vasil-gazaryan-concierge

Vasil Gazaryan

Twee maanden geleden schreef ik al over Vasil, de conciërge van Mytylschool de Regenboog in Haarlem, waar mijn zoon tot deze zomer op zat. Ik ontdekte bij toeval dat hij jarenlang het Straatjournaal verkocht had. Met collega en mede-mytylschoolmoeder Elise van der Velde ben ik hem op een ochtend gaan interviewen over zijn leven. Het resultaat stond 22 juli in Haarlems Dagblad en is hier te lezen.

Na dat gesprek met Vasil ben ik een beetje in verwarring. Aan de ene kant ben ik er nóg meer van doordrongen dat echt helemaal niemand voor zijn lol met een Straatjournaal, Z-magazine of Straatnieuws staat te leuren. Aan de andere kant zie ik steeds meer dat het hele idee van de daklozenkrant zijn doel voorbij schiet.

Dat idee is, zoals bekend, dat daklozen op een eerlijke manier, en zonder te hoeven bedelen, wat geld kunnen verdienen door een professioneel journalistiek product aan de man te brengen. Met andere woorden: dat je de krant koopt vanwege de inhoud. Dan zou het dus genoeg moeten zijn als ik eens per maand het nieuwe nummer kocht. Maar zo voelt het niet.

Het gebeurt me geregeld dat ik voor het binnengaan van de supermarkt een krant koop, en dat me bij het verlaten ervan opnieuw eentje wordt aangeboden. De volgende dag en de dag erna staat de verkoper er weer, en hoopt nadrukkelijk dat ik toch nog een krant koop. Daar komt bij dat ik verschillende supermarkten frequenteer, die allemaal hun eigen Straatjournaalverkoper hebben. Ook de HEMA heeft er een. Soms zeg ik: ‘Ik heb ‘m al,’ maar dan kijkt de krantenman steevast alsof hij zeggen wil: ‘Verzin een betere smoes’.

Dat de verkopers zelf heel goed weten waarom mensen bij hen een krant afnemen – voor 99% uit menslievendheid en voor 1% uit leeshonger – blijkt uit een verhaal dat Vasil vertelde. (Ondanks zijn baan als conciërge verkoopt hij op zaterdag nog steeds het Straatjournaal.) Een collega van school zag hem staan bij Albert Heijn in IJmuiden, en trok haar portemonnee. Beschaamd zei Vasil: ‘Ga weg met je geld’. Zij: ‘Ja maar, ik wil hem lézen!’ Vasil antwoordde: ‘O, dan is het goed.’