Siddharta Mukherjee

Het was, als ik me goed herinner, voor het eerst dat ik een internationaal vermaard persoon ging interviewen. Het moest in het Engels, wat voor geen van ons beide de moedertaal was, maar hij, Siddharta Mukherjee, arts en schrijver van Keizer aller Ziektes, woont al zijn halve leven in Amerika en sprak die taal toch heel wat vlotter dan ik. Al die jaren Engels aan de universiteit leken even helemaal voor niets, ik voelde me een hakkelaar en een stuntelaar. Toen ik later de geluidsopnamen hoorde, bleek dat eigenlijk reuze mee te vallen. Behalve een Australisch accent dat ik niet kon thuisbrengen, bleek ik aardig uit mijn woorden te komen. Mijn gevoel klopte dus niet met de werkelijkheid. Of misschien, op een dieper niveau, toch wel. Want stiekem weet ik wel zeker dat de taal afstand heeft geschapen. Ik zou, als we in het Nederlands hadden kunnen spreken, sneller, alerter gereageerd hebben als een antwoord me niet helemaal beviel, ik zou stembuigingen scherper geïnterpreteerd hebben en makkelijker hebben durven zwijgen als dat nodig was. Al was dat laatste, een zekere gehaastheid, vooral te wijten aan de korte tijd die me was gegeven voor het interview: een half uur. Ik was de laatste van een lange rij interviewers die Mukherjee die middag had afgehandeld. Hoe vriendelijk en beleefd hij ook was, ik kon de associatie met Jacques Brels chanson Au suivant, over een een rijdend bordeel waar een enorme rij wachtende soldaten aan de lopende band wordt afgewerkt, niet onderdrukken.

Het interview met Mukherjee is verschenen in Kracht. Je kunt het hier lezen.