Cavaillé-Coll-orgel Philharmonie Haarlem

Een jaar geleden schreef ik over mijn allereerste krantenartikel (Uit de oude doos ), een reportage in het reiskatern van de Volkskrant over de Haarlemse draaiorgelhal. Bij het ordenen van mijn archief kwam ik een ander “orgelverhaal” tegen, een interview  met orgelbouwer Cees van Oostenbrugge. Hij vertelt daarin hoe hij voorbestemd was om weg- en waterbouwkundige te worden, maar verzeild raakte in het beroep van orgelbouwer, hoe mooi hij de combinatie vindt van muziek (“emotie”)  en techniek, en over het geduld en de speurzin die je nodig hebt bij de restauratie van een historisch orgel. Ik maakte het interview voor het boek Philharmonie, muziekgebouw van Haarlem, dat verscheen ter gelegenheid van de grootscheepse verbouwing van de Philharmonie, enige jaren geleden, inclusief die van het Cavaillé-Coll-orgel uit 1875. Het is al bijna vier jaar geleden dat ik met Van Oostenbrugge sprak, maar ik herinner me nog precies de bijna tastbare passie waarmee hij vertelde over zijn beroep. Een paar dagen na het interview mocht ik een kijkje nemen in het orgel. Het is zo groot dat je er gewoon in kunt rondkuieren.