Je doet het er nooit om als journalist, maar soms is het wel leuk als blijkt dat een interview voor het ‘slachtoffer’ prettige gevolgen heeft voor zijn of haar dagelijks leven.  Zo kreeg dichteres Sylvia Hubers na publicatie van haar relaas in NRC Handelsblad, waarin ze vertelde over haar moeizame arbeidsleven en haar ervaringen met uitkeringsinstanties, veel bemoedigende reacties alsmede enkele opdrachten voor gedichten. Eén daarvan, zo mailde ze me een tijdje geleden enthousiast, was voor een eenmalig tijdschrift bedoeld voor medewerkers van… het UWV. Het is een prachtig gedicht geworden, een van Hubers mooiste, vind ik.

 

UWV-gedicht SH

 
Moet ik bij u zijn?

Moet ik bij u zijn? Moet ik dagelijks bij u zijn?
Moet ik bij u zijn, terwijl u eet, terwijl u werkt?
Gaat u tegen mij praten en zeg ik dan wat terug? 

Bij u op het grote kantoor met de kleine naam
zijn mensen, mensen als ik dagelijks nodig.
En u doet voor ons werk. Opdat wij – 

Op de gang lopen uws gelijken terwijl ik
naar uw kantoortje stiefel. U bent vriendelijk
u zegt tegen mij hallo en dag. Ik mag bij u zijn.
Ik mag graag bij u zijn.

U schrijft mijn naam op een papier. U hebt
ervoor geleerd namen op papieren te schrijven.
Ik heb ervoor geleerd om niets te leren.
Ik ben mijn naam op uw papier.
Ik ben uw hand in de lade.
U bent de hand aan mijn bestaan.