Dankzij een boekproject over Turkse immigranten breidt mijn kring van Turkse kennissen zich de laatste maanden gestaag uit. Een van hen is Mustafa. Op zijn dertiende kwam hij naar Nederland. In zijn jonge jaren was hij een linkse radicaal, inmiddels is hij links-liberaal. Hij gelooft niet in God, tenminste niet op de traditionele manier, vertelde hij me laatst. Hij voelt zich zeer thuis bij de alevieten. Alevieten hoeven niks, volgens Mustafa. Ze hoeven niet te bidden, niet te vasten, ze hoeven niet naar Mekka. Vrijheid, blijheid. De vrouwen dragen geen hoofddoek, ze zijn gelijk aan de mannen. Anders dan bij de traditionele moslims zitten de mannen en de vrouwen gewoon bij elkaar tijdens feesten e.d. Moederdag vieren ze elk jaar met muziek, gedichten, zang en dans. Ik vroeg of ik mocht komen, ik was nieuwsgierig geraakt naar dat clubje waar Mustafa altijd met zoveel warmte over sprak. Kon ik er meteen voor het Haarlems Dagblad een stukje over schrijven. Hoeveel mensen zouden weten dat een flink deel (ongeveer een kwart) van de Turkse moslims in Nederland eigenlijk gewoon hetzelfde is als wij? 

Mustafa ging me voor naar de zaal in het buurthuis waar het moederdagfeest gevierd zou worden. Er zaten enkele tientallen vrouwen van allerlei leeftijden, en een paar kinderen.  Geen mannen. “Je redt het verder wel, hè?” vroeg Mustafa aan mij in de deuropening, en hij draaide zich om. “Waar ga jij heen?” vroeg ik, stomverbaasd. “Ik ga bij de mannen zitten,” zei hij, enigszins bedremmeld. Mijn klomp brak. Wat nou, bij de mannen zitten? Jullie waren toch zo modern en progressief? Hij keek een beetje betrapt, en toen was hij weg. Daar gíng mijn verhaal voor de krant. Een vrouw zei tegen me: “Die mannen mógen wel komen, maar ze durven niet zo goed. Straks wel hoor, als de muziek begint.” En ja, toen de saz-speler zijn instrument ging stemmen, druppelden de mannen binnen. Ze gingen niet bij de vrouwen zitten, maar aan aparte tafels aan de andere kant van de zaal. Toch zag het er wel gezellig uit, vooral toen een klein meisje bij haar opa op schoot kroop. De sfeer was gezellig, hartelijk. Ik kon me voorstellen dat Mustafa hier graag kwam. Maar voor mij bleken de alevieten toch gewoon een hartstikke exotisch volkje. Nog wel.

535

538

5401