Een tijdje geleden schreef ik dat de redactie van Kracht (het nieuwe magazine van KWF Kankerbestrijding) en ik op zoek waren naar een interviewkandidaat, een bekend persoon die met kanker te maken heeft gehad en daarover zou willen vertellen. Het was kortdag, dus drukbezette types als mr. van Vollenhoven en René Froger vielen af, althans voor het komende nummer. Het is Elisabeth Andersen geworden, nauwelijks meer een bekende Nederlander te noemen, maar ooit was ze de koningin van het Haagse toneel. Ze is al 88 maar de vleesgeworden vitaliteit. Begin dit jaar interviewde ik haar voor NRC Handelsblad over de vergankelijkheid van de roem. Bij die gelegenheid vertelde ze over de darmkanker die ze een paar jaar geleden kreeg, zo laconiek, zo terloops, alsof het om zomaar een ouderdomskwaaltje ging. Op haar verzoek (en ook omdat de ruimte altijd berperkt is) is haar ziekte in het NRC-interview niet ter sprake gekomen, dus nu kon ik mooi, zonder twee liedjes voor een cent te zingen, dat verhaal opschrijven voor Kracht. Voor dat blad wilde ze wel een uitzondering maken, want eigenlijk houdt ze niet van mensen “die hun ziekte etaleren”. 

Een voorproefje:

“Naar de huisarts, foto’s laten maken. Dan krijg je een colonscopie: een slang met een cameraatje eraan gaat door heel je darmstelsel heen. Nee hoor, ik vond dat helemaal niet vervelend. Ik had een schat van een dokter, die deed dat heel goed en zachtzinnig. Samen keken we naar die monitor, hoe het er van binnen uitzag. Mooi is het niet, al die zachte, roze stulpsels. Een kwallerige bedoening. Maar wel heel interessant. Later zijn op die manier poliepjes weggebrand, dat was enig. Ik werd op iets elektrisch aangesloten en dan hoorde je plóef. Weer een poliepje weg. Plóef. Spannend vond ik dat.”