeftijd van 11 tot 24 jaar. Vader heeft door een ongeluk hersenletsel opgelopen en is lichamelijk en geestelijk zwak. Hij en zijn vrouw zijn beiden analfabeet. Ze hebben dus veel moeite om zich staande te houden in de Nederlandse maatschappij, en dan gaat hun oudste zoon Hamid zich ook nog eens vreemd gedragen.

Hij beweert dat hij stemmen hoort die hem opdrachten geven. Hij maakt schulden, vooral door de boetes die hij krijgt wegens wildplassen, reizen zonder kaartje en roken op plaatsen waar dat niet mag. De ouders voelen zich verantwoordelijk en komen daardoor in ernstige financiële problemen. Lees hier het hele artikel.

Voor de trouwe lezers van dit blog die niet mijn berichten op Twitter volgen: afgelopen week ontspon zich hier naar aanleiding van een drie maanden oude posting ineens een levendige discussie over interviewen en geïnterviewd worden. Ik schreef over een interview in de VPRO-gids met Charlotte Mutsaers, naar aanleiding van de documentaire die Suzanne Raes over haar maakte. Mutsaers had er grote moeite mee dat Raes haar eigen verhaal wilde vertellen, mijn stelling was: een interviewer móet zijn eigen verhaal vertellen. Miss Leon, een kunstenares, vroeg zich af of ik wel voldoende consideratie had met de - per definitie - gevoelige kunstenaarsziel. Even later viel Charlotte Mutsaers haar bij. Hoorde een interviewer cq documentairemaker niet te werken vanuit oprechte interesse in de ander? Bien sûr! Eind goed, al goed. Lees hier de oorspronkelijke posting en de reacties.

Anne

anne

Anne Mreijen

Een interviewer wordt geacht zijn of haar emoties in bedwang te houden. Toch overkomt het me elk jaar wel een keer dat ik volschiet tijdens een gesprek. Meestal als de geïnterviewde met een uitgestreken gezicht een treffende metafoor gebruikt om een ellendige situatie te typeren. Maar soms ook om iets grappigs, of tragi-komisch.Tijdens het interview met de chronisch zieke Anne Mreijen voor NRC Next (vandaag op de ZIN-pagina, hier te lezen) hield ik het niet droog toen ze vertelde over de eerste ontmoeting met haar vriendje, vier jaar geleden tijdens het vorige WK-voetbal. Hilarisch, hoe zij als “soort van witte engel” op een scootmobiel het hoofd op hol bracht van een 15-jarige jongen. Nu - vier jaar later - is ze veel zieker dan toen, maar ze zijn nog altijd samen. Diep-romantisch vind ik dat.

Ibrahim Yerden Foto: uitgeverij Van Gennep

Ibrahim Yerden Foto: uitgeverij Van Gennep

Allochtone ouders en kinderen maken nauwelijks gebruik van preventieve opvoedingsondersteuning, terwijl dezelfde groep oververtegenwoordigd is in de verplichte hulpverlening door Jeugdzorg en in de justitiële jeugdinstellingen. Ze krijgen dus pas hulp als het in feite al te laat is. In zijn recent gepubliceerde boek, Schaamte en strategisch handelen. Opvoeding in Marokkaanse en Turkse gezinnen, schetst Ibrahim Yerden - cultureel antropoloog van Turkse afkomst, werkzaam bij Primo NH en verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) - wat voor problemen allochtone ouders ervaren. Lees verder »

cover-kracht-aus-aram

Foto: Timo Sorber

Ach ja, waarom niet gewoon twéé jonge acteurs interviewen, die allebei zo’n half jaar geleden hun moeder verloren aan longkanker. Samen, in een dubbelportret. Nou, bijvoorbeeld omdat het in alle opzichten tegenpolen zijn. Dan maak je het jezelf behoorlijk lastig als interviewer. Want een dubbelinterview kan alleen slagen als er sprake is van enige chemie tussen de twee gesprekspartners. Lees verder »

p8130012

Al eerder vertelde ik op dit blog over mijn ontmoetingen met de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos, die zich zo blijmoedig bekommert om de verstotenen en de verloederden van de stad. Ik leerde hem kennen toen ik vorig  jaar voor Binnenlands Bestuur een reportage over hem maakte, waarbij het Rotterdamse daklozenbeleid het uitgangspunt was. Voor NRC Next wilde ik graag een persoonlijk portret van hem maken: de mens achter de hulpverlener.  Ik ging een dag met hem mee, en kwam thuis met een hoofd vol indrukken. En met de vraag hoe ik het verhaal zó kon opschrijven dat het niet weeig of sentimenteel zou worden. Want alle ingrediënten voor een sob story waren aanwezig: een gedreven hulpverlener, gelovig christen bovendien en dan al die treurige levensverhalen van daklozen. Die soms - ook dat nog - gered werden. Op Twitter verzuchtte ik: ‘Hoe ga ik dát nu eens aanpakken?’ En kreeg prompt een geweldig advies van iemand die jaren als eindredacteur heeft gewerkt. Ik ben benieuwd of oplettende lezers kunnen ontdekken welk stijlmiddel ik heb toegepast. En natuurlijk of zij vinden dat ik geslaagd ben in mijn poging het een beetje nuchter te houden. Het verhaal uit NRC Next is hier te lezen.

Hoernalistiek

Kun je een goed interview maken met iemand die je vervelend vindt? Ik heb het niet over een telefoongesprekje met een wetenschapper over een technisch onderwerp, maar over een groot, portretterend interview, waarin je probeert iemands diepste drijfveren en verlangens bloot te leggen. Kun je zo’n interview maken met iemand waar je in meer of mindere mate afkeer voor voelt, om wat voor reden dan ook? Lees verder »

Hij heet Orhan, of Wesley, of Aziz. Hij is tien jaar, en verzuimt geregeld op school. ‘s Avonds is hij vaak tot laat op straat en zijn moeder kan duidelijk de opvoeding niet aan. Vader houdt zich afzijdig. Hulp wordt afgewezen, vader reageert agressief op Jeugdzorgmedewerkers die de ouders tot vrijwillige opvoedingsondersteuning proberen te bewegen.

Iedereen voelt dat er iets niet goed gaat en her en der gaan er handen jeuken. Maar zolang de jongen niet mishandeld wordt en ook geen ernstig probleemgedrag vertoont, kan Jeugdzorg alleen maar toekijken. Is dat erg? Of slaan we door met het willen beschermen van kinderen? Lees verder »

Mutsaers & Raes

Charlotte Mutsaers

Charlotte Mutsaers

In de VPRO-gids van deze week (13) staat een interview met schrijfster en beeldend kunstenaar Charlotte Mutsaers. Elke interviewer zou het moeten lezen. Mutsaers verwoordt heel precies de gedachten en gevoelens die over haar kwamen toen er een documentaire over haar werd gemaakt: ”Al mijn inspanning is erop gericht om een beeld van mijn levensgevoel te geven. (…) Dat doe je onder andere omdat je het idee hebt dat je in je leven vaak bent misverstaan. Daar zit een enorme drive achter. (…) Als iemand anders dan een verhaal over jou wil maken, begeeft hij zich op in jouw ogen verboden terrein en dat is onverdraaglijk.”

Lees verder »

Hij heeft maar een bijrol in het verhaal dat ik dit weekend schreef , een reportage voor NRC Next over het werk van de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos. (Over hem heb ik al eerder geschreven op dit weblog.) Ik moest me inhouden omdat Evert de hoofdpersoon was, maar eigenlijk had ik nog veel meer over Jos willen vertellen. Lees verder »

Kluun

image

Foto: Bonnita Postma

Een miljoen exemplaren waren er al verkocht van Komt een vrouw bij de dokter vóór de verfilming te zien was. Een duizelingwekkend aantal, en intussen zullen het er wel nog meer zijn. In november sprak ik Kluun voor een interview in Kracht. Het was een paar dagen voor de première van de film, waarin Carice van Houten  de rol speelt van Carmen, alias Kluuns aan borstkanker overleden vrouw Judith.

Het was een ontspannen gesprek, Kluun is niet alleen in zijn boeken, maar ook in werkelijkheid een Brabantse volksjongen zonder capsones, ondanks zijn gigantische succes als schrijver. Ik vertelde hem dat ik zijn boek gekocht had bij boekhandel Atheneum in Haarlem, tijdens een bijeenkomst van poëzieminnaars (de nieuwe dichtbundel van stadsdichteres Sylvia Hubers werd gepresenteerd). Nieuwsgierig begon ik erin te lezen, wat me, heel komisch, op misprijzende blikken kwam te staan. Lees verder »

vogel

Samen met Anja Vink heb ik een boek gemaakt voor De Haagse Hogeschool, ter gelegenheid van het afscheid van de collegevoorzitter, Pim Breebaart. Een bijzondere man, onderwijsmens tot in zijn vezels. (Hij wordt, tot scepsis van velen, opgevolgd door een brandweercommandant.) Het mooist wordt hij misschien wel geportretteerd in het interview dat ik had met Faisal Mirza, oud-student van De Haagse Hogeschool en protégé van Pim. Lees verder »

“Geachte Mevrouw Kooijman. Folia, het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam (UvA), publiceert sinds enige tijd een serie gesprekken onder de titel Roem: interviews met toonaangevende/bekende mensen uit de wereld van kunst, cultuur, wetenschap, economie, politiek of media, die hebben gestudeerd aan de UvA. Omdat u aan dat profiel voldoet zou ik willen vragen of u mee wil doen aan een interview. Het interview zal hooguit een uur in beslag nemen, op een plek en tijd die u schikt. Mogelijk worden de interviews na afloop gebundeld in een boek. Voorafgaand aan het interview, of na afloop, zal fotograaf Bob Bronshoff een foto van u nemen. Uiteraard kunt u het interview voor publicatie inzien.

Lees verder »

Thiandi II

thiandi

Thiandi Grooff

In december schreef ik over het bijzondere gesprek dat ik had met Thiandi Grooff, het 19-jarige meisje dat tot haar veertiende als zwaar verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, totdat ze leerde communiceren via een letterbord. Nu studeert ze aan de universiteit. Vandaag staat het resultaat van die ontmoeting in NRC Next (het is hier te lezen).

Thiandi heeft zelf, zoals het stramien van de vrijdagse Zin-pagina voorschrijft, een kadertje gevuld met haar weekprogramma. Dat is door de redactie iets ingekort wegens ruimtegebrek, waardoor haar opmerking is weggevallen dat ze nog assistenten nodig heeft. “Met humor graag!” had ze daaraan toegevoegd. Bij deze haar oproep alsnog. Mij lijkt het geen gemakkelijke, maar wel een zeer interessante, dankbare en leuke (bij)baan om Thiandi’s assistent te mogen zijn!

Voor J/M schreef ik een artikel over het vmbo: wat te doen wanneer je zoon of dochter  in groep 8 - al die niet onverwacht -  een vmbo-advies krijgt? Bij hoogopgeleide ouders kan zoiets aankomen als een klap in het gezicht. Zoals bij Madelon Boeke (niet haar echte naam), die ik sprak over haar 16-jarige zoon met adhd: ”Ik had gerekend op een vmbo-havo-advies. Dan zou het uiteindelijk wel havo worden, dacht ik. Maar ondanks een onverwacht hoge cito-score van 537, kreeg Bram een vmbo-advies. Héél erg vond ik het. ‘Hoe kom ik nu toch aan zo’n kind?’, vroeg ik me af. Iedereen in onze familie, zowel aan mijn kant als die van mijn man, heeft gymnasium gedaan. Met havo had ik me verzoend, maar vmbo? Het leek me echt vreselijk voor hem om tussen die straatvechters te moeten zitten.” Ze vond uiteindelijk een kleine, categorale vmbo-school waar de leerlingen aan toneel deden en het keuzevak filosofie werd aangeboden. Na twee weken was ze ‘om’: “Het bleek een geweldige school te zijn. De allerbeste die ik tot nu toe bij mijn drie kinderen heb meegemaakt.” Lees hier het hele artikel.

Kadir Canatan

Kadir Canatan

Afgelopen najaar ben ik vanuit Istanbul de Zee van Marmara overgestoken naar Balıkesir, een landerige provincieplaats in Anatolië. ‘Het Almelo van Turkije’, noemde iemand het eens. Ik ging erheen om voor NRC Next een vraaggesprek te houden met Kadir Canatan, cultureel antropoloog. Van zijn twintigste tot zijn zesenveertigste woonde hij in Nederland, de laatste jaren in Rotterdam. Hij was een gewaardeerde sociaal wetenschapper, had vrienden, zijn kinderen waren in Nederland geboren. En toch wilde hij na al die jaren terug naar Turkije, hij voelde zich hier ineens niet meer thuis. Veel Nederlandse Turken dromen van een leven in Turkije, maar hij gíng.  Lees verder »

Kapatmak!

125px-flag_of_turkey_svgEen van de leuke dingen van een nieuwe taal leren, is dat je er nieuwe bron van barbarismen bij krijgt. En barbarismen, daar ben ik dol op, al is het maar om me te kunnen ergeren. In de Volkskrant van vandaag schrijft correspondent Arjen van der Ziel over het verbod van de Koerdische partij DTP door het Turkse Constitutionele Hof. Hij heeft het verschillende keren over “de sluiting” van de partij in plaats van “het verbod”. Een keer spreekt hij zelfs over “de gesloten partij”. “Ha!” dacht ik. “Kapatmak!”  (Het Turkse woord voor sluiten wordt ook gebruikt in de betekenis van verbieden.) Om mij vervolgens te verbazen over het gemak waarmee hij de letterlijke vertaling voor gewoon Nederlands laat doorgaan, en over het gebrek aan oplettendheid van de eindredactie. Lees verder »

Thiandi

letters-abc-2

In de tien jaar dat ik interviews maak, heb ik veel inspirerende mensen ontmoet en bijzondere levensverhalen gehoord. Verhalen die je anders naar de wereld doen kijken. Gisteren had ik voor NRC Next een interview met Thiandi Grooff. Ze heeft bij haar geboorte een hersenbeschadiging opgelopen waardoor ze niet kan praten en ook verder weinig controle heeft over haar spieren. Haar ogen kijken je niet aan, en alleen zo nu en dan kun je van haar gezichtsuitdrukking iets aflezen. Haar bovenlichaam beweegt voortdurend van voor naar achter, soms grijpt ze onwillekeurig naar iets dat op tafel ligt. Ze maakt geluiden, die ze niet kan stoppen. Lees verder »

Mart

image

Foto: Bonnita Postma

Met een aantal collega-journalisten had ik laatst een discussie over het vak van interviewen. Ze vonden dat het geen enkel verschil maakte of je geïnterviewde een bekend of een onbekend persoon was. Dat is natuurlijk onzin, en ze bedoelden dan ook eigenlijk dat het geen verschil zou mogen maken. Want onbekende mensen kunnen net zo goed interessant zijn. Ja, hè hè.

Intussen zat ik na te denken wat het dan zo anders maakt om een interview te maken met iemand van wie we allemaal al heel veel weten. Het antwoord is simpel: je sluit aan bij alles wat al eerder is gezegd en geschreven over hem of haar (of wat hij/zij zelf heeft geschreven en gezegd) en probeert daar iets verrassends aan toe te voegen. Anders dan bij ‘zomaar iemand’ met een bijzonder verhaal laat je een BN’er niet zijn hele geschiedenis vertellen, maar pik je er elementen uit en gaat daar een beetje in prikken en roeren, in de hoop dat je uiteindelijk een - soms heel bescheiden - nieuw licht kunt werpen op (een deel van) de persoon. Of dat gelukt is in mijn interview met Mart Smeets voor Kracht, mag de lezer bepalen.

Het Haagse meisje Suat is nog een jonge scholiere als ze door haar ouders gedwongen wordt om te trouwen met een man van 24. Ze weigert seks met hem, waarop haar vader een ‘compromis’ bewerkstelligt: de ene dag wel, de andere dag niet. Ze wordt mishandeld en verkracht, en Suat loopt weg. Soms naar haar ouders, soms naar een opvanghuis. Telkens keert ze, onder druk van haar ouders, weer terug naar haar echtgenoot. Maar op een gegeven moment gaat vader met het gezin op vakantie en komt alleen terug. Sinds maart dit jaar weet niemand meer waar Suat is en of ze nog leeft. Gevreesd wordt dat ze het slachtoffer is geworden van eerwraak of anders een miserabel leven leidt in het land van herkomst, ergens in het Midden-Oosten.

Lees hier het hele verhaal.

Vanand en Isa

pa100208

De redactie van de Kaukasuskrant bijeen, onder supervisie van Peter Scheffer van de Alfred Mozerstichting. Op de voorgrond Isa en Vanand (op het achterhoofd gezien). foto: Marion van der Vegt

Nagorno-Karabach is een enclave in Azerbeidjan, waar in de jaren negentig kort maar heftig om gevochten is door Armenië en Azerbeidjan. Armeniërs en Azerbeidjanen hebben nog altijd een zeer moeizame, om niet te zeggen vijandige verhouding. Afgelopen zaterdag heb ik in een zaaltje van de Leidse universiteit een gespreksmiddag geleid over Nagorno-Karabach, georganiseerd door de stichting Dutch Friends of Azerbeidjan (dufoa). Lees verder »

Toegeven, er was destijds een lezer die zijn of haar abonnement opzegde naar aanleiding van mijn artikel over SM in de Volkskrant, negen jaar geleden. Ik herinner me nog dat ik zeer verbaasd was toen Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, dat vertelde.

Drie uur lang had ik op het terras van café Américain met meesteres Pauline, alias Sady Lady, voor de rubriek ‘Voor beginners’ gesproken over SM. Zij bevestigde mijn beeld van SM als een ontspannende hobby en prettige uitlaatklep. Sleutelwoorden bij SM zijn ‘respect’ en ‘vertrouwen’. Het is een spel voor volwassenen, waarbij je geestelijk gezond blijft omdat je er allerlei spanningen mee van je af kunt gooien. Lees verder »

8f132873-f094-4281-b6de-ad686ab0bb5c_cover-j-m_publicatie125
Werk en privé lopen geregeld door elkaar bij mij. Of zijn op zijn minst nauw met elkaar verbonden. Zo zou ik waarschijnlijk niet zo geïnteresseerd zijn in onderwijs als ik geen kinderen had gehad. Vaak schrijf ik over onderwijszaken waar ik dankzij mijn kinderen mee in aanraking ben gekomen. Andersom komt ook voor: dat ik door mijn journalistieke werk word beïnvloed in mijn gedrag als onderwijsconsument, om het even formeel te zeggen. Lees verder »

Boulah (2)

image

De nieuwe Kracht is in de bus gevallen, met Boulah op de cover. Bonnita Postma heeft dat vriendelijke gezicht mooi geportretteerd. De bijnaam van Boulahrouz is ‘de Kannibaal’, vanwege zijn messcherpe manier van verdedigen. Op de foto’s en filmpjes die ik bekeek ter voorbereiding van het interview (zie eerder logje) had hij altijd een verbeten, vertrokken kop. Maar dat waren actiebeelden, Boulah aan het werk op het voetbalveld. Ik vond één foto waarop hij vrolijk keek, een trouwfoto. Sabia, heet zijn vrouw. Na afloop van het interview vroeg ik of ze Italiaanse was. ‘Dat dacht ik eerst ook,’ zei Boulah. ‘Ik hoopte het. Ik stuurde haar een sm’s je: “where’re you from?”  Toen ze terug sms’te “I’m from Turkey” dacht ik: “O mijn god, nee.”‘ Lees verder »

Onze jongens

p8130015

Vandaag met mijn poten in de modder gestaan. Aan het eind van de ochtend zagen mijn schoenen en broek er zo uit.

p81300061

Om 4.15 ging de wekker. Samen met fotograaf Arie Kievit stapte ik om zeven uur vanmorgen in de bus van Evert Vos, veldwerker van stichting Ontmoeting, die zich ontfermt over de dak- en thuislozen in Rotterdam. Ze slapen onder bruggen en viaducten, tussen de struiken op braakliggende terreinen, in verlaten gebouwtjes aan de haven. We doorkruisten de stad, stapten zo nu en dan uit, waarna Evert speurde naar tekenen van leven. Hij houdt ze in de gaten, de ‘buitenslapers’, de ‘zorgwekkende zorgmijders’, de SG’s (sterk gedragsgestoorden).

p8130008

Het zijn de allertreurigste plekken in de stad, plekken die van niemand zijn. Zoals hier onder de A20. Buurtbewoners storten er hun vuil, daklozen slapen er, bovenin, vlak onder het wegdek. Om Everts ‘doelgroepers’ in levenden lijve te zien, hadden we nog vroeger op moeten staan. De meeste slaapplaatsen waren al verlaten. Buitenslapers zijn geen langslapers. Ze moeten vroeg op pad om eten en andere behoeften te scoren. Alleen André hebben we zien liggen, onder de Brienenoordbrug. Hij was erg aan het verloederen de laatste tijd, vertelde Evert. Waarschijnlijk wordt hij binnenkort via een rechterlijke machtiging gedwongen opgenomen. Evert is blij met het nieuwe daklozenbeleid van de gemeente Rotterdam. De stad wil voor Kerstmis alle daklozen onder dak hebben. Er is nog een harde kern over van een stuk of vijftig man. Die probeert Evert ‘de zorg in te krijgen’. Maar dat kost tijd. Soms jaren. Voor Kerstmis, dat gaat hij niet redden.

p8130010

Evert had het over ‘doelgroepers’, maar vaker nog zei hij ‘onze jongens’. Hij is een gelovig christen die dit werk doet vanuit de overtuiging dat alle mensen schepselen Gods zijn. Dat drijft hem voort, dat maakt dat hij blijmoedig in hun holen kruipt, stank, uitwerpselen en ratten trotserend.

p8130011

Zoals in dit gebouwtje in de haven vlakbij bij de Keileweg.

p8130012

Over de Keileweg gesproken: daar zijn de prostituees verdwenen, dankzij hetzelfde Plan van Aanpak van de gemeente Rotterdam. Hij miste ze wel een beetje, de dames, zei hij. Zijn christelijke stichting organiseerde weleens ontmoetingen met gewone mensen uit de provincie, zodat ze konden zien waar hun goede gaven naar toe gingen. Dan deelden Staphorsters soep en marsen uit aan de prostituees, en ontstonden er goede gesprekken.

p8130013

Cavaillé-Coll-orgel Philharmonie Haarlem

Een jaar geleden schreef ik over mijn allereerste krantenartikel (Uit de oude doos ), een reportage in het reiskatern van de Volkskrant over de Haarlemse draaiorgelhal. Bij het ordenen van mijn archief kwam ik een ander “orgelverhaal” tegen, een interview  met orgelbouwer Cees van Oostenbrugge. Lees verder »

Er zijn twee redenen waarom ik de (freelance-)journalistiek het mooiste beroep van de wereld vind: je kunt ongegeneerd je eigen hobby’s najagen én je komt soms terecht in volslagen nieuwe werelden. Het afgelopen jaar heb ik vele voorheen onbekende domeinen - een klein beetje - leren kennen. Van die van de multi-complex gehandicapte kinderen tot de extremo-tolerante schimmels en de Azerbeidzjaanse immigranten in Nederland.

Lees verder »

Vliegende varkens

“Metrolijn pas af  ’als de varkens vliegen’”. Dat was de openingskop van de Volkskrant van vandaag. Amerika-corrrespondent Diederik van Hoogstraten in de bocht: hij heeft een handje van te letterlijke vertalingen. Amerikanen zeggen ‘when pigs fly’, wij zeggen ‘met Sint Juttemis’ of  voor mijn part (niet geschikt als krantenkop): ‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’. Maar ik betrapte me erop dat ik me nu eens niet ergerde, en die vliegende varkens eigenlijk wel leuk vond. Fout, maar grappig. Ze mochten blijven van mij. Lees verder »

Afgelopen week verscheen mijn eerste interview in NRC Next. Iris Blatter, een intelligente, ambitieuze jonge vrouw van 22 loopt vast in het hoger onderwijs omdat men daar geen rekening kanof wil houden met haar handicap, het syndroom van Asperger. Een van de ’symptomen’ is een zekere starheid die haar belemmert in het samenwerken met medestudenten. Lees verder »

Boulah

boulah-16
Het is vooraf altijd spannend hoe een interview verloopt. Je kunt je nog zo goed voorbereiden, maar als een geïnterviewde alleen maar ‘tja’, of ‘eh’ of ’daar vraag je me wat’ zegt, schiet het niet op. Gelukkig is me dat nog nooit overkomen. Even was ik er bang voor met Khalid Boulahrouz. Lees verder »

Heerlijk is het, om je als niet-bèta een exact onderwerp haarfijn te laten uitleggen door een deskundige. En dat je het dan snapt. Een tijdje geleden ontmoette ik een wetenschapper, een schimmeldeskundige, die zo aanstekelijk kon vertellen over zijn werk dat ik heel even overwogen heb om me, niet gehinderd door kennis van de meer exacte domeinen (mijn vakkenpakket op de middelbare school bestond uit zes talen en geschiedenis), in de wetenschapsjournalistiek te bekwamen.  Lees verder »

stedelijk gymnasium haarlem
stedelijk gymnasium haarlem

Moge het een troost zijn voor alle ouders met een slimme, maar onwillige en ongemotiveerde puberzoon die met geen stok aan zijn huiswerk te krijgen is: ook op het gerenommeerde Stedelijk Gymnasium in Haarlem werken de leerlingen, en met name de jongens, thuis schrikbarend weinig voor school.  Lees verder »

Foto: Bonnita Postma

Foto: Bonnita Postma

Sommigen zullen het een kalenderwijsheid vinden, “slachtoffer zijn is een keuze”. Maar ik vind het een mooie spreuk, die een mens tot voordeel kan strekken. Ik heb ‘m van Teuntje Klinkenberg, die ik interviewde voor Kracht, naar aanleiding van haar boek De methode Coué. Ze vertelt daarin de geschiedenis van haar familie. Kanker is een terugkerend thema in het boek, en in haar leven. Een gemuteerd BCRA1-gen richtte heel wat aan: twee borstamputaties, verwijderde eierstokken en baarmoeder, en een gesmoorde carrière als toneelregisseuse. Lees verder »

Foto: L. Bakker

Selimiye-moskee / Foto: L. Bakker

Een zondagmiddag lang was ik te gast in de Selimiye-moskee in Haarlem, voor een verhaal over de educatieve en culturele activiteiten die daar worden georganiseerd. En dat is niet mis. De moskee heeft niet alleen een buurthuisfunctie voor de Turkse (hang)jeugd - die kan er tafelvoetballen, computeren en sporten - maar biedt ook een vangnet voor kinderen en jongeren die op school dreigen vast te lopen. Een groep vrijwilligers - Turkse scholieren en studenten -  runt een aantal huiswerkklassen, licht ouders voor over hoe ze hun kinderen beter kunnen begeleiden, en houdt indien nodig contact met school. Geweldig, deze opvang en ondersteuning in eigen kring. Want hartstikke nodig. Turkse ouders laten het er, om allerlei redenen, nogal eens bij zitten.  Lees verder »

Dankzij een boekproject over Turkse immigranten breidt mijn kring van Turkse kennissen zich de laatste maanden gestaag uit. Een van hen is Mustafa. Op zijn dertiende kwam hij naar Nederland. In zijn jonge jaren was hij een linkse radicaal, inmiddels is hij links-liberaal. Hij gelooft niet in God, tenminste niet op de traditionele manier, vertelde hij me laatst. Hij voelt zich zeer thuis bij de alevieten. Alevieten hoeven niks, volgens Mustafa. Ze hoeven niet te bidden, niet te vasten, ze hoeven niet naar Mekka. Vrijheid, blijheid. De vrouwen dragen geen hoofddoek, ze zijn gelijk aan de mannen. Anders dan bij de traditionele moslims zitten de mannen en de vrouwen gewoon bij elkaar tijdens feesten e.d. Moederdag vieren ze elk jaar met muziek, gedichten, zang en dans. Ik vroeg of ik mocht komen, ik was nieuwsgierig geraakt naar dat clubje waar Mustafa altijd met zoveel warmte over sprak. Kon ik er meteen voor het Haarlems Dagblad een stukje over schrijven. Hoeveel mensen zouden weten dat een flink deel (ongeveer een kwart) van de Turkse moslims in Nederland eigenlijk gewoon hetzelfde is als wij?  Lees verder »

Het is een werkwoord bij ons thuis, “brillen”. Voor het Haarlems Dagblad moest ik weleens tamelijk bizarre gebeurtenissen verslaan, zoals een castingbureau dat in een verzorgingstehuis screentests afnam bij bejaarden. Die hadden ze nodig voor een reclamespotje. Als ik me van te voren zuchtend afvroeg hoe ik dat nu weer moest aanpakken, journalistiek gesproken, riep echtgenoot uit: “Brillen! Gewoon brillen!” En het hielp, te denken hoe Martin Bril zoiets beschreven zou hebben. Hij was de beste stilist, een waar voorbeeld.

Een paar maanden geleden heb ik Bril nog een mailtje gestuurd, met het verzoek om een interview voor Kracht. Geen antwoord. Niet lang daarna hoorde ik hem in een (erg leuk) interview met Mieke van der Weij zeggen dat hij best over zijn ziekte wilde praten, maar dat hij er geen zin in had ‘om ambassadeur van het kankerinstituut te worden’ (of woorden van die strekking). Toen heb ik het er maar bij laten zitten. Jammer. Nu zal ik nooit weten of hij het misschien toch gedaan had, als ik doorgezet had.

Leylam

azerZe kwamen helemaal uit Groningen, Apeldoorn, Nijmegen, Den Haag, naar het Mondiaal Centrum in Haarlem. Afgelopen week leidde ik er een discussieavond over Azerbeidjan. Vooraf wist ik niets van het land - ik had zelfs moeten opzoeken waar het ook alweer lag - laat staan dat ik ooit een Azeri ontmoet had. Nu zaten er ineens zo’n twee dozijn in de zaal, merendeels jonge studenten. Door de geschiedenis heen was het Azerbeidjaanse volk de speelbal van grotere mogendheden - Rusland, Turkije, Iran - en in constante rivaliteit met buurland Armenië.

Lees verder »

“I’m sure some people must think I haven’t got a care in the world. I try to keep my feelings of hopelessness to myself. I don’t want people to think I can’t cope. I have to stay strong for my three lovely daughters. But inside my heart is breaking and my head is a mess.”

Via Google Blog Search ontdekte ik het weblog van Julie Evett uit het Engelse Devon. Ze heeft een ernstig gehandicapt dochtertje van tweeënhalf, Rose. Een vriendin had haar mijn NRC-interview met de moeder van A. opgestuurd, vertaald en wel. Een vreemde gewaarwording om dat verhaal in het Engels te lezen. Op het log van Julie Evett staat ook een interview in The Daily Mirror met haarzelf,  uit september 2008. Toen werd een 32-jarige vrouw, Joanne Hill, veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor de moord op haar vierjarige gehandicapte dochtertje Naomi. Lees verder »

Zoon A. (11) krijgt vaak op zijn kop. Ofwel hij praat te hard, ofwel hij staat te dromen terwijl hij zijn pyjama moet aantrekken, knoeit met zijn eten, maakt wat kapot (per ongeluk-expres), stampt op de trap of slaat met de deuren. Sinds we beseffen - nog niet eens zo lang - dat zijn grijze massa heel anders werkt dan bij de meeste kinderen, proberen we hem alleen nog te beknorren als het echt nodig is, maar toch. Meestal reageert hij gelaten op onze standjes, soms wordt hij driftig. Gisterenmiddag zei hij ineens met een grijns, zonder aanleiding (alles was pais en vree): “Mama, ik weet zeker dat je weleens een klein beetje denkt, hééééél diep in je hart,” hij hield duim en wijsvinger een stukje uit elkaar op borsthoogte, “Ik wou maar dat ik geen zoontje gemaakt had’.”

Slikangst

foto-leny-van-schaik-verkleind

foto: united photos de boer

Het is alweer zeven jaar geleden, maar het blijft een van mijn merkwaardigste vraaggesprekken. Voor de rubriek Lusten & Lasten van de Volkskrant zou ik Leny van Schaik interviewen, een in Haarlem bekende koordirigente. We zouden praten over de turbulente periode in haar leven waarop ze, getrouwd en wel, verliefd werd op een vrouw die ook getrouwd was (met een man). Intussen waren haar vriendin en zij al heel wat jaren bij elkaar, en hadden ze - zo meen ik het mij te herinneren - allebei goed contact gehouden met hun ex-man. Lees verder »

Volgende week verschijnt de laatste aflevering van de interviewrubriek “Het verhaal van…”  in NRC Handelsblad. Vanaf naar ik meen - ik kon het niet terugvinden in het archief - begin 2005 kwam er in het Zaterdags Bijvoegsel (later Zaterdag &cetera) elke week iemand aan het woord met een opmerkelijke levensloop of een bijzondere geschiedenis. Een van de mooiste vond ik het verhaal van Rajendra Devkota (50), die uit Kathmandu illegaal naar België emigreerde en 87 dagen een hongerstaking hield om te mogen blijven. Het verhaal is opgetekend door Petra de Koning en begint zo: “Gisteren heb ik een e-mail gestuurd naar het Guinness Book of World Records. Ik denk niet dat er eerder iemand was van mijn leeftijd die een hongerstaking zo lang heeft volgehouden. Een wereldrecord is goed, een wereldrecord is een wereldrecord.” Lees verder »

rondom-10

Vandaag eindelijk tijd gehad om de uitzending van Rondom Tien te bekijken over “zinvol leven”. Naar aanleiding van mijn interview met de moeder van A. in NRC Handelsblad spraken ouders van ernstig meervoudig gehandicapte kinderen, artsen en een ethica over wat nog een menswaardig bestaan is, en wat niet. Carolyn, de moeder van de negenjarige Livia, maakte indruk op mij door haar eerlijke en nuchtere manier van spreken (ze deed me sterk denken aan de moeder van A.). Op het verzoek van Cees Grimbergen om haar dochter te beschrijven, zei ze: “Ze is lang en dun. Ze kan niks, ze weet niks. Ze is eigenlijk niks.” Lees verder »

cover-kracht-mb-verkleind

Mijn gezelligste vraaggesprek ooit was dat met Marjan Berk voor de laatste Kracht (zie pagina interviews). In haar vaste nis in Bodega Keijzer in de Amsterdamse Van Baerlestraat liet Berk allerlei heerlijkheden aanrukken. “Neem voorál de garnalenkroketjes! Die zijn hier zalig!” Het gesprek waaierde voortdurend alle kanten op, van interviewen (Berk heeft ooit voor het Algemeen Dagblad een serie interviews gemaakt) en journalistieke ethiek naar haar theaterloopbaan en van baptistenkerken en soulfood in New York naar de restyling van het etablissement waar we zaten. “Nog iets eten? Ik betaal, het is voor het goede doel!” Niet eerder was het zo lastig om mijn hoofd te houden bij datgene waarvoor ik was gekomen: een interview. Over nota bene een triest onderwerp: de veel te vroege dood van haar schoondochter. Voor haar tweejarige kleindochter Belle schreef Berk een boek met herinneringen, Boek voor Belle. Het gaat, drie jaar nadat haar moeder overleed aan baarmoederhalskanker, gelukkig goed met de inmiddels vijfjarige Belle en haar broers. En Marjan Berk was blij dat haar boek af was, het had haar veel moeite gekost om het tot een goed einde te brengen zonder sentimenteel te worden, vertelde ze. Dankzij haar prijs in de Lotto vorig jaar (een miljoen) was ze niet alleen gul jegens mij: alles wat Boek voor Belle haar aan inkomsten oplevert, gaat naar KWF Kankerbestrijding.

20608101_68255118

Omdat het over anderhalf jaar zo ver is dat zoon A. (11) van de oude vertrouwde mytylschool naar het vervolgonderwijs gaat, bezoeken we open dagen. Het vmbo hebben we uit ons hoofd gezet. Een neuropsycholoog van de RIAGG wreef het ons onlangs nog maar eens in: “Hij wordt géén professor, hoor!” Alsof we daar inmiddels zelf niet achter waren. Lees verder »

Speelgoedpistool

van-abbe-toy-gun2

Je hele jeugd woon je er op tien minuten treinen vandaan, en dan ga je er op je 43ste voor het eerst naar toe. Het Van Abbemuseum in Eindhoven blijkt een museum zoals een museum hoort te zijn: verrassende kunst in een schitterend gebouw. Interactief (bezoekers mogen stukken uit het archief voordragen ter tentoonstelling). Hartelijk personeel. Het eten in het restaurant is lekker en betaalbaar. Een museum om door een ringetje te halen, vind ik. Lees verder »

Foto: Frans van Hal
Foto: Frans van Hal

“Mijn CWI-consulent vond het niet zo’n goed idee dat ik mijn sollicitaties op rijm zette, ook al stond ik ingeschreven als dichter. Wist je dat dat een officieel beroep is? Er zijn alleen nooit vacatures.” Dichteres Sylvia Hubers was, toen ik haar in mei vorig jaar interviewde voor NRC Handelsblad, net ontslagen als feestwinkelmeisje. Lees verder »

jm-mediteren-op-schook-p01

illustratie: Studio Ping

Voor het januarinummer van J/M schreef ik een artikel over mediteren voor kinderen. Het idee ontstond toen ik hoorde dat Jan Obbeek, leraar Frans op de school van dochter (14), al zijn lessen begint met een korte meditatie, trois minutes de silence. ‘Schoonheid en creativiteit ontstaan altijd in stilte’. Anderen die aan het woord komen zijn Hans Kunneman, docent aan het conservatorium van Alkmaar en specialist in mediteren als hulpmiddel bij het leren, en Jeanette Poelman, orthopedagoge en lerares kindermeditatie. Het leuke is nu dat zij drieën, over elkaar lezend in mijn artikel, contact gezocht hebben en besloten hebben om  een ”denktank” te vormen die het mediteren in het onderwijs wil gaan bevorderen. Dus wordt vervolgd, misschien!

Anders dan ik verwachtte, is op het verhaal van de moeder van A. geen enkele afkeurende reactie gekomen. De briefschrijvers (veertien stuks) betuigden hun medeleven en steun, en sommige vertelden hun eigen - ellendige - verhaal.  Zoals de (jonge) man met ondraaglijke en ongeneeslijke zenuwpijn, die erop wijst dat euthanasie voor wilsbekwamen ook vrijwel onmogelijk is, als ze geen terminale ziekte hebben.  Artsen bepalen of iemand ‘uitzichtloos en ondraaglijk’ lijdt, niet de patiënt, terwijl de arts alleen iets zinnigs over de uitzichtloosheid kan zeggen, niet over de (on)draaglijkheid van het lijden. Met als gevolg dat onze euthanasiewet een papieren wet is. Zoals oud-huisarts Karel Gill het zei: ‘Ons zelfbeschikkingsrecht is prima geregeld. Alles kunnen we zelf kiezen: schoolopleiding, beroep, levenspartner. Alleen op het eind heb je niks meer te zeggen.’

Hier de geplaatste reacties in NRC van afgelopen zaterdag (met prachtige illustratie van Olivia Ettema).

Moeder van A.

In augustus schreef ik over mijn kennismaking met de wereld van de multi complex gehandicapte kinderen, ernstig lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kinderen, met een geestelijke leeftijd tussen de 0 en de 2 jaar. A. is zo’n kind. Een jongen van inmiddels elf. Zijn moeder vertelt: “Hij kan niet lopen, niet praten, meestal niet zelf plassen of ontlasting produceren, eten lukt vaak niet, daarom heeft hij een maagsonde. Zo’n vier maanden per jaar ligt hij in het ziekenhuis. (…) We weten niet wat er in hem omgaat.”

Lees verder »

Een van de leukste soort interviews - zowel om te maken als te lezen - vind ik die waarin mensen over hun beroep vertellen.  Anders dan bij human-interest-interviews over persoonlijke drama’s of particuliere levenswendingen, die je vaak in verwarring achterlaten, heb ik bij zo’n relaas-achter-de-schermen van een beroepsbeoefenaar het gevoel dat ik de wereld weer wat beter begrijp. Lees verder »

Relinkje

foto: Erik Hijweege

foto: Erik Hijweege

“Ik ken een hoogbejaarde ex-danser die hier vlakbij in een tehuis wegkwijnt. Ik zoek hem weleens op, hij viel een keer in slaap terwijl we zaten te praten. Hij is incontinent en zondert zich altijd maar af in zijn eigen kleine kamertje. Voor het bij mij zo ver is, hoop ik dat er een dokter is die me wil helpen, zoals bij Hugo Claus. Al denk ik dat je steeds je grenzen zult verleggen, tot je op een punt komt dat je de kracht en de mogelijkheden niet meer kunt vinden om er een eind aan te maken. Behalve hier over het relinkje van de daktuin te stappen en naar beneden te zeilen.”  Lees verder »

Vandaag, op de dag dat Roel van Duijn zijn afscheid van de politiek viert, het verhaal van Gerben Hellinga (71) in NRC Handelsblad. Met dank aan fotograaf Maurice Boyer, die het prachtige portret maakte. Hellinga maakt zich enorm kwaad om het paddoverbod. Je snapt waarom, als je leest hoe hallucinerende middelen zijn leven hebben verrijkt.

Oude psychonaut

foto: Chris van Houts

foto: Chris van Houts

Paddo’s worden illegaal vanaf maandag 1 december, een deel van de coffeeshops moet dicht, zelfs in cafés mag je geen sigaret meer opsteken. Allemaal omwille van onze gezondheid. ”De hypocrisie regeert,” fulmineerde Gerben Hellinga toen ik hem vorige week interviewde naar aanleiding van het paddoverbod. “Op elke straathoek kun je een fles whisky kopen en als je die opdrinkt, ben je dood.”

Lees verder »

IQtje 142

‘Van het doosje scheerzeep in de badkamer heb ik jaren gedacht dat het uit Scherpenzeel kwam. Ik was een keer in Scherpenzeel, en toen dacht ik: “Hé, dat ken ik, van de scheerzeep!”. Toen ging me nog steeds geen licht op, dat kwam later pas. Op een dag zag ik ineens wat er echt stond. Scheerzeep.’ Zo eindigt mijn interview met Henk Blokzijl, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Deze huisschilder te Dronten is dyslectisch én hoogbegaafd. Dat laatste weet hij pas sinds hij zich op zijn drieëndertigste liet testen bij Mensa, de vereniging voor hoogintelligente mensen. Voor de grap ging hij mee met zijn vriendin, en tot zijn eigen ontsteltenis bleek hij niet dom te zijn, zoals hij altijd had gedacht, maar een IQ te hebben van 142. Volgens Henk zijn er veel Mensa-leden met een soortgelijk verhaal. Mensen die altijd gedacht hadden dat er bij henzelf een steekje los zat, totdat ze ontdekten dat ze gewoon enkele graadjes slimmer waren dan de rest. Gisteren, een dag nadat het in de krant verscheen, mailde Henk me dat Mensa naar aanleiding van het interview al veertig testaanvragen had binnen gekregen.

Taboe

Vandaag komt het Sociaal en Cultureel Planbureau met een rapport waaruit blijkt dat deeltijdwerken voor verreweg de meeste vrouwen een bewuste keuze is, ook als ze niet de zorg voor kinderen hebben. Omgekeerd kun je zeggen dat fulltime werken voor vrouwen met kinderen een taboe is in Nederland. Dat vermoedde ik al vóór mijn gesprek met econome Irene van Staveren, die ik begin dit jaar interviewde voor NRC Handelsblad. Dat het waar is, van dat taboe, bleek uit haar verhaal én uit de vele boze brieven die de redactie van NRC kreeg naar aanleiding van het interview, dat zo begint: 

‘Tegen mijn buitenlandse studenten zeg ik altijd: “Nederland is een modern land als het gaat om abortus en euthanasie, maar achterlijk in de arbeidsparticipatie van vrouwen. In jullie landen is dat veel beter.” Dan zijn ze stomverbaasd, want mijn studenten komen uit Azië, Afrika en Zuid-Amerika, ze zien Nederland als zeer vooruitstrevend. Maar fulltime werkende moeders als ik zijn een uitzondering. Nog geen tien procent van de vrouwen met schoolgaande kinderen heeft een baan van 35 uur of meer, en de helft van hen heeft ook nog eens een partner die in deeltijd werkt.’

Toen ik haar ‘vond’, en ze ook nog bereid was tot een interview, had ik geluk. Want zoals blijkt uit bovenstaand citaat zijn vrouwen als Irene van Staveren schaars in Nederland. Feitelijk ken ik - behalve haar - in mijn wijde omgeving niet één fulltime werkende moeder met fulltime werkende echtgenoot. Zelf zou ik het bijna-fulltime-freelancen ook niet trekken, denk ik, met twee kinderen (waarvan een zorgenzoon), als ik geen echtgenoot had met minder ambities, een die meestal thuis is en veel zorg & huishouden op zich neemt.

Het hele interview kun je hier lezen.

Een keer per maand loop ik op de manege een middag te stappen naast Spetter, Ixia of Bam Bam, met op hun rug Chris, Doris of Riccardo: leerlingen van de mytylschool. Deze keer waren er behalve de vaste vrijwilligers ook een vijftal scholieren van een jaar of veertien die kwamen helpen in het kader van hun maatschappelijke stage. Dat gebeurt de laatste tijd vaker. Paardenmeisjes zijn het meestal. Vanmiddag waren er ook twee jongens, en het leuke was: zij hadden duidelijk meer met kinderen dan met paarden. Eén jongen - zwart, kroeshaar, slotjesbeugel - zei desgevraagd: ‘Ik vind paarden hélemaal niks.’ Maar toen Chris, een verstandelijk gehandicapte jongen van 18 in een rolstoel, huilend en schreeuwend protesteerde toen hij per lift het paard op moest (hij had geen zin, zoals meestal de laatste tijd), ging hij er nieuwsgierig bij staan. En zodra Chris, die bleef huilen en tieren, in het zadel zat, pakte hij kordaat het leidsel en ging lopen. Even later zag ik ze keuvelen, en dat zijn ze een half uur lang blijven doen, Chris werd alsmaar meer ontspannen en opgewekt. Stomverbaasd en ontroerd door zoveel natuurtalent vroeg ik de jongen later of hij soms een gehandicapte broer of zus had. ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik heb alleen een nichtje. Een gewoon nichtje.’

Niet zo lang geleden zat ik met zoon A. (bijna 11) ’s avonds in de trein. Op zijn verzoek oefenden we de Engelse begrippen die hij voor de volgende dag moest kennen: brother, sister, family. Ik vond dat hij voor een moeilijk lerend kind al aardig uit de voeten kon met die taal. Vooral wat hij allemaal verstond, viel me reuze mee. Ik dacht aan wat hoogleraar vreemdetalenonderwijs Jan Hulstijn had gezegd, toen ik hem interviewde voor een artikel over Engels op de basisschool, namelijk dat óók kinderen die op lager niveau functioneren vaak heel goed in staat zijn om een vreemde taal te leren.  Misschien niet de grammaticale regeltjes, maar leren spreken en verstaan lukt prima. ‘Vreemde talen leren zit in ieder mens’.  Hij vond het daarom jammer dat in het praktijkonderwijs en in de lagere niveaus van het vmbo zo weinig aan Engels werd gedaan. 

Intussen kwamen we aan op station Haarlem, het was al avond. A. zag, toen de deuren zich openden, een geheel leeg perron. Verbaasd riep hij uit: “No peoples!” 

Deze maand in J/M Voor ouders mijn artikel Is this a shark?

Op de vorige school van mijn zoon zat Julius, een jongen met het syndroom van Down. Hij kende de namen van  alle 300 leerlingen van de school, en wist precies welke ouder bij welk kind hoorde. Het was een basisschool die trots was op de hoge uitstroom naar het gymnasium,  en of dat nu de achterliggende reden was of niet, op een gegeven moment vond de school dat Julius weg moest, tot grote teleurstelling van de ouders. Hij ging naar een zmlk-school. Toen ik Julius’ moeder een keer tegenkwam, vertelde ze dat hij op die school werd klaargestoomd om schoonmaker te worden, terwijl ze ervan overtuigd was dat hij slim genoeg was om administratief werk te doen. Lees verder »

Soumia

In een eerder logje schreef ik al over haar, Soumia Marchouh, die op haar veertiende naar Nederland kwam uit ‘donker Marokko’, zonder ooit naar school te zijn geweest, ze was analfabeet. Vier jaar later sprak ze Nederlands, had ze leren lezen en schrijven én had ze haar mavodiploma gehaald. Lees verder »

Tuintrapje

foto: Erik Hijweege

foto: Erik Hijweege

Van de week mocht ik Rudi van Dantzig interviewen. Dat ‘mocht’ is wel op zijn plaats, want hij voelt zich al een tijd moe en niet zo gezond. Bovendien had hij net een drukke tijd achter de rug met een balletprogramma in het Muziektheater, dat het Nationale Ballet ter ere van zijn 75ste verjaardag had samengesteld. Hij was blij dat de rust was weergekeerd en hij verder kon met schrijven aan zijn biografie over balletpedagoge Sonia Gaskell, maar fotograaf Erik Hijweege en ik hebben bij elkaar bijna zijn hele dag in beslag genomen. Allercharmantst nam hij niettemin de tijd, ’s ochtends voor mij, ’s middags voor Erik.  Lees verder »

Kracht II

 

De nieuwe Kracht is uit, het mooie, journalistiek gemaakte magazine over kanker. Je kunt het meepakken uit de wachtkamer van de huisarts, of je neemt een gratis abonnement. In het jongste nummer een achtergrondartikel over dure geneesmiddelen, het verhaal van een ex-borstkankerpatiënte die van de zomer zes keer de Alpe d’Huez op fietste, en van mijn hand een interview met de 88-jarige actrice Elisabeth Andersen en een vraaggesprek met Marten Oosting.

Aimée en Rachelle

Wat staan ze er mooi op, Aimée en Rachelle! Twee speciale kinderen die figureren in mijn artikel over inclusief onderwijs, het coververhaal van Zaterdag Etcetera in NRC Handelsblad van vandaag. Dankzij Joyce van Belkom, die ze fotografeerd heeft. Zie pagina publicaties.

Paul

Gisteren bij de schoenmaker zag ik Paul. Ik ontmoette hem zo’n twee jaar geleden, toen ik voor Haarlems Dagblad een reportage maakte over zijn school, praktijkschool Oost-ter-Hout. Paul viel daar op door zijn verfijnde trekken, beschaafde spraak en subtiele motoriek. Zijn klasgenoten wilden gaan leren voor automonteur of lasser, maar Paul niet. Hij wilde model worden, vertelde hij, met dromerige blik. Aan die blik herkende ik hem gisteren, toen ik hem achter de toonbank van de schoenmaker zag staan. Een robuust schort, zwarte handen, de lucht van leer en lijm - verder weg kon de catwalk niet zijn. Ik zei, zachtjes: ‘Vroeger wilde je model worden.’ Hij knikte en zei, zonder enige emotie: ‘Maar dit is het geworden.’

Opeens was ik benieuwd naar mijn allereerste krantenverhaal. Ik schreef het in oktober 1999 voor de Volkskrant. Voor die tijd had ik ook al heel wat weggetikt voor die krant, maar dat waren vertalingen, teksten die anderen bedacht hadden. Zelf schrijven bleek - in volgorde van belangrijkheid - leuker en makkelijker (ja, echt!), lucratiever en prestigieuzer. Lees verder »

Mcg

Ik schrijf graag over kinderen die niet passen in het ideale plaatje (wit, knap, slim, gezond, charmant), misschien omdat ik zelf een ‘moeilijke’ zoon heb. Vanwege zijn verstandelijke en fysieke beperkingen geldt hij als meervoudig gehandicapt. Maar aan dat begrip zitten vele dimensies. Deze week heb ik kennis gemaakt met de wereld van de mcg-kinderen (meervoudig complex gehandicapt). Het is een verzamelnaam voor kinderen met een ernstige lichamelijke en verstandelijke handicap, ze hebben een geestelijke leeftijd van maximaal twee jaar. Ze kunnen niet lopen of praten, zijn vaak ziek en liggen soms maanden achtereen in het ziekenhuis. Terwijl mijn meervoudig gehandicapte kan dansen en zingen, lezen en schrijven en in staat geacht wordt een vak te leren, is bij mcg-kinderen een basale vorm van communicatie het hoogste bereikbare. Lees verder »

Nurks

Zo’n half jaar geleden interviewde ik - voor een verhaal over de klimaatconferentie op Bali - Diederik Samsom. Zijn bijzondere slimheid en charme maken hem charismatisch. Maar dat was niet de reden dat ik geen nadere vragen stelde toen hij Nederland binnen Europa en de wereld een ‘witte raaf’ noemde op milieugebied. Ik wist niet beter dan dat Nederland een van de braafste kindjes uit de klas was.  Lees verder »

In mijn logje over het interview met Maarten Oosting had ik het grappenderwijs over gaan huilen tijdens een interview, als wapen om de geïnterviewde “open te breken”. In werkelijkheid heb ik dat nooit gedaan. Wel is het me een paar keer overkomen dat ik tijdens een vraaggesprek door emoties overmand ging zitten snotteren. Zoals die keer dat Frans van den Mosselaar, communicatieadviseur en oud-journalist (in de jaren tachtig was hij enige jaren NVJ-voorzitter), vertelde over zijn dochter Saskia, die op vijftienjarige leeftijd door een gemotoriseerde psychopaat werd overreden. Zelf hield hij het droog. Heel precies en zorgvuldig, op dicteersnelheid formulerend deed hij verslag van het rouwproces dat hij doormaakte. Hoe hij na maanden langzaam weer interesse kreeg in de wereld om hem heen. Ineens weer een krant in zijn handen nam, al drongen de koppen niet eens tot hem door. En hoe hij er op den duur dankzij zijn liefde voor Mozart enigszins vrede mee kreeg dat Saskia’s leven maar zo kort geduurd had. Lees hier het interview dat ik in 2003 met hem had voor Haarlems Dagblad. Frans is afgelopen woensdag overleden, vandaag wordt hij begraven.

Ik ben een recessionista. Een krap budget maakte mij altijd conservatief als ik wat nieuws ging kopen: gewoon maar weer een degelijk zwart shirt bij de Bijenkorf, en al jaren hetzelfde jeansmerk van de outletshop. Palladiums in zwart of grijs. Rokken en jurken droeg ik nooit, want daar had je ingewikkelde schoenen bij nodig. Nu ik “vintage” ontdekt heb, durf ik geregeld gek te doen met fladderende zomerjurken compleet met hoge hakken, een rok met flamencostroken en bloezen in véél meer dan zwart alleen. Lees verder »

Een dikke reep

Hij staat bekend als een aimabel mens, Marten Oosting, v/h Nationale Ombudsman, v/h voorzitter van de onderzoekscommissie vuurwerkramp Enschede, en scheidend voorzitter van KWF Kankerbestrijding. Maar ook als iemand die zelden of nooit iets over zijn persoonlijke leven vertelt, zodat weinigen buiten de eigen intieme (familie-)kring hem echt kennen. Of ik dus voor het KWF-magazine Kracht maar een interview met hem wilde maken waarin hij “als mens” naar voren kwam, met zwakheden en al. Dat moest, met mijn human interest-ervaring (en mijn charmes) toch niet zo vreselijk moeilijk zijn. Als je op de juiste knoppen drukt, praat uiteindelijk iedereen graag over zichzelf, wist ik. Nou, Oosting mooi niet. Lees verder »

Je doet het er nooit om als journalist, maar soms is het wel leuk als blijkt dat een interview voor het ’slachtoffer’ prettige gevolgen heeft voor zijn of haar dagelijks leven.  Zo kreeg dichteres Sylvia Hubers na publicatie van haar relaas in NRC Handelsblad, waarin ze vertelde over haar moeizame arbeidsleven en haar ervaringen met uitkeringsinstanties, veel bemoedigende reacties alsmede enkele opdrachten voor gedichten. Eén daarvan, zo mailde ze me een tijdje geleden enthousiast, was voor een eenmalig tijdschrift bedoeld voor medewerkers van… het UWV. Het is een prachtig gedicht geworden, een van Hubers mooiste, vind ik. Lees verder »

In NRC Handelsblad schrijft Derk Walters dit weekend over de etnische segregatie in het voortgezet onderwijs. “Verwoestend” noemt Zeki Arslan van Forum die. “Segregatie in het onderwijs is funest voor de integratie van diverse bevolkingsgroepen in de samenleving.” Een open deur, zou je zeggen. Segregatie is een kwaad dat bestreden moet worden. Al was het maar omdat de prestaties van álle leerlingen achteruit gaan als een school een te hoge concentratie achterstandssleerlingen heeft. (De kritische grens ligt daarbij op 40 procent achterstandssleerlingen.) Maar Zeki Arslan, die vindt dat de overheid “zware middelen” moet inzetten tegen de segregatie en dat (witte) ouders en schoolbesturen “krachtig moeten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid” krijgt weinig steun. De onderwijswethouders van de vier grote steden hebben de strijd opgegeven. De Rotterdamse wethouder Leonard Geluk zegt: “De fase van streven naar fifty-fifty zijn we voorbij. Alleen gemengde scholen lukt niet.” Als reden geeft hij dat zeventig procent van de schoolgaande jeugd in Rotterdam van allochtone afkomst is. Oké. Maar moet je je er ook bij neerleggen dat al die allochtone achterstandsleerlingen op zwarte achterstandsscholen zitten?   Lees verder »

Naïef

‘Ambachtsschool is weer terug’, schrijft NRC Handelsblad op de voorpagina dit weekend. Ook het redactioneel commentaar gaat erover. De Volkskrant wijdde op 17 maart en 30 juni al artikelen aan de nieuwe vakcolleges, scholen waar kinderen na de basisschool heen kunnen, waar ze een vak leren en niet ‘lastig gevallen’ worden met boeken, zoals in het huidige vmbo. De strekking van de artikelen is telkens: We zijn eindelijk wakker geworden, leve de praktijk, weg met de theorie. In NRC zegt onderwijshistoricus Nan Dodde dat politici ‘naïef’ zijn geweest: ‘Men dacht dat algemeen vormend, meer theoretisch onderwijs voor iedereen het beste was. Lange tijd werd er ontkend dat er leerlingen zijn die liever met hun handen werken.’ 

Het zit me niet lekker.  Lees verder »

Een tijdje geleden schreef ik dat de redactie van Kracht (het nieuwe magazine van KWF Kankerbestrijding) en ik op zoek waren naar een interviewkandidaat, een bekend persoon die met kanker te maken heeft gehad en daarover zou willen vertellen. Het was kortdag, dus drukbezette types als mr. van Vollenhoven en René Froger vielen af, althans voor het komende nummer. Het is Elisabeth Andersen geworden, nauwelijks meer een bekende Nederlander te noemen, maar ooit was ze de koningin van het Haagse toneel. Ze is al 88 maar de vleesgeworden vitaliteit. Lees verder »

Eerlijk

Een autist die een gehandicaptenmop vertelt (paralympische zwemmer zonder armen en benen maar met een stel supergetrainde oorschelpen zinkt als een baksteen - ‘welke idioot heeft die badmuts op mijn hoofd gezet?!’), het was een van de hoogtepunten tijdens de afscheidsavond op de mytylschool van mijn zoon. Er kan daar hartelijk en ongegeneerd gelachen worden om zo’n mop want iedereen mankeert wel wat. Humor van gehandicapten onder elkaar, van spastici, achondroplasten, dyspraktici of anderszins motorisch beperkten. Vele hebben ook nog een of andere psychische afwijking. Als je net als ik weleens twijfels hebt over de wenselijkheid van zo’n eiland met ’kneusjes’ temidden van een prestatiemaatschappij, dan geeft zo’n we-hebben-allemaal-wel-wat-saamhorigheidsgevoel een prettig tegenwicht. Lees verder »

‘Allochtone leerling overgewaardeerd’ was de kop van een berichtje in NRC Handelsblad van afgelopen dinsdag. Twee wetenschappers uit Groningen, Lyset Rekers en Truus Harms, hebben in opdracht van het ministerie van Justitie onderzocht hoe het komt dat bij allochtone leerlingen het verschil tussen de resultaten van de schoolexamens en centraal eindexamen groter is dan bij hun autochtone klasgenoten. Allochtone leerlingen zijn ijveriger, is de belangrijkste conclusie, en die ijver wordt door leraren beloond met hogere cijfers. De Volkskrant, die het berichtje een dag later ook had, citeert onderzoekster Harms: ‘Het zijn aanzienlijke verschillen. Dat is schokkend, als je ervan uitgaat dat het schooldiploma een vaste waarde vertegenwoordigt.’ Lees verder »

Staatssecretaris Bussemaker wil bezuinigen op de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) van kinderen en jongeren, want ‘de medicalisering van de jeugd moet worden gestuit’ (de Volkskrant 14 juni, p. 3).  ‘We moeten een andere visie ontwikkelen op zorgverlening aan de jonge generatie’. Nu gaat er geld uit die pgb’s onder meer naar huiswerkbegeleiding, begeleiding van school naar huis en naar de sportclub. Bussemaker: ‘Dat duidt op medicalisering van problemen. Als we niet uitkijken sorteren ze zo voor voor het speciaal onderwijs en de Wajong.’ Mevrouw Bussemaker, denk even na. Zou het niet zo kunnen zijn dat een leerling dankzij die huiswerkbegeleiding (die zonder pgb misschien door de ouders niet te bekostigen zou zijn) NIET naar het speciaal onderwijs hoeft? En dat een kind dankzij het geregelde vervoer op een sportclub kan blijven, wat zijn kans om in de Wajong terecht te komen juist verkleint?  Lees verder »

Ik kan onderhand het woord ‘zorg’ niet meer horen. Althans als het eigenlijk over onderwijs zou moeten gaan. ‘Zorgleerling’,'zorgadviesteam’, ‘zorgcoördinator’, ‘zorgstructuur’ - mijn oren tuitten donderdagmiddag, na afloop van een bijeenkomst in het Haagse café Dudok over ’Passend Onderwijs’. Schoolbestuurders, vertegenwoordigers van PO-raad en VO-raad en andere koepelorganisaties, wetenschappers en een enkele politica (CDA’ster Ine Aasted Madsen-van Stiphout, afkomstig uit het ZMOK-onderwijs) waren aanwezig om te discussiëren over die grote stelselwijziging die wordt voorbereid, de ’zorgplicht’, in te voeren in 2011. Lees verder »

Goal!

Vorige week mocht ik in de Haarlemse raadszaal een discussieavond presenteren die was belegd door de Stedelijke Adviesraad Multiculturele Stad. Het thema was ‘dialoog en binding’. Een gast uit Amsterdam stal de show. Niet alleen omdat hij Omar Ramadan heette en een innemend Limburgs accent had, maar ook omdat het project aan de wieg waarvan hij had gestaan, Goal! genaamd, klonk als een simpele en doetreffende remedie voor een groot maatschappelijk probleem: allochtone jongeren die de boot missen. Dit is het idee: koppel een risicojongere aan een succesvolle volwassene (mentor), en laat ze een jaar lang geregeld met elkaar optrekken. De mentor kan door zijn hulp en steun net het verschil maken en de jongere behoeden voor schooluitval. Lees verder »

Afgewerkt

Het moet in 1989 geweest zijn, toen ik mijn eerste betaalde vertaalklussen deed, voor de Harvard Holland Review. H. las mijn teksten en bekritiseerde ze, door streepjes en kruisjes te zetten als iets hem niet beviel. Als het heel erg was, zette hij een uitroepteken. Meestal had ik geen verdere uitleg nodig. Eén keer gebruikte ik een brabantsisme dat zo hardnekkig in mijn taal verankerd was dat zelfs het driedubbele uitroepteken in de derde versie geen lampje bij me deed branden. Ik had het over het personeel van een bedrijf, dat aan het eind van de dag ’afgewerkt’ was. H. had associaties met motorolie en met hoeren, maar ik bedoelde gewoon dat de werkdag erop zat voor hen. Honderden keren heb ik mijn vader dat woord horen gebruiken in die betekenis. Vroeger, in Brabant. Geen idee dat het geen goed Nederlands was. Pardon, geen ‘Standaardnederlands’. Jos Swanenberg, streektaalfunctionaris van de provincie Noord-Brabant, kan ervan meepraten. Lees mijn artikel over dialect in het onderwijs in NRC Handelsblad van vandaag.   

Schade

Zestien jaar lang heb ik er geheel of gedeeltelijk mijn brood mee verdiend, met vertalen. Geen spijt van gehad: van al dat precieze nadenken over het juiste woord en de juiste zin heb ik veel profijt bij het journalistieke schrijven. Dankzij twaalf jaar ondertitelen voor televisie ben ik bedreven geraakt in het omzetten van gesproken taal in geschreven tekst, wat me bijzonder goed van pas komt bij het componeren van interviews. En toch heb ik nooit een moment spijt gehad dat ik er in september 2006 mee ben gestopt. De weinige professionele geluksmomenten wogen niet op tegen de bijna constante frustratie dat wat jij schreef zelden zo goed was als het origineel. Frida Vogels, die onder meer Primo Levi in het Nederlands vertaald heeft, verwoordt het perfect in een interview met de Volkskrant van vandaag: ‘Ik vind vertalen geen prettig werk. Je bent altijd bezig de schade zoveel mogelijk te beperken.’

In de Volkskrant van vandaag een interview met Samantha Power, mensenrechtendeskundige, hoogleraar op Harvard en voormalig adviseur van Barack Obama. Amerika-correspondent Phillippe Remarque was, vermoed ik, erg onder de indruk van deze jonge, mooie, intelligente vrouw. Want in plaats van haar woorden in soepel Nederlands te vertalen, laat hij haar in stijve zinnen spreken waar het Engels doorheen schijnt. De ergste: ‘Een van de fouten die ik zie is het onvermogen om de menselijke consequenties te betrekken in besluitvorming op hoog niveau. Dus was Obama perfect voor mij.’ Remarque denkt Samantha Power recht te doen door haar zo letterlijk mogelijk te citeren. Niet dus. 

Kracht

Kracht Even reclame maken voor een nieuw gratis blad waar ik sinds kort voor werk: Kracht, een driemaandelijks magazine over kanker. KWF Kankerbestrijding geeft het uit, vorige maand is het eerste nummer verschenen. Het is met een journalistiek oog gemaakt. Je kunt je gratis abonneren. Voor het eerste nummer heb ik Annette Roozen geïnterviewd, de paralympische atlete die in haar puberteit botkanker kreeg en sindsdien een onderbeen mist. Momenteel zijn de redactie en ik op zoek naar een volgend ’slachtoffer’. Iemand die met kanker te maken heeft gehad, liefst een bekend persoon, en die daar ook nog eens over wil vertellen. En iemand met een niet al te volle agenda, want de deadline is al over drie weken. Relus ter Beek, commissaris van de koningin in Drenthe, wordt gepolst. En René Froger. Dochter van 13 wist te vertellen dat diens Toppers-concert achter de rug is. ’Dan heeft hij het vast niet meer zo druk’.

Nagels

Een dezer weken zal mijn artikel over bejaardencriminaliteit in NRC Handelsblad verschijnen. Daarvoor heb ik gesproken met een leuke, originele hoogleraar in de oudemensengeneeskunde, met de voorzitter van het college van procureurs generaal, met de ooit roemruchte criminoloog en advocaat Peter Hoefnagels. Toch was het Kees die de meeste indruk maakte. Kees, een verlopen crimineel op leeftijd met een rode coltrui die van middenmoter tot kruimeldief was afgezakt, maar zichzelf nog steeds reuze vond. Ik vond hem onsympathiek, maar intrigerend. Zoals hij mij van mijn stuk bracht met de nichterige opmerking: ‘Kind, je moet wat aan je nagels doen.’ Het viel best mee met die nagels van mij, maar mooi dat ik nu al een tijdje in de weer ben met nagelriemcreme en nagelverharder. En nagelvijl en nagellak natuurlijk. Hij moest eens weten.