brillenDat was wel even schrikken gisterenmorgen, toen ik in de Volkskrant Bert Wagendorps ontluisterende relaas over Martin Bril las. Bril is toch altijd wel een begrip geweest hier thuis. Zo spoort mijn echtgenoot mij, als ik aan het schrijven van een reportage begin, weleens aan om te ‘Martin Brillen’, waarmee hij bedoelt dat ik zo droog mogelijk moet opschrijven wat ik heb waargenomen. Precies zoals Bril zo knap deed in zijn columns. Nu blijkt – onder meer – dat hij grof geld verdiende door in die columns automerken en dergelijke te noemen. Tsjongejonge.

Hoe onethisch en tegen alle journalistieke principes ook, die sluikreclame, misschien was ik nog wel meer gechoqueerd te lezen dat Bril, de ultieme stukjesschrijver, zichzelf een mislukkeling vond omdat hij het, op een aantal gemankeerde romans na, nooit veel verder gebracht heeft dan die stukjes. Terwijl iedereen dacht dat hij de trotse vaandeldrager was van de chroniqueurs van het dagelijks leven, opvolger van Carmiggelt en Ischa, bleek hij altijd te hebben gedroomd van De Grote Roman. Tsja.

Zelf voelde ik me altijd een gezegend mens omdat de drang om een boek te schrijven me tot nu toe bespaard was gebleven. Vaak genoeg heb ik me een opvanghuis gevoeld voor overspannen collega’s die, aan het eind van hun Latijn, zwaar stressend de deadline van de laatste drukproefcontrole van hun Boek over gestrompeld waren. Ha, heerlijk, dacht ik dan altijd. Ik hoef niet. Dood ga je toch, vergeten word je tien tegen een, wat je ook schrijft, dus laat mij maar fijn stukjes voor de krant maken.

Tot nu. Er zit een boek in mijn hoofd dat er niet meer uit wil. Of eigenlijk is het niet eens een boek, het is gewoon een mooi verhaal, het verhaal van iemand die ik al vaak geïnterviewd heb zonder dat ik het ooit heb kunnen vertellen omdat het simpelweg niet in een interview past. We zullen zien of het boek in mijn hoofd er ooit uit komt, op papier (of waar dan ook), zodat ik niet meer kan pochen géén boekschrijfdrang te hebben. En we zullen zien of ik, als het boek er niet van komt, of als niemand het wil lezen, de happy stukjesschrijver blijf. Bid voor mij!