journalistiek algemeen

Je bekijkt nu het archief van de rubriek journalistiek algemeen.

antillianenresized200x0Zo’n twintig jaar werk ik nu voor kranten en andere nieuwsmedia. De eerste jaren als vertaler van (voornamelijk) opiniestukken, later ging ik zelf schrijven (heerlijk, je eigen woorden kunnen kiezen!): reportages, achtergrondartikelen en interviews. Alle genres zo’n beetje dus, en van begin af aan schreef ik bovendien over veel verschillende onderwerpen. Dus ik voelde me eigenlijk altijd wel een allround-journalist. Ten onrechte, weet ik sinds een tijdje. Lees verder »

p8130012

Al eerder vertelde ik op dit blog over mijn ontmoetingen met de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos, die zich zo blijmoedig bekommert om de verstotenen en de verloederden van de stad. Ik leerde hem kennen toen ik vorig  jaar voor Binnenlands Bestuur een reportage over hem maakte, waarbij het Rotterdamse daklozenbeleid het uitgangspunt was. Voor NRC Next wilde ik graag een persoonlijk portret van hem maken: de mens achter de hulpverlener.  Ik ging een dag met hem mee, en kwam thuis met een hoofd vol indrukken. En met de vraag hoe ik het verhaal zó kon opschrijven dat het niet weeig of sentimenteel zou worden. Want alle ingrediënten voor een sob story waren aanwezig: een gedreven hulpverlener, gelovig christen bovendien en dan al die treurige levensverhalen van daklozen. Die soms - ook dat nog - gered werden. Op Twitter verzuchtte ik: ‘Hoe ga ik dát nu eens aanpakken?’ En kreeg prompt een geweldig advies van iemand die jaren als eindredacteur heeft gewerkt. Ik ben benieuwd of oplettende lezers kunnen ontdekken welk stijlmiddel ik heb toegepast. En natuurlijk of zij vinden dat ik geslaagd ben in mijn poging het een beetje nuchter te houden. Het verhaal uit NRC Next is hier te lezen.

Hij heeft maar een bijrol in het verhaal dat ik dit weekend schreef , een reportage voor NRC Next over het werk van de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos. (Over hem heb ik al eerder geschreven op dit weblog.) Ik moest me inhouden omdat Evert de hoofdpersoon was, maar eigenlijk had ik nog veel meer over Jos willen vertellen. Lees verder »

vogel

Samen met Anja Vink heb ik een boek gemaakt voor De Haagse Hogeschool, ter gelegenheid van het afscheid van de collegevoorzitter, Pim Breebaart. Een bijzondere man, onderwijsmens tot in zijn vezels. (Hij wordt, tot scepsis van velen, opgevolgd door een brandweercommandant.) Het mooist wordt hij misschien wel geportretteerd in het interview dat ik had met Faisal Mirza, oud-student van De Haagse Hogeschool en protégé van Pim. Lees verder »

Toegeven, er was destijds een lezer die zijn of haar abonnement opzegde naar aanleiding van mijn artikel over SM in de Volkskrant, negen jaar geleden. Ik herinner me nog dat ik zeer verbaasd was toen Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, dat vertelde.

Drie uur lang had ik op het terras van café Américain met meesteres Pauline, alias Sady Lady, voor de rubriek ‘Voor beginners’ gesproken over SM. Zij bevestigde mijn beeld van SM als een ontspannende hobby en prettige uitlaatklep. Sleutelwoorden bij SM zijn ‘respect’ en ‘vertrouwen’. Het is een spel voor volwassenen, waarbij je geestelijk gezond blijft omdat je er allerlei spanningen mee van je af kunt gooien. Lees verder »

Onze jongens

p8130015

Vandaag met mijn poten in de modder gestaan. Aan het eind van de ochtend zagen mijn schoenen en broek er zo uit.

p81300061

Om 4.15 ging de wekker. Samen met fotograaf Arie Kievit stapte ik om zeven uur vanmorgen in de bus van Evert Vos, veldwerker van stichting Ontmoeting, die zich ontfermt over de dak- en thuislozen in Rotterdam. Ze slapen onder bruggen en viaducten, tussen de struiken op braakliggende terreinen, in verlaten gebouwtjes aan de haven. We doorkruisten de stad, stapten zo nu en dan uit, waarna Evert speurde naar tekenen van leven. Hij houdt ze in de gaten, de ‘buitenslapers’, de ‘zorgwekkende zorgmijders’, de SG’s (sterk gedragsgestoorden).

p8130008

Het zijn de allertreurigste plekken in de stad, plekken die van niemand zijn. Zoals hier onder de A20. Buurtbewoners storten er hun vuil, daklozen slapen er, bovenin, vlak onder het wegdek. Om Everts ‘doelgroepers’ in levenden lijve te zien, hadden we nog vroeger op moeten staan. De meeste slaapplaatsen waren al verlaten. Buitenslapers zijn geen langslapers. Ze moeten vroeg op pad om eten en andere behoeften te scoren. Alleen André hebben we zien liggen, onder de Brienenoordbrug. Hij was erg aan het verloederen de laatste tijd, vertelde Evert. Waarschijnlijk wordt hij binnenkort via een rechterlijke machtiging gedwongen opgenomen. Evert is blij met het nieuwe daklozenbeleid van de gemeente Rotterdam. De stad wil voor Kerstmis alle daklozen onder dak hebben. Er is nog een harde kern over van een stuk of vijftig man. Die probeert Evert ‘de zorg in te krijgen’. Maar dat kost tijd. Soms jaren. Voor Kerstmis, dat gaat hij niet redden.

p8130010

Evert had het over ‘doelgroepers’, maar vaker nog zei hij ‘onze jongens’. Hij is een gelovig christen die dit werk doet vanuit de overtuiging dat alle mensen schepselen Gods zijn. Dat drijft hem voort, dat maakt dat hij blijmoedig in hun holen kruipt, stank, uitwerpselen en ratten trotserend.

p8130011

Zoals in dit gebouwtje in de haven vlakbij bij de Keileweg.

p8130012

Over de Keileweg gesproken: daar zijn de prostituees verdwenen, dankzij hetzelfde Plan van Aanpak van de gemeente Rotterdam. Hij miste ze wel een beetje, de dames, zei hij. Zijn christelijke stichting organiseerde weleens ontmoetingen met gewone mensen uit de provincie, zodat ze konden zien waar hun goede gaven naar toe gingen. Dan deelden Staphorsters soep en marsen uit aan de prostituees, en ontstonden er goede gesprekken.

p8130013

Er zijn twee redenen waarom ik de (freelance-)journalistiek het mooiste beroep van de wereld vind: je kunt ongegeneerd je eigen hobby’s najagen én je komt soms terecht in volslagen nieuwe werelden. Het afgelopen jaar heb ik vele voorheen onbekende domeinen - een klein beetje - leren kennen. Van die van de multi-complex gehandicapte kinderen tot de extremo-tolerante schimmels en de Azerbeidzjaanse immigranten in Nederland.

Lees verder »

Heerlijk is het, om je als niet-bèta een exact onderwerp haarfijn te laten uitleggen door een deskundige. En dat je het dan snapt. Een tijdje geleden ontmoette ik een wetenschapper, een schimmeldeskundige, die zo aanstekelijk kon vertellen over zijn werk dat ik heel even overwogen heb om me, niet gehinderd door kennis van de meer exacte domeinen (mijn vakkenpakket op de middelbare school bestond uit zes talen en geschiedenis), in de wetenschapsjournalistiek te bekwamen.  Lees verder »

Het is een werkwoord bij ons thuis, “brillen”. Voor het Haarlems Dagblad moest ik weleens tamelijk bizarre gebeurtenissen verslaan, zoals een castingbureau dat in een verzorgingstehuis screentests afnam bij bejaarden. Die hadden ze nodig voor een reclamespotje. Als ik me van te voren zuchtend afvroeg hoe ik dat nu weer moest aanpakken, journalistiek gesproken, riep echtgenoot uit: “Brillen! Gewoon brillen!” En het hielp, te denken hoe Martin Bril zoiets beschreven zou hebben. Hij was de beste stilist, een waar voorbeeld.

Een paar maanden geleden heb ik Bril nog een mailtje gestuurd, met het verzoek om een interview voor Kracht. Geen antwoord. Niet lang daarna hoorde ik hem in een (erg leuk) interview met Mieke van der Weij zeggen dat hij best over zijn ziekte wilde praten, maar dat hij er geen zin in had ‘om ambassadeur van het kankerinstituut te worden’ (of woorden van die strekking). Toen heb ik het er maar bij laten zitten. Jammer. Nu zal ik nooit weten of hij het misschien toch gedaan had, als ik doorgezet had.

Opeens was ik benieuwd naar mijn allereerste krantenverhaal. Ik schreef het in oktober 1999 voor de Volkskrant. Voor die tijd had ik ook al heel wat weggetikt voor die krant, maar dat waren vertalingen, teksten die anderen bedacht hadden. Zelf schrijven bleek - in volgorde van belangrijkheid - leuker en makkelijker (ja, echt!), lucratiever en prestigieuzer. Lees verder »