‘Van het doosje scheerzeep in de badkamer heb ik jaren gedacht dat het uit Scherpenzeel kwam. Ik was een keer in Scherpenzeel, en toen dacht ik: “Hé, dat ken ik, van de scheerzeep!”. Toen ging me nog steeds geen licht op, dat kwam later pas. Op een dag zag ik ineens wat er echt stond. Scheerzeep.’ Zo eindigt mijn interview met Henk Blokzijl, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Deze huisschilder te Dronten is dyslectisch én hoogbegaafd. Dat laatste weet hij pas sinds hij zich op zijn drieëndertigste liet testen bij Mensa, de vereniging voor hoogintelligente mensen. Voor de grap ging hij mee met zijn vriendin, en tot zijn eigen ontsteltenis bleek hij niet dom te zijn, zoals hij altijd had gedacht, maar een IQ te hebben van 142. Volgens Henk zijn er veel Mensa-leden met een soortgelijk verhaal. Mensen die altijd gedacht hadden dat er bij henzelf een steekje los zat, totdat ze ontdekten dat ze gewoon enkele graadjes slimmer waren dan de rest. Gisteren, een dag nadat het in de krant verscheen, mailde Henk me dat Mensa naar aanleiding van het interview al veertig testaanvragen had binnen gekregen.