taal

Je bekijkt nu het archief van de rubriek taal.

Ik was nooit zo van de egojournalistiek. Niet uit principe, maar ik schreef gewoon liever over anderen dan over mezelf. Maar nu ik de frustratie over mijn mislukte pogingen om Turks te leren succesvol van me heb afgeschreven, heb ik toch echt de journalistiek als zelfhulpmethode ontdekt.

Dankzij mijn gesprekken met taalwetenschapper Nel de Jong, taaljournalist Gaston Dorren en ervaringsdeskundige Lilian Kuerten weet ik eindelijk waarom ik de mist inging met dat Turks, ondanks mijn ruime talenachtergrond. Unfinished business opgeruimd, heerlijk! Geïnspireerd door al mijn nieuw verworven kennis over het leren van vreemde talen, ben ik begonnen met het bijspijkeren van mijn Frans, volkomen ontspannen en relaxed  . Alors, on danse 

Deze week stond het verhaal in NRC.

foto-162

Als je er eenmaal op gaat letten, is er geen ontkomen meer aan. De laatste zin. Het is wonderlijk hoe mensen, ook goede schrijvers, en ook ikzelf, de neiging hebben om nadrukkelijk een punt te willen draaien aan een verhaal dat al goed is op zichzelf.

Een paar jaar geleden schreef ik een ikje (voor wie nooit een NRC of een next ziet: korte, door lezers ingestuurde anecdotes) en liet het voor ik het instuurde nog even lezen aan een bevriende tekstschrijfster en columniste. Ze mailde terug: “Briljant ikje! Maar: laat in godsnaam de laatste zin weg. De wet van Aaf. Echt waar. hij is VEEL leuker zonder die laatste zin.” (Aaf is Aaf Brandt Corstius, bij wie die vriendin ooit een workshop column schrijven volgde.)

Sindsdien let ik erop, en zie overal laatste zinnen die voor het beste resultaat weggelaten hadden moeten worden. Bij mijn eigen stukken (ook interviews) en die van collega’s, en - vooral -  bij de ikjes in de krant. Lees verder »

scheepje

In een niet eens zo heel grijs verleden was ik ondertitelvertaler. Twaalf jaar lang heb ik - samen met mijn echtgenoot -  buitenlandse films, series, documentaires en talkshows van Nederlandse ondertitels voorzien. Onbevangen in de bioscoop naar een film kijken (behalve als het een Nederlandse is) lukt sindsdien niet meer. Lees verder »

Kapatmak!

125px-flag_of_turkey_svgEen van de leuke dingen van een nieuwe taal leren, is dat je er nieuwe bron van barbarismen bij krijgt. En barbarismen, daar ben ik dol op, al is het maar om me te kunnen ergeren. In de Volkskrant van vandaag schrijft correspondent Arjen van der Ziel over het verbod van de Koerdische partij DTP door het Turkse Constitutionele Hof. Hij heeft het verschillende keren over “de sluiting” van de partij in plaats van “het verbod”. Een keer spreekt hij zelfs over “de gesloten partij”. “Ha!” dacht ik. “Kapatmak!”  (Het Turkse woord voor sluiten wordt ook gebruikt in de betekenis van verbieden.) Om mij vervolgens te verbazen over het gemak waarmee hij de letterlijke vertaling voor gewoon Nederlands laat doorgaan, en over het gebrek aan oplettendheid van de eindredactie. Lees verder »

Vliegende varkens

“Metrolijn pas af  ’als de varkens vliegen’”. Dat was de openingskop van de Volkskrant van vandaag. Amerika-corrrespondent Diederik van Hoogstraten in de bocht: hij heeft een handje van te letterlijke vertalingen. Amerikanen zeggen ‘when pigs fly’, wij zeggen ‘met Sint Juttemis’ of  voor mijn part (niet geschikt als krantenkop): ‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’. Maar ik betrapte me erop dat ik me nu eens niet ergerde, en die vliegende varkens eigenlijk wel leuk vond. Fout, maar grappig. Ze mochten blijven van mij. Lees verder »

Speelgoedpistool

van-abbe-toy-gun2

Je hele jeugd woon je er op tien minuten treinen vandaan, en dan ga je er op je 43ste voor het eerst naar toe. Het Van Abbemuseum in Eindhoven blijkt een museum zoals een museum hoort te zijn: verrassende kunst in een schitterend gebouw. Interactief (bezoekers mogen stukken uit het archief voordragen ter tentoonstelling). Hartelijk personeel. Het eten in het restaurant is lekker en betaalbaar. Een museum om door een ringetje te halen, vind ik. Lees verder »

Tuintrapje

foto: Erik Hijweege

foto: Erik Hijweege

Van de week mocht ik Rudi van Dantzig interviewen. Dat ‘mocht’ is wel op zijn plaats, want hij voelt zich al een tijd moe en niet zo gezond. Bovendien had hij net een drukke tijd achter de rug met een balletprogramma in het Muziektheater, dat het Nationale Ballet ter ere van zijn 75ste verjaardag had samengesteld. Hij was blij dat de rust was weergekeerd en hij verder kon met schrijven aan zijn biografie over balletpedagoge Sonia Gaskell, maar fotograaf Erik Hijweege en ik hebben bij elkaar bijna zijn hele dag in beslag genomen. Allercharmantst nam hij niettemin de tijd, ’s ochtends voor mij, ’s middags voor Erik.  Lees verder »

Ik ben een recessionista. Een krap budget maakte mij altijd conservatief als ik wat nieuws ging kopen: gewoon maar weer een degelijk zwart shirt bij de Bijenkorf, en al jaren hetzelfde jeansmerk van de outletshop. Palladiums in zwart of grijs. Rokken en jurken droeg ik nooit, want daar had je ingewikkelde schoenen bij nodig. Nu ik “vintage” ontdekt heb, durf ik geregeld gek te doen met fladderende zomerjurken compleet met hoge hakken, een rok met flamencostroken en bloezen in véél meer dan zwart alleen. Lees verder »

Schade

Zestien jaar lang heb ik er geheel of gedeeltelijk mijn brood mee verdiend, met vertalen. Geen spijt van gehad: van al dat precieze nadenken over het juiste woord en de juiste zin heb ik veel profijt bij het journalistieke schrijven. Dankzij twaalf jaar ondertitelen voor televisie ben ik bedreven geraakt in het omzetten van gesproken taal in geschreven tekst, wat me bijzonder goed van pas komt bij het componeren van interviews. En toch heb ik nooit een moment spijt gehad dat ik er in september 2006 mee ben gestopt. De weinige professionele geluksmomenten wogen niet op tegen de bijna constante frustratie dat wat jij schreef zelden zo goed was als het origineel. Frida Vogels, die onder meer Primo Levi in het Nederlands vertaald heeft, verwoordt het perfect in een interview met de Volkskrant van vandaag: ‘Ik vind vertalen geen prettig werk. Je bent altijd bezig de schade zoveel mogelijk te beperken.’

In de Volkskrant van vandaag een interview met Samantha Power, mensenrechtendeskundige, hoogleraar op Harvard en voormalig adviseur van Barack Obama. Amerika-correspondent Phillippe Remarque was, vermoed ik, erg onder de indruk van deze jonge, mooie, intelligente vrouw. Want in plaats van haar woorden in soepel Nederlands te vertalen, laat hij haar in stijve zinnen spreken waar het Engels doorheen schijnt. De ergste: ‘Een van de fouten die ik zie is het onvermogen om de menselijke consequenties te betrekken in besluitvorming op hoog niveau. Dus was Obama perfect voor mij.’ Remarque denkt Samantha Power recht te doen door haar zo letterlijk mogelijk te citeren. Niet dus.