interviewen

Je bekijkt nu het archief van de rubriek interviewen.

zaaltje-merlijn-buitenkant-300x276In januari 2018 geef ik weer een interview-workshop in Zaaltje Merlijn. Iedereen die serieus geïnteresseerd is in interviewen, is welkom. Dus ook als je geen journalist of tekstschrijver bent, maar bijvoorbeeld een fotograaf met schrijfambities, of als je vanuit een andere discipline in de keuken van de journalistieke interviewer wilt kijken. Ik zorg dat de deelnemers niet alleen van mij maar ook van elkaar leren, en dat ze stuk voor stuk, ongeacht hun niveau, aan hun trekken komen.

Het Interviewgesprek is een intensieve trainingsdag met als doel: meer de diepte in, sneller tot de kern komen om uiteindelijk een pakkender, scherper, ontroerender verhaal te kunnen schrijven. Goed interviewen is minder moeilijk dan je denkt. Met de juiste voorbereiding en een duidelijk beeld van je eigen rol als interviewer, zodat je de regie houdt en alles durft te vragen wat je wil weten, ben je al een heel eind. Lees verder »

Pauze

ondertekening-contract-foto-willem

Het afgelopen jaar heb ik met actrice Elisabeth Andersen (95) zo’n veertig gesprekken gevoerd over haar leven, met het doel om daar een boek van te maken. Nog steeds ga ik zoveel mogelijk elke week naar haar toe - het interviewen gaat maar door. Bij elkaar hebben we denk ik al wel honderd uur met elkaar gesproken. Een interview voor de krant duurt twee, hoogstens drie uur, dus je kunt wel zeggen dat dit project voor mij een heel nieuwe dimensie aan het interviewen heeft gegeven.

Als ik geen bevredigend antwoord kreeg op een vraag, kwam ik daar een paar weken later weer op terug, en desnoods een paar maanden later nog eens, totdat er soms opeens wél een antwoord kwam. Ook kon ik dingen die ze verteld had in mijn hoofd laten rijpen, zodat ik kon doorvragen op een manier die nooit gelukt was tijdens een eenmalige sessie. Daarbij komt het vertrouwen dat er groeit na zoveel ontmoetingen, ook iets wat nieuw was voor mij.

Gisteren heb ik bij uitgeverij Balans een contract getekend voor het boek. De bedoeling is dat het over een jaar klaar is; dat betekent dat ik vol aan de bak moet. Omdat een mens niet alles kan doen, zal ik het komende jaar waarschijnlijk weinig tijd vinden om ook nog te bloggen over interviewen. Wie geïnteresseerd is in de vorderingen van mijn boek, volge op de Facebookpagina Hoegaathetmetjeboek? de briefwisseling tussen mij en Elise van der Velde, die bezig is aan haar eerste roman.

Foto: Sarah Wong

Foto: Sarah Wong

Drs P. interviewen en géén opnameapparaat meenemen. Hoe stom kun je zijn? Rob van Vuure biechtte het eerlijk op afgelopen week in zijn column in de hdc-kranten. Hij had een leuk gesprek gehad met Polzer, ergens bij het Concertgebouw, koffie en een sigaar erbij. Maar toen hij er ’s avonds voor ging zitten om er een mooi verhaal van te maken, kwam er niks uit zijn vingers. Aan de aantekeningen in zijn kladblokje had hij niet genoeg; die ‘kenmerkende, archaïsche volzinnen’ vroegen erom heel precies genoteerd te worden. Van Vuure deed het enige juiste: hij vroeg om een herkansing, met recorder.  Lees verder »

hans-metz-moet-vrij

Het resultaat is het enige wat telt, dus ik schaam me nergens voor als interviewer. Ter voorbereiding van een gesprek bel ik soms familie en vrienden als ik denk dat dat nuttig is, maar laatst heb ik me ook tijdens een interview laten bijstaan.

Deze zomer is het vijftig jaar geleden dat Provo ontstond. Naar aanleiding van dat jubileum verschenen dit jaar al een boek (Rebelse jeugd) en een documentaire (Rebelse stad). Hans Metz is een van de kernfiguren van de Provobeweging, maar anders dan mannen als Roel van Duijn en Rob Stolk, was hij geen flamboyante spreker en stond hij minder op de voorgrond. Nu, op zijn 70ste, is hij nog even idealistisch als een halve eeuw geleden, maar ook nog even bescheiden.

Lees verder »

foto-1-5

Het is een van de grootste ergernissen van journalisten: geïnterviewden die je inzage in de tekst geeft, en je verhaal vervolgens vol rode strepen retourneren. Of, erger nog: je stuk herschrijven zonder aan te geven wat ze veranderen zodat het een zoekplaatje wordt. Of hele alinea’s erbij schrijven. Lees verder »

albert-verlinde

Mijn interviewobject was Albert Verlinde. Hij had zich bij KWF Kankerbestrijding aangeboden voor een interview, zo begreep ik: zijn vader had kanker. Bovendien had hij een toneelstuk over kanker op de planken gebracht (Als de dood), ook daaruit sprak zijn betrokkenheid bij het onderwerp. Via zijn secretaresse maakte ik een afspraak met hem voor een interview in KWF-magazine Kracht. Lees verder »

bright

Gisteren had ik voor het eerst sinds jaren weer eens last van zenuwen voor een interview. Bright O. Richards is een van oorsprong Liberiaanse acteur en theatermaker, en tegenwoordig vooral bezig met zijn trainingswerk aan jonge asielzoekers. Voor dat laatste kreeg hij onlangs een prijs van het Oranjefonds. Lees verder »

telefoon-150x132

Wanneer kun je een interview telefonisch doen en wanneer niet? De richtlijn die ik zelf hanteer is – heel praktisch en prozaïsch – het aantal woorden dat ik tot mijn beschikking heb. Voor een portretterend interview van duizend woorden of meer loont het de moeite om iemand live te spreken, omdat je dan echt de diepte in moet, en dat is aan de telefoon vaak wat lastiger. Bij een interview van drie- tot vijfhonderd woorden moet je óók doorvragen om een goed verhaal te krijgen, maar uiteindelijk heb je daarbij meestal voldoende aan een of twee treffende anecdotes/sterke quotes/boeiende feiten etc., en dan voldoet de telefoon prima. Efficiency mag best een rol spelen, voor beide partijen. Lees verder »

Twee keer mocht ik hem interviewen, Denker des Vaderlands René Gude, die vrijdag overleed. (Ik ben normaal niet zo van dat nederige, maar hier is ‘mocht’ wel op zijn plaats.) De eerste keer was in 2012 voor KWF-magazine Kracht, en ik had me voorgenomen dat ik niet bij hem weg zou gaan zonder een paar praktisch-filosofische adviezen waar kankerpatiënten en hun naasten echt wat aan zouden hebben. Dat was een makkie: Gude deed niets liever dan over dit soort dingen filosoferen, en hij was er een kei in. Een half jaar later zou hij Denker des Vaderlands worden en snel naam maken met juist dit soort praktische levenslessen. Je oordeel uitstellen bijvoorbeeld, als je nog niet weet wat er precies aan de hand is. Niet in paniek raken, en ook niet denken ‘het zal wel meevallen’. Nee, afwachten tot er meer duidelijkheid is. Voor mensen die te horen krijgen dat ze kanker hebben, en eigenlijk voor iedereen, een uiterst nuttig advies. Lees verder »

images-2

Waarom stort een oer-Hollandse jongen zich op de flamenco? En wat is flamenco, wat was het dat hem zo greep, alweer bijna veertig jaar geleden? Dat waren mijn voor de hand liggende maar niet minder brandende vragen voor Eric Vaarzon Morel, flamencogitarist en -componist, ondanks zijn exotische naam hartstikke Nederlands. Ik ging hem interviewen voor NRC Handelsblad naar aanleiding van zijn nieuwe voorstelling De Waterdrager. Lees verder »

Een dik jaar hebben we het volgehouden, collega Renate van der Zee en ik, om wekelijks twee ex-partners in NRC Handelsblad te laten vertellen over hun voorbije liefde. De interviewserie ‘Ex-genoten’ in de bijlage Lux begon eind augustus 2013 en vorige week verscheen de laatste aflevering. Niet omdat wij er genoeg van hadden, en de lezers al helemaal niet, maar omdat het steeds moeilijker werd om interviewkandidaten te vinden die hun verhaal open en bloot in de krant wilden, met naam en foto. Lees verder »

Screenshot Omroep Zeeland

Screenshot Omroep Zeeland

Ik had me nog zo voorgenomen om alleen maar ‘rustig werk’ te doen de komende tijd, naast Het Boek. Maar als journalist kun je jezelf die garantie niet altijd geven. Voor ik het wist zat ik middenin een ‘onthullingsverhaal’. Vandaag staat het op de Mediapagina van NRC Handelsblad. Hier het nieuwsbericht op de website.

Het aanvankelijke idee was een reportage over een praatgroep voor jonge moslimhomo’s, de Haardvuuravonden, onder leiding van imam Hashim Jansen uit het Zeeuwse Krabbendijke. Over hoe hij uit de kast kwam als homoseksueel nadat hij vanwege zijn geaardheid ontslagen was bij de Arrahman-moskee in Goes en een nieuwe missie vond: het geestelijk begeleiden van jonge moslim-homo’s. Over hoe het toegaat op zo’n Haardvuuravond, eens in de maand bij het COC in Amsterdam; hoe Jansen, met zijn rossige baard en grijze mutsje als een goedmoedige pasja omringd door bloedmooie Amsterdamse jongens en meisjes van allochtone komaf over de Koran spreekt, over wat wel en niet mag volgens de islam - en hoe aan het eind van de avond een welluidend ‘Allahoe Akbar’ klinkt uit de mond van een van de deelnemers, waarna een gezamenlijk gebed de bijeenkomst besluit. Maar dat stuk is in de prullenbak beland, want Hashim Jansen bleek nooit te hebben gewerkt als imam in de moskee in Goes. Lees verder »

foto-39Het was een bijna vergeten, maar daarom niet minder interessante kwestie. Ik begon erover omdat ik nieuwsgierig was naar hoe hij erop terugkeek na al die jaren, en omdat er raakvlakken waren met het hoofdonderwerp van mijn interview: zijn nieuwe boek, Lege stad. Ik heb het over Guus Luijters (70), de schrijver en journalist die 35 jaar geleden door Jeroen Brouwers in een schotschrift door de mangel werd gehaald. In een compleet nummer van het literaire tijdschrift Tirade fulmineerde Brouwers tegen wat hij noemde ‘jongetjesliteratuur’. Vooral op Luijters, liefhebber van Nescio en zelf eveneens schrijver van ‘het kleine gebaar’, richtte hij zijn pijlen: Lees verder »

vis-borgerhout

Zijn oudere broer Moussa leerde ik vijf jaar geleden kennen: een slimme, dwarse politicoloog annex taxichauffeur en bakfietsvader van Marokkaanse afkomst, en nu al jaren een prominent PvdA-raadslid in mijn woonplaats Haarlem. Ik wist dat hij een sliert interessante broers had, onder wie een beeldend kunstenaar/filmer en een schrijver. Die laatste, Asis Aynan, ontmoette ik pas geleden voor een interview, naar aanleiding van zijn nieuwe - autobiografische - verhalenbundel  Gebed zonder eind. Lees verder »

Hij stond al een paar jaar op mijn lijstje van mensen die ik graag eens wilde interviewen: filosoof Joep Dohmen. Ik ontmoette hem ergens rond 2007 op een middelbare school in Nijmegen, waar hij in een forum zat en ik de discussie moest leiden. Na afloop reisden we samen per trein terug naar de Randstad. Ik was onder de indruk van hem en vooral van zijn vakgebied, de levenskunst. Hij had iets zwierigs en iets strengs tegelijk. Het woord sprezzatura schoot me te binnen, de bestudeerde flair van de hovelingen tijdens de Italiaanse Renaissance, waar ik als scholier ooit een opstel over schreef voor geschiedenis. Ik herinner me nog dat hij met grote zorg zijn jasje drapeerde over de rugleuning van de stoel voor hem. Slordig als ik ben, vond ik die aandachtigheid een teken van levenskunst, iets waar ik jaloers op was. Bij mij thuis heerst in materieel opzicht een permanente chaos. Toen ik hem dat vertelde, reageerde hij niet - zoals de meeste mensen zouden doen - schouderophalend, maar hij vond dat ik daar beslist iets aan moest veranderen. Ik kocht zijn boek Tegen de onverschilligheid, pleidooi voor een moderne levenskunst en las het gretig. Lees verder »

trein

Nog even terugkomend op het belang van details in een verhaal (wat voor verhaal dan ook): een prachtig voorbeeld staat in het onvolprezen Interviewen in de praktijk van Dick van der Lugt. Hij vertelt over Joeri Boom die voor een serie in De Groene over ‘vieze beroepen’ prostituée Metje Blaak interviewde. Ze zegt: ‘Ik heb altijd vies werk gedaan. Je kunt wel roepen dat het zo erg niet is om hoer te zijn, maar over het algemeen is het niet bepaald prettig. Daarin moet je eerlijk zijn.’ En dan volgt het onmisbare detail: ‘Je hebt erbij die een bruine streep achterlaten op het laken.’ Lees verder »

Iedereen die schrijft weet het: details maken je verhaal. Dat geldt voor een interview, voor een roman, voor literaire non-fictie en voor poëzie. Voor mijn boek-in-wording, de waargebeurde liefdesgeschiedenis tussen een jonge toneelschoolleerlinge en een voor de oorlog uit Duitsland gevluchte Joodse intellectueel, spreek ik wekelijks met het hoofdpersonage, de toneelschoolleerlinge. Ze werd later een beroemde actrice en is intussen 94. Ik schreef al eerder over haar. Ons vorige gesprek hadden we het onder meer over het eerste afspraakje met haar grote liefde, op 26 mei 1942. Lees verder »

Gisteren was in Amsterdam de 4e Conferentie Verhalende Journalistiek: een dag vol ontroerende, spannende, grappige en leerzame verhalen over het maken van verhalen. Voor mijn prille boek-in-wording heb ik er een boel van opgestoken, maar tot mijn verrassing gaf Volkskrant-journalist John Schoorl tussen neus en lippen door ook een erg leuk lesje interviewen. Lees verder »

foto-15

Altijd was ik iemand van de korte baan. Ik had het er een paar blogjes geleden al over. Toen ik nog vertaler was, vertaalde ik opiniestukken voor de krant en later films en t.v.-programma’s. Eén keer waagde ik mij aan de vertaling van een boek, en toen die af was, kon je me opvegen. Dat nooit meer! Later werd ik journalist, en in die hoedanigheid schuwde ik weliswaar de degelijke, langere stukken niet, maar vond het toch altijd weer fijn als een verhaal na een, twee of drie weken af was en ik aan het volgende kon beginnen. Nu weet ik wat ik al die jaren gemist heb. Lees verder »

Ieder zijn rol

Onlangs had ik voor NRC Handelsblad een interview met schrijver Thomas van Aalten, naar aanleiding van zijn nieuwe roman Leeuwenstrijd. Bij het afscheid vroeg ik hem of hij het stuk vooraf nog wilde lezen. ‘Ja, mail het maar even,’ zei hij. En toen: ‘Of nee, laat ook maar.’ Hij herinnerde zich dat hij zelf ooit Arno Kantelberg interviewde, hoofdredacteur van Esquire, die weigerde om de tekst voor publicatie te lezen. Hij - Van Aalten - moest zijn werk maar gewoon goed doen. En daar was hij het eigenlijk zeer mee eens. Het leidt maar tot luiheid, vond hij, als je weet dat de geïnterviewde je tekst toch nog leest. Je kunt dingen namelijk anders - scherper - opschrijven dan ze in werkelijkheid gezegd zijn. Als je te ver bent gegaan, word je vanzelf wel teruggefloten. Terwijl jij als interviewer die beslissingen autonoom zou moeten nemen. Lees verder »

foto-12

Het interview met actrice Ariane Schluter door Greta Riemersma in Volkskrant Magazine van dit weekend eindigt intrigerend. Riemersma vraagt Schluter waarom zij en andere acteurs het zo moeilijk vinden om over zichzelf te praten (iets wat uit het voorafgaande inderdaad enigszins blijkt). Het doet er niet zoveel toe wie zij is, antwoordt Schluter. Haar collega Jacob Derwig heeft zichzelf weleens een ‘lege huls’ genoemd. Zo ver wil Schluter niet gaan, maar ze snapt wat hij bedoelt: “Als acteur ben je een kameleon, tenminste ik wel. Als je wilt spelen moet je je zó openstellen voor de meest vreemdsoortige gedragingen en emoties, dat je in jezelf een soort neutraliteit moet hebben om dat te kunnen. Je moet zelf niet al te uitgesproken zijn.” Lees verder »

Humans

hony1Vorige week was ik met mijn echtgenoot voor een weekje vakantie in New York. ‘Hé, een Human,’ zeiden we geregeld tegen elkaar, als we op straat of in een horecagelegenheid een kleurrijk persoon zagen.

Humans of New York (HONY), het ongoing project van fotograaf Brandon Stanton, die elke dag op Facebook een New Yorker portretteert,  is voor mij het ultieme bewijs dat een goed, indringend interview niet lang hoeft te zijn.

“Do you remember the most frightened you’ve ever been?”
“When I was 21 and I found out my girlfriend was pregnant.”
“How’d things turn out?”
“Pretty damn well.”

Lees verder »

Op twitter zag ik dat collega’s zich hadden geërgerd aan het interview van Marcel van Roosmalen met actrice Anna Drijver, in Volkskrant Magazine van dit weekend. Zo zei @annemiekverbeek: ‘Moedig dat Anna Drijver open over haar depressie praat, maar niks in het vk magazine interview ontroert me. Integendeel, ik voel irritatie.’ Wellicht omdat de interviewer Drijver neerzet als ’sneu geval’, dacht ze. Anderen vonden dat het interview vooral een Van Roosmalen-show was. Ook ik heb me geërgerd aan het interview, en wel omdat het doodsaai is. En dat terwijl Drijver de interviewer nog wel zo aanmoedigt: ‘Ik ben vaker geïnterviewd, veel journalisten vragen niet door. Achteraf vind ik dan dat ik goed ben weggekomen. Ik wil graag de diepte in.’ Lees verder »

woordweb

Hierboven een zogeheten 'woordweb', een schematische voorstelling van het gesprek die mij helpt om het verhaal te construeren (klik op afbeelding om te vergroten).

‘Iedereen heeft een verhaal,’hoor ik collega’s weleens zeggen. Het klinkt als ‘ieder mens is de moeite waard’. Met dat laatste ben ik het volkomen eens. En natuurlijk, als je maar lang genoeg graaft in iemands leven, zul je meestal wel iets vinden wat op zichzelf het vertellen waard is. Maar om daar vervolgens een lezenswaardig interview van te maken heb je - inderdaad - een verhaal nodig. En met een overleden kind of een moeder die van een flat springt, hoe erg ook, heb je nog geen verhaal. Dat wordt het pas als je, zoals Elena Lindemans doet in haar documentaire Moeders springen niet van flats (over de zelfmoord van haar moeder), heel precies uitlegt hoe het heeft kunnen gebeuren en wat voor invloed het heeft gehad op het leven van de verteller. Lindemans’ uitgesproken mening over euthanasie bij psychisch lijden maakt het verhaal compleet. Lees verder »

foto-61

Vaste lezers van mijn blog weten het onderhand wel: vragen staat vrij, mits je oprecht geïnteresseerd bent in het antwoord. Je krijgt zelden spijt als je een vraag stelt, wel als je dat niet doet. Domme vragen bestaan niet. Vraag dóór, want dan pas krijg je de interessante antwoorden. Laat je niet intimideren. Het zijn de mantra’s van het interviewen, die ik als docent probeer over te brengen. Het leuke van die mantra’s (tijdens mijn workshops heten ze de Tien Geboden van het Interviewen), is dat ze bijna één op één in het gewone leven toepasbaar zijn.

Dat realiseerde ik me toen een deelnemer van mijn allereerste workshop, Elise van der Velde, vertelde dat ze sinds die workshop meer lef heeft om arrogante medisch specialisten van haar spastische zoon het hoofd te bieden.  Ze durft meer vragen te stellen, en laat zich niet meer zo snel met een kluitje in het riet sturen. Zo bracht Elise mij op het idee van een Spoedcursus Vragen stellen, toen nrc.next mij verzocht om een bijdrage te leveren aan die rubriek. Dat is alweer even geleden, maar nu zijn deze Spoedcursussen gebundeld in Ik zou úren met je willen praten maar… (oké, dat is ook alweer even geleden, maar ik had het hier nog niet gemeld). Ik zal toch mijn tandarts eens vertellen dat ze zo grappig vereeuwigd is door Paul Steenhuis.

nit-istanbul

Het NIT in Istanbul

Op 3 en 4 april geef ik twee interview-workshops (het Interviewgesprek en Interviews Schrijven) aan het Nederlands Instituut in Turkije in Istanbul. De workshops (voertaal Nederlands) zijn in de eerste plaats bedoeld voor in Istanbul wonende wetenschappers, vertalers, redacteuren, enz., maar ook niet-Istanbullers zijn welkom. Dus wie toevallig voor vakantie in de stad verblijft en het nuttige met het aangename wil verenigen, meld je aan! De kosten liggen een stuk lager dan in Nederland: € 95,- (ipv € 195,-) voor één workshop en € 145,- voor twee (normaal € 340,-).

Het Nederlands Instituut in Turkije (NIT) ligt aan de Istiklal Caddesi, midden in het centrum van Istanbul.

foto-51Moeten we het nog over het interview van Robert Vuijsje met Peter Klashorst hebben, in de Volkskrant van afgelopen maandag? Want is het eigenlijk wel een interview? Het heeft meer weg van een verslag van een ontmoeting tussen twee vrienden, van wie de een ook nog eens in bewondering opkijkt tegen de ander. Zo zegt Vuijsje over Klashorst: ‘Iedereen onderwerpt zich aan Het Systeem. Hij onderwerpt zich nergens aan, met Het Systeem heeft hij niets te maken. Dat bewonder ik.’ Bewondering kan een probleem zijn voor een interviewer, omdat je het risico loopt je kritische zin te verliezen. Of gewoon bang bent dat de ander je niet meer aardig vindt. Lees verder »

scheepje

In een niet eens zo heel grijs verleden was ik ondertitelvertaler. Twaalf jaar lang heb ik - samen met mijn echtgenoot -  buitenlandse films, series, documentaires en talkshows van Nederlandse ondertitels voorzien. Onbevangen in de bioscoop naar een film kijken (behalve als het een Nederlandse is) lukt sindsdien niet meer. Lees verder »

vespaNatuurlijk doet het er helemaal niet toe, waar ik het in mijn vorige blogje over had, of schrijver Mano Bouzamour in werkelijkheid nu op de havo zat of op het vwo en hoe (weinig) geïntegreerd zijn Marokkaanse ouders nu precies zijn, en in welk deel van De Pijp hij woonde. Zelfs of zijn broer een echte zware jongen was vroeger, of een kruimeldiefje, is niet de essentie. Lees verder »

thumb_bouzamour_-_de_belofte_van_pisaAls ik schrijvers interview, gaat het gesprek behalve over hun boek ook altijd over hun leven. En onvermijdelijk over het verband tussen die twee. Want een roman is fictie, maar soms vertoont de hoofdfiguur verdacht veel overeenkomsten met de auteur, en lijken hun beider lotgevallen op zijn minst deels te overlappen. Dat betekent dat je in dit soort interviews tot vervelens toe moet vragen hoe het ‘in het echt’ zit. Ongemakkelijk, omdat een schrijver al gauw denkt dat je zijn roman reduceert tot een verzameling anecdotes. Maar om een goed portret te kunnen maken van de schrijver, kan het niet anders. Lees verder »

Stijve nek

rutte1

Het is schandalig, maar als ik de naam Nelson Mandela hoor, schiet ik altijd in de lach. Afgelopen week moest ik, vanwege alle berichten naar aanleiding van zijn overlijden, steeds weer denken aan mijn collega Renate van der Zee (ik heb het verhaal hier al eens opgeschreven), die iemand interviewde voor de serie ‘Zelfportret’ in HP/De Tijd, waarvan de vragen gebaseerd zijn op de Questionnaire van Proust. Een van de vragen luidt: ‘Wie zijn uw helden?’ Haar gesprekspartner antwoordde: ‘Nelson Mandela.’ ‘Nee, ‘ zei Renate streng. ‘Dat mag niet.’

Lees verder »

Arjan Ederveen in Hollands Dagboek (NRC Handelsblad van dit weekend):

“Interviewgereutel voor de film Midden in de Winternacht die woensdag in première gaat. Altijd raar. En altijd nieuwsgierig naar wat de journalist ervan bakt. Geen peil op te trekken. Soms kort stom gesprekje, achteraf leuk artikel. Soms lang interessant gesprek, en stom flutstukje.”

Ik heb het al vaak verkondigd (onder meer hier): het interviewgesprek zelf zegt weinig over de kwaliteit van de uiteindelijke tekst (sterker nog: als het al te gezellig wordt, zoals mijn interview met Marjan Berk (zie Garnalenkroketten) is het oppassen geblazen. En een zenuwslopend gesprek kan een prima resultaat opleveren).

Nu horen jullie het eens van een ander!

full-quote

Dit weekend stond in de Volkskrant een interview met Allan Cullison, de Wall Street Journal-journalist over wie ik vorige week schreef. De inhoud van het stuk verraste me niet, die kwam aardig overeen met de lezing die hij gaf op 14 november in Amsterdam. Wel verwonderde ik me over de vorm: het was in full quote geschreven, als een monoloog, zonder vragen of commentaar van de interviewer. Lees verder »

oor-en-pen

Afgelopen dinsdag vond de eerste Gerard van Westerloo-lezing plaats, georganiseerd door de Stichting Verhalende Journalistiek ter ere van de vorig jaar overleden legendarische reportageschrijver Gerard van Westerloo. Hoofdspreker was Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Zijn betoog was moeizaam te volgen, onder meer omdat Cullisons zinnen vaak eindigden in een introvert gemompel, alsof hij zelf niet helemaal geloofde in wat hij zei. Misschien waren het zenuwen, geen idee. Na afloop kon het publiek vragen stellen, die gingen allemaal over zijn werk als terrorisme-verslaggever, waar hij tijdens zijn lezing nauwelijks over gerept had. Toen raakte hij in zijn element en hing de zaal alsnog aan zijn lippen. Lees verder »

voicerecorder

Ooit interviewde ik Joost Prinsen naar aanleiding van een verzamel-cd-box met liedjes die hij had uitgebracht. Ik was erg verrast, vond de cd echt ontzettend mooi. Prinsen had ook toen al van alles en nog wat gedaan in zijn leven: van acteren, zingen, regisseren en lesgeven aan de Toneelschool tot televisieprogramma’s presenteren en schrijven over bridge. Ik vond het doodzonde, zo’n versnipperd bestaan, terwijl hij - naar mijn idee - een groot talent had. Dus mijn belangrijkste vraag aan hem was: ‘Waarom heb jij je nooit helemaal op het zingen gestort?’ Lees verder »

Ex-genoten

Een van de zegeningen van afgelopen werkjaar was de samenwerking met collega Renate van der Zee. In het voorjaar vroeg NRC Handelsblad ons om samen een wekelijkse interviewrubriek op ons te nemen, ‘Thuis&’, waarin publieke personen vertellen over hoe hun jeugd hen gevormd heeft tot wie ze nu zijn. We hadden er veel plezier in, en voor zo ver wij begrepen hebben de lezers ook. Toen het katern Mens& ophield, en daarmee de rubriek, volgde in de bijlage Lux de zomerserie ‘Tienertoer’: schrijvers en kunstenaars vertellen over hun eerste vakantie zonder ouders.

Hoewel de samenwerking vooral logistiek van aard is, maakt die het werk oneindig licht. We grijpen het technisch overleg geregeld aan om over het vak te filosoferen, plezier te maken en een glas rosé te drinken. Collega’s als zij (gelukkig heb ik er flink wat) zijn onmisbaar in het leven van een freelance journalist. Lees verder »

Hij had eigenlijk griep, zei hij. En een interview in de vorm van ‘levenslessen’ vond hij, de veelbelovende jonge vormgever, een beetje raar. Voor mij was het ook onwennig, want het was de eerste keer dat ik deze interviewrubriek deed. De voorbereidingstijd was kort geweest en ik wist tot twee dagen ervoor weinig van vormgeving, dus ik stelde vragen als ‘wat is het verschil tussen kunst en vormgeving?’ Dat was, ik voelde ‘m al aankomen, ‘niet interessant’. Lees verder »

Volgende week ga ik oud-premier Dries van Agt interviewen. Kort nadat ik het verzoek om een vraaggesprek via zijn uitgever had gedaan, belde Van Agt op om een afspraak te maken. Hij had echter wel een voorwaarde: hij wilde in de tekst kunnen wijzigen, ‘en niet alleen feitelijke onjuistheden’. De moed zonk me in de schoenen, want ik moest meteen denken aan Pieter van Vollenhoven, die journalisten een contract laat tekenen waarin hij laat vastleggen dat hij totale zeggenschap heeft over de uiteindelijke tekst, zoals onlangs weer bleek uit een interview met hem in de Volkskrant. Lees verder »

blablabla

Bij het schrijven van interviews geldt de regel dat je de woordkeus en de spreektrant van de geïnterviewde enigszins moet zien over te brengen, zodat de lezer het gevoel heeft de persoon in kwestie ook werkelijk te horen praten. Als Mart Smeets het over de ‘Ronde van Frankrijk’ heeft, maak je daar geen Tour de France van. Wanneer een 15-jarige jongen met het syndroom van Asperger een ouwelijk taalgebruik heeft, laat je dat min of meer intact.

Lees verder »

cover-verloren-grond

Dag Brigit,

Ik heb een verzoek. Zou jij misschien op mijn boekpresentatie op 19 april iets willen zeggen over mijn roman?

Jij bent de eerste buiten mijn kring van uitgever en agent die het gelezen heeft en je bent de eerste die me heeft geïnterviewd. Het hoeft niet lang. Een paar minuten zou al prima zijn.

Ik zou me vereerd voelen.

Hartelijke groet,

Murat

Toen ik dit mailtje kreeg van Murat Isik, was ik op mijn beurt vereerd. Een journalist hoort een zekere afstand te bewaren tot zijn onderwerpen, en daar horen eigenlijk geen feestredes op boekpresentaties bij van schrijvers die je hebt geïnterviewd. Maar ik ben, al kan ik zeker kritisch zijn als het moet, toch vooral een empathisch interviewer. Wat betekent dat ik mensen interview juist omdat ze op een of andere manier indruk op me gemaakt hebben. Bij Murat Isik was dat omdat hij een prachtig en meeslepend boek had geschreven. Dus zei ik ja en hield ik donderdag tijdens de feestelijke presentatie een lofrede op Verloren grond. Hij is hier te lezen. Voor het interview met Murat in NRC klik hier.

‘Als je maar weet dat ik geen slappeling ben,’ zei ik tegen de sportredacteur. ‘Dat weet ik,’ antwoordde hij. ‘Het is oké.’ Opgelucht legde ik de telefoon neer, maar ik voelde me ook wel een beetje vreemd. Nooit eerder had ik er bij een redactie voor gepleit om iets niet op te schrijven, ook al had de geïnterviewde het wel gezegd. Andersom is wel een aantal keer gebeurd, dat een eindredacteur iets schrapte uit mijn verhaal, bijvoorbeeld een kennelijk iets te gruwelijk detail in mijn interview met de machinist die negen keer iemand voor zijn trein had gehad. Lees verder »

Het is een anecdote die ik al vaak heb verteld, maar nu moet ie maar eens vastgelegd worden. Ik had, het was een jaar of twee geleden, mijn borst natgemaakt voor een interview met Mart Smeets. Hij had nogal een reputatie, het scheen dat hij er niet voor terugschrok om interviewers te schofferen als dat nodig was. Dat gebeurde niet, maar hij maakte me wel zenuwachtig omdat hij vooraf niet wilde zeggen hoeveel tijd hij voor me had. ‘Dat zien we wel.’ In gedachten zag ik hem plotsklaps wegbenen uit het cafeetje aan het Spaarne waar we zaten naar zijn huis aan de overkant, mij achterlatend met een waslijst aan niet-gestelde vragen. Lees verder »

Pijnlijk

Om met een mooi verhaal thuis te komen, moet een interviewer zich vooraf goed bewapenen. Frénk van der Linden noemt bijvoorbeeld het mes van de kennis: hoe meer je weet over je gesprekspartner, hoe groter de kans dat je nieuwswaardige en/of wezenlijke dingen te horen krijgt. Een voor mij even belangrijk wapen is oprechte interesse. Door écht te willen weten hoe iemand in elkaar zit, waarom iemand doet wat hij doet, kun je je de brutaalste vragen permitteren. Lees verder »

Nieuwe nederigheid

Interviewers moeten terug naar de nederigheid, het respect en de bewondering. Dat zei journaliste Corine Koole onlangs in een lezing ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van haar uitgeverij. De aanleiding voor haar pleidooi was het interview van Greta Riemersma met Connie Palmen, in Volkskrant Magazine van 12 november. Riemersma staat volgens Koole voor een ‘groeiende groep interviewers’ die slechts keffen en bijten en authentieke nieuwsgierigheid ontberen. “Ze (…) stelt geen enkele vraag waaruit blijkt dat ze werkelijk wil weten, weten, weten wat voor vrouw Connie Palmen is. Kijk mij eens lekker brutaal zijn, schreeuwt ze haar als vragen vermomd commentaar. Kijk mij dit vogelverschrikkersvrouwtje eens pittig aanpakken.” Lees verder »

Nederig

Ik ben niet zo’n #lovemyjob-type, een interviewer die voortdurend dankbaar is dat ze met zoveel bijzondere mensen mag praten die haar openhartig hun leven toevertrouwen en er nog geld voor krijgt ook. In mijn ogen is het toevallig wel de interviewer die dat bijzondere naar boven moet halen en vervolgens ook nog eens geloofwaardig opschrijven. En dat valt lang niet altijd mee.

Maar soms, op zijn tijd, word ik nederig. Dan zie ik het opeens wel degelijk als een voorrecht om zomaar iemands leven binnen te mogen stappen en alles te vragen wat je wil weten. Dat was het geval toen ik een paar weken geleden de Utrechtse antiquaar-schrijver Hans Engberts mocht interviewen. Normaal zeg ik dat nooit, dat ik iemand ‘mag’ interviewen (ik ‘ga’ of ik ‘moet’ altijd iemand interviewen), maar Engberts had een dag ervoor te horen gekregen van de artsen dat hij nog zo’n twee maanden te leven had. Als je tijd zo schaars is geworden en dan toch tweeënhalf uur uittrekt om te praten met iemand die je nooit eerder ontmoet hebt, dan kan ik alleen maar mijn hoed afnemen.

Van zijn verhaal zelf was ik ook erg ondersteboven. Met een verbijsterende levenslust bereidt hij zich voor op het einde. Nou, als het zó kan, ziek worden en doodgaan, dan valt er weinig meer te vrezen eigenlijk. Dat was wat ik dacht toen ik wegging. En iets als ‘lovemyjob’, ja, dat dacht ik ook. Ik ga er geen gewoonte van maken.

vasil-gazaryan-concierge

Vasil Gazaryan

Twee maanden geleden schreef ik al over Vasil, de conciërge van Mytylschool de Regenboog in Haarlem, waar mijn zoon tot deze zomer op zat. Ik ontdekte bij toeval dat hij jarenlang het Straatjournaal verkocht had. Met collega en mede-mytylschoolmoeder Elise van der Velde ben ik hem op een ochtend gaan interviewen over zijn leven. Het resultaat stond 22 juli in Haarlems Dagblad en is hier te lezen.

Na dat gesprek met Vasil ben ik een beetje in verwarring. Lees verder »

straatjournaal

De raadszaal in het gemeentehuis van Haarlem. Een hoorzitting over de afschaffing van de ID-banen (Melkertbanen, zeg maar). Het protestcomité had mij gevraagd als gespreksleider. Hoewel ik ook vond dat het wegbezuinigingen van de laatste honderd ID’ers in Haarlem niet bepaald sociaal was, had ik vooraf besloten dat ik met een onafhankelijke, journalistieke houding de bijeenkomst zou leiden. Ja, het was erg dat een speeltuin in de binnenstad van Haarlem misschien moest sluiten omdat de beheerder ontslagen werd. En nee, het gaf geen pas dat een vrouw die belangrijk werk deed bij het Straatjournaal weg moest zodat het voortbestaan van de daklozenkrant in gevaar kwam. Maar hé, meehuilen met de wolven, daar was ik niet voor ingehuurd, toch?
Lees verder »

Au suivant

Siddharta Mukherjee

Het was, als ik me goed herinner, voor het eerst dat ik een internationaal vermaard persoon ging interviewen. Het moest in het Engels, wat voor geen van ons beide de moedertaal was, maar hij, Siddharta Mukherjee, arts en schrijver van Keizer aller Ziektes, woont al zijn halve leven in Amerika en sprak die taal toch heel wat vlotter dan ik. Al die jaren Engels aan de universiteit leken even helemaal voor niets, ik voelde me een hakkelaar en een stuntelaar. Lees verder »

foto: Ruben Eshuis

foto: Ruben Eshuis

“In Nederlandse interviews begint het privéleven zo te domineren dat het onderscheid tussen kwaliteitskranten en pulpbladen vervaagt.” Aldus Frénk van der Linden, interviewer en organisator van Het Grote Interviewgala op 16 februari j.l. In de publiciteit rond dat gala kwam hij geregeld terug op deze kwestie. “Portretterende interviews leunen steeds meer op privé-elementen. Dus: ik ben misbruikt in mijn jeugd, en daardoor ben ik in mijn politieke partij voor dit en dat opgekomen. Het is vaak amateurpsychologie, ook in mijn eigen stukken.” (Volkskrant, 14-2-11). Lees verder »

Ooit interviewde ik voor de levensverhalenrubriek “Het verhaal van…”  in NRC Handelsblad een jonge vrouw die actief lid was van de SGP.  Het gesprek ging, dat hoeft niet te verbazen, over wat zij zocht en vond in het steile geloof, hoe ze met dat geloof midden in de maatschappij probeerde te staan enzovoorts. Wat ook niet hoeft te verbazen is dat ik mijn uiterste best deed om er een weerbarstig verhaal van te maken, waarin, om in zwaar christelijke sferen te blijven, een zekere worsteling zichtbaar was. Dat was, met enige moeite, gelukt. Zo vertelde de vrouw dat ze het als puber niet zo leuk vond dat haar moeder altijd precies op het juiste (lees: verkeerde) moment met thee kwam aanzetten als ze met haar vriendje op haar kamer zat. Lees verder »

Famke

foto: Anaïs Lopez
foto: Anaïs Lopez

Een interview is altijd een gestileerde, of misschien zelfs gemanipuleerde weergave van een gesprek. Als ik, zoals in het geval van de voormalig dakloze Famke Mackaay, drieënhalf uur met iemand praat en dat gesprek (voor NRC Next) moet vatten in 1200 woorden, kun je meer niet dan wél vertellen. De lezer moet er maar op vertrouwen dat mijn journalistieke filter goed werkt. Zelf vertrouw ik er ook meestal op dat mijn blik scherp genoeg is om Het Verhaal te destilleren uit het gesprek met de geïnterviewde. Ik moet natuurlijk zeggen: Een Verhaal, want iedere andere collega had een ander gesprek gevoerd en een ander interview geschreven. Als interviewer neem je jezelf altijd mee. Je persoonlijke ervaringen, je kijk op de wereld, je specifieke interesses en hang-ups, die kun je niet wegpoetsen. En dat hoeft ook niet. Het is tenslotte jouw verhaal.

Lees verder »

Jan & Trudy

Een tijdlang beschouwde ik mezelf als onderwijsjournalist. Dat begon ooit met een interview. Jan Obbeek, leraar op een kalme scholengemeenschap in Haarlem-Zuid, vertelde over de jaren dat hij les gaf op het zwarte Montessori College Oost in Amsterdam. Hij begon enthousiast en idealistisch, maar raakte gaandeweg steeds meer gefrustreerd. Vooral het seksisme en de homofobie van de jongens stuitten hem tegen de borst. Het interview (hier te lezen) sloeg in als een bom. Lees verder »

De sloper

Nogal onverwacht kreeg ik een paar weken geleden de vraag waarom ik eigenlijk interview. De situatie was er niet naar om me er met een grap vanaf te maken (’brood op de plank!’), dus voor het eerst werd ik gedwongen om na te denken over die vraag.

Ischa Meijer heeft zich weleens laten ontvallen dat hij zo graag interviewde om zichzelf beter te leren begrijpen. Ook Frénk van der Linden zegt het, dat je als interviewer de vragen stelt waar je voor jezelf, voor je eigen leven, een antwoord op wilt hebben. Interviewen als psychotherapie. Ik zou me dus in goed gezelschap bevonden hebben als ik zo´n soort antwoord had gegeven. Alleen gaat het voor mij niet echt op. Lees verder »

Voor de trouwe lezers van dit blog die niet mijn berichten op Twitter volgen: afgelopen week ontspon zich hier naar aanleiding van een drie maanden oude posting ineens een levendige discussie over interviewen en geïnterviewd worden. Ik schreef over een interview in de VPRO-gids met Charlotte Mutsaers, naar aanleiding van de documentaire die Suzanne Raes over haar maakte. Mutsaers had er grote moeite mee dat Raes haar eigen verhaal wilde vertellen, mijn stelling was: een interviewer móet zijn eigen verhaal vertellen. Miss Leon, een kunstenares, vroeg zich af of ik wel voldoende consideratie had met de - per definitie - gevoelige kunstenaarsziel. Even later viel Charlotte Mutsaers haar bij. Hoorde een interviewer cq documentairemaker niet te werken vanuit oprechte interesse in de ander? Bien sûr! Eind goed, al goed. Lees hier de oorspronkelijke posting en de reacties.

Anne

anne

Anne Mreijen

Een interviewer wordt geacht zijn of haar emoties in bedwang te houden. Toch overkomt het me elk jaar wel een keer dat ik volschiet tijdens een gesprek. Meestal als de geïnterviewde met een uitgestreken gezicht een treffende metafoor gebruikt om een ellendige situatie te typeren. Maar soms ook om iets grappigs, of tragi-komisch.Tijdens het interview met de chronisch zieke Anne Mreijen voor NRC Next (vandaag op de ZIN-pagina, hier te lezen) hield ik het niet droog toen ze vertelde over de eerste ontmoeting met haar vriendje, vier jaar geleden tijdens het vorige WK-voetbal. Hilarisch, hoe zij als “soort van witte engel” op een scootmobiel het hoofd op hol bracht van een 15-jarige jongen. Nu - vier jaar later - is ze veel zieker dan toen, maar ze zijn nog altijd samen. Diep-romantisch vind ik dat.

cover-kracht-aus-aram

Foto: Timo Sorber

Ach ja, waarom niet gewoon twéé jonge acteurs interviewen, die allebei zo’n half jaar geleden hun moeder verloren aan longkanker. Samen, in een dubbelportret. Nou, bijvoorbeeld omdat het in alle opzichten tegenpolen zijn. Dan maak je het jezelf behoorlijk lastig als interviewer. Want een dubbelinterview kan alleen slagen als er sprake is van enige chemie tussen de twee gesprekspartners. Lees verder »

p8130012

Al eerder vertelde ik op dit blog over mijn ontmoetingen met de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos, die zich zo blijmoedig bekommert om de verstotenen en de verloederden van de stad. Ik leerde hem kennen toen ik vorig  jaar voor Binnenlands Bestuur een reportage over hem maakte, waarbij het Rotterdamse daklozenbeleid het uitgangspunt was. Voor NRC Next wilde ik graag een persoonlijk portret van hem maken: de mens achter de hulpverlener.  Ik ging een dag met hem mee, en kwam thuis met een hoofd vol indrukken. En met de vraag hoe ik het verhaal zó kon opschrijven dat het niet weeig of sentimenteel zou worden. Want alle ingrediënten voor een sob story waren aanwezig: een gedreven hulpverlener, gelovig christen bovendien en dan al die treurige levensverhalen van daklozen. Die soms - ook dat nog - gered werden. Op Twitter verzuchtte ik: ‘Hoe ga ik dát nu eens aanpakken?’ En kreeg prompt een geweldig advies van iemand die jaren als eindredacteur heeft gewerkt. Ik ben benieuwd of oplettende lezers kunnen ontdekken welk stijlmiddel ik heb toegepast. En natuurlijk of zij vinden dat ik geslaagd ben in mijn poging het een beetje nuchter te houden. Het verhaal uit NRC Next is hier te lezen.

Hoernalistiek

Kun je een goed interview maken met iemand die je vervelend vindt? Ik heb het niet over een telefoongesprekje met een wetenschapper over een technisch onderwerp, maar over een groot, portretterend interview, waarin je probeert iemands diepste drijfveren en verlangens bloot te leggen. Kun je zo’n interview maken met iemand waar je in meer of mindere mate afkeer voor voelt, om wat voor reden dan ook? Lees verder »

Mutsaers & Raes

Charlotte Mutsaers

Charlotte Mutsaers

In de VPRO-gids van deze week (13) staat een interview met schrijfster en beeldend kunstenaar Charlotte Mutsaers. Elke interviewer zou het moeten lezen. Mutsaers verwoordt heel precies de gedachten en gevoelens die over haar kwamen toen er een documentaire over haar werd gemaakt: ”Al mijn inspanning is erop gericht om een beeld van mijn levensgevoel te geven. (…) Dat doe je onder andere omdat je het idee hebt dat je in je leven vaak bent misverstaan. Daar zit een enorme drive achter. (…) Als iemand anders dan een verhaal over jou wil maken, begeeft hij zich op in jouw ogen verboden terrein en dat is onverdraaglijk.”

Lees verder »

Hij heeft maar een bijrol in het verhaal dat ik dit weekend schreef , een reportage voor NRC Next over het werk van de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos. (Over hem heb ik al eerder geschreven op dit weblog.) Ik moest me inhouden omdat Evert de hoofdpersoon was, maar eigenlijk had ik nog veel meer over Jos willen vertellen. Lees verder »

Kluun

image

Foto: Bonnita Postma

Een miljoen exemplaren waren er al verkocht van Komt een vrouw bij de dokter vóór de verfilming te zien was. Een duizelingwekkend aantal, en intussen zullen het er wel nog meer zijn. In november sprak ik Kluun voor een interview in Kracht. Het was een paar dagen voor de première van de film, waarin Carice van Houten  de rol speelt van Carmen, alias Kluuns aan borstkanker overleden vrouw Judith.

Het was een ontspannen gesprek, Kluun is niet alleen in zijn boeken, maar ook in werkelijkheid een Brabantse volksjongen zonder capsones, ondanks zijn gigantische succes als schrijver. Ik vertelde hem dat ik zijn boek gekocht had bij boekhandel Atheneum in Haarlem, tijdens een bijeenkomst van poëzieminnaars (de nieuwe dichtbundel van stadsdichteres Sylvia Hubers werd gepresenteerd). Nieuwsgierig begon ik erin te lezen, wat me, heel komisch, op misprijzende blikken kwam te staan. Lees verder »

“Geachte Mevrouw Kooijman. Folia, het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam (UvA), publiceert sinds enige tijd een serie gesprekken onder de titel Roem: interviews met toonaangevende/bekende mensen uit de wereld van kunst, cultuur, wetenschap, economie, politiek of media, die hebben gestudeerd aan de UvA. Omdat u aan dat profiel voldoet zou ik willen vragen of u mee wil doen aan een interview. Het interview zal hooguit een uur in beslag nemen, op een plek en tijd die u schikt. Mogelijk worden de interviews na afloop gebundeld in een boek. Voorafgaand aan het interview, of na afloop, zal fotograaf Bob Bronshoff een foto van u nemen. Uiteraard kunt u het interview voor publicatie inzien.

Lees verder »

Thiandi II

thiandi

Thiandi Grooff

In december schreef ik over het bijzondere gesprek dat ik had met Thiandi Grooff, het 19-jarige meisje dat tot haar veertiende als zwaar verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, totdat ze leerde communiceren via een letterbord. Nu studeert ze aan de universiteit. Vandaag staat het resultaat van die ontmoeting in NRC Next (het is hier te lezen).

Thiandi heeft zelf, zoals het stramien van de vrijdagse Zin-pagina voorschrijft, een kadertje gevuld met haar weekprogramma. Dat is door de redactie iets ingekort wegens ruimtegebrek, waardoor haar opmerking is weggevallen dat ze nog assistenten nodig heeft. “Met humor graag!” had ze daaraan toegevoegd. Bij deze haar oproep alsnog. Mij lijkt het geen gemakkelijke, maar wel een zeer interessante, dankbare en leuke (bij)baan om Thiandi’s assistent te mogen zijn!

Kadir Canatan

Kadir Canatan

Afgelopen najaar ben ik vanuit Istanbul de Zee van Marmara overgestoken naar Balıkesir, een landerige provincieplaats in Anatolië. ‘Het Almelo van Turkije’, noemde iemand het eens. Ik ging erheen om voor NRC Next een vraaggesprek te houden met Kadir Canatan, cultureel antropoloog. Van zijn twintigste tot zijn zesenveertigste woonde hij in Nederland, de laatste jaren in Rotterdam. Hij was een gewaardeerde sociaal wetenschapper, had vrienden, zijn kinderen waren in Nederland geboren. En toch wilde hij na al die jaren terug naar Turkije, hij voelde zich hier ineens niet meer thuis. Veel Nederlandse Turken dromen van een leven in Turkije, maar hij gíng.  Lees verder »

Thiandi

letters-abc-2

In de tien jaar dat ik interviews maak, heb ik veel inspirerende mensen ontmoet en bijzondere levensverhalen gehoord. Verhalen die je anders naar de wereld doen kijken. Gisteren had ik voor NRC Next een interview met Thiandi Grooff. Ze heeft bij haar geboorte een hersenbeschadiging opgelopen waardoor ze niet kan praten en ook verder weinig controle heeft over haar spieren. Haar ogen kijken je niet aan, en alleen zo nu en dan kun je van haar gezichtsuitdrukking iets aflezen. Haar bovenlichaam beweegt voortdurend van voor naar achter, soms grijpt ze onwillekeurig naar iets dat op tafel ligt. Ze maakt geluiden, die ze niet kan stoppen. Lees verder »

Mart

image

Foto: Bonnita Postma

Met een aantal collega-journalisten had ik laatst een discussie over het vak van interviewen. Ze vonden dat het geen enkel verschil maakte of je geïnterviewde een bekend of een onbekend persoon was. Dat is natuurlijk onzin, en ze bedoelden dan ook eigenlijk dat het geen verschil zou mogen maken. Want onbekende mensen kunnen net zo goed interessant zijn. Ja, hè hè.

Intussen zat ik na te denken wat het dan zo anders maakt om een interview te maken met iemand van wie we allemaal al heel veel weten. Het antwoord is simpel: je sluit aan bij alles wat al eerder is gezegd en geschreven over hem of haar (of wat hij/zij zelf heeft geschreven en gezegd) en probeert daar iets verrassends aan toe te voegen. Anders dan bij ‘zomaar iemand’ met een bijzonder verhaal laat je een BN’er niet zijn hele geschiedenis vertellen, maar pik je er elementen uit en gaat daar een beetje in prikken en roeren, in de hoop dat je uiteindelijk een - soms heel bescheiden - nieuw licht kunt werpen op (een deel van) de persoon. Of dat gelukt is in mijn interview met Mart Smeets voor Kracht, mag de lezer bepalen.

Boulah (2)

image

De nieuwe Kracht is in de bus gevallen, met Boulah op de cover. Bonnita Postma heeft dat vriendelijke gezicht mooi geportretteerd. De bijnaam van Boulahrouz is ‘de Kannibaal’, vanwege zijn messcherpe manier van verdedigen. Op de foto’s en filmpjes die ik bekeek ter voorbereiding van het interview (zie eerder logje) had hij altijd een verbeten, vertrokken kop. Maar dat waren actiebeelden, Boulah aan het werk op het voetbalveld. Ik vond één foto waarop hij vrolijk keek, een trouwfoto. Sabia, heet zijn vrouw. Na afloop van het interview vroeg ik of ze Italiaanse was. ‘Dat dacht ik eerst ook,’ zei Boulah. ‘Ik hoopte het. Ik stuurde haar een sm’s je: “where’re you from?”  Toen ze terug sms’te “I’m from Turkey” dacht ik: “O mijn god, nee.”‘ Lees verder »

Cavaillé-Coll-orgel Philharmonie Haarlem

Een jaar geleden schreef ik over mijn allereerste krantenartikel (Uit de oude doos ), een reportage in het reiskatern van de Volkskrant over de Haarlemse draaiorgelhal. Bij het ordenen van mijn archief kwam ik een ander “orgelverhaal” tegen, een interview  met orgelbouwer Cees van Oostenbrugge. Lees verder »

Afgelopen week verscheen mijn eerste interview in NRC Next. Iris Blatter, een intelligente, ambitieuze jonge vrouw van 22 loopt vast in het hoger onderwijs omdat men daar geen rekening kanof wil houden met haar handicap, het syndroom van Asperger. Een van de ’symptomen’ is een zekere starheid die haar belemmert in het samenwerken met medestudenten. Lees verder »

Boulah

boulah-16
Het is vooraf altijd spannend hoe een interview verloopt. Je kunt je nog zo goed voorbereiden, maar als een geïnterviewde alleen maar ‘tja’, of ‘eh’ of ’daar vraag je me wat’ zegt, schiet het niet op. Gelukkig is me dat nog nooit overkomen. Even was ik er bang voor met Khalid Boulahrouz. Lees verder »

Foto: Bonnita Postma

Foto: Bonnita Postma

Sommigen zullen het een kalenderwijsheid vinden, “slachtoffer zijn is een keuze”. Maar ik vind het een mooie spreuk, die een mens tot voordeel kan strekken. Ik heb ‘m van Teuntje Klinkenberg, die ik interviewde voor Kracht, naar aanleiding van haar boek De methode Coué. Ze vertelt daarin de geschiedenis van haar familie. Kanker is een terugkerend thema in het boek, en in haar leven. Een gemuteerd BCRA1-gen richtte heel wat aan: twee borstamputaties, verwijderde eierstokken en baarmoeder, en een gesmoorde carrière als toneelregisseuse. Lees verder »

Het is een werkwoord bij ons thuis, “brillen”. Voor het Haarlems Dagblad moest ik weleens tamelijk bizarre gebeurtenissen verslaan, zoals een castingbureau dat in een verzorgingstehuis screentests afnam bij bejaarden. Die hadden ze nodig voor een reclamespotje. Als ik me van te voren zuchtend afvroeg hoe ik dat nu weer moest aanpakken, journalistiek gesproken, riep echtgenoot uit: “Brillen! Gewoon brillen!” En het hielp, te denken hoe Martin Bril zoiets beschreven zou hebben. Hij was de beste stilist, een waar voorbeeld.

Een paar maanden geleden heb ik Bril nog een mailtje gestuurd, met het verzoek om een interview voor Kracht. Geen antwoord. Niet lang daarna hoorde ik hem in een (erg leuk) interview met Mieke van der Weij zeggen dat hij best over zijn ziekte wilde praten, maar dat hij er geen zin in had ‘om ambassadeur van het kankerinstituut te worden’ (of woorden van die strekking). Toen heb ik het er maar bij laten zitten. Jammer. Nu zal ik nooit weten of hij het misschien toch gedaan had, als ik doorgezet had.

“I’m sure some people must think I haven’t got a care in the world. I try to keep my feelings of hopelessness to myself. I don’t want people to think I can’t cope. I have to stay strong for my three lovely daughters. But inside my heart is breaking and my head is a mess.”

Via Google Blog Search ontdekte ik het weblog van Julie Evett uit het Engelse Devon. Ze heeft een ernstig gehandicapt dochtertje van tweeënhalf, Rose. Een vriendin had haar mijn NRC-interview met de moeder van A. opgestuurd, vertaald en wel. Een vreemde gewaarwording om dat verhaal in het Engels te lezen. Op het log van Julie Evett staat ook een interview in The Daily Mirror met haarzelf,  uit september 2008. Toen werd een 32-jarige vrouw, Joanne Hill, veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor de moord op haar vierjarige gehandicapte dochtertje Naomi. Lees verder »

Slikangst

foto-leny-van-schaik-verkleind

foto: united photos de boer

Het is alweer zeven jaar geleden, maar het blijft een van mijn merkwaardigste vraaggesprekken. Voor de rubriek Lusten & Lasten van de Volkskrant zou ik Leny van Schaik interviewen, een in Haarlem bekende koordirigente. We zouden praten over de turbulente periode in haar leven waarop ze, getrouwd en wel, verliefd werd op een vrouw die ook getrouwd was (met een man). Intussen waren haar vriendin en zij al heel wat jaren bij elkaar, en hadden ze - zo meen ik het mij te herinneren - allebei goed contact gehouden met hun ex-man. Lees verder »

Volgende week verschijnt de laatste aflevering van de interviewrubriek “Het verhaal van…”  in NRC Handelsblad. Vanaf naar ik meen - ik kon het niet terugvinden in het archief - begin 2005 kwam er in het Zaterdags Bijvoegsel (later Zaterdag &cetera) elke week iemand aan het woord met een opmerkelijke levensloop of een bijzondere geschiedenis. Een van de mooiste vond ik het verhaal van Rajendra Devkota (50), die uit Kathmandu illegaal naar België emigreerde en 87 dagen een hongerstaking hield om te mogen blijven. Het verhaal is opgetekend door Petra de Koning en begint zo: “Gisteren heb ik een e-mail gestuurd naar het Guinness Book of World Records. Ik denk niet dat er eerder iemand was van mijn leeftijd die een hongerstaking zo lang heeft volgehouden. Een wereldrecord is goed, een wereldrecord is een wereldrecord.” Lees verder »

rondom-10

Vandaag eindelijk tijd gehad om de uitzending van Rondom Tien te bekijken over “zinvol leven”. Naar aanleiding van mijn interview met de moeder van A. in NRC Handelsblad spraken ouders van ernstig meervoudig gehandicapte kinderen, artsen en een ethica over wat nog een menswaardig bestaan is, en wat niet. Carolyn, de moeder van de negenjarige Livia, maakte indruk op mij door haar eerlijke en nuchtere manier van spreken (ze deed me sterk denken aan de moeder van A.). Op het verzoek van Cees Grimbergen om haar dochter te beschrijven, zei ze: “Ze is lang en dun. Ze kan niks, ze weet niks. Ze is eigenlijk niks.” Lees verder »

cover-kracht-mb-verkleind

Mijn gezelligste vraaggesprek ooit was dat met Marjan Berk voor de laatste Kracht (zie pagina interviews). In haar vaste nis in Bodega Keijzer in de Amsterdamse Van Baerlestraat liet Berk allerlei heerlijkheden aanrukken. “Neem voorál de garnalenkroketjes! Die zijn hier zalig!” Het gesprek waaierde voortdurend alle kanten op, van interviewen (Berk heeft ooit voor het Algemeen Dagblad een serie interviews gemaakt) en journalistieke ethiek naar haar theaterloopbaan en van baptistenkerken en soulfood in New York naar de restyling van het etablissement waar we zaten. “Nog iets eten? Ik betaal, het is voor het goede doel!” Niet eerder was het zo lastig om mijn hoofd te houden bij datgene waarvoor ik was gekomen: een interview. Over nota bene een triest onderwerp: de veel te vroege dood van haar schoondochter. Voor haar tweejarige kleindochter Belle schreef Berk een boek met herinneringen, Boek voor Belle. Het gaat, drie jaar nadat haar moeder overleed aan baarmoederhalskanker, gelukkig goed met de inmiddels vijfjarige Belle en haar broers. En Marjan Berk was blij dat haar boek af was, het had haar veel moeite gekost om het tot een goed einde te brengen zonder sentimenteel te worden, vertelde ze. Dankzij haar prijs in de Lotto vorig jaar (een miljoen) was ze niet alleen gul jegens mij: alles wat Boek voor Belle haar aan inkomsten oplevert, gaat naar KWF Kankerbestrijding.

Foto: Frans van Hal
Foto: Frans van Hal

“Mijn CWI-consulent vond het niet zo’n goed idee dat ik mijn sollicitaties op rijm zette, ook al stond ik ingeschreven als dichter. Wist je dat dat een officieel beroep is? Er zijn alleen nooit vacatures.” Dichteres Sylvia Hubers was, toen ik haar in mei vorig jaar interviewde voor NRC Handelsblad, net ontslagen als feestwinkelmeisje. Lees verder »

Anders dan ik verwachtte, is op het verhaal van de moeder van A. geen enkele afkeurende reactie gekomen. De briefschrijvers (veertien stuks) betuigden hun medeleven en steun, en sommige vertelden hun eigen - ellendige - verhaal.  Zoals de (jonge) man met ondraaglijke en ongeneeslijke zenuwpijn, die erop wijst dat euthanasie voor wilsbekwamen ook vrijwel onmogelijk is, als ze geen terminale ziekte hebben.  Artsen bepalen of iemand ‘uitzichtloos en ondraaglijk’ lijdt, niet de patiënt, terwijl de arts alleen iets zinnigs over de uitzichtloosheid kan zeggen, niet over de (on)draaglijkheid van het lijden. Met als gevolg dat onze euthanasiewet een papieren wet is. Zoals oud-huisarts Karel Gill het zei: ‘Ons zelfbeschikkingsrecht is prima geregeld. Alles kunnen we zelf kiezen: schoolopleiding, beroep, levenspartner. Alleen op het eind heb je niks meer te zeggen.’

Hier de geplaatste reacties in NRC van afgelopen zaterdag (met prachtige illustratie van Olivia Ettema).

Moeder van A.

In augustus schreef ik over mijn kennismaking met de wereld van de multi complex gehandicapte kinderen, ernstig lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kinderen, met een geestelijke leeftijd tussen de 0 en de 2 jaar. A. is zo’n kind. Een jongen van inmiddels elf. Zijn moeder vertelt: “Hij kan niet lopen, niet praten, meestal niet zelf plassen of ontlasting produceren, eten lukt vaak niet, daarom heeft hij een maagsonde. Zo’n vier maanden per jaar ligt hij in het ziekenhuis. (…) We weten niet wat er in hem omgaat.”

Lees verder »

Een van de leukste soort interviews - zowel om te maken als te lezen - vind ik die waarin mensen over hun beroep vertellen.  Anders dan bij human-interest-interviews over persoonlijke drama’s of particuliere levenswendingen, die je vaak in verwarring achterlaten, heb ik bij zo’n relaas-achter-de-schermen van een beroepsbeoefenaar het gevoel dat ik de wereld weer wat beter begrijp. Lees verder »

Relinkje

foto: Erik Hijweege

foto: Erik Hijweege

“Ik ken een hoogbejaarde ex-danser die hier vlakbij in een tehuis wegkwijnt. Ik zoek hem weleens op, hij viel een keer in slaap terwijl we zaten te praten. Hij is incontinent en zondert zich altijd maar af in zijn eigen kleine kamertje. Voor het bij mij zo ver is, hoop ik dat er een dokter is die me wil helpen, zoals bij Hugo Claus. Al denk ik dat je steeds je grenzen zult verleggen, tot je op een punt komt dat je de kracht en de mogelijkheden niet meer kunt vinden om er een eind aan te maken. Behalve hier over het relinkje van de daktuin te stappen en naar beneden te zeilen.”  Lees verder »

Vandaag, op de dag dat Roel van Duijn zijn afscheid van de politiek viert, het verhaal van Gerben Hellinga (71) in NRC Handelsblad. Met dank aan fotograaf Maurice Boyer, die het prachtige portret maakte. Hellinga maakt zich enorm kwaad om het paddoverbod. Je snapt waarom, als je leest hoe hallucinerende middelen zijn leven hebben verrijkt.

Oude psychonaut

foto: Chris van Houts

foto: Chris van Houts

Paddo’s worden illegaal vanaf maandag 1 december, een deel van de coffeeshops moet dicht, zelfs in cafés mag je geen sigaret meer opsteken. Allemaal omwille van onze gezondheid. ”De hypocrisie regeert,” fulmineerde Gerben Hellinga toen ik hem vorige week interviewde naar aanleiding van het paddoverbod. “Op elke straathoek kun je een fles whisky kopen en als je die opdrinkt, ben je dood.”

Lees verder »

IQtje 142

‘Van het doosje scheerzeep in de badkamer heb ik jaren gedacht dat het uit Scherpenzeel kwam. Ik was een keer in Scherpenzeel, en toen dacht ik: “Hé, dat ken ik, van de scheerzeep!”. Toen ging me nog steeds geen licht op, dat kwam later pas. Op een dag zag ik ineens wat er echt stond. Scheerzeep.’ Zo eindigt mijn interview met Henk Blokzijl, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Deze huisschilder te Dronten is dyslectisch én hoogbegaafd. Dat laatste weet hij pas sinds hij zich op zijn drieëndertigste liet testen bij Mensa, de vereniging voor hoogintelligente mensen. Voor de grap ging hij mee met zijn vriendin, en tot zijn eigen ontsteltenis bleek hij niet dom te zijn, zoals hij altijd had gedacht, maar een IQ te hebben van 142. Volgens Henk zijn er veel Mensa-leden met een soortgelijk verhaal. Mensen die altijd gedacht hadden dat er bij henzelf een steekje los zat, totdat ze ontdekten dat ze gewoon enkele graadjes slimmer waren dan de rest. Gisteren, een dag nadat het in de krant verscheen, mailde Henk me dat Mensa naar aanleiding van het interview al veertig testaanvragen had binnen gekregen.

Taboe

Vandaag komt het Sociaal en Cultureel Planbureau met een rapport waaruit blijkt dat deeltijdwerken voor verreweg de meeste vrouwen een bewuste keuze is, ook als ze niet de zorg voor kinderen hebben. Omgekeerd kun je zeggen dat fulltime werken voor vrouwen met kinderen een taboe is in Nederland. Dat vermoedde ik al vóór mijn gesprek met econome Irene van Staveren, die ik begin dit jaar interviewde voor NRC Handelsblad. Dat het waar is, van dat taboe, bleek uit haar verhaal én uit de vele boze brieven die de redactie van NRC kreeg naar aanleiding van het interview, dat zo begint: 

‘Tegen mijn buitenlandse studenten zeg ik altijd: “Nederland is een modern land als het gaat om abortus en euthanasie, maar achterlijk in de arbeidsparticipatie van vrouwen. In jullie landen is dat veel beter.” Dan zijn ze stomverbaasd, want mijn studenten komen uit Azië, Afrika en Zuid-Amerika, ze zien Nederland als zeer vooruitstrevend. Maar fulltime werkende moeders als ik zijn een uitzondering. Nog geen tien procent van de vrouwen met schoolgaande kinderen heeft een baan van 35 uur of meer, en de helft van hen heeft ook nog eens een partner die in deeltijd werkt.’

Toen ik haar ‘vond’, en ze ook nog bereid was tot een interview, had ik geluk. Want zoals blijkt uit bovenstaand citaat zijn vrouwen als Irene van Staveren schaars in Nederland. Feitelijk ken ik - behalve haar - in mijn wijde omgeving niet één fulltime werkende moeder met fulltime werkende echtgenoot. Zelf zou ik het bijna-fulltime-freelancen ook niet trekken, denk ik, met twee kinderen (waarvan een zorgenzoon), als ik geen echtgenoot had met minder ambities, een die meestal thuis is en veel zorg & huishouden op zich neemt.

Het hele interview kun je hier lezen.

Soumia

In een eerder logje schreef ik al over haar, Soumia Marchouh, die op haar veertiende naar Nederland kwam uit ‘donker Marokko’, zonder ooit naar school te zijn geweest, ze was analfabeet. Vier jaar later sprak ze Nederlands, had ze leren lezen en schrijven én had ze haar mavodiploma gehaald. Lees verder »

Tuintrapje

foto: Erik Hijweege

foto: Erik Hijweege

Van de week mocht ik Rudi van Dantzig interviewen. Dat ‘mocht’ is wel op zijn plaats, want hij voelt zich al een tijd moe en niet zo gezond. Bovendien had hij net een drukke tijd achter de rug met een balletprogramma in het Muziektheater, dat het Nationale Ballet ter ere van zijn 75ste verjaardag had samengesteld. Hij was blij dat de rust was weergekeerd en hij verder kon met schrijven aan zijn biografie over balletpedagoge Sonia Gaskell, maar fotograaf Erik Hijweege en ik hebben bij elkaar bijna zijn hele dag in beslag genomen. Allercharmantst nam hij niettemin de tijd, ’s ochtends voor mij, ’s middags voor Erik.  Lees verder »

Kracht II

 

De nieuwe Kracht is uit, het mooie, journalistiek gemaakte magazine over kanker. Je kunt het meepakken uit de wachtkamer van de huisarts, of je neemt een gratis abonnement. In het jongste nummer een achtergrondartikel over dure geneesmiddelen, het verhaal van een ex-borstkankerpatiënte die van de zomer zes keer de Alpe d’Huez op fietste, en van mijn hand een interview met de 88-jarige actrice Elisabeth Andersen en een vraaggesprek met Marten Oosting.

In mijn logje over het interview met Maarten Oosting had ik het grappenderwijs over gaan huilen tijdens een interview, als wapen om de geïnterviewde “open te breken”. In werkelijkheid heb ik dat nooit gedaan. Wel is het me een paar keer overkomen dat ik tijdens een vraaggesprek door emoties overmand ging zitten snotteren. Zoals die keer dat Frans van den Mosselaar, communicatieadviseur en oud-journalist (in de jaren tachtig was hij enige jaren NVJ-voorzitter), vertelde over zijn dochter Saskia, die op vijftienjarige leeftijd door een gemotoriseerde psychopaat werd overreden. Zelf hield hij het droog. Heel precies en zorgvuldig, op dicteersnelheid formulerend deed hij verslag van het rouwproces dat hij doormaakte. Hoe hij na maanden langzaam weer interesse kreeg in de wereld om hem heen. Ineens weer een krant in zijn handen nam, al drongen de koppen niet eens tot hem door. En hoe hij er op den duur dankzij zijn liefde voor Mozart enigszins vrede mee kreeg dat Saskia’s leven maar zo kort geduurd had. Lees hier het interview dat ik in 2003 met hem had voor Haarlems Dagblad. Frans is afgelopen woensdag overleden, vandaag wordt hij begraven.

Een dikke reep

Hij staat bekend als een aimabel mens, Marten Oosting, v/h Nationale Ombudsman, v/h voorzitter van de onderzoekscommissie vuurwerkramp Enschede, en scheidend voorzitter van KWF Kankerbestrijding. Maar ook als iemand die zelden of nooit iets over zijn persoonlijke leven vertelt, zodat weinigen buiten de eigen intieme (familie-)kring hem echt kennen. Of ik dus voor het KWF-magazine Kracht maar een interview met hem wilde maken waarin hij “als mens” naar voren kwam, met zwakheden en al. Dat moest, met mijn human interest-ervaring (en mijn charmes) toch niet zo vreselijk moeilijk zijn. Als je op de juiste knoppen drukt, praat uiteindelijk iedereen graag over zichzelf, wist ik. Nou, Oosting mooi niet. Lees verder »

Je doet het er nooit om als journalist, maar soms is het wel leuk als blijkt dat een interview voor het ’slachtoffer’ prettige gevolgen heeft voor zijn of haar dagelijks leven.  Zo kreeg dichteres Sylvia Hubers na publicatie van haar relaas in NRC Handelsblad, waarin ze vertelde over haar moeizame arbeidsleven en haar ervaringen met uitkeringsinstanties, veel bemoedigende reacties alsmede enkele opdrachten voor gedichten. Eén daarvan, zo mailde ze me een tijdje geleden enthousiast, was voor een eenmalig tijdschrift bedoeld voor medewerkers van… het UWV. Het is een prachtig gedicht geworden, een van Hubers mooiste, vind ik. Lees verder »

Een tijdje geleden schreef ik dat de redactie van Kracht (het nieuwe magazine van KWF Kankerbestrijding) en ik op zoek waren naar een interviewkandidaat, een bekend persoon die met kanker te maken heeft gehad en daarover zou willen vertellen. Het was kortdag, dus drukbezette types als mr. van Vollenhoven en René Froger vielen af, althans voor het komende nummer. Het is Elisabeth Andersen geworden, nauwelijks meer een bekende Nederlander te noemen, maar ooit was ze de koningin van het Haagse toneel. Ze is al 88 maar de vleesgeworden vitaliteit. Lees verder »

Kracht

Kracht Even reclame maken voor een nieuw gratis blad waar ik sinds kort voor werk: Kracht, een driemaandelijks magazine over kanker. KWF Kankerbestrijding geeft het uit, vorige maand is het eerste nummer verschenen. Het is met een journalistiek oog gemaakt. Je kunt je gratis abonneren. Voor het eerste nummer heb ik Annette Roozen geïnterviewd, de paralympische atlete die in haar puberteit botkanker kreeg en sindsdien een onderbeen mist. Momenteel zijn de redactie en ik op zoek naar een volgend ’slachtoffer’. Iemand die met kanker te maken heeft gehad, liefst een bekend persoon, en die daar ook nog eens over wil vertellen. En iemand met een niet al te volle agenda, want de deadline is al over drie weken. Relus ter Beek, commissaris van de koningin in Drenthe, wordt gepolst. En René Froger. Dochter van 13 wist te vertellen dat diens Toppers-concert achter de rug is. ’Dan heeft hij het vast niet meer zo druk’.

Nagels

Een dezer weken zal mijn artikel over bejaardencriminaliteit in NRC Handelsblad verschijnen. Daarvoor heb ik gesproken met een leuke, originele hoogleraar in de oudemensengeneeskunde, met de voorzitter van het college van procureurs generaal, met de ooit roemruchte criminoloog en advocaat Peter Hoefnagels. Toch was het Kees die de meeste indruk maakte. Kees, een verlopen crimineel op leeftijd met een rode coltrui die van middenmoter tot kruimeldief was afgezakt, maar zichzelf nog steeds reuze vond. Ik vond hem onsympathiek, maar intrigerend. Zoals hij mij van mijn stuk bracht met de nichterige opmerking: ‘Kind, je moet wat aan je nagels doen.’ Het viel best mee met die nagels van mij, maar mooi dat ik nu al een tijdje in de weer ben met nagelriemcreme en nagelverharder. En nagelvijl en nagellak natuurlijk. Hij moest eens weten.