Foto: Frans van Hal
Foto: Frans van Hal

“Mijn CWI-consulent vond het niet zo’n goed idee dat ik mijn sollicitaties op rijm zette, ook al stond ik ingeschreven als dichter. Wist je dat dat een officieel beroep is? Er zijn alleen nooit vacatures.” Dichteres Sylvia Hubers was, toen ik haar in mei vorig jaar interviewde voor NRC Handelsblad, net ontslagen als feestwinkelmeisje. Ze had het echt geprobeerd, zoals ze eerder geprobeerd had om een goed bakkersmeisje te zijn, een goede stadsbrandwacht, een goede transportmedewerker op het expeditieplatform van de PTT.  Dichten was het enige wat ze kon, zei ze. Sinds deze week heeft Hubers een – zij het parttime – baan die haar als gegoten zit: ze is gekozen als de nieuwe stadsdichter van Haarlem. Van de 865 uitgebrachte stemmen kreeg ze 33 procent. Onverwacht, want onder haar concurrenten waren de landelijk bekende en getalenteerde striptekenares Gerrie Hondius en de vier heren van het Ampzinggenootschap, die al jaren – ook nationaal – aan de weg timmeren met gelegenheidspoëzie. Maar Hubers was van de kandidaten de enige echte dichter, en geknipt voor het stadsdichterschap bovendien. Haar eerste stadsgedicht bewijst het.