straatjournaal

De raadszaal in het gemeentehuis van Haarlem. Een hoorzitting over de afschaffing van de ID-banen (Melkertbanen, zeg maar). Het protestcomité had mij gevraagd als gespreksleider. Hoewel ik ook vond dat het wegbezuinigingen van de laatste honderd ID’ers in Haarlem niet bepaald sociaal was, had ik vooraf besloten dat ik met een onafhankelijke, journalistieke houding de bijeenkomst zou leiden. Ja, het was erg dat een speeltuin in de binnenstad van Haarlem misschien moest sluiten omdat de beheerder ontslagen werd. En nee, het gaf geen pas dat een vrouw die belangrijk werk deed bij het Straatjournaal weg moest zodat het voortbestaan van de daklozenkrant in gevaar kwam. Maar hé, meehuilen met de wolven, daar was ik niet voor ingehuurd, toch?

Totdat ik Vasil zag zitten in het publiek. Vasil zeg ik altijd gedag als hij aan het schoffelen is in de perkjes rondom Mytylschool de Regenboog, waar ik zoon A. naartoe breng. Een vriendelijke, tengere man van een jaar of vijftig. Hij is de conciërge en hij komt uit Armenië, meer wist ik niet van hem.

Nu was Vasil samen met zijn vrouw gekomen om de Straatjournaal-medewerkster te steunen. Deze Tillie had, toen ze net in Nederland waren, steeds persoonlijke aandacht voor hen gehad en hen gestimuleerd om snel Nederlands te leren. Dus Tillie moest blijven, vonden Vasil en zijn vrouw. Ze hadden dit opgeschreven in een open brief die werd voorgelezen door de hoofdredactrice van het Straatjournaal.

Ik zag voor me hoe Vasil met een stapeltje daklozenkranten over zijn arm bij de ingang van de Vomar of de Dekamarkt stond. Geen idee hoe lang dat geleden is en hoe lang dat geduurd heeft, maar hoe dan ook: hij heeft nu een echte baan, met collega’s en een cao, atv-dagen en een dertiende maand. Niets minder dan een succesverhaal: van daklozenkrantverkoper tot conciërge. Als die Tillie ook maar een paar procent heeft bijgedragen aan deze carrièrestap, ja, natuurlijk moest ze dan blijven!

Vasil zat daar tamelijk anoniem op de publieke tribune van de raadszaal. In zijn brief repte hij niet over zijn huidige bestaan. Van de raadsleden wist niemand waarschijnlijk hoe het Vasil vergaan was. Ik voelde me geroepen om dat te berde te brengen, te vertellen dat hij inmiddels conciërge was op de school van mijn zoon, en te zeggen dat dat toch wel bijzonder was. Met een zwierige zwaai en een grote glimlach naar Vasil gooide ik mijn zogenaamde neutraliteit af. Maar niet mijn journalistieke houding. Want bij nader inzien is ook dat journalistiek, natuurlijk: verhalen vertellen. Laten zien dat het persoonlijke politiek is, en andersom.

Ik hoop binnenkort het verhaal van Vasil te kunnen optekenen. Wordt dus hopelijk vervolgd.