vespaNatuurlijk doet het er helemaal niet toe, waar ik het in mijn vorige blogje over had, of schrijver Mano Bouzamour in werkelijkheid nu op de havo zat of op het vwo en hoe (weinig) geïntegreerd zijn Marokkaanse ouders nu precies zijn, en in welk deel van De Pijp hij woonde. Zelfs of zijn broer een echte zware jongen was vroeger, of een kruimeldiefje, is niet de essentie.

Waar het wél om gaat, zijn de  prachtige contrasten die Mano oproept in zijn boek, De belofte van Pisa. Het allermooiste, niet kloppende, paradoxale, met al onze vooroordelen spelende beeld is dat van een Marokkaanse immigrantenzoon die Chopin speelt op een glimmend zwarte, gestolen Perzina-vleugel, zo groot dat hij de helft van het slaapkamertje vult, daar in die sociale huurwoning in een Amsterdamse volksbuurt. Ook het beeld van twee Marokkaanse broers, waarvan één crimineel, die samen – geheel eerzaam – een fossielenbeurs in Zeeland bezoeken, is een van mijn favorieten.

Voor een interviewer is een schrijver van zo’n boek een dankbaar subject. Want ook al is het een roman, fictie, in de schrijver ervan móeten ook talloze paradoxen huizen, die dan weer een mooi interview opleveren. Ik was er vooraf dan ook aardig gerust op toen ik Mano ging spreken voor een verhaal in NRC Handelsblad. Op het moment dat ik hem zag aankomen op dat scootertje en met die maffe kuif, wist ik zeker dat het goed zat.