Hij had eigenlijk griep, zei hij. En een interview in de vorm van ‘levenslessen’ vond hij, de veelbelovende jonge vormgever, een beetje raar. Voor mij was het ook onwennig, want het was de eerste keer dat ik deze interviewrubriek deed. De voorbereidingstijd was kort geweest en ik wist tot twee dagen ervoor weinig van vormgeving, dus ik stelde vragen als ‘wat is het verschil tussen kunst en vormgeving?’ Dat was, ik voelde ‘m al aankomen, ‘niet interessant’.

Soms zei hij dingen waar ik meer van wilde weten, maar dan kon hij het niet verder uitleggen. Dat ging bijvoorbeeld zo:

Hij: ‘Iets wat lelijk is, kan ook goed zijn.’ Ik: ‘Noem eens een voorbeeld?’ (Stilte). Hij: ‘Ja… Noem ‘s een voorbeeld…’ (Stilte). ‘Nou ja, ik heb bijvoorbeeld niet echt heel veel met die eh… (Stilte) ‘Ja… Dat vind ik wel lastig, om een voorbeeld te noemen.’ (Stilte). ‘Dan wordt het een soort persoonlijke opvatting over wat ik lelijk vind of zo.’ Ik: ‘Dat wil erg graag weten.’ Hij: ‘Maar eigenlijk is het ook wel… alles, of zo.’

O God, laat mij voortaan alleen nog maar schrijvers en acteurs en andere lieden van het woord interviewen, bad ik in de trein naar huis. Zo’n jongen is natuurlijk niet voor niks vormgever geworden, zo drukt hij zich uit, NIET in woorden. Maar toen ik de volgende dag met aantekeningen en audiobestand ging zitten om te schrijven, bleek hij tot mijn verrassing wel degelijk een heleboel leuke, grappige, schurende en prikkelende dingen gezegd te hebben. Ik had ze tijdens het gesprek zelf simpelweg niet op waarde geschat vanwege alle ongemakkelijke stiltes, alle eh’s en tja’s en weet-ik-niets. De stroefheid van de conversatie bepaalde mijn gevoel over het interview. Geheel ten onrechte, want hij had, al kostte het dan soms wat moeite, bij nader inzien mijn belangrijke vragen allemaal meer dan adequaat beantwoord. En er zat nog een soort van lijn in ook.

Al sinds mijn interview met Mart Smeets, waarin hij er plezier in schiep om mij nerveus te maken (ik schreef er eerder over), weet ik dat een vraaggesprek niet gezellig hoeft te zijn om toch een goed verhaal te kunnen krijgen. Daar kan ik nu aan toevoegen: een interview hoeft ook geen spannend, dynamisch gesprek te zijn. Zolang het geen radio is, ten minste.

M’n interview met vormgever Lucas Maassen in NRC is hier te lezen.