foto: Anaïs Lopez
foto: Anaïs Lopez

Een interview is altijd een gestileerde, of misschien zelfs gemanipuleerde weergave van een gesprek. Als ik, zoals in het geval van de voormalig dakloze Famke Mackaay, drieënhalf uur met iemand praat en dat gesprek (voor NRC Next) moet vatten in 1200 woorden, kun je meer niet dan wél vertellen. De lezer moet er maar op vertrouwen dat mijn journalistieke filter goed werkt. Zelf vertrouw ik er ook meestal op dat mijn blik scherp genoeg is om Het Verhaal te destilleren uit het gesprek met de geïnterviewde. Ik moet natuurlijk zeggen: Een Verhaal, want iedere andere collega had een ander gesprek gevoerd en een ander interview geschreven. Als interviewer neem je jezelf altijd mee. Je persoonlijke ervaringen, je kijk op de wereld, je specifieke interesses en hang-ups, die kun je niet wegpoetsen. En dat hoeft ook niet. Het is tenslotte jouw verhaal.

Veel van die keuzes – wat schrijf ik wel op, wat niet – maak je intuïtief, maar soms neem je een bewuste beslissing. Famke Mackaay vertelde op zeker moment dat ze aan een borderlinestoornis leed. Dat wierp weliswaar enig licht op hoe haar leven verlopen was, maar toch heb ik het expres niet opgeschreven. Famke zelf had daar geen bezwaar tegen, maar tegelijk vertelde ze dat die – milde vorm van – borderline geen grote rol speelde in haar leven. Waarom zou ik het risico lopen dat slecht-geïnformeerde lezers haar niet serieus zouden nemen en haar als een (niet-toerekeningsvatbare) psychiatrische patiënt zouden zien, terwijl ze in mijn ogen een boeiend en coherent verhaal vertelde over zichzelf? Overigens heb ik het sowieso wel een beetje gehad met die etiketten, geloof ik. Ze suggereren heel veel, maar zeggen in feite weinig over hoe iemand echt is. Lees hier het verhaal van Famke Mackaay.