journalistiek algemeen

Je bekijkt nu het archief van de rubriek journalistiek algemeen.

Superalfa

Heel even dacht ik dat het een grap was, die mail van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat een artikel van mij was voorgedragen voor de CBS Persprijs 2011. Die prijs gaat jaarlijks naar een journalist ‘die in de media op een aansprekende wijze onderwerpen heeft gepubliceerd en hierbij gebruik heeft gemaakt van CBS-informatie’. Lees verder »

Zo’n beetje alle journalistieke genres heb ik wel beoefend, op één na, de column. Nooit enige ambitie daarin gehad ook. Ik zag mezelf nog eerder een verslag van een voetbalwedstrijd maken dan iets schrijven wat ook maar leek op een column. Misschien omdat ik niet geassocieerd wilde worden met het grote leger would-be columnisten van bedenkelijk niveau. En aan de echt goede zou ik toch nooit kunnen tippen. Maar onlangs overleed mijn schoonmoeder, en op Twitter vertelde ik over de bizarre dingen die je meemaakt als je een poosje dagelijks met de dood te maken hebt. Van alle kanten werd er geroepen: “Ik-je! ik-je!” Nou ja, jullie raden het al. Hier is het te lezen.

Religie is een van de onderwerpen waar ik graag over schrijf. Het is iets wat mensen bindt en splijt, iets wat het beste in mensen bovenhaalt, en het slechtste. Tot nog toe interesseerde ik me in het bijzonder voor de extremen: salafisten, Opus Dei-aanhangers, losgeslagen ex-gereformeerden, het miljoenenkapitaal van de Doopsgezinde Gemeente Haarlem. Mooie journalistieke onderwerpen, zeker (over de laatste twee heb ik daadwerkelijk geschreven), waar ik ook nu mijn neus niet voor zou ophalen. Lees verder »

straatjournaal

De raadszaal in het gemeentehuis van Haarlem. Een hoorzitting over de afschaffing van de ID-banen (Melkertbanen, zeg maar). Het protestcomité had mij gevraagd als gespreksleider. Hoewel ik ook vond dat het wegbezuinigingen van de laatste honderd ID’ers in Haarlem niet bepaald sociaal was, had ik vooraf besloten dat ik met een onafhankelijke, journalistieke houding de bijeenkomst zou leiden. Ja, het was erg dat een speeltuin in de binnenstad van Haarlem misschien moest sluiten omdat de beheerder ontslagen werd. En nee, het gaf geen pas dat een vrouw die belangrijk werk deed bij het Straatjournaal weg moest zodat het voortbestaan van de daklozenkrant in gevaar kwam. Maar hé, meehuilen met de wolven, daar was ik niet voor ingehuurd, toch?
Lees verder »

p4250051a

Het was ongetwijfeld goed bedoeld van de mensen die me ‘prettige vakantie’ wensten voor ik eind april naar Turkije vertrok. Iemand had het zelfs over een ’snoepreisje’. Als niet-ervaren reisjournalist lachte ik dan maar wat, en mompelde voorzichtig dat het toch eigenlijk gewoon werken was.

Zo stelde ik me dat tenminste wel voor. Lees verder »

Jacqui Banaszynski

Jacqui Banaszynski

Zo’n 150 journalisten waren afgelopen vrijdag bijeen voor de Eerste Conferentie Verhalende Journalistiek. Het was een emotioneel gebeuren. Voor mij, maar ik denk dat dat gold voor heel veel deelnemers. Verreweg de meeste waren freelancers, voor hen is het al opwindend om met zoveel collega’s bij elkaar te zijn en de hele dag over journalistiek te praten, en dan nog wel over dat ene bijzondere, in Nederland niet al te ontwikkelde genre. Lees verder »

264px-leonardo_self

Nadat ik net een groot verhaal bij hem had ingeleverd met als onderwerp “wat te doen bij geweld op straat” vroeg Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, wat ik eigenlijk wilde in de journalistiek. Ik vond het een vreemde vraag. Alles, natuurlijk! Me specialiseren betekende mezelf beperken, en ik wilde niets liever dan allround-journalist zijn. Dus ik antwoordde naar waarheid: “Mijn doel is om voor alle katernen van de Volkskrant te schrijven.”

In kringen van freelance journalisten is het een idée reçue dat je je moet specialiseren wil je een levensvatbare praktijk opbouwen als huurling in de journalistiek. Toen ik begon (halverwege de jaren negentig) was dat niet zo, of het was niet tot me doorgedrongen. Of ik wilde het gewoon niet weten. Want het aantrekkelijke van de (freelance-)journalistiek vond ik nu juist dat je over álles kon schrijven wat je interessant vond. En behalve sport en auto’s vond ik alle domeinen van het leven even boeiend. En eigenlijk vond ik dat dat voor iedere journalist zou moeten gelden.

Het verhaal kwam op de cover, maar toch is het nooit meer wat geworden tussen Jan Tromp en mij. Pas jaren later begreep ik waarom: hij kon mij niet plaatsen, en terecht, ik was een Journalist ohne Eigenschaften. Alles willen is in zekere zin niks willen.

De omslag kwam op een internationaal urologencongres in Berlijn. Daar was ik heen gegaan in de hoop een artikel te kunnen schrijven voor een wetenschapsbijlage over een nieuw middel voor prostaatkankerpatiënten. Ik was sceptisch genoeg - ik was daar op uitnodiging van de medicijnenfabrikant, die ook de vliegreis en het verblijf in een 5-sterren-hotel betaald had - maar veel te onervaren op het gebied van gezondheidsjournalistiek om te weten welke kritische vragen ik moest stellen en hoe ik erachter moest komen of dit middel nu écht een doorbraak was, zoals alle urologen op dat congres (betaald door de farmaceutische industrie, vermoedde ik) beweerden. Eenmaal thuis belde ik een willekeurige uroloog van een willekeurig ziekenhuis, en die legde mij in één minuut uit dat ik in een enorme publiciteitsstunt getuind was, en dat ik mijn tijd hopeloos verspild had. Op dat moment besloot ik dat een uomo universale in de journalistiek te willen zijn een mooi, maar onhaalbaar ideaal is.

Foto: Thomas Donker

Foto: Thomas Donker

Sinds ik Thiandi Grooff heb geïnterviewd, de jonge universiteitsstudente die tot haar veertiende als ernstig verstandelijk gehandicapt werd beschouwd, geef ik mensen die er vreemd uitzien en zich afwijkend gedragen altijd het voordeel van de twijfel. Ik bedoel: je kunt je beter de ene kant op vergissen, dan de andere kant. Thiandi heeft mijn blik op gehandicapten voorgoed veranderd.

Niettemin heb ik ademloos gekeken naar de manier waarop Jos van der Veldt, oud-fysiotherapeut en rolstoeltechnicus, met ernstige, meervoudig gehandicapte kinderen omgaat. Samen met fotograaf Thomas Donker maakte ik een reportage over hem voor NRC Next. Van der Veldt traint zwaar spastische, niet-sprekende kinderen (en een enkele volwassene) in het rijden in een speciale rolstoel, die hen meer mogelijkheden en dus zelfstandigheid geeft. Niemand weet wat ze denken en wat er in hen omgaat, maar hij spreekt ze onvermoeibaar, vastberaden en consequent toe als normale mensen. Niet wat je niet kunt telt, maar wat je wél kunt. En heb je eenmaal laten zien dat je iets kunt, dan helpen smoesjes niet meer. Een houding waar ikzelf als moeder van een moeilijk lerende, autistische zoon veel van kan opsteken.

Zie ook het weblog van fotograaf Thomas Donker.

Om nog even op Thiandi terug te komen: naar aanleiding van een televisie-uitzending over haar, kwamen er een aantal reacties op mijn interview met (en blogje over) haar. Daaruit blijkt dat sommige mensen haar nog altijd als ‘freak’ zien, ondanks het feit dat ze aan de universiteit studeert. Zij, en mensen als Jos van der Veldt hebben nog een hoop missiewerk te verrichten.

Zo’n twee jaar geleden hoorde ik voor het eerst over de Gülenbeweging, een Turks-nationalistische islamitische stroming. Ik was meteen geïnteresseerd, omdat ik net begonnen was me te verdiepen in de verzuiling van de Turkse gemeenschap in Nederland. Ik volgde wat erover gezegd en geschreven werd in de media, zonder dat ik concrete plannen had om er zelf over te schrijven. Lees verder »

antillianenresized200x0Zo’n twintig jaar werk ik nu voor kranten en andere nieuwsmedia. De eerste jaren als vertaler van (voornamelijk) opiniestukken, later ging ik zelf schrijven (heerlijk, je eigen woorden kunnen kiezen!): reportages, achtergrondartikelen en interviews. Alle genres zo’n beetje dus, en van begin af aan schreef ik bovendien over veel verschillende onderwerpen. Dus ik voelde me eigenlijk altijd wel een allround-journalist. Ten onrechte, weet ik sinds een tijdje. Lees verder »

p8130012

Al eerder vertelde ik op dit blog over mijn ontmoetingen met de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos, die zich zo blijmoedig bekommert om de verstotenen en de verloederden van de stad. Ik leerde hem kennen toen ik vorig  jaar voor Binnenlands Bestuur een reportage over hem maakte, waarbij het Rotterdamse daklozenbeleid het uitgangspunt was. Voor NRC Next wilde ik graag een persoonlijk portret van hem maken: de mens achter de hulpverlener.  Ik ging een dag met hem mee, en kwam thuis met een hoofd vol indrukken. En met de vraag hoe ik het verhaal zó kon opschrijven dat het niet weeig of sentimenteel zou worden. Want alle ingrediënten voor een sob story waren aanwezig: een gedreven hulpverlener, gelovig christen bovendien en dan al die treurige levensverhalen van daklozen. Die soms - ook dat nog - gered werden. Op Twitter verzuchtte ik: ‘Hoe ga ik dát nu eens aanpakken?’ En kreeg prompt een geweldig advies van iemand die jaren als eindredacteur heeft gewerkt. Ik ben benieuwd of oplettende lezers kunnen ontdekken welk stijlmiddel ik heb toegepast. En natuurlijk of zij vinden dat ik geslaagd ben in mijn poging het een beetje nuchter te houden. Het verhaal uit NRC Next is hier te lezen.

Hij heeft maar een bijrol in het verhaal dat ik dit weekend schreef , een reportage voor NRC Next over het werk van de Rotterdamse daklozenhulpverlener Evert Vos. (Over hem heb ik al eerder geschreven op dit weblog.) Ik moest me inhouden omdat Evert de hoofdpersoon was, maar eigenlijk had ik nog veel meer over Jos willen vertellen. Lees verder »

vogel

Samen met Anja Vink heb ik een boek gemaakt voor De Haagse Hogeschool, ter gelegenheid van het afscheid van de collegevoorzitter, Pim Breebaart. Een bijzondere man, onderwijsmens tot in zijn vezels. (Hij wordt, tot scepsis van velen, opgevolgd door een brandweercommandant.) Het mooist wordt hij misschien wel geportretteerd in het interview dat ik had met Faisal Mirza, oud-student van De Haagse Hogeschool en protégé van Pim. Lees verder »

Toegeven, er was destijds een lezer die zijn of haar abonnement opzegde naar aanleiding van mijn artikel over SM in de Volkskrant, negen jaar geleden. Ik herinner me nog dat ik zeer verbaasd was toen Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, dat vertelde.

Drie uur lang had ik op het terras van café Américain met meesteres Pauline, alias Sady Lady, voor de rubriek ‘Voor beginners’ gesproken over SM. Zij bevestigde mijn beeld van SM als een ontspannende hobby en prettige uitlaatklep. Sleutelwoorden bij SM zijn ‘respect’ en ‘vertrouwen’. Het is een spel voor volwassenen, waarbij je geestelijk gezond blijft omdat je er allerlei spanningen mee van je af kunt gooien. Lees verder »

Onze jongens

p8130015

Vandaag met mijn poten in de modder gestaan. Aan het eind van de ochtend zagen mijn schoenen en broek er zo uit.

p81300061

Om 4.15 ging de wekker. Samen met fotograaf Arie Kievit stapte ik om zeven uur vanmorgen in de bus van Evert Vos, veldwerker van stichting Ontmoeting, die zich ontfermt over de dak- en thuislozen in Rotterdam. Ze slapen onder bruggen en viaducten, tussen de struiken op braakliggende terreinen, in verlaten gebouwtjes aan de haven. We doorkruisten de stad, stapten zo nu en dan uit, waarna Evert speurde naar tekenen van leven. Hij houdt ze in de gaten, de ‘buitenslapers’, de ‘zorgwekkende zorgmijders’, de SG’s (sterk gedragsgestoorden).

p8130008

Het zijn de allertreurigste plekken in de stad, plekken die van niemand zijn. Zoals hier onder de A20. Buurtbewoners storten er hun vuil, daklozen slapen er, bovenin, vlak onder het wegdek. Om Everts ‘doelgroepers’ in levenden lijve te zien, hadden we nog vroeger op moeten staan. De meeste slaapplaatsen waren al verlaten. Buitenslapers zijn geen langslapers. Ze moeten vroeg op pad om eten en andere behoeften te scoren. Alleen André hebben we zien liggen, onder de Brienenoordbrug. Hij was erg aan het verloederen de laatste tijd, vertelde Evert. Waarschijnlijk wordt hij binnenkort via een rechterlijke machtiging gedwongen opgenomen. Evert is blij met het nieuwe daklozenbeleid van de gemeente Rotterdam. De stad wil voor Kerstmis alle daklozen onder dak hebben. Er is nog een harde kern over van een stuk of vijftig man. Die probeert Evert ‘de zorg in te krijgen’. Maar dat kost tijd. Soms jaren. Voor Kerstmis, dat gaat hij niet redden.

p8130010

Evert had het over ‘doelgroepers’, maar vaker nog zei hij ‘onze jongens’. Hij is een gelovig christen die dit werk doet vanuit de overtuiging dat alle mensen schepselen Gods zijn. Dat drijft hem voort, dat maakt dat hij blijmoedig in hun holen kruipt, stank, uitwerpselen en ratten trotserend.

p8130011

Zoals in dit gebouwtje in de haven vlakbij bij de Keileweg.

p8130012

Over de Keileweg gesproken: daar zijn de prostituees verdwenen, dankzij hetzelfde Plan van Aanpak van de gemeente Rotterdam. Hij miste ze wel een beetje, de dames, zei hij. Zijn christelijke stichting organiseerde weleens ontmoetingen met gewone mensen uit de provincie, zodat ze konden zien waar hun goede gaven naar toe gingen. Dan deelden Staphorsters soep en marsen uit aan de prostituees, en ontstonden er goede gesprekken.

p8130013

Er zijn twee redenen waarom ik de (freelance-)journalistiek het mooiste beroep van de wereld vind: je kunt ongegeneerd je eigen hobby’s najagen én je komt soms terecht in volslagen nieuwe werelden. Het afgelopen jaar heb ik vele voorheen onbekende domeinen - een klein beetje - leren kennen. Van die van de multi-complex gehandicapte kinderen tot de extremo-tolerante schimmels en de Azerbeidzjaanse immigranten in Nederland.

Lees verder »

Heerlijk is het, om je als niet-bèta een exact onderwerp haarfijn te laten uitleggen door een deskundige. En dat je het dan snapt. Een tijdje geleden ontmoette ik een wetenschapper, een schimmeldeskundige, die zo aanstekelijk kon vertellen over zijn werk dat ik heel even overwogen heb om me, niet gehinderd door kennis van de meer exacte domeinen (mijn vakkenpakket op de middelbare school bestond uit zes talen en geschiedenis), in de wetenschapsjournalistiek te bekwamen.  Lees verder »

Het is een werkwoord bij ons thuis, “brillen”. Voor het Haarlems Dagblad moest ik weleens tamelijk bizarre gebeurtenissen verslaan, zoals een castingbureau dat in een verzorgingstehuis screentests afnam bij bejaarden. Die hadden ze nodig voor een reclamespotje. Als ik me van te voren zuchtend afvroeg hoe ik dat nu weer moest aanpakken, journalistiek gesproken, riep echtgenoot uit: “Brillen! Gewoon brillen!” En het hielp, te denken hoe Martin Bril zoiets beschreven zou hebben. Hij was de beste stilist, een waar voorbeeld.

Een paar maanden geleden heb ik Bril nog een mailtje gestuurd, met het verzoek om een interview voor Kracht. Geen antwoord. Niet lang daarna hoorde ik hem in een (erg leuk) interview met Mieke van der Weij zeggen dat hij best over zijn ziekte wilde praten, maar dat hij er geen zin in had ‘om ambassadeur van het kankerinstituut te worden’ (of woorden van die strekking). Toen heb ik het er maar bij laten zitten. Jammer. Nu zal ik nooit weten of hij het misschien toch gedaan had, als ik doorgezet had.

Opeens was ik benieuwd naar mijn allereerste krantenverhaal. Ik schreef het in oktober 1999 voor de Volkskrant. Voor die tijd had ik ook al heel wat weggetikt voor die krant, maar dat waren vertalingen, teksten die anderen bedacht hadden. Zelf schrijven bleek - in volgorde van belangrijkheid - leuker en makkelijker (ja, echt!), lucratiever en prestigieuzer. Lees verder »