Onlangs had ik voor NRC Handelsblad een interview met schrijver Thomas van Aalten, naar aanleiding van zijn nieuwe roman Leeuwenstrijd. Bij het afscheid vroeg ik hem of hij het stuk vooraf nog wilde lezen. ‘Ja, mail het maar even,’ zei hij. En toen: ‘Of nee, laat ook maar.’ Hij herinnerde zich dat hij zelf ooit Arno Kantelberg interviewde, hoofdredacteur van Esquire, die weigerde om de tekst voor publicatie te lezen. Hij – Van Aalten – moest zijn werk maar gewoon goed doen. En daar was hij het eigenlijk zeer mee eens. Het leidt maar tot luiheid, vond hij, als je weet dat de geïnterviewde je tekst toch nog leest. Je kunt dingen namelijk anders – scherper – opschrijven dan ze in werkelijkheid gezegd zijn. Als je te ver bent gegaan, word je vanzelf wel teruggefloten. Terwijl jij als interviewer die beslissingen autonoom zou moeten nemen.

Ik herkende het onmiddellijk. Soms twijfel je tijdens het schrijven of je iets goed begrepen hebt, of zet je iets inderdaad scherper aan dan wellicht op grond van iemands letterlijke woorden gerechtvaardigd is. Maar omdat de geïnterviewde je tekst nog onder ogen krijgt (vrijwel iedereen verlangt dit tegenwoordig), waag je de gok maar.

Tijdens het schrijven van het interview met Van Aalten, dat hij dus niet meer zou lezen, merkte ik het verschil. Ik ben gewend om de geïnterviewde niet altijd letterlijk te citeren, maar als het nodig is andere woorden te zoeken, juist om duidelijk te maken wat hij heeft bedoeld. Iets wat geïnterviewden eigenlijk altijd waarderen. Maar nu drong zich een metafoor op waarvan ik twijfelde of Van Aalten hem gebruikt zou kunnen hebben (hij had ‘m in elk geval niet letterlijk gebezigd tijdens het gesprek). Wel wist ik dat in zijn boek niet of nauwelijks metaforen voorkomen. Daar hadden we het over gehad. Ik heb er lang over gedubd, maar ‘m toch gebruikt uiteindelijk. Hij was gewoon te mooi om te laten liggen.

Ik denk dat het de journalistiek goed zou doen als interviewers (en journalisten in het algemeen) niet meer voortdurend hun teksten vooraf zouden laten lezen. De geïnterviewde wordt gedwongen om zijn woorden tijdens het gesprek zo goed mogelijk te wegen, de interviewer kan niks meer afschuiven op de geïnterviewde. Ieder zijn rol, ieder zijn taak. Ik zou ervoor tekenen.