scheepje

In een niet eens zo heel grijs verleden was ik ondertitelvertaler. Twaalf jaar lang heb ik – samen met mijn echtgenoot –  buitenlandse films, series, documentaires en talkshows van Nederlandse ondertitels voorzien. Onbevangen in de bioscoop naar een film kijken (behalve als het een Nederlandse is) lukt sindsdien niet meer. Zo zag ik laatst La Grande Bellezza, een prachtige, Italiaanse, Fellini-achtige film. Aan de vertaling viel mij het eerste uur niets op, precies zoals het hoort, want een ondertitelaar moet zichzelf als het ware onzichtbaar maken, hij mag de kijker niet afleiden met om wat voor reden dan ook opvallend taalgebruik. Totdat plotseling, in een van de discussies op dat fantastische dakterras, het begrip ‘civiele roeping’ opdook. Mijn Italiaans is minimaal, maar uit de context bleek duidelijk dat gedoeld werd op het – vermeende – maatschappelijk engagement (indien nodig te verkorten tot ‘engagement’) van een van de personages. ‘Civiele roeping’ is een onzinformulering, die hoogstens zou kunnen verwijzen naar een militair die afzwaait omdat de burgermaatschappij hem nodig heeft, of iets dergelijks. Maar daar was hier geen sprake van. Minutenlang bleef ik piekeren hoe een op het oog verder bekwame ondertitelaar tot zo’n merkwaardige vertaling komt. Beroepsdeformatie.

Behalve last heb ik ook plezier van mijn oude vak. Net als een ondertitelaar zet een (kranten)interviewer gesproken taal om in geschreven tekst, en wel op zo’n manier dat de lezer het gevoel heeft de spreker zélf te horen. Een vertaalslag die je wel even in je vingers moet krijgen, want geschreven tekst werkt anders dan gesproken taal. Om een voorbeeld te te geven: hoewel ‘verdomme’ meestal een adequate vertaling is van ‘fuck’, komt het zwart op wit anders – harder – over. Een ondertitelaar zal dat ‘fuck’ om die reden soms niet vertalen. Een interviewer komt er evenmin door letterlijk op te schrijven wat er gezegd is. Een cliché floept gemakkelijk de mond uit, om maar wat te noemen, maar als het op papier staat, maakt het de spreker dommer dan nodig. En al te losse spreektaal geeft, letterlijk opgeschreven, iemand een flodderig, oppervlakkig imago. Dat is volgens mij wat er gebeurt in het interview met Faiza Oulahsen in NRC Handelsblad en next van afgelopen weekend. Het eindigt met de woorden: ‘Ik wil geen oude moeder worden. Ja, sorry, dat had je misschien niet verwacht van iemand die op een schip gaat?’ Iemand die op een schip gaat. Al heeft ze het honderd keer zo gezegd, niet opschrijven zou ik zeggen. Want het leest als kleutertaal.