foto-162

Als je er eenmaal op gaat letten, is er geen ontkomen meer aan. De laatste zin. Het is wonderlijk hoe mensen, ook goede schrijvers, en ook ikzelf, de neiging hebben om nadrukkelijk een punt te willen draaien aan een verhaal dat al goed is op zichzelf.

Een paar jaar geleden schreef ik een ikje (voor wie nooit een NRC of een next ziet: korte, door lezers ingestuurde anecdotes) en liet het voor ik het instuurde nog even lezen aan een bevriende tekstschrijfster en columniste. Ze mailde terug: “Briljant ikje! Maar: laat in godsnaam de laatste zin weg. De wet van Aaf. Echt waar. hij is VEEL leuker zonder die laatste zin.” (Aaf is Aaf Brandt Corstius, bij wie die vriendin ooit een workshop column schrijven volgde.)

Sindsdien let ik erop, en zie overal laatste zinnen die voor het beste resultaat weggelaten hadden moeten worden. Bij mijn eigen stukken (ook interviews) en die van collega’s, en – vooral –  bij de ikjes in de krant.

Neem die van 14 mei:

Boeken

We staan aan de kassa van onze favoriete boekwinkel ons boek af te rekenen, als een man binnenkomt. Een gewone man. Niets raars aan te ontdekken. Zijn oog valt op een prachtig uitgevoerde box met de trilogie van Tolkien. Goede keuze, denk ik nog. Hij pakt de box op en zet hem meteen, als door een bij gestoken, weer terug. Met een vies gezicht. Met een mengeling van verbazing en afschuw roept hij: „Oh nee hè, het zijn boeken!”, en vervolgt zijn weg verder de boekwinkel in.

VEEL leuker natuurlijk om te eindigen met die uitroep.

En kijk eens naar deze, van 7 mei:

Bloemen

Ik fiets na het avondeten naar het buurthuis en zie in het park een roze jasje tussen de ingezaaide ‘wilde’ bloemen. Ik stop en roep: „Ha, wat doe je daar? Weet je moeder dat je hier bent?”

In plaats van een meisje van 10 kijkt een vrouw op van zeker 80 jaar.

Ik weet niets beters te zeggen dan: „Ehhh, ik had u 70 jaar jonger geschat.”

Zij antwoordt: „Dat vind ik nog eens een leuk compliment, jongeman.”

Ik ben snel opgestapt en doorgereden, zonder iets te zeggen van de bloemen in haar hand.

Geweldig verhaal! Maar ook hier had de auteur natuurlijk gewoon moeten eindigen met de reactie van de oude dame.

Nog eentje. Die van 5 mei.

Vakjargon

Zaterdagochtend bij AH passeren twee vulploegmedewerkers elkaar. De ene vraagt aan de andere:

„Ben jij houdbaar?

„Nee”, antwoordt deze, „ik ben vers.”

Ze keken me verbaasd aan toen ik in de lach schoot.

Weg, weg, weg met die laatste zin! Voor de langzamen van geest doet hier altijd nog de titel ‘Vakjargon’ zijn werk.

Wat nu precies mijn eigen overbodige laatste zin was, in het ikje over mijn schoonmoeder, was ik vergeten. Na wat graven in mijn mailbox vond ik ‘m, en hemel, wat ben ik blij dat die de krant niet heeft gehaald.