‘Ambachtsschool is weer terug’, schrijft NRC Handelsblad op de voorpagina dit weekend. Ook het redactioneel commentaar gaat erover. De Volkskrant wijdde op 17 maart en 30 juni al artikelen aan de nieuwe vakcolleges, scholen waar kinderen na de basisschool heen kunnen, waar ze een vak leren en niet ‘lastig gevallen’ worden met boeken, zoals in het huidige vmbo. De strekking van de artikelen is telkens: We zijn eindelijk wakker geworden, leve de praktijk, weg met de theorie. In NRC zegt onderwijshistoricus Nan Dodde dat politici ‘naïef’ zijn geweest: ‘Men dacht dat algemeen vormend, meer theoretisch onderwijs voor iedereen het beste was. Lange tijd werd er ontkend dat er leerlingen zijn die liever met hun handen werken.’ 

Het zit me niet lekker. Ik bedoel: natuurlijk heb je studiebollen en doeners – en die moeten elk naar hun eigen capaciteiten een opleiding krijgen – maar er wordt ineens wel erg in zwart-wit-termen over gesproken. Algemene vorming, ook voor doeners, vind ik namelijk helemaal niet zo’n gek ideaal, en zeker niet ‘naïef’. Talenkennis (desnoods praktische!), maatschappelijke vorming, historisch bewustzijn, dat is het soort bagage waar ieder mens een leven lang profijt van heeft. Waardoor hij evenwichtiger in de wereld staat en misschien wel een beter burger wordt. Verheffing ja, inderdaad. Iets anders is of je de leerlingen die graag een vak willen leren ook moet afrekenen op hun algemene kennis.  Je zou ervoor kunnen kiezen om het ‘erin te stoppen’, zonder de kennis te toetsen, omdat dát de niet-studiebollen vaak frustraties oplevert. Maar dat zullen anderen dan wel weer een ‘naïef’ idee vinden.