foto-19

Nog even over de Conferentie Verhalende Journalistiek. Wat mij net als voorgaande jaren opviel, is dat gerenommeerde Amerikaanse collega’s zo vaak benadrukken hoe belangrijk het is om als journalist onderwerpen te kiezen die dicht bij jezelf staan. Evelio Contreras van CNN spoorde zijn publiek aan om na te denken waarom bepaalde verhalen je interesseren en waarom. Hij gaat met zijn camera bij voorkeur zijn nieuwsgierige neus achterna, vaak in het gebied waar hij vandaan komt, de grens tussen Texas en Mexico. Voor Sonia Nazario van de LA Times was het al vroeg vanzelfsprekend dat zij, die als kind het junta-bewind in Argentinië ontvluchtte, haar leven lang zou schrijven over mensen in de marge van de samenleving. Eerder schreef ik al over Alan Cullison, Moskou-correspondent van de Wall Street Journal. Opgegroeid met een schizofrene moeder raakte hij geïntrigeerd door het begrip ‘gekte’, en de grens tussen gekte en anti-sociaal gedrag. Die fascinatie bracht hem ertoe om als verslaggever vele weken in gevangenissen door te brengen.

Ik heb geen schizofrene moeder, maar wel een gehandicapte zoon. Daarom geldt mijn fascinatie, net als Sonia Nazario, de mensen in de marge. Waar ik als journalist graag kom, zijn plekken waar men poogt om zo humaan mogelijk om te gaan met de probleemgevallen van onze maatschappij. Zo kwam ik terecht bij daklozenhulpverlener Evert Vos, die zelfs zijn neus niet optrekt voor de uitwerpselen van zijn zwervers, en over wie ik een reportage voor nrc.next schreef, en bij rolstoeltechneut Jos van de Veld, die zwaar gehandicapte kinderen als normale mensen behandelt (repo in next hier te lezen). Voor NRC Handelsblad schreef ik kort geleden over een instelling die zwaar gedragsgestoorde verstandelijk gehandicapten een normaal leven probeert te geven. En gisteren was ik in een jeugdgevangenis waar het personeel bijzonder zijn best doet om de jongens, die stuk voor stuk zware delicten hebben gepleegd, eerlijk en respectvol te behandelen, en voor hen een soort thuisgevoel te creëren. Het mag duidelijk zijn dat ik op al die plekken op zoek ben naar troost, naar wijsheid, naar hoop. Hoop dat mijn zoon in zijn leven ook genoeg mensen zal treffen die hem als een normale jongen behandelen.