dagelijks leven

Je bekijkt nu het archief van de rubriek dagelijks leven.

Ik was nooit zo van de egojournalistiek. Niet uit principe, maar ik schreef gewoon liever over anderen dan over mezelf. Maar nu ik de frustratie over mijn mislukte pogingen om Turks te leren succesvol van me heb afgeschreven, heb ik toch echt de journalistiek als zelfhulpmethode ontdekt.

Dankzij mijn gesprekken met taalwetenschapper Nel de Jong, taaljournalist Gaston Dorren en ervaringsdeskundige Lilian Kuerten weet ik eindelijk waarom ik de mist inging met dat Turks, ondanks mijn ruime talenachtergrond. Unfinished business opgeruimd, heerlijk! Geïnspireerd door al mijn nieuw verworven kennis over het leren van vreemde talen, ben ik begonnen met het bijspijkeren van mijn Frans, volkomen ontspannen en relaxed  . Alors, on danse 

Deze week stond het verhaal in NRC.

Hij stond al een paar jaar op mijn lijstje van mensen die ik graag eens wilde interviewen: filosoof Joep Dohmen. Ik ontmoette hem ergens rond 2007 op een middelbare school in Nijmegen, waar hij in een forum zat en ik de discussie moest leiden. Na afloop reisden we samen per trein terug naar de Randstad. Ik was onder de indruk van hem en vooral van zijn vakgebied, de levenskunst. Hij had iets zwierigs en iets strengs tegelijk. Het woord sprezzatura schoot me te binnen, de bestudeerde flair van de hovelingen tijdens de Italiaanse Renaissance, waar ik als scholier ooit een opstel over schreef voor geschiedenis. Ik herinner me nog dat hij met grote zorg zijn jasje drapeerde over de rugleuning van de stoel voor hem. Slordig als ik ben, vond ik die aandachtigheid een teken van levenskunst, iets waar ik jaloers op was. Bij mij thuis heerst in materieel opzicht een permanente chaos. Toen ik hem dat vertelde, reageerde hij niet - zoals de meeste mensen zouden doen - schouderophalend, maar hij vond dat ik daar beslist iets aan moest veranderen. Ik kocht zijn boek Tegen de onverschilligheid, pleidooi voor een moderne levenskunst en las het gretig. Lees verder »

foto-19

Nog even over de Conferentie Verhalende Journalistiek. Wat mij net als voorgaande jaren opviel, is dat gerenommeerde Amerikaanse collega’s zo vaak benadrukken hoe belangrijk het is om als journalist onderwerpen te kiezen die dicht bij jezelf staan. Evelio Contreras van CNN spoorde zijn publiek aan om na te denken waarom bepaalde verhalen je interesseren en waarom. Hij gaat met zijn camera bij voorkeur zijn nieuwsgierige neus achterna, vaak in het gebied waar hij vandaan komt, de grens tussen Texas en Mexico. Voor Sonia Nazario van de LA Times was het al vroeg vanzelfsprekend dat zij, die als kind het junta-bewind in Argentinië ontvluchtte, haar leven lang zou schrijven over mensen in de marge van de samenleving. Eerder schreef ik al over Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Opgegroeid met een schizofrene moeder raakte hij geïntrigeerd door het begrip ‘gekte’, en de grens tussen gekte en anti-sociaal gedrag. Die fascinatie bracht hem ertoe om als verslaggever vele weken in gevangenissen door te brengen. Lees verder »

foto-boekAls kind las ik drie boeken per week. Er waren boeken bij, zoals Kruistocht in spijkerbroek, die ik herlas en herlas. Mijn leeshonger stopte abrupt in de tweede klas van de middelbare school. Ik heb dat altijd geweten aan mijn lerares Nederlands. Veel klasgenoten wist ze te enthousiasmeren voor literatuur, vooral poëzie. Haar ‘poezieclub’, waarin ze als een Sappho bij haar thuis gedichten besprak met (vrouwelijke) leerlingen, was beroemd op school, maar bleef voor mij gesloten. Ik heb nooit geweten waarom, vermoedelijk dweepte ik niet genoeg met Ida Gerhardt en Ellen Warmond. Lees verder »

brillenDat was wel even schrikken gisterenmorgen, toen ik in de Volkskrant Bert Wagendorps ontluisterende relaas over Martin Bril las. Bril is toch altijd wel een begrip geweest hier thuis. Zo spoort mijn echtgenoot mij, als ik aan het schrijven van een reportage begin, weleens aan om te ‘Martin Brillen’, waarmee hij bedoelt dat ik zo droog mogelijk moet opschrijven wat ik heb waargenomen. Precies zoals Bril zo knap deed in zijn columns. Nu blijkt - onder meer - dat hij grof geld verdiende door in die columns automerken en dergelijke te noemen. Tsjongejonge. Lees verder »

foto-61

Vaste lezers van mijn blog weten het onderhand wel: vragen staat vrij, mits je oprecht geïnteresseerd bent in het antwoord. Je krijgt zelden spijt als je een vraag stelt, wel als je dat niet doet. Domme vragen bestaan niet. Vraag dóór, want dan pas krijg je de interessante antwoorden. Laat je niet intimideren. Het zijn de mantra’s van het interviewen, die ik als docent probeer over te brengen. Het leuke van die mantra’s (tijdens mijn workshops heten ze de Tien Geboden van het Interviewen), is dat ze bijna één op één in het gewone leven toepasbaar zijn.

Dat realiseerde ik me toen een deelnemer van mijn allereerste workshop, Elise van der Velde, vertelde dat ze sinds die workshop meer lef heeft om arrogante medisch specialisten van haar spastische zoon het hoofd te bieden.  Ze durft meer vragen te stellen, en laat zich niet meer zo snel met een kluitje in het riet sturen. Zo bracht Elise mij op het idee van een Spoedcursus Vragen stellen, toen nrc.next mij verzocht om een bijdrage te leveren aan die rubriek. Dat is alweer even geleden, maar nu zijn deze Spoedcursussen gebundeld in Ik zou úren met je willen praten maar… (oké, dat is ook alweer even geleden, maar ik had het hier nog niet gemeld). Ik zal toch mijn tandarts eens vertellen dat ze zo grappig vereeuwigd is door Paul Steenhuis.

scheepje

In een niet eens zo heel grijs verleden was ik ondertitelvertaler. Twaalf jaar lang heb ik - samen met mijn echtgenoot -  buitenlandse films, series, documentaires en talkshows van Nederlandse ondertitels voorzien. Onbevangen in de bioscoop naar een film kijken (behalve als het een Nederlandse is) lukt sindsdien niet meer. Lees verder »

Mislukt

Age

Age zingt 'Het zal je kind maar wezen'

Nooit eerder had ik, op wat tweets na, geschreven over mijn gehandicapte kind. Anders dan collega’s als Annemarie Haverkamp, Sanne Kloosterboer en mijn vriendin Elise van der Velde kon ik kennelijk de woorden niet vinden, of misschien had ik er gewoon geen behoefte aan. Daar komt bij dat onze zoon Age (bijna 16) lang niet zo erg gehandicapt is als Job, Yaël en Ties.  Het schoolse leren gaat hem moeilijk af en ook in andere dingen is hij trager dan de meeste kinderen; het reguliere onderwijs was niet voor hem weggelegd. Kortom: een zorgenkind van jongsaf aan, maar niet zo een dat bij de geboorte de wereld van zijn ouders op zijn kop zette. Lees verder »

Zo’n beetje alle journalistieke genres heb ik wel beoefend, op één na, de column. Nooit enige ambitie daarin gehad ook. Ik zag mezelf nog eerder een verslag van een voetbalwedstrijd maken dan iets schrijven wat ook maar leek op een column. Misschien omdat ik niet geassocieerd wilde worden met het grote leger would-be columnisten van bedenkelijk niveau. En aan de echt goede zou ik toch nooit kunnen tippen. Maar onlangs overleed mijn schoonmoeder, en op Twitter vertelde ik over de bizarre dingen die je meemaakt als je een poosje dagelijks met de dood te maken hebt. Van alle kanten werd er geroepen: “Ik-je! ik-je!” Nou ja, jullie raden het al. Hier is het te lezen.

vasil-gazaryan-concierge

Vasil Gazaryan

Twee maanden geleden schreef ik al over Vasil, de conciërge van Mytylschool de Regenboog in Haarlem, waar mijn zoon tot deze zomer op zat. Ik ontdekte bij toeval dat hij jarenlang het Straatjournaal verkocht had. Met collega en mede-mytylschoolmoeder Elise van der Velde ben ik hem op een ochtend gaan interviewen over zijn leven. Het resultaat stond 22 juli in Haarlems Dagblad en is hier te lezen.

Na dat gesprek met Vasil ben ik een beetje in verwarring. Lees verder »

straatjournaal

De raadszaal in het gemeentehuis van Haarlem. Een hoorzitting over de afschaffing van de ID-banen (Melkertbanen, zeg maar). Het protestcomité had mij gevraagd als gespreksleider. Hoewel ik ook vond dat het wegbezuinigingen van de laatste honderd ID’ers in Haarlem niet bepaald sociaal was, had ik vooraf besloten dat ik met een onafhankelijke, journalistieke houding de bijeenkomst zou leiden. Ja, het was erg dat een speeltuin in de binnenstad van Haarlem misschien moest sluiten omdat de beheerder ontslagen werd. En nee, het gaf geen pas dat een vrouw die belangrijk werk deed bij het Straatjournaal weg moest zodat het voortbestaan van de daklozenkrant in gevaar kwam. Maar hé, meehuilen met de wolven, daar was ik niet voor ingehuurd, toch?
Lees verder »

Foto: Thomas Donker

Foto: Thomas Donker

Sinds ik Thiandi Grooff heb geïnterviewd, de jonge universiteitsstudente die tot haar veertiende als ernstig verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, geef ik mensen die er vreemd uitzien en zich afwijkend gedragen altijd het voordeel van de twijfel. Ik bedoel: je kunt je beter de ene kant op vergissen, dan de andere kant. Thiandi heeft mijn blik op gehandicapten voorgoed veranderd.

Niettemin heb ik ademloos gekeken naar de manier waarop Jos van der Veldt, oud-fysiotherapeut en rolstoeltechnicus, met ernstige, meervoudig gehandicapte kinderen omgaat. Samen met fotograaf Thomas Donker maakte ik een reportage over hem voor NRC Next. Van der Veldt traint zwaar spastische, niet-sprekende kinderen (en een enkele volwassene) in het rijden in een speciale rolstoel, die hen meer mogelijkheden en dus zelfstandigheid geeft. Niemand weet wat ze denken en wat er in hen omgaat, maar hij spreekt ze onvermoeibaar, vastberaden en consequent toe als normale mensen. Niet wat je niet kunt telt, maar wat je wél kunt. En heb je eenmaal laten zien dat je iets kunt, dan helpen smoesjes niet meer. Een houding waar ikzelf als moeder van een moeilijk lerende, autistische zoon veel van kan opsteken.

Zie ook het weblog van fotograaf Thomas Donker.

Om nog even op Thiandi terug te komen: naar aanleiding van een televisie-uitzending over haar, kwamen er een aantal reacties op mijn interview met (en blogje over) haar. Daaruit blijkt dat sommige mensen haar nog altijd als ‘freak’ zien, ondanks het feit dat ze aan de universiteit studeert. Zij, en mensen als Jos van der Veldt hebben nog een hoop missiewerk te verrichten.

vogel

Samen met Anja Vink heb ik een boek gemaakt voor De Haagse Hogeschool, ter gelegenheid van het afscheid van de collegevoorzitter, Pim Breebaart. Een bijzondere man, onderwijsmens tot in zijn vezels. (Hij wordt, tot scepsis van velen, opgevolgd door een brandweercommandant.) Het mooist wordt hij misschien wel geportretteerd in het interview dat ik had met Faisal Mirza, oud-student van De Haagse Hogeschool en protégé van Pim. Lees verder »

8f132873-f094-4281-b6de-ad686ab0bb5c_cover-j-m_publicatie125
Werk en privé lopen geregeld door elkaar bij mij. Of zijn op zijn minst nauw met elkaar verbonden. Zo zou ik waarschijnlijk niet zo geïnteresseerd zijn in onderwijs als ik geen kinderen had gehad. Vaak schrijf ik over onderwijszaken waar ik dankzij mijn kinderen mee in aanraking ben gekomen. Andersom komt ook voor: dat ik door mijn journalistieke werk word beïnvloed in mijn gedrag als onderwijsconsument, om het even formeel te zeggen. Lees verder »

Foto: Bonnita Postma

Foto: Bonnita Postma

Sommigen zullen het een kalenderwijsheid vinden, “slachtoffer zijn is een keuze”. Maar ik vind het een mooie spreuk, die een mens tot voordeel kan strekken. Ik heb ‘m van Teuntje Klinkenberg, die ik interviewde voor Kracht, naar aanleiding van haar boek De methode Coué. Ze vertelt daarin de geschiedenis van haar familie. Kanker is een terugkerend thema in het boek, en in haar leven. Een gemuteerd BCRA1-gen richtte heel wat aan: twee borstamputaties, verwijderde eierstokken en baarmoeder, en een gesmoorde carrière als toneelregisseuse. Lees verder »

Geen zoontje

Zoon A. (11) krijgt vaak op zijn kop. Ofwel hij praat te hard, ofwel hij staat te dromen terwijl hij zijn pyjama moet aantrekken, knoeit met zijn eten, maakt wat kapot (per ongeluk-expres), stampt op de trap of slaat met de deuren. Sinds we beseffen - nog niet eens zo lang - dat zijn grijze massa heel anders werkt dan bij de meeste kinderen, proberen we hem alleen nog te beknorren als het echt nodig is, maar toch. Meestal reageert hij gelaten op onze standjes, soms wordt hij driftig. Gisterenmiddag zei hij ineens met een grijns, zonder aanleiding (alles was pais en vree): “Mama, ik weet zeker dat je weleens een klein beetje denkt, hééééél diep in je hart,” hij hield duim en wijsvinger een stukje uit elkaar op borsthoogte, “Ik wou maar dat ik geen zoontje gemaakt had’.”

20608101_68255118

Omdat het over anderhalf jaar zo ver is dat zoon A. (11) van de oude vertrouwde mytylschool naar het vervolgonderwijs gaat, bezoeken we open dagen. Het vmbo hebben we uit ons hoofd gezet. Een neuropsycholoog van de RIAGG wreef het ons onlangs nog maar eens in: “Hij wordt géén professor, hoor!” Alsof we daar inmiddels zelf niet achter waren. Lees verder »

Foto: Frans van Hal
Foto: Frans van Hal

“Mijn CWI-consulent vond het niet zo’n goed idee dat ik mijn sollicitaties op rijm zette, ook al stond ik ingeschreven als dichter. Wist je dat dat een officieel beroep is? Er zijn alleen nooit vacatures.” Dichteres Sylvia Hubers was, toen ik haar in mei vorig jaar interviewde voor NRC Handelsblad, net ontslagen als feestwinkelmeisje. Lees verder »

Taboe

Vandaag komt het Sociaal en Cultureel Planbureau met een rapport waaruit blijkt dat deeltijdwerken voor verreweg de meeste vrouwen een bewuste keuze is, ook als ze niet de zorg voor kinderen hebben. Omgekeerd kun je zeggen dat fulltime werken voor vrouwen met kinderen een taboe is in Nederland. Dat vermoedde ik al vóór mijn gesprek met econome Irene van Staveren, die ik begin dit jaar interviewde voor NRC Handelsblad. Dat het waar is, van dat taboe, bleek uit haar verhaal én uit de vele boze brieven die de redactie van NRC kreeg naar aanleiding van het interview, dat zo begint: 

‘Tegen mijn buitenlandse studenten zeg ik altijd: “Nederland is een modern land als het gaat om abortus en euthanasie, maar achterlijk in de arbeidsparticipatie van vrouwen. In jullie landen is dat veel beter.” Dan zijn ze stomverbaasd, want mijn studenten komen uit Azië, Afrika en Zuid-Amerika, ze zien Nederland als zeer vooruitstrevend. Maar fulltime werkende moeders als ik zijn een uitzondering. Nog geen tien procent van de vrouwen met schoolgaande kinderen heeft een baan van 35 uur of meer, en de helft van hen heeft ook nog eens een partner die in deeltijd werkt.’

Toen ik haar ‘vond’, en ze ook nog bereid was tot een interview, had ik geluk. Want zoals blijkt uit bovenstaand citaat zijn vrouwen als Irene van Staveren schaars in Nederland. Feitelijk ken ik - behalve haar - in mijn wijde omgeving niet één fulltime werkende moeder met fulltime werkende echtgenoot. Zelf zou ik het bijna-fulltime-freelancen ook niet trekken, denk ik, met twee kinderen (waarvan een zorgenzoon), als ik geen echtgenoot had met minder ambities, een die meestal thuis is en veel zorg & huishouden op zich neemt.

Het hele interview kun je hier lezen.

Een keer per maand loop ik op de manege een middag te stappen naast Spetter, Ixia of Bam Bam, met op hun rug Chris, Doris of Riccardo: leerlingen van de mytylschool. Deze keer waren er behalve de vaste vrijwilligers ook een vijftal scholieren van een jaar of veertien die kwamen helpen in het kader van hun maatschappelijke stage. Dat gebeurt de laatste tijd vaker. Paardenmeisjes zijn het meestal. Vanmiddag waren er ook twee jongens, en het leuke was: zij hadden duidelijk meer met kinderen dan met paarden. Eén jongen - zwart, kroeshaar, slotjesbeugel - zei desgevraagd: ‘Ik vind paarden hélemaal niks.’ Maar toen Chris, een verstandelijk gehandicapte jongen van 18 in een rolstoel, huilend en schreeuwend protesteerde toen hij per lift het paard op moest (hij had geen zin, zoals meestal de laatste tijd), ging hij er nieuwsgierig bij staan. En zodra Chris, die bleef huilen en tieren, in het zadel zat, pakte hij kordaat het leidsel en ging lopen. Even later zag ik ze keuvelen, en dat zijn ze een half uur lang blijven doen, Chris werd alsmaar meer ontspannen en opgewekt. Stomverbaasd en ontroerd door zoveel natuurtalent vroeg ik de jongen later of hij soms een gehandicapte broer of zus had. ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik heb alleen een nichtje. Een gewoon nichtje.’

Niet zo lang geleden zat ik met zoon A. (bijna 11) ’s avonds in de trein. Op zijn verzoek oefenden we de Engelse begrippen die hij voor de volgende dag moest kennen: brother, sister, family. Ik vond dat hij voor een moeilijk lerend kind al aardig uit de voeten kon met die taal. Vooral wat hij allemaal verstond, viel me reuze mee. Ik dacht aan wat hoogleraar vreemdetalenonderwijs Jan Hulstijn had gezegd, toen ik hem interviewde voor een artikel over Engels op de basisschool, namelijk dat óók kinderen die op lager niveau functioneren vaak heel goed in staat zijn om een vreemde taal te leren.  Misschien niet de grammaticale regeltjes, maar leren spreken en verstaan lukt prima. ‘Vreemde talen leren zit in ieder mens’.  Hij vond het daarom jammer dat in het praktijkonderwijs en in de lagere niveaus van het vmbo zo weinig aan Engels werd gedaan. 

Intussen kwamen we aan op station Haarlem, het was al avond. A. zag, toen de deuren zich openden, een geheel leeg perron. Verbaasd riep hij uit: “No peoples!” 

Deze maand in J/M Voor ouders mijn artikel Is this a shark?

Paul

Gisteren bij de schoenmaker zag ik Paul. Ik ontmoette hem zo’n twee jaar geleden, toen ik voor Haarlems Dagblad een reportage maakte over zijn school, praktijkschool Oost-ter-Hout. Paul viel daar op door zijn verfijnde trekken, beschaafde spraak en subtiele motoriek. Zijn klasgenoten wilden gaan leren voor automonteur of lasser, maar Paul niet. Hij wilde model worden, vertelde hij, met dromerige blik. Aan die blik herkende ik hem gisteren, toen ik hem achter de toonbank van de schoenmaker zag staan. Een robuust schort, zwarte handen, de lucht van leer en lijm - verder weg kon de catwalk niet zijn. Ik zei, zachtjes: ‘Vroeger wilde je model worden.’ Hij knikte en zei, zonder enige emotie: ‘Maar dit is het geworden.’