264px-leonardo_self

Nadat ik net een groot verhaal bij hem had ingeleverd met als onderwerp “wat te doen bij geweld op straat” vroeg Jan Tromp, destijds chef van het Volkskrant Magazine, wat ik eigenlijk wilde in de journalistiek. Ik vond het een vreemde vraag. Alles, natuurlijk! Me specialiseren betekende mezelf beperken, en ik wilde niets liever dan allround-journalist zijn. Dus ik antwoordde naar waarheid: “Mijn doel is om voor alle katernen van de Volkskrant te schrijven.”

In kringen van freelance journalisten is het een idée reçue dat je je moet specialiseren wil je een levensvatbare praktijk opbouwen als huurling in de journalistiek. Toen ik begon (halverwege de jaren negentig) was dat niet zo, of het was niet tot me doorgedrongen. Of ik wilde het gewoon niet weten. Want het aantrekkelijke van de (freelance-)journalistiek vond ik nu juist dat je over álles kon schrijven wat je interessant vond. En behalve sport en auto’s vond ik alle domeinen van het leven even boeiend. En eigenlijk vond ik dat dat voor iedere journalist zou moeten gelden.

Het verhaal kwam op de cover, maar toch is het nooit meer wat geworden tussen Jan Tromp en mij. Pas jaren later begreep ik waarom: hij kon mij niet plaatsen, en terecht, ik was een Journalist ohne Eigenschaften. Alles willen is in zekere zin niks willen.

De omslag kwam op een internationaal urologencongres in Berlijn. Daar was ik heen gegaan in de hoop een artikel te kunnen schrijven voor een wetenschapsbijlage over een nieuw middel voor prostaatkankerpatiënten. Ik was sceptisch genoeg – ik was daar op uitnodiging van de medicijnenfabrikant, die ook de vliegreis en het verblijf in een 5-sterren-hotel betaald had – maar veel te onervaren op het gebied van gezondheidsjournalistiek om te weten welke kritische vragen ik moest stellen en hoe ik erachter moest komen of dit middel nu écht een doorbraak was, zoals alle urologen op dat congres (betaald door de farmaceutische industrie, vermoedde ik) beweerden. Eenmaal thuis belde ik een willekeurige uroloog van een willekeurig ziekenhuis, en die legde mij in één minuut uit dat ik in een enorme publiciteitsstunt getuind was, en dat ik mijn tijd hopeloos verspild had. Op dat moment besloot ik dat een uomo universale in de journalistiek te willen zijn een mooi, maar onhaalbaar ideaal is.