thumb_bouzamour_-_de_belofte_van_pisaAls ik schrijvers interview, gaat het gesprek behalve over hun boek ook altijd over hun leven. En onvermijdelijk over het verband tussen die twee. Want een roman is fictie, maar soms vertoont de hoofdfiguur verdacht veel overeenkomsten met de auteur, en lijken hun beider lotgevallen op zijn minst deels te overlappen. Dat betekent dat je in dit soort interviews tot vervelens toe moet vragen hoe het ‘in het echt’ zit. Ongemakkelijk, omdat een schrijver al gauw denkt dat je zijn roman reduceert tot een verzameling anecdotes. Maar om een goed portret te kunnen maken van de schrijver, kan het niet anders.

Mano Bouzamour, de jonge Marokkaans-Nederlandse schrijver die zo wervelend debuteerde met De belofte van Pisa, verplaatste zich tijdens het gesprek dat ik een paar weken terug met hem had bereidwillig in de positie van de interviewer. Niet alleen beantwoordde hij geduldig mijn hoe-zit-dat-nu-in-het-echt-vragen, hij meldde proactief dat de Victorine in het boek in werkelijkheid Marlies heet, en toen ik per ongeluk aannam dat hij net als zijn hoofdpersoon Sam vwo had gedaan, corrigeerde hij me en vertelde hij dat hij op de havo had gezeten.

De Volkskrant bracht afgelopen zaterdag een artikel over de berichtgeving rond Bouzamour. ‘De media’ zouden klakkeloos hebben aangenomen dat hoofdfiguur Sam samenviel met Mano, zodat er ten onrechte een beeld oprijst van een straatjochie dat zich aan zijn armzalige milieu ontworsteld heeft. ‘De werkelijkheid is anders,’ aldus de Volkskrant. Zo had de auteur niet op het vwo gezeten, zoals Trouw en Het Parool schreven, maar op de havo. Verder woonde het gezin Bouzamour niet in de Diamantbuurt, maar in een ander, ‘beter’ deel van de Pijp. En de ouders waren helemaal niet zo achterlijk, want ze lieten hun kinderen verplicht naar het NOS Journaal kijken.

Ik vind het nogal meevallen met de vertekening van de werkelijkheid. Havo, vwo, wat zou het. En Bouzamour woonde weliswaar op het Hendrik de Keyserplein, hij was een tijdlang kind aan huis in het buurthuis Cinetol, in de Diamantbuurt, een broeinest van crimineeltjes. En dat zijn ouders niet achterlijk zijn, allicht, maar uit mijn interview met hem bleek overduidelijk dat ze amper Nederlands verstaan en weinig begrijpen van onze maatschappij.

Ook het criminele verleden van Sams broer zou met de realiteit weinig van doen hebben. In het boek wordt de broer tot vier jaar veroordeeld wegens een roofoverval. Solaiman, Mano’s echte broer op wie de roman-broer geënt is, zegt daarover in het Volkskrant-stuk: ‘Super, súper overdreven. Het is fictie, joh’. Tja. Hier blijkt maar weer dat het soms lastig is om de wáre werkelijkheid-achter-het-boek te weten te komen. Want wat Mano me tijdens het interview vertelde was dat Solaiman drieënhalf jaar in de gevangenis gezeten heeft. In Nederland moet je dan echt wel iets gedaan hebben. Een roofoverval of zo.

Lees hier mijn interview met Mano Bouzamour in NRC