Het moet in 1989 geweest zijn, toen ik mijn eerste betaalde vertaalklussen deed, voor de Harvard Holland Review. H. las mijn teksten en bekritiseerde ze, door streepjes en kruisjes te zetten als iets hem niet beviel. Als het heel erg was, zette hij een uitroepteken. Meestal had ik geen verdere uitleg nodig. Eén keer gebruikte ik een brabantsisme dat zo hardnekkig in mijn taal verankerd was dat zelfs het driedubbele uitroepteken in de derde versie geen lampje bij me deed branden. Ik had het over het personeel van een bedrijf, dat aan het eind van de dag ‘afgewerkt’ was. H. had associaties met motorolie en met hoeren, maar ik bedoelde gewoon dat de werkdag erop zat voor hen. Honderden keren heb ik mijn vader dat woord horen gebruiken in die betekenis. Vroeger, in Brabant. Geen idee dat het geen goed Nederlands was. Pardon, geen ‘Standaardnederlands’. Jos Swanenberg, streektaalfunctionaris van de provincie Noord-Brabant, kan ervan meepraten. Lees mijn artikel over dialect in het onderwijs in NRC Handelsblad van vandaag.