onderwijs

Je bekijkt nu het archief van de rubriek onderwijs.

Ik was nooit zo van de egojournalistiek. Niet uit principe, maar ik schreef gewoon liever over anderen dan over mezelf. Maar nu ik de frustratie over mijn mislukte pogingen om Turks te leren succesvol van me heb afgeschreven, heb ik toch echt de journalistiek als zelfhulpmethode ontdekt.

Dankzij mijn gesprekken met taalwetenschapper Nel de Jong, taaljournalist Gaston Dorren en ervaringsdeskundige Lilian Kuerten weet ik eindelijk waarom ik de mist inging met dat Turks, ondanks mijn ruime talenachtergrond. Unfinished business opgeruimd, heerlijk! Geïnspireerd door al mijn nieuw verworven kennis over het leren van vreemde talen, ben ik begonnen met het bijspijkeren van mijn Frans, volkomen ontspannen en relaxed  . Alors, on danse 

Deze week stond het verhaal in NRC.

Jan & Trudy

Een tijdlang beschouwde ik mezelf als onderwijsjournalist. Dat begon ooit met een interview. Jan Obbeek, leraar op een kalme scholengemeenschap in Haarlem-Zuid, vertelde over de jaren dat hij les gaf op het zwarte Montessori College Oost in Amsterdam. Hij begon enthousiast en idealistisch, maar raakte gaandeweg steeds meer gefrustreerd. Vooral het seksisme en de homofobie van de jongens stuitten hem tegen de borst. Het interview (hier te lezen) sloeg in als een bom. Lees verder »

Help, een vmbo-advies!

Voor J/M schreef ik een artikel over het vmbo: wat te doen wanneer je zoon of dochter  in groep 8 - al die niet onverwacht -  een vmbo-advies krijgt? Bij hoogopgeleide ouders kan zoiets aankomen als een klap in het gezicht. Zoals bij Madelon Boeke (niet haar echte naam), die ik sprak over haar 16-jarige zoon met adhd: ”Ik had gerekend op een vmbo-havo-advies. Dan zou het uiteindelijk wel havo worden, dacht ik. Maar ondanks een onverwacht hoge cito-score van 537, kreeg Bram een vmbo-advies. Héél erg vond ik het. ‘Hoe kom ik nu toch aan zo’n kind?’, vroeg ik me af. Iedereen in onze familie, zowel aan mijn kant als die van mijn man, heeft gymnasium gedaan. Met havo had ik me verzoend, maar vmbo? Het leek me echt vreselijk voor hem om tussen die straatvechters te moeten zitten.” Ze vond uiteindelijk een kleine, categorale vmbo-school waar de leerlingen aan toneel deden en het keuzevak filosofie werd aangeboden. Na twee weken was ze ‘om’: “Het bleek een geweldige school te zijn. De allerbeste die ik tot nu toe bij mijn drie kinderen heb meegemaakt.” Lees hier het hele artikel.

Toegeven, er was destijds een lezer die zijn of haar abonnement opzegde naar aanleiding van mijn artikel over SM in de Volkskrant, negen jaar geleden. Ik herinner me nog dat ik zeer verbaasd was toen Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, dat vertelde.

Drie uur lang had ik op het terras van café Américain met meesteres Pauline, alias Sady Lady, voor de rubriek ‘Voor beginners’ gesproken over SM. Zij bevestigde mijn beeld van SM als een ontspannende hobby en prettige uitlaatklep. Sleutelwoorden bij SM zijn ‘respect’ en ‘vertrouwen’. Het is een spel voor volwassenen, waarbij je geestelijk gezond blijft omdat je er allerlei spanningen mee van je af kunt gooien. Lees verder »

8f132873-f094-4281-b6de-ad686ab0bb5c_cover-j-m_publicatie125
Werk en privé lopen geregeld door elkaar bij mij. Of zijn op zijn minst nauw met elkaar verbonden. Zo zou ik waarschijnlijk niet zo geïnteresseerd zijn in onderwijs als ik geen kinderen had gehad. Vaak schrijf ik over onderwijszaken waar ik dankzij mijn kinderen mee in aanraking ben gekomen. Andersom komt ook voor: dat ik door mijn journalistieke werk word beïnvloed in mijn gedrag als onderwijsconsument, om het even formeel te zeggen. Lees verder »

Afgelopen week verscheen mijn eerste interview in NRC Next. Iris Blatter, een intelligente, ambitieuze jonge vrouw van 22 loopt vast in het hoger onderwijs omdat men daar geen rekening kanof wil houden met haar handicap, het syndroom van Asperger. Een van de ’symptomen’ is een zekere starheid die haar belemmert in het samenwerken met medestudenten. Lees verder »

stedelijk gymnasium haarlem
stedelijk gymnasium haarlem

Moge het een troost zijn voor alle ouders met een slimme, maar onwillige en ongemotiveerde puberzoon die met geen stok aan zijn huiswerk te krijgen is: ook op het gerenommeerde Stedelijk Gymnasium in Haarlem werken de leerlingen, en met name de jongens, thuis schrikbarend weinig voor school.  Lees verder »

Foto: L. Bakker

Selimiye-moskee / Foto: L. Bakker

Een zondagmiddag lang was ik te gast in de Selimiye-moskee in Haarlem, voor een verhaal over de educatieve en culturele activiteiten die daar worden georganiseerd. En dat is niet mis. De moskee heeft niet alleen een buurthuisfunctie voor de Turkse (hang)jeugd - die kan er tafelvoetballen, computeren en sporten - maar biedt ook een vangnet voor kinderen en jongeren die op school dreigen vast te lopen. Een groep vrijwilligers - Turkse scholieren en studenten -  runt een aantal huiswerkklassen, licht ouders voor over hoe ze hun kinderen beter kunnen begeleiden, en houdt indien nodig contact met school. Geweldig, deze opvang en ondersteuning in eigen kring. Want hartstikke nodig. Turkse ouders laten het er, om allerlei redenen, nogal eens bij zitten.  Lees verder »

20608101_68255118

Omdat het over anderhalf jaar zo ver is dat zoon A. (11) van de oude vertrouwde mytylschool naar het vervolgonderwijs gaat, bezoeken we open dagen. Het vmbo hebben we uit ons hoofd gezet. Een neuropsycholoog van de RIAGG wreef het ons onlangs nog maar eens in: “Hij wordt géén professor, hoor!” Alsof we daar inmiddels zelf niet achter waren. Lees verder »

jm-mediteren-op-schook-p01

illustratie: Studio Ping

Voor het januarinummer van J/M schreef ik een artikel over mediteren voor kinderen. Het idee ontstond toen ik hoorde dat Jan Obbeek, leraar Frans op de school van dochter (14), al zijn lessen begint met een korte meditatie, trois minutes de silence. ‘Schoonheid en creativiteit ontstaan altijd in stilte’. Anderen die aan het woord komen zijn Hans Kunneman, docent aan het conservatorium van Alkmaar en specialist in mediteren als hulpmiddel bij het leren, en Jeanette Poelman, orthopedagoge en lerares kindermeditatie. Het leuke is nu dat zij drieën, over elkaar lezend in mijn artikel, contact gezocht hebben en besloten hebben om  een ”denktank” te vormen die het mediteren in het onderwijs wil gaan bevorderen. Dus wordt vervolgd, misschien!

Een keer per maand loop ik op de manege een middag te stappen naast Spetter, Ixia of Bam Bam, met op hun rug Chris, Doris of Riccardo: leerlingen van de mytylschool. Deze keer waren er behalve de vaste vrijwilligers ook een vijftal scholieren van een jaar of veertien die kwamen helpen in het kader van hun maatschappelijke stage. Dat gebeurt de laatste tijd vaker. Paardenmeisjes zijn het meestal. Vanmiddag waren er ook twee jongens, en het leuke was: zij hadden duidelijk meer met kinderen dan met paarden. Eén jongen - zwart, kroeshaar, slotjesbeugel - zei desgevraagd: ‘Ik vind paarden hélemaal niks.’ Maar toen Chris, een verstandelijk gehandicapte jongen van 18 in een rolstoel, huilend en schreeuwend protesteerde toen hij per lift het paard op moest (hij had geen zin, zoals meestal de laatste tijd), ging hij er nieuwsgierig bij staan. En zodra Chris, die bleef huilen en tieren, in het zadel zat, pakte hij kordaat het leidsel en ging lopen. Even later zag ik ze keuvelen, en dat zijn ze een half uur lang blijven doen, Chris werd alsmaar meer ontspannen en opgewekt. Stomverbaasd en ontroerd door zoveel natuurtalent vroeg ik de jongen later of hij soms een gehandicapte broer of zus had. ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik heb alleen een nichtje. Een gewoon nichtje.’

Niet zo lang geleden zat ik met zoon A. (bijna 11) ’s avonds in de trein. Op zijn verzoek oefenden we de Engelse begrippen die hij voor de volgende dag moest kennen: brother, sister, family. Ik vond dat hij voor een moeilijk lerend kind al aardig uit de voeten kon met die taal. Vooral wat hij allemaal verstond, viel me reuze mee. Ik dacht aan wat hoogleraar vreemdetalenonderwijs Jan Hulstijn had gezegd, toen ik hem interviewde voor een artikel over Engels op de basisschool, namelijk dat óók kinderen die op lager niveau functioneren vaak heel goed in staat zijn om een vreemde taal te leren.  Misschien niet de grammaticale regeltjes, maar leren spreken en verstaan lukt prima. ‘Vreemde talen leren zit in ieder mens’.  Hij vond het daarom jammer dat in het praktijkonderwijs en in de lagere niveaus van het vmbo zo weinig aan Engels werd gedaan. 

Intussen kwamen we aan op station Haarlem, het was al avond. A. zag, toen de deuren zich openden, een geheel leeg perron. Verbaasd riep hij uit: “No peoples!” 

Deze maand in J/M Voor ouders mijn artikel Is this a shark?

Op de vorige school van mijn zoon zat Julius, een jongen met het syndroom van Down. Hij kende de namen van  alle 300 leerlingen van de school, en wist precies welke ouder bij welk kind hoorde. Het was een basisschool die trots was op de hoge uitstroom naar het gymnasium,  en of dat nu de achterliggende reden was of niet, op een gegeven moment vond de school dat Julius weg moest, tot grote teleurstelling van de ouders. Hij ging naar een zmlk-school. Toen ik Julius’ moeder een keer tegenkwam, vertelde ze dat hij op die school werd klaargestoomd om schoonmaker te worden, terwijl ze ervan overtuigd was dat hij slim genoeg was om administratief werk te doen. Lees verder »

Soumia

In een eerder logje schreef ik al over haar, Soumia Marchouh, die op haar veertiende naar Nederland kwam uit ‘donker Marokko’, zonder ooit naar school te zijn geweest, ze was analfabeet. Vier jaar later sprak ze Nederlands, had ze leren lezen en schrijven én had ze haar mavodiploma gehaald. Lees verder »

Aimée en Rachelle

Wat staan ze er mooi op, Aimée en Rachelle! Twee speciale kinderen die figureren in mijn artikel over inclusief onderwijs, het coververhaal van Zaterdag Etcetera in NRC Handelsblad van vandaag. Dankzij Joyce van Belkom, die ze fotografeerd heeft. Zie pagina publicaties.

Paul

Gisteren bij de schoenmaker zag ik Paul. Ik ontmoette hem zo’n twee jaar geleden, toen ik voor Haarlems Dagblad een reportage maakte over zijn school, praktijkschool Oost-ter-Hout. Paul viel daar op door zijn verfijnde trekken, beschaafde spraak en subtiele motoriek. Zijn klasgenoten wilden gaan leren voor automonteur of lasser, maar Paul niet. Hij wilde model worden, vertelde hij, met dromerige blik. Aan die blik herkende ik hem gisteren, toen ik hem achter de toonbank van de schoenmaker zag staan. Een robuust schort, zwarte handen, de lucht van leer en lijm - verder weg kon de catwalk niet zijn. Ik zei, zachtjes: ‘Vroeger wilde je model worden.’ Hij knikte en zei, zonder enige emotie: ‘Maar dit is het geworden.’

In NRC Handelsblad schrijft Derk Walters dit weekend over de etnische segregatie in het voortgezet onderwijs. “Verwoestend” noemt Zeki Arslan van Forum die. “Segregatie in het onderwijs is funest voor de integratie van diverse bevolkingsgroepen in de samenleving.” Een open deur, zou je zeggen. Segregatie is een kwaad dat bestreden moet worden. Al was het maar omdat de prestaties van álle leerlingen achteruit gaan als een school een te hoge concentratie achterstandssleerlingen heeft. (De kritische grens ligt daarbij op 40 procent achterstandssleerlingen.) Maar Zeki Arslan, die vindt dat de overheid “zware middelen” moet inzetten tegen de segregatie en dat (witte) ouders en schoolbesturen “krachtig moeten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid” krijgt weinig steun. De onderwijswethouders van de vier grote steden hebben de strijd opgegeven. De Rotterdamse wethouder Leonard Geluk zegt: “De fase van streven naar fifty-fifty zijn we voorbij. Alleen gemengde scholen lukt niet.” Als reden geeft hij dat zeventig procent van de schoolgaande jeugd in Rotterdam van allochtone afkomst is. Oké. Maar moet je je er ook bij neerleggen dat al die allochtone achterstandsleerlingen op zwarte achterstandsscholen zitten?   Lees verder »

Naïef

‘Ambachtsschool is weer terug’, schrijft NRC Handelsblad op de voorpagina dit weekend. Ook het redactioneel commentaar gaat erover. De Volkskrant wijdde op 17 maart en 30 juni al artikelen aan de nieuwe vakcolleges, scholen waar kinderen na de basisschool heen kunnen, waar ze een vak leren en niet ‘lastig gevallen’ worden met boeken, zoals in het huidige vmbo. De strekking van de artikelen is telkens: We zijn eindelijk wakker geworden, leve de praktijk, weg met de theorie. In NRC zegt onderwijshistoricus Nan Dodde dat politici ‘naïef’ zijn geweest: ‘Men dacht dat algemeen vormend, meer theoretisch onderwijs voor iedereen het beste was. Lange tijd werd er ontkend dat er leerlingen zijn die liever met hun handen werken.’ 

Het zit me niet lekker.  Lees verder »

Eerlijk

Een autist die een gehandicaptenmop vertelt (paralympische zwemmer zonder armen en benen maar met een stel supergetrainde oorschelpen zinkt als een baksteen - ‘welke idioot heeft die badmuts op mijn hoofd gezet?!’), het was een van de hoogtepunten tijdens de afscheidsavond op de mytylschool van mijn zoon. Er kan daar hartelijk en ongegeneerd gelachen worden om zo’n mop want iedereen mankeert wel wat. Humor van gehandicapten onder elkaar, van spastici, achondroplasten, dyspraktici of anderszins motorisch beperkten. Vele hebben ook nog een of andere psychische afwijking. Als je net als ik weleens twijfels hebt over de wenselijkheid van zo’n eiland met ’kneusjes’ temidden van een prestatiemaatschappij, dan geeft zo’n we-hebben-allemaal-wel-wat-saamhorigheidsgevoel een prettig tegenwicht. Lees verder »

‘Allochtone leerling overgewaardeerd’ was de kop van een berichtje in NRC Handelsblad van afgelopen dinsdag. Twee wetenschappers uit Groningen, Lyset Rekers en Truus Harms, hebben in opdracht van het ministerie van Justitie onderzocht hoe het komt dat bij allochtone leerlingen het verschil tussen de resultaten van de schoolexamens en centraal eindexamen groter is dan bij hun autochtone klasgenoten. Allochtone leerlingen zijn ijveriger, is de belangrijkste conclusie, en die ijver wordt door leraren beloond met hogere cijfers. De Volkskrant, die het berichtje een dag later ook had, citeert onderzoekster Harms: ‘Het zijn aanzienlijke verschillen. Dat is schokkend, als je ervan uitgaat dat het schooldiploma een vaste waarde vertegenwoordigt.’ Lees verder »

Staatssecretaris Bussemaker wil bezuinigen op de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) van kinderen en jongeren, want ‘de medicalisering van de jeugd moet worden gestuit’ (de Volkskrant 14 juni, p. 3).  ‘We moeten een andere visie ontwikkelen op zorgverlening aan de jonge generatie’. Nu gaat er geld uit die pgb’s onder meer naar huiswerkbegeleiding, begeleiding van school naar huis en naar de sportclub. Bussemaker: ‘Dat duidt op medicalisering van problemen. Als we niet uitkijken sorteren ze zo voor voor het speciaal onderwijs en de Wajong.’ Mevrouw Bussemaker, denk even na. Zou het niet zo kunnen zijn dat een leerling dankzij die huiswerkbegeleiding (die zonder pgb misschien door de ouders niet te bekostigen zou zijn) NIET naar het speciaal onderwijs hoeft? En dat een kind dankzij het geregelde vervoer op een sportclub kan blijven, wat zijn kans om in de Wajong terecht te komen juist verkleint?  Lees verder »

Ik kan onderhand het woord ‘zorg’ niet meer horen. Althans als het eigenlijk over onderwijs zou moeten gaan. ‘Zorgleerling’,'zorgadviesteam’, ‘zorgcoördinator’, ‘zorgstructuur’ - mijn oren tuitten donderdagmiddag, na afloop van een bijeenkomst in het Haagse café Dudok over ’Passend Onderwijs’. Schoolbestuurders, vertegenwoordigers van PO-raad en VO-raad en andere koepelorganisaties, wetenschappers en een enkele politica (CDA’ster Ine Aasted Madsen-van Stiphout, afkomstig uit het ZMOK-onderwijs) waren aanwezig om te discussiëren over die grote stelselwijziging die wordt voorbereid, de ’zorgplicht’, in te voeren in 2011. Lees verder »

Afgewerkt

Het moet in 1989 geweest zijn, toen ik mijn eerste betaalde vertaalklussen deed, voor de Harvard Holland Review. H. las mijn teksten en bekritiseerde ze, door streepjes en kruisjes te zetten als iets hem niet beviel. Als het heel erg was, zette hij een uitroepteken. Meestal had ik geen verdere uitleg nodig. Eén keer gebruikte ik een brabantsisme dat zo hardnekkig in mijn taal verankerd was dat zelfs het driedubbele uitroepteken in de derde versie geen lampje bij me deed branden. Ik had het over het personeel van een bedrijf, dat aan het eind van de dag ’afgewerkt’ was. H. had associaties met motorolie en met hoeren, maar ik bedoelde gewoon dat de werkdag erop zat voor hen. Honderden keren heb ik mijn vader dat woord horen gebruiken in die betekenis. Vroeger, in Brabant. Geen idee dat het geen goed Nederlands was. Pardon, geen ‘Standaardnederlands’. Jos Swanenberg, streektaalfunctionaris van de provincie Noord-Brabant, kan ervan meepraten. Lees mijn artikel over dialect in het onderwijs in NRC Handelsblad van vandaag.