Zestien jaar lang heb ik er geheel of gedeeltelijk mijn brood mee verdiend, met vertalen. Geen spijt van gehad: van al dat precieze nadenken over het juiste woord en de juiste zin heb ik veel profijt bij het journalistieke schrijven. Dankzij twaalf jaar ondertitelen voor televisie ben ik bedreven geraakt in het omzetten van gesproken taal in geschreven tekst, wat me bijzonder goed van pas komt bij het componeren van interviews. En toch heb ik nooit een moment spijt gehad dat ik er in september 2006 mee ben gestopt. De weinige professionele geluksmomenten wogen niet op tegen de bijna constante frustratie dat wat jij schreef zelden zo goed was als het origineel. Frida Vogels, die onder meer Primo Levi in het Nederlands vertaald heeft, verwoordt het perfect in een interview met de Volkskrant van vandaag: ‘Ik vind vertalen geen prettig werk. Je bent altijd bezig de schade zoveel mogelijk te beperken.’