Gisteren was in Amsterdam de 4e Conferentie Verhalende Journalistiek: een dag vol ontroerende, spannende, grappige en leerzame verhalen over het maken van verhalen. Voor mijn prille boek-in-wording heb ik er een boel van opgestoken, maar tot mijn verrassing gaf Volkskrant-journalist John Schoorl tussen neus en lippen door ook een erg leuk lesje interviewen.

Eigenlijk ging Schoorls verhaal over Nick Davies, sterverslaggever van The Guardian, auteur van Flat Earth News en belangrijke speler in de Wikileaks-onthullingen. Hij vertelde hoe hij Davies interviewde over de dag dat hij Julian Assange ontmoette, en probeerde om diens geheugen op te frissen, in de hoop dat hij zich zoveel mogelijk details zou herinneren over hoe hij die ontmoeting beleefde destijds. Zo vroeg Schoorl aan Davies: ‘Heb je die dag je vrouw nog gebeld?’ ‘Ja, verrek,’ zei Davies. ‘Ik belde haar tijdens een plaspauze en zei: ‘Dat wordt helemaal niks met die Assange.’ Schoorl: ‘Je kunt iemand naar een herinnering toe praten.’

En toen kwam hij over Wim Pijbes te spreken, die hij moest interviewen naar aanleiding van de heropening van het Rijksmuseum, op een moment dat vele, vele collega’s voor en achter hem in de rij stonden (figuurlijk gesproken dan). Pijbes zat er klaar voor, ‘als de koning van het universum’. De moed zonk Schoorl in de schoenen. Nog voor hij een vraag gesteld had, was al duidelijk dat Pijbes zichzelf geframed had als de Rotterdamse Macher, en dat een serieus gesprek met echte antwoorden op vragen heel moeilijk zou worden. Schoorl verzon een list. ‘Toevallig’ wist hij veel over de problemen rond de aanbesteding van de verbouwing van het Rijksmuseum, en hij begon dáárover met Pijbes. Niet met de bedoeling om daar ook maar iets over in het interview te zetten, maar om Pijbes’ geest wakker te maken en te zorgen dat die hem serieus zou nemen als gesprekspartner. Na een half uur had hij hem zo ver. Toen kon het echte interview beginnen.

(Daar had Schoorl ook alweer een leuk verhaal over: hij reconstrueerde met Pijbes de dag van de opening zo ongeveer van minuut tot minuut. ‘Wat had je aan? Waar had je die stropdas gekocht? Waar sliep je de nacht ervoor? In welk hotel was dat? Welke kamer had je? Het linker torentje? Wie sliep er in het rechter torentje?’ Dat bleek Justin Bieber te zijn, wat Schoorl erg leuk vond voor zijn stuk, waarom weet ik niet meer. Tot mijn spijt kan ik het interview niet vinden in het archief van de Volkskrant, ik zou het graag nog even willen lezen.)