Volgende week ga ik oud-premier Dries van Agt interviewen. Kort nadat ik het verzoek om een vraaggesprek via zijn uitgever had gedaan, belde Van Agt op om een afspraak te maken. Hij had echter wel een voorwaarde: hij wilde in de tekst kunnen wijzigen, ‘en niet alleen feitelijke onjuistheden’. De moed zonk me in de schoenen, want ik moest meteen denken aan Pieter van Vollenhoven, die journalisten een contract laat tekenen waarin hij laat vastleggen dat hij totale zeggenschap heeft over de uiteindelijke tekst, zoals onlangs weer bleek uit een interview met hem in de Volkskrant.

Van Cisca Dresselhuys, oud-hoofdredactrice van Opzij, had ik al ooit gehoord over die voorwaarden van Van Vollenhoven. Tijdens het eerste Grote Interviewgala vertelde ze over haar Meetlat-interview met hem, en ze zei erbij dat ze het op die manier nooit meer zou doen. Zelf had ik de twee jaar daarvoor elke drie maanden gebeld met de secretaresse van mr. van Vollenhoven met de vraag of hij misschien nu héél toevallig wel tijd had voor een interview.  Steeds hield ze me af, maar zorgde op vriendelijke wijze altijd dat ik hoop hield. Nadat ik Dresselhuys’ verhaal gehoord had, heb ik nooit meer naar ‘t Loo gebeld. En nu begon Van Agt ook al! Maar het viel mee. Hieronder de letterlijke tekst van ons telefoongesprek.

Van Agt: Ik ben gevoelig voor taal, dus ik wil in de tekst kunnen wijzigen en niet alleen feitelijke onjuistheden. Dus als ik straks een aantal wijzigingen bij u neerleg, moet u zich niet in uw beroepseer aangetast voelen, want dan komt het niet omdat u het niet goed opgeschreven hebt, maar omdat ik vind dat ik het besprokene beter had moeten zeggen.

Ik: Maar u spreekt al zo mooi, gaat u het dan achteraf dan nog mooier maken?

Van Agt: Jazeker, dat doe ik heel vaak.

Ik: Maar hoe moet ik me dat dan voorstellen? U gaat er toch geen schrijftaal van maken? De lezer moet niet het gevoel krijgen dat u een lezing aan het houden bent, terwijl we een gesprek hebben gehad.

Van Agt: Laten we het elkaar niet moeilijk maken. Als u vindt dat ik te veel vraag, dan doen we het gewoon niet.

Ik: Ik ben een interviewer die er een eer in stelt om de lezer het gevoel te geven dat hij de persoon in kwestie ook echt hoort spreken. U staat bekend om uw verzorgde en inventieve taalgebruik, en ik zou het heel jammer vinden als u juist die dingen zou gaan wijzigen. Begrijpt u?

Van Agt: Ja, ja. Ja, ja. Ik denk dat we daar wel uitkomen.

Ik: En het is dus niet zo dat als we gesproken hebben over bepaalde zaken die van belang waren, dat u dan achteraf zegt: ‘Nou, dat is misschien niet zo handig dat we het daar over gehad hebben.’? Dat gaat u niet doen? U gaat niet hele onderwerpen dan schrappen, he?

Van Agt: Onderwerpen schrappen, dat zal ik nooit doen.

Ik: Ik zal u van te voren laten weten waar ik het over wil hebben, en als daar onderwerpen bij zijn waarvan u zegt: daar heb ik geen zin in, dan vind ik dat prima.

Van Agt: Dat zou vooraf kunnen gebeuren, maar onderwerpen die aan de orde zijn gekomen met wederzijds goedvinden, die onderwerpen gaan we niet alsnog later weer verwijderen.

Ik: Dan denk ik inderdaad dat we er wel uitkomen.