freelancen

Je bekijkt nu het archief van de rubriek freelancen.

20180512_155213

Een van mijn ambities in het leven is om een timemanagementgoeroe te worden. Nu ik ook officieel trainingen geef in beter omgaan met tijd, zal ik zo nu en dan wat van mijn eigen issues met jullie delen.

Vorig weekend merkte ik dat ik ertegenop zag om de werkweek te beginnen. Vooral op maandag komen er altijd veel mails en telefoontjes binnen, terwijl ik een schrijfdag gepland had. Me helemaal afsluiten is niet echt een optie, want vaak gaat het om noodzakelijke communicatie over lopende of nieuwe opdrachten. Lees verder »

Foto: Maike Jeuken

Foto: Maike Jeuken

Aan mij dan he.

Dit zijn ze. En ik geef de antwoorden erbij.

1. Kan ik een idee aan meerdere media tegelijk aanbieden?

Ja, maar waarom zou je eigenlijk? Tenzij er haast bij is omdat het om een vette primeur gaat, kun je beter één krant/magazine/ kiezen en daar je voorstel zorgvuldig op toesnijden. Bij een nee/geen gehoor ga je verder kijken.

2. Wat is het beste: één voorstel aanbieden, of meerdere tegelijk?

Beter 1 keigoed idee dan een rits losse flodders. Twee of drie ideeën tegelijk kan natuurlijk, mits ze allemaal goed doordacht en uitgewerkt zijn. (Ik heb een hoofdredacteur ooit horen zeggen: ‘bij meerdere voorstellen is het moeilijker om ze allemaal af te wijzen’…) Lees verder »

Productiever werken, met meer plezier en minder stress? Speciaal voor freelance journalisten en andere vrije schrijvers die hun tijd slimmer willen gebruiken heb ik een korte, maar zeer efficiënte cursus Timemanagement ontwikkeld. Dinsdag 22 mei geef ik ‘m voor het eerst, in het Van Deysselhuis in Amsterdam, onder auspiciën van de Auteursbond. Ook toegankelijk voor niet-leden. Meer info: Timemanagement voor freelance journalisten en andere vrije schrijvers

Op vrijdag 25 mei geef ik - bij mij thuis in Haarlem - weer mijn workshop Het Interviewgesprek. Bedoeld voor iedereen die serieus geïnteresseerd is in interviewen. Dus ook als je geen journalist of tekstschrijver bent, maar bijvoorbeeld een fotograaf met schrijfambities, of als je vanuit een andere discipline in de keuken van de journalistieke interviewer wilt kijken, ben je welkom. Ik zorg dat de deelnemers niet alleen van mij maar ook van elkaar leren, en dat ze stuk voor stuk, ongeacht hun niveau, aan hun trekken komen. Meer info: Interviewen met Durf

20171224_191445

Voor veel freelance journalisten is het omgeven met onzekerheid, stress en frustratie: het bedenken en verkopen van artikelideeën. Zelf vind ik het inmiddels (na heus mijn portie gehad te hebben) een van de leukste onderdelen van mijn werk als schrijvend journalist. Na een kwart eeuw freelancen heb ik de do’s en don’ts van het pitchen wel zo’n beetje onder de knie. Wat niet wil zeggen dat al mijn voorstellen gehonoreerd worden (waarover hieronder meer); wel weet ik hoe je je kansen kunt vergroten, én hoe je er plezier in kunt hebben. Vijf tips.

1. Investeer tijd. Pitchen=werken.

Het is weleens voorgekomen dat me op de wc een idee voor een interview te binnen schoot en ik vervolgens - mijn broek dichtritsend - de telefoon pakte en een minuut later de opdracht te pakken had. Maar meestal ben ik voor één pitch minimaal een paar uur bezig met research, en vervolgens met het helder formuleren van een voorstel. Vaak langer. En dan heb ik het over ‘warme acquisitie’, bij bestaande opdrachtgevers dus. Koude acquisitie kost meestal nog meer tijd. Zie het als een investering, die zich waarschijnlijk uitbetaalt.

2. Doe vooraf je huiswerk.

Bij koude acquisitie: verdiep je grondig in het medium waarvoor je wil gaan schrijven, qua inhoud, toon, en vorm. Breng de concurrentie in kaart (dwz de freelance-medewerkers die verbonden zijn aan het medium) en bekijk wat jij daaraan zou kunnen toevoegen. Zo ga ik als 52-jarige niet in het vaarwater zitten van jonge, hippe lifestyle-journalisten, maar richt me op de meer serieuze onderwerpen. En zoek uit, voordat je een idee pitcht, wat er al eerder is geschreven op dit gebied, zowel bij het medium zelf als concurrerende media.

3. Vertrouw erop dat je een kans maakt; goede ideeën zijn bijna overal welkom. Lees verder »

Lees verder »

telefoon-150x132

Wanneer kun je een interview telefonisch doen en wanneer niet? De richtlijn die ik zelf hanteer is – heel praktisch en prozaïsch – het aantal woorden dat ik tot mijn beschikking heb. Voor een portretterend interview van duizend woorden of meer loont het de moeite om iemand live te spreken, omdat je dan echt de diepte in moet, en dat is aan de telefoon vaak wat lastiger. Bij een interview van drie- tot vijfhonderd woorden moet je óók doorvragen om een goed verhaal te krijgen, maar uiteindelijk heb je daarbij meestal voldoende aan een of twee treffende anecdotes/sterke quotes/boeiende feiten etc., en dan voldoet de telefoon prima. Efficiency mag best een rol spelen, voor beide partijen. Lees verder »

foto-19

Nog even over de Conferentie Verhalende Journalistiek. Wat mij net als voorgaande jaren opviel, is dat gerenommeerde Amerikaanse collega’s zo vaak benadrukken hoe belangrijk het is om als journalist onderwerpen te kiezen die dicht bij jezelf staan. Evelio Contreras van CNN spoorde zijn publiek aan om na te denken waarom bepaalde verhalen je interesseren en waarom. Hij gaat met zijn camera bij voorkeur zijn nieuwsgierige neus achterna, vaak in het gebied waar hij vandaan komt, de grens tussen Texas en Mexico. Voor Sonia Nazario van de LA Times was het al vroeg vanzelfsprekend dat zij, die als kind het junta-bewind in Argentinië ontvluchtte, haar leven lang zou schrijven over mensen in de marge van de samenleving. Eerder schreef ik al over Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Opgegroeid met een schizofrene moeder raakte hij geïntrigeerd door het begrip ‘gekte’, en de grens tussen gekte en anti-sociaal gedrag. Die fascinatie bracht hem ertoe om als verslaggever vele weken in gevangenissen door te brengen. Lees verder »

brillenDat was wel even schrikken gisterenmorgen, toen ik in de Volkskrant Bert Wagendorps ontluisterende relaas over Martin Bril las. Bril is toch altijd wel een begrip geweest hier thuis. Zo spoort mijn echtgenoot mij, als ik aan het schrijven van een reportage begin, weleens aan om te ‘Martin Brillen’, waarmee hij bedoelt dat ik zo droog mogelijk moet opschrijven wat ik heb waargenomen. Precies zoals Bril zo knap deed in zijn columns. Nu blijkt - onder meer - dat hij grof geld verdiende door in die columns automerken en dergelijke te noemen. Tsjongejonge. Lees verder »

Zelden heb ik heimwee naar de tijd waarin ik begon als journalist, halverwege de jaren negentig. Vooral omdat ik enorm onzeker was, tegen redacteuren en ervaren freelance-collega’s opkeek alsof het halfgoden waren en me door het minste of geringste uit het veld liet slaan.

Journalisten die nu beginnen als freelancer hebben het nog veel moeilijker. Ik vraag me af of ik het in die begintijd had volgehouden als ik net als nu voortdurend met eigen artikelideeën had moeten komen. Natuurlijk bedacht ik vroeger óók zelf verhalen, maar net zo vaak werd ik gewoon gevraagd. Of - ik schreef het al eerder - ik belde een redactie met een vaag idee, dat ik prompt kon uitvoeren.

Lees verder »

Mislukt

Age

Age zingt 'Het zal je kind maar wezen'

Nooit eerder had ik, op wat tweets na, geschreven over mijn gehandicapte kind. Anders dan collega’s als Annemarie Haverkamp, Sanne Kloosterboer en mijn vriendin Elise van der Velde kon ik kennelijk de woorden niet vinden, of misschien had ik er gewoon geen behoefte aan. Daar komt bij dat onze zoon Age (bijna 16) lang niet zo erg gehandicapt is als Job, Yaël en Ties.  Het schoolse leren gaat hem moeilijk af en ook in andere dingen is hij trager dan de meeste kinderen; het reguliere onderwijs was niet voor hem weggelegd. Kortom: een zorgenkind van jongsaf aan, maar niet zo een dat bij de geboorte de wereld van zijn ouders op zijn kop zette. Lees verder »

Ex-genoten

Een van de zegeningen van afgelopen werkjaar was de samenwerking met collega Renate van der Zee. In het voorjaar vroeg NRC Handelsblad ons om samen een wekelijkse interviewrubriek op ons te nemen, ‘Thuis&’, waarin publieke personen vertellen over hoe hun jeugd hen gevormd heeft tot wie ze nu zijn. We hadden er veel plezier in, en voor zo ver wij begrepen hebben de lezers ook. Toen het katern Mens& ophield, en daarmee de rubriek, volgde in de bijlage Lux de zomerserie ‘Tienertoer’: schrijvers en kunstenaars vertellen over hun eerste vakantie zonder ouders.

Hoewel de samenwerking vooral logistiek van aard is, maakt die het werk oneindig licht. We grijpen het technisch overleg geregeld aan om over het vak te filosoferen, plezier te maken en een glas rosé te drinken. Collega’s als zij (gelukkig heb ik er flink wat) zijn onmisbaar in het leven van een freelance journalist. Lees verder »

smiley-manisch-positief

Freelance journalisten klagen graag en veel. Over opdrachtgevers die niet reageren op artikelvoorstellen, over te lage tarieven, over de slechte markt, over de kwaliteit van de journalistiek in het algemeen. Heel nuttig dat klagen, soms, even, in kleine kring. En terecht ook, soms. Maar blijven hangen in negativiteit is, in mijn ogen, dodelijk. Bijna letterlijk, arbeidstechnisch gezien. Lees verder »

‘Nu begrijp ik waarom ik nooit geslaagd ben als freelancer,’ zei een vriend naar aanleiding van mijn vorige blogje. (Hij heeft alweer jaren naar tevredenheid een vaste baan.) Het is waar, de een is er voor in de wieg gelegd, voor freelancen, de ander doet het noodgedwongen. Die laatste groep groeit, en de freelance journalistiek is een vechtmarkt geworden. Veel collega’s hebben moeite om een plek te veroveren of te behouden. Ook ervaren freelancers worden soms moe om zichzelf altijd maar weer te moeten bewijzen. Ik ook, maar dat duurt nooit lang. In de loop van de jaren heb ik allerlei mechanismen ontwikkeld om niet bij de pakken neer te zitten bij tegenslag en het overgrote deel van de tijd lol te hebben in mijn werk, en er ook nog een gezin van te kunnen onderhouden (vegetarisch, en zonder auto, maar toch). Ik deel mijn ervaringen graag op Twitter en Facebook en irl, in de kroeg en als bestuurslid van de FreeLancers Associatie. Maar nu is er ook een workshop! De Gelukkige Freelancer!