Vroeger maakte ik weleens een wandeling als de juiste zinnen niet wilden komen. Of ik ging onder de douche. Mediteren heb ik ook weleens geprobeerd. Maar sinds ik begonnen ben met het schrijven van een boek, zijn er allerlei vreemde methodes bij gekomen om in de juiste werkstemming te komen. Ik ben gaan kleuren.

foto

Ik heb een schetsboek waar ik soms wat gekke dingen in krabbel en teken aan het begin van een boekschrijfdag.

foto-1

Ik ga met mijn ogen van links naar rechts en terug, ooit gehoord tijdens een lezing van wetenschapsjournalist Mark Mieras dat dat de creativiteit bevordert, omdat de linker- en de rechterhersenhelft daarmee tot samenwerking worden geprikkeld. En die samenwerking is heel erg nodig, want het taalcentrum en het logisch redeneren zitten in je linkerhersenhelft, en in de rechterhersenhelft zetelt, zoals Mieras het noemt ‘de vrijheid’. In geconcerteerde actie leveren ze creativiteit.

Na die lezing begreep ik ook ineens waarom schrijven zo moeilijk is: je bent voortdurend bezig met twee min of meer tegengestelde hersenactiviteiten: logisch denken, en dat logische denken juist loslaten.’Het opgeven van de controle,’ in Mieras’ woorden. Mensen die dat goed kunnen, zijn de ware creatievelingen volgens hem. Belangrijk is daarbij dat de linkerhersenhelft wat inbindt en ruimte geeft aan de rechter. Al mijn nieuwe rare gewoonten lijken daarbij te helpen.