Er zijn twee redenen waarom ik de (freelance-)journalistiek het mooiste beroep van de wereld vind: je kunt ongegeneerd je eigen hobby’s najagen én je komt soms terecht in volslagen nieuwe werelden. Het afgelopen jaar heb ik vele voorheen onbekende domeinen – een klein beetje – leren kennen. Van die van de multi-complex gehandicapte kinderen tot de extremo-tolerante schimmels en de Azerbeidzjaanse immigranten in Nederland.

Een wereld die ik als rijbewijsloze tot voor kort nog nauwelijks kende, is die van de autosnelweg. Files, fly-overs, verkeerspleinen, P+R-terreinen, ik wist dat ze bestonden, maar ik had ze zelden van dichtbij gezien. Hoogstens een of twee keer per jaar zit ik in een auto. Nog steeds ben ik een stuurlid aan wal als het gaat om automobiliteit, maar mijn theoretische kennis hierover is met sprongen vooruit gegaan na het schrijven van een artikel over verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden voor Binnenlands Bestuur. Nooit gedacht dat ik op verjaardagen nog eens zou kunnen meepraten over de files op de A2.