rutte1

Het is schandalig, maar als ik de naam Nelson Mandela hoor, schiet ik altijd in de lach. Afgelopen week moest ik, vanwege alle berichten naar aanleiding van zijn overlijden, steeds weer denken aan mijn collega Renate van der Zee (ik heb het verhaal hier al eens opgeschreven), die iemand interviewde voor de serie ‘Zelfportret’ in HP/De Tijd, waarvan de vragen gebaseerd zijn op de Questionnaire van Proust. Een van de vragen luidt: ‘Wie zijn uw helden?’ Haar gesprekspartner antwoordde: ‘Nelson Mandela.’ ‘Nee, ‘ zei Renate streng. ‘Dat mag niet.’

Het is volkomen terecht dat ze de geïnterviewde tegen zichzelf in bescherming nam. Behalve als je Ruud Gullit heet, is Mandela je ‘held’ noemen niet alleen fantasieloos maar ook potsierlijk. Pijnlijk was dan ook het interview van Joost Vullings met de minister president vrijdagavond in het Oog op Morgen. Vullings vroeg Rutte of Mandela een voorbeeld voor hem was. Rutte antwoordde (hij kon niet anders) dat Mandela zeker iemand was die hij bewonderde, ‘maar dat geldt natuurlijk voor veel mensen, van alle generaties’. Om vervolgens te komen met wat gemeenplaatsen (wat wil je) over Mandela’s moed en mildheid.

Toen zei Vullings, het klonk als een terechtwijzing: ‘Mandela is gisteren overleden, als ik het een half jaar geleden gevraagd had, zou u hem dan óók als voorbeeld hebben genoemd?’ Rutte, ongeduldig: ‘Voorbeelden noem ik nooit.  Een politicus die zegt “ik heb een voorbeeld” vind ik altijd een beetje zorgelijk. Omdat je dan jezelf gaat enten op een ander en voor je het weet ga je proberen hem na te doen. Dat gaat nooit werken.’

Voor de luisteraar was duidelijk: Rutte liet zich niet verleiden tot een plichtmatige en afgezaagde riedel. Maar Vullings ging nog even door. Hij vroeg: ‘Is er een eigenschap van hem die u zou willen erven?’ Rutte, met ingehouden irritatie: ‘Opnieuw, ik ga mezelf niet vergelijken met Mandela. Ik kan slechts met een stijve nek naar de man opkijken.’ Vullings: ‘Maar als u naar hem kijkt, denkt u dan niet af en toe: “Die eigenschap van hem zou ik wel goed kunnen gebruiken”?’

Je hebt doorvragen, en je hebt zuigen.