Nogal onverwacht kreeg ik een paar weken geleden de vraag waarom ik eigenlijk interview. De situatie was er niet naar om me er met een grap vanaf te maken (‘brood op de plank!’), dus voor het eerst werd ik gedwongen om na te denken over die vraag.

Ischa Meijer heeft zich weleens laten ontvallen dat hij zo graag interviewde om zichzelf beter te leren begrijpen. Ook Frénk van der Linden zegt het, dat je als interviewer de vragen stelt waar je voor jezelf, voor je eigen leven, een antwoord op wilt hebben. Interviewen als psychotherapie. Ik zou me dus in goed gezelschap bevonden hebben als ik zo´n soort antwoord had gegeven. Alleen gaat het voor mij niet echt op.

Natuurlijk is het mooi meegenomen dat je door naar de verhalen van anderen te luisteren jezelf en je eigen situatie beter in perspectief ziet. Na een gesprek met een moeder met een zwaar (dubbel)gehandicapt kind is je eigen moeilijk lerende zoon opeens een Einstein. Een interview met een fulltime werkende, ambitieuze vrouw met schoolgaande kinderen wier man ook fulltime werkt, maakt dat ik mezelf gelukkig prijs met mijn thuisblijfvader als echtgenoot. Maar dit soort ontmoetingen en gesprekken zijn er – gelukkig – in het dagelijks leven ook.

Het antwoord dat ik na enkele seconden toch nog min of meer spontaan gaf, was: ik wil mensen – lezers – graag nieuwe werelden laten zien. De wereld van de Alevieten, de wereld van de (ouders van) multi-complex gehandicapte kinderen. De (denk)wereld van een vluchteling, van een autist, van een (letterlijk) blinde workaholic. Waarom ga ik volgende week Trudy Coenen interviewen, lerares Nederlands op het Montessori College Oost? Wie er niet zelf les geeft of zijn kinderen ernaar toe heeft gestuurd, heeft geen weet van de wereld van de zwarte school. Tenminste, niet echt. Mijn doel, mijn drijfveer is om net zolang te praten, te vragen en door te vragen totdat er een stukje van die wereld als het ware in mij zit, zodat ik het snap, en het aan de lezer kan doorgeven.

Het interview is natuurlijk niet het enige genre dat nieuwe werelden ontsluit. Het kan ook met een reportage, of met een roman. Maar wat ik zo mooi vind aan het interview, is dat je door één persoon te leren kennen, een hele nieuwe wereld kunt ontdekken. En volgens mij vond Ischa dat ook. Lees maar eens zijn interview met Louis Holvast, de sloper.

P.S. Het interview uit Vrij Nederland van 23 maart 1985 staat in geen enkele bundel, echtgenoot H duikelde het voor me op bij een krantenknipselverkoper. Voor zover ik weet verricht ik dus een goede daad door het nu online te zetten.