Heel even dacht ik dat het een grap was, die mail van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat een artikel van mij was voorgedragen voor de CBS Persprijs 2011. Die prijs gaat jaarlijks naar een journalist ‘die in de media op een aansprekende wijze onderwerpen heeft gepubliceerd en hierbij gebruik heeft gemaakt van CBS-informatie’.

Ik zag mezelf altijd als een superalfa: reuze knap met woorden en met taal, en een nul op het gebied van cijfers. Want op de middelbare school achten en negens voor Frans, Duits, Latijn en Grieks, en in de vierde klas hard moeten werken om nog een vier voor wiskunde te kunnen halen, zodat ik tenminste over zou gaan en ik dat vak voorgoed vaarwel kon zeggen.

Die ‘wiskundedeuk’, zoals dat bij ons op school heette, weerhield mij er niet van om uiteindelijk – via het vak van vertaler –  journalist te worden. En behalve één blunder, jaren geleden (gelukkig), in een artikel over de milieuvervuilende aspecten van de papierproductie, waarbij ik het aantal bomen dat nodig is om een bepaalde hoeveelheid papier te maken voorzag van een nul te veel (of te weinig), is het voor zover ik weet eigenlijk altijd goed gegaan.

Toen ik bijgekomen was van mijn verbazing, herinnerde ik me opeens weer dat ik bij dat voorgedragen artikel (over de positie van Turkse jongeren in Nederland) enorm had zitten zweten op het blokje feiten & cijfers. Ik had gegraven in rapporten, gecheckt en gedubbelcheckt, gerekend en nagerekend. Ik had de redactie van een televisieprogramma gebeld om te vragen waar een bepaalde grafiek vandaan kwam die ze tijdens een uitzending vertoond hadden en die ik niet vertrouwde, ik had een knappe collega om een second opinion gevraagd. Allemaal voor dat ene feitenblokje. Maar anders dan bij de wiskundesommen van vroeger had al dat zwoegen dus resultaat gehad.

Op 12 december maakt juryvoorzitter Pieter Broertjes, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant en tegenwoordig burgemeester van Hilversum, de winnaar bekend van de CBS-prijs 2011.