journalistiek algemeen

Je bekijkt nu het archief van de rubriek journalistiek algemeen.

zaaltje-merlijn-buitenkant-300x276Ter afwisseling van de eenzame schrijfarbeid wordt het weer tijd voor een interview-workshop in Zaaltje Merlijn! Iedereen die serieus geïnteresseerd is in interviewen, is welkom. Dus ook als je geen journalist of tekstschrijver bent, maar bijvoorbeeld een fotograaf met schrijfambities, of als je vanuit een andere discipline in de keuken van de journalistieke interviewer wilt kijken. Ik zorg dat de deelnemers niet alleen van mij maar ook van elkaar leren, en dat ze stuk voor stuk, ongeacht hun niveau, aan hun trekken komen.

Het Interviewgesprek is een intensieve trainingsdag met als doel: meer de diepte in, sneller tot de kern komen om uiteindelijk een pakkender, scherper, ontroerender verhaal te kunnen schrijven. Goed interviewen is minder moeilijk dan je denkt. Met de juiste voorbereiding en een duidelijk beeld van je eigen rol als interviewer, zodat je de regie houdt en alles durft te vragen wat je wil weten, ben je al een heel eind. Lees verder »

foto-1-5

Het is een van de grootste ergernissen van journalisten: geïnterviewden die je inzage in de tekst geeft, en je verhaal vervolgens vol rode strepen retourneren. Of, erger nog: je stuk herschrijven zonder aan te geven wat ze veranderen zodat het een zoekplaatje wordt. Of hele alinea’s erbij schrijven. Lees verder »

telefoon-150x132

Wanneer kun je een interview telefonisch doen en wanneer niet? De richtlijn die ik zelf hanteer is – heel praktisch en prozaïsch – het aantal woorden dat ik tot mijn beschikking heb. Voor een portretterend interview van duizend woorden of meer loont het de moeite om iemand live te spreken, omdat je dan echt de diepte in moet, en dat is aan de telefoon vaak wat lastiger. Bij een interview van drie- tot vijfhonderd woorden moet je óók doorvragen om een goed verhaal te krijgen, maar uiteindelijk heb je daarbij meestal voldoende aan een of twee treffende anecdotes/sterke quotes/boeiende feiten etc., en dan voldoet de telefoon prima. Efficiency mag best een rol spelen, voor beide partijen. Lees verder »

Een dik jaar hebben we het volgehouden, collega Renate van der Zee en ik, om wekelijks twee ex-partners in NRC Handelsblad te laten vertellen over hun voorbije liefde. De interviewserie ‘Ex-genoten’ in de bijlage Lux begon eind augustus 2013 en vorige week verscheen de laatste aflevering. Niet omdat wij er genoeg van hadden, en de lezers al helemaal niet, maar omdat het steeds moeilijker werd om interviewkandidaten te vinden die hun verhaal open en bloot in de krant wilden, met naam en foto. Lees verder »

Screenshot Omroep Zeeland

Screenshot Omroep Zeeland

Ik had me nog zo voorgenomen om alleen maar ‘rustig werk’ te doen de komende tijd, naast Het Boek. Maar als journalist kun je jezelf die garantie niet altijd geven. Voor ik het wist zat ik middenin een ‘onthullingsverhaal’. Vandaag staat het op de Mediapagina van NRC Handelsblad. Hier het nieuwsbericht op de website.

Het aanvankelijke idee was een reportage over een praatgroep voor jonge moslimhomo’s, de Haardvuuravonden, onder leiding van imam Hashim Jansen uit het Zeeuwse Krabbendijke. Over hoe hij uit de kast kwam als homoseksueel nadat hij vanwege zijn geaardheid ontslagen was bij de Arrahman-moskee in Goes en een nieuwe missie vond: het geestelijk begeleiden van jonge moslim-homo’s. Over hoe het toegaat op zo’n Haardvuuravond, eens in de maand bij het COC in Amsterdam; hoe Jansen, met zijn rossige baard en grijze mutsje als een goedmoedige pasja omringd door bloedmooie Amsterdamse jongens en meisjes van allochtone komaf over de Koran spreekt, over wat wel en niet mag volgens de islam - en hoe aan het eind van de avond een welluidend ‘Allahoe Akbar’ klinkt uit de mond van een van de deelnemers, waarna een gezamenlijk gebed de bijeenkomst besluit. Maar dat stuk is in de prullenbak beland, want Hashim Jansen bleek nooit te hebben gewerkt als imam in de moskee in Goes. Lees verder »

weer-26-mei-1942

Leuk interview vandaag in Volkskrant Magazine met de Brits-Amerikaanse schrijver Bill Bryson, naar aanleiding van zijn nieuwe boek De zomer van 1927. Hij is gek op ‘feitjes, wetenswaardigheden, memorabele details’. Bijvoorbeeld dat Charles Lindbergh zijn moeder nooit een nachtzoen gaf, maar een hand. Researchen is zijn lust en zijn leven. Het liefst zit hij in de London Library in oude krantenleggers te bladeren, vertelt hij. Maar de schatten van internet versmaadt hij niet. ‘Zoek ik de score van de wedstrijd van de New York Yankees tegen de Boston Red Sox op 18 juli 1927, dan vind ik die thuis achter mijn laptop meteen. Maar het neemt wel iets van de magie weg.’ Lees verder »

trein

Nog even terugkomend op het belang van details in een verhaal (wat voor verhaal dan ook): een prachtig voorbeeld staat in het onvolprezen Interviewen in de praktijk van Dick van der Lugt. Hij vertelt over Joeri Boom die voor een serie in De Groene over ‘vieze beroepen’ prostituée Metje Blaak interviewde. Ze zegt: ‘Ik heb altijd vies werk gedaan. Je kunt wel roepen dat het zo erg niet is om hoer te zijn, maar over het algemeen is het niet bepaald prettig. Daarin moet je eerlijk zijn.’ En dan volgt het onmisbare detail: ‘Je hebt erbij die een bruine streep achterlaten op het laken.’ Lees verder »

foto-19

Nog even over de Conferentie Verhalende Journalistiek. Wat mij net als voorgaande jaren opviel, is dat gerenommeerde Amerikaanse collega’s zo vaak benadrukken hoe belangrijk het is om als journalist onderwerpen te kiezen die dicht bij jezelf staan. Evelio Contreras van CNN spoorde zijn publiek aan om na te denken waarom bepaalde verhalen je interesseren en waarom. Hij gaat met zijn camera bij voorkeur zijn nieuwsgierige neus achterna, vaak in het gebied waar hij vandaan komt, de grens tussen Texas en Mexico. Voor Sonia Nazario van de LA Times was het al vroeg vanzelfsprekend dat zij, die als kind het junta-bewind in Argentinië ontvluchtte, haar leven lang zou schrijven over mensen in de marge van de samenleving. Eerder schreef ik al over Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Opgegroeid met een schizofrene moeder raakte hij geïntrigeerd door het begrip ‘gekte’, en de grens tussen gekte en anti-sociaal gedrag. Die fascinatie bracht hem ertoe om als verslaggever vele weken in gevangenissen door te brengen. Lees verder »

foto-162

Als je er eenmaal op gaat letten, is er geen ontkomen meer aan. De laatste zin. Het is wonderlijk hoe mensen, ook goede schrijvers, en ook ikzelf, de neiging hebben om nadrukkelijk een punt te willen draaien aan een verhaal dat al goed is op zichzelf.

Een paar jaar geleden schreef ik een ikje (voor wie nooit een NRC of een next ziet: korte, door lezers ingestuurde anecdotes) en liet het voor ik het instuurde nog even lezen aan een bevriende tekstschrijfster en columniste. Ze mailde terug: “Briljant ikje! Maar: laat in godsnaam de laatste zin weg. De wet van Aaf. Echt waar. hij is VEEL leuker zonder die laatste zin.” (Aaf is Aaf Brandt Corstius, bij wie die vriendin ooit een workshop column schrijven volgde.)

Sindsdien let ik erop, en zie overal laatste zinnen die voor het beste resultaat weggelaten hadden moeten worden. Bij mijn eigen stukken (ook interviews) en die van collega’s, en - vooral -  bij de ikjes in de krant. Lees verder »

foto-15

Altijd was ik iemand van de korte baan. Ik had het er een paar blogjes geleden al over. Toen ik nog vertaler was, vertaalde ik opiniestukken voor de krant en later films en t.v.-programma’s. Eén keer waagde ik mij aan de vertaling van een boek, en toen die af was, kon je me opvegen. Dat nooit meer! Later werd ik journalist, en in die hoedanigheid schuwde ik weliswaar de degelijke, langere stukken niet, maar vond het toch altijd weer fijn als een verhaal na een, twee of drie weken af was en ik aan het volgende kon beginnen. Nu weet ik wat ik al die jaren gemist heb. Lees verder »

foto-boekAls kind las ik drie boeken per week. Er waren boeken bij, zoals Kruistocht in spijkerbroek, die ik herlas en herlas. Mijn leeshonger stopte abrupt in de tweede klas van de middelbare school. Ik heb dat altijd geweten aan mijn lerares Nederlands. Veel klasgenoten wist ze te enthousiasmeren voor literatuur, vooral poëzie. Haar ‘poezieclub’, waarin ze als een Sappho bij haar thuis gedichten besprak met (vrouwelijke) leerlingen, was beroemd op school, maar bleef voor mij gesloten. Ik heb nooit geweten waarom, vermoedelijk dweepte ik niet genoeg met Ida Gerhardt en Ellen Warmond. Lees verder »

brillenDat was wel even schrikken gisterenmorgen, toen ik in de Volkskrant Bert Wagendorps ontluisterende relaas over Martin Bril las. Bril is toch altijd wel een begrip geweest hier thuis. Zo spoort mijn echtgenoot mij, als ik aan het schrijven van een reportage begin, weleens aan om te ‘Martin Brillen’, waarmee hij bedoelt dat ik zo droog mogelijk moet opschrijven wat ik heb waargenomen. Precies zoals Bril zo knap deed in zijn columns. Nu blijkt - onder meer - dat hij grof geld verdiende door in die columns automerken en dergelijke te noemen. Tsjongejonge. Lees verder »

vespaNatuurlijk doet het er helemaal niet toe, waar ik het in mijn vorige blogje over had, of schrijver Mano Bouzamour in werkelijkheid nu op de havo zat of op het vwo en hoe (weinig) geïntegreerd zijn Marokkaanse ouders nu precies zijn, en in welk deel van De Pijp hij woonde. Zelfs of zijn broer een echte zware jongen was vroeger, of een kruimeldiefje, is niet de essentie. Lees verder »

thumb_bouzamour_-_de_belofte_van_pisaAls ik schrijvers interview, gaat het gesprek behalve over hun boek ook altijd over hun leven. En onvermijdelijk over het verband tussen die twee. Want een roman is fictie, maar soms vertoont de hoofdfiguur verdacht veel overeenkomsten met de auteur, en lijken hun beider lotgevallen op zijn minst deels te overlappen. Dat betekent dat je in dit soort interviews tot vervelens toe moet vragen hoe het ‘in het echt’ zit. Ongemakkelijk, omdat een schrijver al gauw denkt dat je zijn roman reduceert tot een verzameling anecdotes. Maar om een goed portret te kunnen maken van de schrijver, kan het niet anders. Lees verder »

oor-en-pen

Afgelopen dinsdag vond de eerste Gerard van Westerloo-lezing plaats, georganiseerd door de Stichting Verhalende Journalistiek ter ere van de vorig jaar overleden legendarische reportageschrijver Gerard van Westerloo. Hoofdspreker was Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Zijn betoog was moeizaam te volgen, onder meer omdat Cullisons zinnen vaak eindigden in een introvert gemompel, alsof hij zelf niet helemaal geloofde in wat hij zei. Misschien waren het zenuwen, geen idee. Na afloop kon het publiek vragen stellen, die gingen allemaal over zijn werk als terrorisme-verslaggever, waar hij tijdens zijn lezing nauwelijks over gerept had. Toen raakte hij in zijn element en hing de zaal alsnog aan zijn lippen. Lees verder »

sneek-okt-20131

De afgelopen maanden heb ik verschillende artikelen geschreven over allerlei werkloosheidsprojecten in Nederland. Degelijke, informatieve achtergrondverhalen, maar wel van achter mijn bureau gemaakt. Dat heeft als voordeel - behalve dat het snel en efficiënt werkt - dat je nuchter, van een afstand, de dingen kunt bezien, maar soms is het goed om wél op pad te gaan, te kijken, ruiken, mensen in de ogen te kijken. Dat wist ik natuurlijk wel - ik heb in het verleden veel reportages gemaakt -  maar gisteren ervaarde ik het weer eens. Lees verder »

Zelden heb ik heimwee naar de tijd waarin ik begon als journalist, halverwege de jaren negentig. Vooral omdat ik enorm onzeker was, tegen redacteuren en ervaren freelance-collega’s opkeek alsof het halfgoden waren en me door het minste of geringste uit het veld liet slaan.

Journalisten die nu beginnen als freelancer hebben het nog veel moeilijker. Ik vraag me af of ik het in die begintijd had volgehouden als ik net als nu voortdurend met eigen artikelideeën had moeten komen. Natuurlijk bedacht ik vroeger óók zelf verhalen, maar net zo vaak werd ik gewoon gevraagd. Of - ik schreef het al eerder - ik belde een redactie met een vaag idee, dat ik prompt kon uitvoeren.

Lees verder »

smiley-manisch-positief

Freelance journalisten klagen graag en veel. Over opdrachtgevers die niet reageren op artikelvoorstellen, over te lage tarieven, over de slechte markt, over de kwaliteit van de journalistiek in het algemeen. Heel nuttig dat klagen, soms, even, in kleine kring. En terecht ook, soms. Maar blijven hangen in negativiteit is, in mijn ogen, dodelijk. Bijna letterlijk, arbeidstechnisch gezien. Lees verder »

Volgende week ga ik oud-premier Dries van Agt interviewen. Kort nadat ik het verzoek om een vraaggesprek via zijn uitgever had gedaan, belde Van Agt op om een afspraak te maken. Hij had echter wel een voorwaarde: hij wilde in de tekst kunnen wijzigen, ‘en niet alleen feitelijke onjuistheden’. De moed zonk me in de schoenen, want ik moest meteen denken aan Pieter van Vollenhoven, die journalisten een contract laat tekenen waarin hij laat vastleggen dat hij totale zeggenschap heeft over de uiteindelijke tekst, zoals onlangs weer bleek uit een interview met hem in de Volkskrant. Lees verder »

Sinds een paar maanden ben ik bestuurslid van de Freelancers Associatie. Daar houd ik me vooral bezig met het inspireren en begeleiden van jonge en aankomende freelance journalisten. Morgen geef ik voor masterstudenten Journalistiek & Media van de Universiteit van Amsterdam een presentatie over het bestaan van freelance journalist. Hieronder de belangrijkste adviezen die ik hen wil meegeven.

De Tien Geboden van de Freelance Journalist

1. KEN JEZELF

Zorg dat je weet waar je goed in bent, en waarin minder goed. Je ziet dat niet altijd automatisch van jezelf. Als je accuraat en snel in goed Nederlands een nieuwsberichtje kunt maken, vind je dat zelf waarschijnlijk heel gewoon, en toch is het een kwaliteit die lang niet iedereen heeft. Als je origineel bent, scherp kunt formuleren, niet bang om voor je mening uit te komen is dat niet iets waarmee je onmiddellijk een journalistieke praktijk mee uit de grond stampt, maar met zo’n profiel kun je het ver schoppen, als je je maar bewust bent van je kwaliteiten.

Vind uit wat die kwaliteiten zijn waar jij de boer mee op kunt. Hoe je dat doet? Door veel met mensen te praten, met collega’s, maar ook met redacteuren. Door feedback te vragen op je werk, van opdrachtgevers maar ook van collega’s. Lees verder »

cover-verloren-grond

Dag Brigit,

Ik heb een verzoek. Zou jij misschien op mijn boekpresentatie op 19 april iets willen zeggen over mijn roman?

Jij bent de eerste buiten mijn kring van uitgever en agent die het gelezen heeft en je bent de eerste die me heeft geïnterviewd. Het hoeft niet lang. Een paar minuten zou al prima zijn.

Ik zou me vereerd voelen.

Hartelijke groet,

Murat

Toen ik dit mailtje kreeg van Murat Isik, was ik op mijn beurt vereerd. Een journalist hoort een zekere afstand te bewaren tot zijn onderwerpen, en daar horen eigenlijk geen feestredes op boekpresentaties bij van schrijvers die je hebt geïnterviewd. Maar ik ben, al kan ik zeker kritisch zijn als het moet, toch vooral een empathisch interviewer. Wat betekent dat ik mensen interview juist omdat ze op een of andere manier indruk op me gemaakt hebben. Bij Murat Isik was dat omdat hij een prachtig en meeslepend boek had geschreven. Dus zei ik ja en hield ik donderdag tijdens de feestelijke presentatie een lofrede op Verloren grond. Hij is hier te lezen. Voor het interview met Murat in NRC klik hier.

‘Als je maar weet dat ik geen slappeling ben,’ zei ik tegen de sportredacteur. ‘Dat weet ik,’ antwoordde hij. ‘Het is oké.’ Opgelucht legde ik de telefoon neer, maar ik voelde me ook wel een beetje vreemd. Nooit eerder had ik er bij een redactie voor gepleit om iets niet op te schrijven, ook al had de geïnterviewde het wel gezegd. Andersom is wel een aantal keer gebeurd, dat een eindredacteur iets schrapte uit mijn verhaal, bijvoorbeeld een kennelijk iets te gruwelijk detail in mijn interview met de machinist die negen keer iemand voor zijn trein had gehad. Lees verder »

Superalfa

Heel even dacht ik dat het een grap was, die mail van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat een artikel van mij was voorgedragen voor de CBS Persprijs 2011. Die prijs gaat jaarlijks naar een journalist ‘die in de media op een aansprekende wijze onderwerpen heeft gepubliceerd en hierbij gebruik heeft gemaakt van CBS-informatie’. Lees verder »

Zo’n beetje alle journalistieke genres heb ik wel beoefend, op één na, de column. Nooit enige ambitie daarin gehad ook. Ik zag mezelf nog eerder een verslag van een voetbalwedstrijd maken dan iets schrijven wat ook maar leek op een column. Misschien omdat ik niet geassocieerd wilde worden met het grote leger would-be columnisten van bedenkelijk niveau. En aan de echt goede zou ik toch nooit kunnen tippen. Maar onlangs overleed mijn schoonmoeder, en op Twitter vertelde ik over de bizarre dingen die je meemaakt als je een poosje dagelijks met de dood te maken hebt. Van alle kanten werd er geroepen: “Ik-je! ik-je!” Nou ja, jullie raden het al. Hier is het te lezen.

Religie is een van de onderwerpen waar ik graag over schrijf. Het is iets wat mensen bindt en splijt, iets wat het beste in mensen bovenhaalt, en het slechtste. Tot nog toe interesseerde ik me in het bijzonder voor de extremen: salafisten, Opus Dei-aanhangers, losgeslagen ex-gereformeerden, het miljoenenkapitaal van de Doopsgezinde Gemeente Haarlem. Mooie journalistieke onderwerpen, zeker (over de laatste twee heb ik daadwerkelijk geschreven), waar ik ook nu mijn neus niet voor zou ophalen. Lees verder »

straatjournaal

De raadszaal in het gemeentehuis van Haarlem. Een hoorzitting over de afschaffing van de ID-banen (Melkertbanen, zeg maar). Het protestcomité had mij gevraagd als gespreksleider. Hoewel ik ook vond dat het wegbezuinigingen van de laatste honderd ID’ers in Haarlem niet bepaald sociaal was, had ik vooraf besloten dat ik met een onafhankelijke, journalistieke houding de bijeenkomst zou leiden. Ja, het was erg dat een speeltuin in de binnenstad van Haarlem misschien moest sluiten omdat de beheerder ontslagen werd. En nee, het gaf geen pas dat een vrouw die belangrijk werk deed bij het Straatjournaal weg moest zodat het voortbestaan van de daklozenkrant in gevaar kwam. Maar hé, meehuilen met de wolven, daar was ik niet voor ingehuurd, toch?
Lees verder »

p4250051a

Het was ongetwijfeld goed bedoeld van de mensen die me ‘prettige vakantie’ wensten voor ik eind april naar Turkije vertrok. Iemand had het zelfs over een ’snoepreisje’. Als niet-ervaren reisjournalist lachte ik dan maar wat, en mompelde voorzichtig dat het toch eigenlijk gewoon werken was.

Zo stelde ik me dat tenminste wel voor. Lees verder »

Jacqui Banaszynski

Jacqui Banaszynski

Zo’n 150 journalisten waren afgelopen vrijdag bijeen voor de Eerste Conferentie Verhalende Journalistiek. Het was een emotioneel gebeuren. Voor mij, maar ik denk dat dat gold voor heel veel deelnemers. Verreweg de meeste waren freelancers, voor hen is het al opwindend om met zoveel collega’s bij elkaar te zijn en de hele dag over journalistiek te praten, en dan nog wel over dat ene bijzondere, in Nederland niet al te ontwikkelde genre. Lees verder »

264px-leonardo_self

Nadat ik net een groot verhaal bij hem had ingeleverd met als onderwerp “wat te doen bij geweld op straat” vroeg Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, wat ik eigenlijk wilde in de journalistiek. Ik vond het een vreemde vraag. Alles, natuurlijk! Me specialiseren betekende mezelf beperken, en ik wilde niets liever dan allround-journalist zijn. Dus ik antwoordde naar waarheid: “Mijn doel is om voor alle katernen van de Volkskrant te schrijven.”

In kringen van freelance journalisten is het een idée reçue dat je je moet specialiseren wil je een levensvatbare praktijk opbouwen als huurling in de journalistiek. Toen ik begon (halverwege de jaren negentig) was dat niet zo, of het was niet tot me doorgedrongen. Of ik wilde het gewoon niet weten. Want het aantrekkelijke van de (freelance-)journalistiek vond ik nu juist dat je over álles kon schrijven wat je interessant vond. En behalve sport en auto’s vond ik alle domeinen van het leven even boeiend. En eigenlijk vond ik dat dat voor iedere journalist zou moeten gelden.

Het verhaal kwam op de cover, maar toch is het nooit meer wat geworden tussen Jan Tromp en mij. Pas jaren later begreep ik waarom: hij kon mij niet plaatsen, en terecht, ik was een Journalist ohne Eigenschaften. Alles willen is in zekere zin niks willen.

De omslag kwam op een internationaal urologencongres in Berlijn. Daar was ik heen gegaan in de hoop een artikel te kunnen schrijven voor een wetenschapsbijlage over een nieuw middel voor prostaatkankerpatiënten. Ik was sceptisch genoeg - ik was daar op uitnodiging van de medicijnenfabrikant, die ook de vliegreis en het verblijf in een 5-sterren-hotel betaald had - maar veel te onervaren op het gebied van gezondheidsjournalistiek om te weten welke kritische vragen ik moest stellen en hoe ik erachter moest komen of dit middel nu écht een doorbraak was, zoals alle urologen op dat congres (betaald door de farmaceutische industrie, vermoedde ik) beweerden. Eenmaal thuis belde ik een willekeurige uroloog van een willekeurig ziekenhuis, en die legde mij in één minuut uit dat ik in een enorme publiciteitsstunt getuind was, en dat ik mijn tijd hopeloos verspild had. Op dat moment besloot ik dat een uomo universale in de journalistiek te willen zijn een mooi, maar onhaalbaar ideaal is.

Foto: Thomas Donker

Foto: Thomas Donker

Sinds ik Thiandi Grooff heb geïnterviewd, de jonge universiteitsstudente die tot haar veertiende als ernstig verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, geef ik mensen die er vreemd uitzien en zich afwijkend gedragen altijd het voordeel van de twijfel. Ik bedoel: je kunt je beter de ene kant op vergissen, dan de andere kant. Thiandi heeft mijn blik op gehandicapten voorgoed veranderd.

Niettemin heb ik ademloos gekeken naar de manier waarop Jos van der Veldt, oud-fysiotherapeut en rolstoeltechnicus, met ernstige, meervoudig gehandicapte kinderen omgaat. Samen met fotograaf Thomas Donker maakte ik een reportage over hem voor NRC Next. Van der Veldt traint zwaar spastische, niet-sprekende kinderen (en een enkele volwassene) in het rijden in een speciale rolstoel, die hen meer mogelijkheden en dus zelfstandigheid geeft. Niemand weet wat ze denken en wat er in hen omgaat, maar hij spreekt ze onvermoeibaar, vastberaden en consequent toe als normale mensen. Niet wat je niet kunt telt, maar wat je wél kunt. En heb je eenmaal laten zien dat je iets kunt, dan helpen smoesjes niet meer. Een houding waar ikzelf als moeder van een moeilijk lerende, autistische zoon veel van kan opsteken.

Zie ook het weblog van fotograaf Thomas Donker.

Om nog even op Thiandi terug te komen: naar aanleiding van een televisie-uitzending over haar, kwamen er een aantal reacties op mijn interview met (en blogje over) haar. Daaruit blijkt dat sommige mensen haar nog altijd als ‘freak’ zien, ondanks het feit dat ze aan de universiteit studeert. Zij, en mensen als Jos van der Veldt hebben nog een hoop missiewerk te verrichten.

Zo’n twee jaar geleden hoorde ik voor het eerst over de Gülenbeweging, een Turks-nationalistische islamitische stroming. Ik was meteen geïnteresseerd, omdat ik net begonnen was me te verdiepen in de verzuiling van de Turkse gemeenschap in Nederland. Ik volgde wat erover gezegd en geschreven werd in de media, zonder dat ik concrete plannen had om er zelf over te schrijven. Lees verder »

antillianenresized200x0Zo’n twintig jaar werk ik nu voor kranten en andere nieuwsmedia. De eerste jaren als vertaler van (voornamelijk) opiniestukken, later ging ik zelf schrijven (heerlijk, je eigen woorden kunnen kiezen!): reportages, achtergrondartikelen en interviews. Alle genres zo’n beetje dus, en van begin af aan schreef ik bovendien over veel verschillende onderwerpen. Dus ik voelde me eigenlijk altijd wel een allround-journalist. Ten onrechte, weet ik sinds een tijdje. Lees verder »

p8130012

Al eerder vertelde ik op dit blog over mijn ontmoetingen met de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos, die zich zo blijmoedig bekommert om de verstotenen en de verloederden van de stad. Ik leerde hem kennen toen ik vorig  jaar voor Binnenlands Bestuur een reportage over hem maakte, waarbij het Rotterdamse daklozenbeleid het uitgangspunt was. Voor NRC Next wilde ik graag een persoonlijk portret van hem maken: de mens achter de hulpverlener.  Ik ging een dag met hem mee, en kwam thuis met een hoofd vol indrukken. En met de vraag hoe ik het verhaal zó kon opschrijven dat het niet weeig of sentimenteel zou worden. Want alle ingrediënten voor een sob story waren aanwezig: een gedreven hulpverlener, gelovig christen bovendien en dan al die treurige levensverhalen van daklozen. Die soms - ook dat nog - gered werden. Op Twitter verzuchtte ik: ‘Hoe ga ik dát nu eens aanpakken?’ En kreeg prompt een geweldig advies van iemand die jaren als eindredacteur heeft gewerkt. Ik ben benieuwd of oplettende lezers kunnen ontdekken welk stijlmiddel ik heb toegepast. En natuurlijk of zij vinden dat ik geslaagd ben in mijn poging het een beetje nuchter te houden. Het verhaal uit NRC Next is hier te lezen.

Hij heeft maar een bijrol in het verhaal dat ik dit weekend schreef , een reportage voor NRC Next over het werk van de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos. (Over hem heb ik al eerder geschreven op dit weblog.) Ik moest me inhouden omdat Evert de hoofdpersoon was, maar eigenlijk had ik nog veel meer over Jos willen vertellen. Lees verder »

vogel

Samen met Anja Vink heb ik een boek gemaakt voor De Haagse Hogeschool, ter gelegenheid van het afscheid van de collegevoorzitter, Pim Breebaart. Een bijzondere man, onderwijsmens tot in zijn vezels. (Hij wordt, tot scepsis van velen, opgevolgd door een brandweercommandant.) Het mooist wordt hij misschien wel geportretteerd in het interview dat ik had met Faisal Mirza, oud-student van De Haagse Hogeschool en protégé van Pim. Lees verder »

Toegeven, er was destijds een lezer die zijn of haar abonnement opzegde naar aanleiding van mijn artikel over SM in de Volkskrant, negen jaar geleden. Ik herinner me nog dat ik zeer verbaasd was toen Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, dat vertelde.

Drie uur lang had ik op het terras van café Américain met meesteres Pauline, alias Sady Lady, voor de rubriek ‘Voor beginners’ gesproken over SM. Zij bevestigde mijn beeld van SM als een ontspannende hobby en prettige uitlaatklep. Sleutelwoorden bij SM zijn ‘respect’ en ‘vertrouwen’. Het is een spel voor volwassenen, waarbij je geestelijk gezond blijft omdat je er allerlei spanningen mee van je af kunt gooien. Lees verder »

Onze jongens

p8130015

Vandaag met mijn poten in de modder gestaan. Aan het eind van de ochtend zagen mijn schoenen en broek er zo uit.

p81300061

Om 4.15 ging de wekker. Samen met fotograaf Arie Kievit stapte ik om zeven uur vanmorgen in de bus van Evert Vos, veldwerker van stichting Ontmoeting, die zich ontfermt over de dak- en thuislozen in Rotterdam. Ze slapen onder bruggen en viaducten, tussen de struiken op braakliggende terreinen, in verlaten gebouwtjes aan de haven. We doorkruisten de stad, stapten zo nu en dan uit, waarna Evert speurde naar tekenen van leven. Hij houdt ze in de gaten, de ‘buitenslapers’, de ‘zorgwekkende zorgmijders’, de SG’s (sterk gedragsgestoorden).

p8130008

Het zijn de allertreurigste plekken in de stad, plekken die van niemand zijn. Zoals hier onder de A20. Buurtbewoners storten er hun vuil, daklozen slapen er, bovenin, vlak onder het wegdek. Om Everts ‘doelgroepers’ in levenden lijve te zien, hadden we nog vroeger op moeten staan. De meeste slaapplaatsen waren al verlaten. Buitenslapers zijn geen langslapers. Ze moeten vroeg op pad om eten en andere behoeften te scoren. Alleen André hebben we zien liggen, onder de Brienenoordbrug. Hij was erg aan het verloederen de laatste tijd, vertelde Evert. Waarschijnlijk wordt hij binnenkort via een rechterlijke machtiging gedwongen opgenomen. Evert is blij met het nieuwe daklozenbeleid van de gemeente Rotterdam. De stad wil voor Kerstmis alle daklozen onder dak hebben. Er is nog een harde kern over van een stuk of vijftig man. Die probeert Evert ‘de zorg in te krijgen’. Maar dat kost tijd. Soms jaren. Voor Kerstmis, dat gaat hij niet redden.

p8130010

Evert had het over ‘doelgroepers’, maar vaker nog zei hij ‘onze jongens’. Hij is een gelovig christen die dit werk doet vanuit de overtuiging dat alle mensen schepselen Gods zijn. Dat drijft hem voort, dat maakt dat hij blijmoedig in hun holen kruipt, stank, uitwerpselen en ratten trotserend.

p8130011

Zoals in dit gebouwtje in de haven vlakbij bij de Keileweg.

p8130012

Over de Keileweg gesproken: daar zijn de prostituees verdwenen, dankzij hetzelfde Plan van Aanpak van de gemeente Rotterdam. Hij miste ze wel een beetje, de dames, zei hij. Zijn christelijke stichting organiseerde weleens ontmoetingen met gewone mensen uit de provincie, zodat ze konden zien waar hun goede gaven naar toe gingen. Dan deelden Staphorsters soep en marsen uit aan de prostituees, en ontstonden er goede gesprekken.

p8130013

Er zijn twee redenen waarom ik de (freelance-)journalistiek het mooiste beroep van de wereld vind: je kunt ongegeneerd je eigen hobby’s najagen én je komt soms terecht in volslagen nieuwe werelden. Het afgelopen jaar heb ik vele voorheen onbekende domeinen - een klein beetje - leren kennen. Van die van de multi-complex gehandicapte kinderen tot de extremo-tolerante schimmels en de Azerbeidzjaanse immigranten in Nederland.

Lees verder »

Heerlijk is het, om je als niet-bèta een exact onderwerp haarfijn te laten uitleggen door een deskundige. En dat je het dan snapt. Een tijdje geleden ontmoette ik een wetenschapper, een schimmeldeskundige, die zo aanstekelijk kon vertellen over zijn werk dat ik heel even overwogen heb om me, niet gehinderd door kennis van de meer exacte domeinen (mijn vakkenpakket op de middelbare school bestond uit zes talen en geschiedenis), in de wetenschapsjournalistiek te bekwamen.  Lees verder »

Het is een werkwoord bij ons thuis, “brillen”. Voor het Haarlems Dagblad moest ik weleens tamelijk bizarre gebeurtenissen verslaan, zoals een castingbureau dat in een verzorgingstehuis screentests afnam bij bejaarden. Die hadden ze nodig voor een reclamespotje. Als ik me van te voren zuchtend afvroeg hoe ik dat nu weer moest aanpakken, journalistiek gesproken, riep echtgenoot uit: “Brillen! Gewoon brillen!” En het hielp, te denken hoe Martin Bril zoiets beschreven zou hebben. Hij was de beste stilist, een waar voorbeeld.

Een paar maanden geleden heb ik Bril nog een mailtje gestuurd, met het verzoek om een interview voor Kracht. Geen antwoord. Niet lang daarna hoorde ik hem in een (erg leuk) interview met Mieke van der Weij zeggen dat hij best over zijn ziekte wilde praten, maar dat hij er geen zin in had ‘om ambassadeur van het kankerinstituut te worden’ (of woorden van die strekking). Toen heb ik het er maar bij laten zitten. Jammer. Nu zal ik nooit weten of hij het misschien toch gedaan had, als ik doorgezet had.

Opeens was ik benieuwd naar mijn allereerste krantenverhaal. Ik schreef het in oktober 1999 voor de Volkskrant. Voor die tijd had ik ook al heel wat weggetikt voor die krant, maar dat waren vertalingen, teksten die anderen bedacht hadden. Zelf schrijven bleek - in volgorde van belangrijkheid - leuker en makkelijker (ja, echt!), lucratiever en prestigieuzer. Lees verder »