p4250051a

Het was ongetwijfeld goed bedoeld van de mensen die me ‘prettige vakantie’ wensten voor ik eind april naar Turkije vertrok. Iemand had het zelfs over een ‘snoepreisje’. Als niet-ervaren reisjournalist lachte ik dan maar wat, en mompelde voorzichtig dat het toch eigenlijk gewoon werken was.

Zo stelde ik me dat tenminste wel voor.

Ik zou de laatste paar dagen meewandelen met een groep die van de Bulgaarse grens dwars door Turks Thracië naar Istanbul liep, over een nieuwe wandelroute: de Sultan’s Trail, om daar thuis een verslag over te schrijven voor het reiskatern van de Volkskrant. Wandelen doe ik in mijn vrije tijd ook graag, hoewel mijn laatste wandelvakantie alweer zo’n twintig jaar geleden was. Maar wat ik nooit zou doen, tenzij voor het werk, is met een groep vreemden op pad gaan. Het viel uiteindelijke reuze mee hoor, langeafstandswandelaars blijkt een slag mensen dat me wel ligt, maar het is nu eenmaal niet mijn manier van vakantie vieren.

Maar de echte reden waarom deze wandeltocht absoluut geen vakantie was, realiseerde ik me pas ter plekke. Hoe gewichtig het misschien ook klinkt: ik liep daar niet namens mezelf, maar namens de lezers. Dus als ik een veld met bloemen zag, informeerde ik bij een botanisch angehauchte medewandelaar hoe die groeisels heetten, ook al kon de precieze soort mij persoonlijk gestolen worden. Hetzelfde gold voor de vogels die we onderweg hoorden en zagen. Leeuweriken, heggemussen, zilverreigers: ik geniet van hun verenpracht en hun gezang, maar de ornithologische details zijn maar matig aan mij besteed. Toch dwong een ultiem verantwoordelijkheidsgevoel mij, telkens als we langs de weg of in een theehuis pauzeerden, om de deskundigen met mijn opschrijfboekje stug lastig te vallen met vragen over wat we onderweg nu allemaal weer aan bijzondere botaniek en faunistisch fraais gezien hadden. Uiteraard hoorde ik anderen weer uit over historische, culturele en sociaal-economische wetenswaardigheden van Turks Thracië, zoals de dorpshoofden met wie we thee dronken in onze pleisterplaatsen. Maar dat was ook omdat ik dat zelf wel interessant vond.

Hoe anders het is om niet als privévakantieganger maar als reisjournalist ergens te zijn, bleek de laatste wandeldag voor Istanbul. Hoewel geen groepsmens, ben ik ook niet het type dat snel in z’n eentje met een rugzak door een tamelijk verlaten streek sjokt. Maar toen mijn medewandelaars, zestien stuks doorgewinterde stappers, tot mijn verbazing geen van allen zin bleken te hebben om het laatste eind te lopen en doodleuk in een busje stapten, aarzelde ik geen moment. Ik zou de beker tot de bodem leegdrinken, want ik moest verslag doen, voor de lezers, juist van het laatste stuk waarin je de metropool Istanbul ziet opdoemen aan de horizon. Dus liep ik de laatste etappe alleen. Wat behalve een mooie ervaring (ik had nog nooit in mijn eentje langs een Turks stuwmeer gelopen) ook een wat minder prettige belevenis opleverde. Maar daar kon ik dan weer over schrijven. Alles voor de krant.

Lees hier mijn verhaal voor de Volkskrant.

p4250020

p4260077

p4260088